Tag Archives: monopolie

Haagse Stadspartij wil af van ‘blauwe Albert Heijn golf’, maar B&W Den Haag komt niet in actie

(30 mei 2013) Volgens de Haagse Stadspartij is er in de binnenstad van Den Haag sprake van een ‘monopoliepositie’ van Albert Heijn. Op 28 mei antwoordde B&W van Den Haag op schriftelijke vragen die de partij in april stelde. De gemeente zegt weliswaar te streven naar een grotere diversiteit binnen het supermarktaanbod, maar kan niet in gaan tegen de “vrije vestigingskeuze van ondernemers”. Lees verder

Onderzoek naar ‘ruimtelijke monopolievorming’ van supermarkten

(5 april 2010)(update 7 april 2018) Volgens onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen moet bijna een op de vier Nederlanders ruim 1 kilometer extra afleggen om in te kunnen kopen bij de concurrent van de dichtstbijzijnde supermarktketen. Nu is Albert Heijn gemiddeld de dichtstbijzijnde supermarkt voor 36 procent van de Nederlandse bevolking. In de grote steden ligt dit percentage veel hoger. “Er moet een gevarieerder aanbod aan supermarkten komen, zodat de onderlinge concurrentie toeneemt en de prijzen kunnen dalen,” aldus de onderzoekers, “En daarvoor moeten gemeenten geschikte beleidsinstrumenten krijgen”. Lees verder

10. Een heel land afzetten

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 12 maart 2007)

De enquête van de Competition Commission

In 1998 bogen de ministers zich over de supermarkten omdat de consument volgens de publieke opinie in GB werd afgezet. Dit kwam deels door het besef dat Europese supermarkten goedkoper zijn en deels door het grote verschil tussen de prijs op de boerderij en in de winkel.

Men vroeg zich af waarom aardappeltelers tussen 17 en 27 pond verliezen op elke ton die ze oogsten [1]. Waarom wordt in sommige supermarkten de prijs van appels met 198% en die van eieren met 439% verhoogd [2]?

In april 1999 gaf de regering 20 miljoen pond aan de Competition Commission (= mededingingsautoriteit) van het Department of Trade and Industry (DTI) om er onderzoek naar te doen. Het onderzoek dat 16 maanden duurde leverde duizenden reacties op, vooral over de overweldigende macht van de grote superstores. Het resultaat was een driedelig rapport van meer dan 1100 pagina’s.

  • Lutterworth en District Dairy schreven dat de meest alarmerende veranderingen in hun 100-jarig bestaan het gevolg waren van wrede akties van de supermarkten, die de melkboer op de hoek uit de markt prijsden.

     

  • De Federation of Bakers beweert dat de ketens die broden voor slechts 17 penny verkopen, hierop flinke verliezen lijden en zo de kleine bakkerijen om zeep helpen.

     

  • Er kwamen reacties van beide kanten: sommigen vonden dat de supermarkten teveel rekenden, en daarmee de klant afzetten. Anderen vonden dat ze te weinig rekenden, en zo de kleine concurrenten lieten verdwijnen.

     

Ondanks de lijst van 52 praktijkvoorbeelden, die een complexe monopoliepositie laten zien en waarvan 27 tegen het algemeen belang ingaan, gaf het rapport de supermarkten een “gezondheidsverklaring”. Geconcludeerd werd dat er geen sprake was van een monopolie en dat de supermarkten niet meer berekenen dan hun Europese tegenhangers, uitgaande van de koersverschillen en de hoge waarde van de pond.

Critici beweren dat de commissie de verkeerde vragen stelde. Hoewel nationaal gezien geen van de supermarkten een monopolie heeft (meer dan 25% van het marktaandeel) blijken ze lokaal echter uitgebreide monopolies te hebben. (zie punt 4 in dit hoofdstuk).

Dit betekent dat er geen echte lokale markt is om de prijzen laag te houden. Daarnaast waren velen van mening dat de commissie ook onderzoek had moeten doen naar de naar de effecten van supermarkten op gezondheid, milieu en sociaal gebied. Deze aspecten zijn bepaald wel in het belang van de klant, net als de prijzen die alleen maar door de commissie onder de loep werden genomen.

Anderen brengen naar voren dat ook al heeft geen enkele supermarkt een monopoliepositie in GB, de supers samen een olicharchie vormen. Dat wil zeggen dat een paar supermarkten de hele markt beheersen en dat deze situatie een foute marktwerking oplevert. Hiernaar zou ook onderzoek moeten worden gedaan. Zie paragraaf “Co-operation and Cartels” in dit hoofdstuk.

In het rapport werd toegegeven dat er vier situaties zijn waarin de competitie zwaar verwrongen is en waarbij het algemeen belang wordt aangetast [3].

1. De relatie tussen grote supermarkten en hun toeleveranciers

De commissie pleit voor invoering van werkbare gedragscodes om slechte praktijken uit te bannen, zoals de leverancier te laten betalen voor de kosten van inkopers-bezoek, voor het opknappen van de winkel en de met de leverancier overeengekomen prijzen met terugwerkende kracht of zonder mededeling te veranderen. (Zie paragraaf “Stimuleren van Industriële Landbouw” in dit hoofdstuk).

Tot woede van de National Farmers’ Union (NFU) en andere organisaties van leveranciers liet het Ministerie voor Handel en Industrie (DTI) de supermarkten vrij om hun eigen vrijwillige gedragscode op te stellen en struktuur voor
geschillenbeslechting te kiezen. Bovendien werd dit beperkt tot supermarkten met een marktaandeel van meer van 8%, de “Grote Vier”dus (Tesco, Sainsbury, ASDA en Safeway; Safeway is inmiddels opgegeten door Morrisons).

Ten tijde van de evaluatie in maart 2003 had nog slechts een leverancier, Express Dairies, een klacht had ingediend bij de Office of Fair Trading (OFT) nadat Saveway van drie naar twee melkleveranciers was overgegaan. Tot dan toe leverde Express Safeway 15 % van de melk. De klacht van Express werd echter niet ontvankelijk verklaard, omdat het contract met Safeway was getekend voordat de nieuwe richtlijnen van kracht werden.

Toen na een jaar de balans werd opgemaakt van de onvermijdelijke fouten in het nieuwe systeem besloot de OFT dat er maar een ding was dat ze konden doen: het sturen van accountants, naar de Grote Vier om voorbeelden van wanpraktijken  op te sporen.

Er klinkt nu een gezamenlijke oproep van zowel grote als kleine leveranciers en tevens uit de hoek van ontwikkelings-, milieu- en landbouwersorganisaties voor bindende gedragscodes, een onafhankelijke geschillencommissie en een deskundige ombudsman [4]. Ondertussen blijven boeren en andere leveranciers uitgebuit worden door de supermarkten.

2. Verkopen onder de kostprijs, dat wil zeggen het gebruik
van reclamestunts


3. Het afstemmen van prijzen op de plaatselijke
concurrentie (‘prijs flexibilisering’)

.
Het rapport vermeldt dat de consument in het Zuidoosten, East Anglia en de West Midlands meer betaalt voor hun levensmiddelen. Tesco’s prijzen variëren per streek tot wel 9%.

De commissie nam echter de ongebruikelijke stap met het adviseren niets te ondernemen dat de prijzen op kan drijven, wat vooral degenen zou treffen die al benadeeld zijn. Ondanks het feit dat supermarkten kleine winkels uit de markt prijzen, en de keuzemogelijkheden beperken van kwetsbare klanten, zoals gehandicapten, mensen met een laag inkomen en ouderen zonder auto.

.
4. In sommige streken is er weinig keus aan supermarkten

Het rapport toont aan dat in sommige plaatsen het marktaandeel van de supermarktreuzen zeer groot is: Tesco’s heeft een marktaandeel van meer dan 50% in Uxbridge, Milton Keynes, Cambridge, Twickenham en Salisbury. Hetzelfde geldt voor Sainsbury in zuidwest Londen en Safeway in Dumfries.

De commissie vond dat nieuwe regelgeving rond planning vereisd is om concurrentie te stimuleren en de klant meer keuze te bieden. Zo werd voorgesteld dat supermarkten, in gebieden waar ze al een sterke positie hebben, worden verplicht bij de Office of Fair Trading vergunningen aan te vragen wanneer ze nieuwe winkels met een oppervlakte van ruim 1000 vierkante meter willen bouwen.

De commissie maakte zich zorgen ook over het feit dat bepaalde ketens de concurrentie boycotten door land te kopen waar rivalen zouden kunnen bouwen. Van de 408 percelen in de “landbanken” zijn er 190 eigendom van Tesco [5].


Worden wij afgezet?

In een recent artikel in de Observer wordt de vaststelling van de prijzen in de supermarkt vergeleken met “zwarte magie” [6]. De supermarkten weten de argeloze klant op allerlei manieren het vel over de oren te halen door de winkelinrichting. Dat varieert van het leiden van de klant langs dure en “verse” producten aan het begin, tot het bemoeilijken van prijsvergelijkingen. Ga de volgende keer als klant eens na wat op ooghoogte is geplaatst, het goedkoopste of het wat duurdere product?

In oktober 2001 kwam aan het licht dat Tesco in de weken voor de start van een nieuwe prijzenstunt, de prijzen juist verhoogde. Zo stelden zij hun winsten veilig [7].

In hun website publiceerden ze slechts de helft van de prijsdalingen en het bleek dat meer dan 10% van de producten slechts een penny goedkoper was geworden en 5% twee pennies. Safeway diende, met succes, een klacht in bij de Advertising Standards Authority (ASA), waarbij ze de bewering van Tesco 14% goedkoper te zijn, aanvocht. De ASA ging ervan uit dat Tesco zijn prijsdalingen van een miljard pond in vijf jaar heeft gecompenseerd met prijsverhogingen op van andere  producten.

De ASA was ook van mening, dat de advertentiecampagne “steek het blijvende verschil in prijs bij Asda in uw zak” misleidend was. Asda werd een paar maanden tevoren nog beboet voor het misleiden van klanten, in verband met de prijsverlaging in een supermarkt in Hellesdon, Norwich. Dit was op zijn beurt weer aangekaart door Tesco. Wie zouden beter deze prijsveranderingen in de gaten kunnen houden dan de supermarkten [8]?

In januari 2002 beschuldigde de Observer Tesco opnieuw van het sjoemelen met kortingen. Volgens de krant stonden sinds de kerst van 2001 op de website van Tesco prijsverhogingen op 1750 gangbare producten vermeld. Tesco antwoordde dat deze producten maar voor heel korte tijd speciaal afgeprijsd waren geweest [9].

Coöperatie en kartels

Ondanks hun houding tegenover elkaar, hebben de supermarkten vaak samengewerkt om nieuwkomers op de markt te weren. Zo namen Sainsbury, Tesco en Safeway in 1993 samen een PR- en een adviesbureau in de arm om de grote Amerikaanse supermarkt Cosco buiten GB te houden [10]. En in 1996 sloten de belangrijkste supermarkten en twaalf grote fabrikanten in de voedingsindustrie een verdrag, om samen te werken op het gebied van promoties, nieuwe ontwikkelingen en distributie [11].

In maart 2000 kondigden Tesco, Marks&Spencer en andere internationale verkopers van voedingsmiddelen de oprichting aan van de “Worldwide Retail Exchange”, in wezen een wereldwijde club van inkopers die de inkoop van producten voor nóg minder geld mogelijk maakt. Dit was een paar weken nadat Sainsbury de oprichting van de “GlobalNetXchange” aankondigde, een jointventure met het Amerikaanse bedrijf Sears en de Franse voedselgigant Carrefour [12].

In januari 2002 beschuldigde een voormalige Sainsbury-topman Tesco en Sainsbury ervan een “overeenkomst” te hebben om bij de meest gangbare producten niet onder elkaars prijs te zitten. De anonieme klokkenluider vertelde de Sunday Times: ”Als u de prijzen van deze producten bekijkt, ziet u dat ze identiek zijn, wat niet op toeval berust. Senior stafleden reizen voortdurend van de ene supermarkt naar de andere, zodat de overeenkomst goed nagekomen worden [13].”

Al deze beschuldigingen roepen ernstige twijfels op over de ‘gezondheidsverklaring’ van de Competition Commission ten aanzien van kartelvorming door supermarkten.

Noten:
[1] “Agriculture in Crisis: Why Britain’s farmers are making a loss on nearly everything they grow,” door M. McCarthy in The Independent van 28 augustus 1999.
[2]
Captive State: The Corporate Takeover of Britain,” door G. Monbiot (p.184; 2000).
[3] A Summary of Supermarkets: A Report on the Supply of Groceries from Multiple Stores in the United Kingdom,” door de Competition Commission (DTI).
[4] Meer daarover in de ‘Policy Recommendation’-sectie en bij de Breaking the Armlock Coalition. [Deze coalitie en weblink bestaan niet meer].
[5] Supermarkets abuse power,” door Paul Farrelly en Oliver Morgan in The Observer van 1 oktober 2000.
[6] Black arts flourishing among the black-eyed beans,” door Neasa MacErlean in The Observer van 3 maart 2002.
[7] Tesco price drive under new attack,” door Sarah Ryle in The Observer 7 oktober 2001.
[8] “Asda fined £9,000 after judge rules that it mislead customers over low prices,” Just Food van 21 september 2001.
[9] “Tesco under fire for price cut initiative, is it a ‘scam’,” Just Food van 18 februari 2002.
[10] Zie noot 2 (pp. 177-178).
[11] Off our Trolley?: Food retailing and the hypermarket economy,” door H. Raven en T. Lang voor het Institute for Public Policy Research (p. 27; 1995).
[12] Food Suppliers create Global Marketplace,” door BBC News Online van 31 maart 2000.
[13] Whistleblower alleges price fixing at Tesco and Sainsbury,” door Just Food 18 februari 2002.

 

3. Stimuleren van geïndustrialiseerde landbouw en wereldwijd vernietigen van kleine boerenbedrijven

(Vertaling en bewerking 4 februari 2007: Anneke Fongers)

Sinds december zijn onze prijzen tot 10 pence per pond gezakt, in een tijd waarin ze normaal gesproken stijgen. Het kan zelfs zover komen dat de industrie duizenden tonnen appels moet dumpen, terwijl het de beste appeloogst in GB sinds jaren was. De hoofdreden voor dit probleem is dat er voor ons te weinig ruimte op de schappen is gereserveerd. Goedkope import van overzee heeft de situatie er niet beter op gemaakt.
Als de grote supermarkten doorgaan de prijzen kunstmatig omlaag te drukken, zal er over tien jaar in GB geen goede fruitindustrie meer bestaan en kunnen onze boomgaarden worden omgespit,” Aldus Martin Harrell, appelteler uit Gloucestershire.“Amper bijgekomen van de mond- en klauwzeer, merk ik dat de prijs van verse melk drastisch gekelderd is tot onder mijn kostprijs. Mijn klanten worden naar de supermarkt gelokt, waar verse melk voor onaanvaardbaar lage prijzen wordt verkocht. En ik word geacht een verliesgevend bedrijf te runnen. Ik heb er alles aan gedaan efficiënter te werken en voldoe aan de hoge eisen die de welvaartsstaat en het boerenbedrijf stellen. Maar, tenzij de supermarkten me een eerlijke prijs geven, moet ik mijn bedrijf sluiten. Er moet hoognodig invulling worden gegeven aan het begrip fairtrading.” Aldus Gareth Watkins, melkveehouder.Uit: “Supermarket power threatens farmers” (Friends of the Earth, 26/1/02)

Om de klanten de grote verscheidenheid aan goedkoop voedsel te bieden die hen was beloofd, maken de supermarkten meedogenloos gebruik van hun monopoliepositie als grootste inkoper van voedsel. Zij kunnen vaststellen hoe, waar, wanneer en voor hoeveel hun voedsel wordt geproduceerd, verpakt, opgeslagen en geleverd. Dit wordt gecontroleerd in een verfijnd systeem van gedetailleerde beschrijvingen onder streng bestuurstoezicht. Daarbij heeft men liever rechtstreekse contracten met geselecteerde boeren (dan het inkopen op de traditionele concurrentiemarkten) en het gebruik van favoriete abbatoirs, verwerkings- en verpakkingsbedrijven.

Producenten zijn slechts lopende bandwerkers die door technici bedachte standaardproducten maken. Supermarkten laten onderzoekers precies uitrekenen wat wereldwijd de gemiddelde productiekosten zijn van een bepaald gewas, voeren misleidende acties bij veilingen via Internet, ze kopen alleen als de prijs tot het laagste niveau is gezakt. Boeren weten niet op welke prijs andere producenten inschrijven en dat dwingt hen hun product voor een lage prijs aan te bieden om zeker te weten dat er verkocht is. Vooral kwetsbaar zijn de producenten van bederfelijke waar. Alleen transnationale ondernemingen die voedsel verhandelen of verwerken en bedrijven met een succesvol eigen merk hebben enige invloed op de grote leveranciers.

Het “Competition Commission Report on Supermarkets” (2000) maakte melding van 30 gevallen van vermeende uitbuiting van leveranciers door supermarkten. Het betreft ondermeer het niet op tijd betalen, het op het laatste moment veranderen van specificaties (betreffende kwaliteit, kwantiteit en verpakking), en het verantwoordelijk stellen van leveranciers voor fouten van de supermarkten. De reden hiervoor is de weigering van supermarkten bindende contracten aan te gaan met de leveranciers, waardoor deze weerloos zijn tegen de uitbuiting door supermarkten.

Alle supermarkten gaven aan de Commissie toe, dat zij leveranciers hebben laten betalen voor een meer geschikte plaats van hun producten in de schappen en ook voor het voortzetten van de handelsrelatie. Deze kosten zijn soms met terugwerkende kracht in rekening gebracht. Zij gaven toe betalingen te hebben afgedwongen en zonder berichtgeving veranderingen in overeenkomsten te hebben aangebracht. Ook bekenden ze het onredelijkerwijs doorsluizen van risico’s naar de leveranciers [1].

Boeren worden gedwongen een groot bedrag te investeren om aan de behoeften van de supermarkten tegemoet te komen. Maar de supermarkten kunnen hen evengoed ineens laten vallen, daarmee hun hele bedrijf en de bedrijven van plattelandsgemeenten die ervan afhankelijk zijn, van de kaart vegend. Het is overal ter wereld hetzelfde verhaal, omdat boeren gedwongen worden met elkaar te concurreren om een kwalitatief beter product te leveren, efficiënter te produceren en voor een prijs die de supermarkt vraagt.

De hele oogst van een boer die bloemkolen verbouwde werd afgekeurd dankzij buitengewone kwaliteitsnormen. Vooraf vroeg hij de betreffende supermarkt of hij een pesticide tegen rupsen mocht gebruiken, wat hem werd geweigerd. Hij heeft toen met succes biologische ongediertebestrijding toegepast door de Encarsia wesp. Dit bracht geen schade toe aan de bloemkolen; er bleef echter af en toe een dode wesp achter, die door de klant gemakkelijk weg gewassen kon worden. Toch weigerde de betreffende supermarkt de bloemkolen [2].

Het verslag van de Commissie staat vol verklaringen van boeren en andere leveranciers over de behandeling door supermarkten. Je zult je afvragen waarom je niet eerder hebt gehoord van deze schokkende uitbuiting: de meesten zijn bang hun mond open te doen, want ze lopen het risico door de supermarkt- inkopers op de zwarte lijst geplaatst te worden. Deze inkopers worden regelmatig op een andere groep producten gezet, om te voorkomen dat er een persoonlijke band ontstaat tussen hen en de boeren.

Een van de meest schokkende vormen van uitbuiting is dat boeren vaak onder de kostprijs voor hun producten betaald worden. De zuivelindustrie in GB heeft bijvoorbeeld flinke klappen gehad van supermarkten, die de overproductie van melk in hun eigen voordeel aanwendden. De productie van 1 liter melk kost een kleine melkveehouder 18 tot 22 pence. Tot het verdwijnen van de “Milk Marketing Board” in 1994, kregen ze 24 pence per liter. Tegenwoordig krijgen ze er 19 pence voor, terwijl in de supermarkt een liter voor 72 pence wordt verkocht [3]. In sommige sectoren (landbouwgrond, schapen en koeien) wordt het verschil via subsidies door de belastingbetaler aangevuld.

In sommige sectoren (akkerbouw, schapenteelt en veeteelt) wordt het verschil bijgepast door de belastingbetaler via subsidies. Terwijl boeren in de media vaak verweten wordt subsidie-junks te zijn, is de werkelijkheid dat de prijzen op de boerderij soms zo laag zijn, dat de boeren zelfs met subsidie hun onkosten niet kunnen dekken. De supermarkten en grote verwerkingsbedrijven vergroten hun aandeel van de winstmarge door de hele productieketen te chanteren. De boeren aan het eind van de keten verkeren in de zwakste positie. Landbouwsubsidies verdwijnen in wezen rechtstreeks in de zakken van de supermarkten.

Dit zijn duidelijke voorbeelden van hoe supermarkten misbruik maken van hun monopoliepositie. Boeren en zelfs de grotere voedselfabrikanten en verwerkingsbedrijven zijn afhankelijk van een paar detailhandelaren, en dus gevoelig voor uitbuiting. De “Competition Commission” verklaarde dat dientengevolge leveranciers niet in staat waren tot innovatie en het ontwikkelen van nieuwe markten. Bovendien leefden ze voortdurend in angst aan de kant gezet te worden. Zie ook hoofdstuk “Een heel land afzetten”.

Geconfronteerd met deze schaamteloze uitbuiting schuiven zij de schuld af.
Of: “Het is door de vrije markt en we kunnen goedkoper melk importeren uit Oost-Europa of Nieuw-Zeeland” [4];
Of: “We zouden u graag goed willen betalen, maar de Wereldhandelsorganisatie WTO verbiedt het maken van prijsafspraken (dat wil zeggen een eerlijke prijs betalen)” [4];
Of: “Niet wij, maar de tussenpersonen romen de winsten af”;
Of: “De kwaliteit van de Britse melk is onvoldoende” [5].

De werkelijkheid is dat ons wereldwijd economisch systeem wel fout mag zijn, maar het zijn de supermarkten die door het lobbyen in regeringen en de WTO het systeem naar hun hand hebben gezet, met totale geringschatting voor de kleine man en vrouw.

Wat betreft het afschuiven van de schuld op tussenpersonen: er zijn zeven grote verwerkingsbedrijven in de zuivelindustrie die – zelf weliswaar niet onschuldig – ook gedupeerd zijn door de prijsdaling van melk in de supermarkten.

Boeren bevinden zich in een extreem zwakke onderhandelingspositie. Van oudsher stonden zij sterk in seizoenshandel, maar door de import en de glastuinbouw is dat voordeel verdwenen. Nu worden boeren uitgemolken door een klein aantal inkopers en grote toeleveranciers, en worden ze benadeeld door de wereldwijde overproductie.

Om in hun onderhoud te kunnen voorzien gebruiken boeren intensievere methodes om meer te produceren voor de verkoop en hebben ze hun spaargeld belegd. Dat is een begrijpelijke oplossing voor individuen, maar voor de groep als geheel leidt het uiteindelijk tot overproductie en verdere prijsdaling.

Boeren op het Europese vasteland hebben coöperaties opgericht, zo hebben ze meer te bieden en kunnen ze een betere prijs bedingen. Het is ironisch dat de “Competition Commission” de grote coöperatie van Britse melkveehouders, de Milk Marque, in 1999 heeft opgeheven, en daarmee de supermarkten toe stond hun monopoliepositie te versterken.

Op de boerderijSinds 1939 zijn het aantal boerderijen en het aantal in de landbouw werkzame personen drastisch gedaald en de verwachting is dat die lijn zich zal doorzetten [6][7]. Het inkomen van met name de kleine boeren blijven beneden het minimuminkomen [8].
Hoewel
de de voedselsector door gaat met zijn wereldwijde groei – de huidge jaaromzet is anderhalf biljoen dollar – krijgen boeren daarvan slechts een zeer klein deel. Vijftig jaar geleden kregen boeren in Europa en Noordamerika 45 tot 60% van het geld dat consumenten uitgaven aan voedsel. Nu is dat afgenomen tot 7% in GB, 3,5% in de VS en 18% in Frankrijk [9].
Het huidige patroon van consolidatie van supermarkten maakt het er niet beter op.

Om winst te maken gaan supermarkten en verwerkingsbedrijven bij voorkeur uit van zeer grote hoeveelheden gestandaardiseerde producten. Voor het verkrijgen van een perfect gave wortel van zo’n 20 cm lengte zijn bestrijdingsmiddelen, kunstmest en bio-industrie onmisbaar. Tot 40% van een perfect product kan afgekeurd worden, omdat de Britse klanten schijnbaar cosmetische perfectie eisen. Ongetwijfeld gaat een en ander ten koste van de smaak. Het is geen wonder de meeste voedselproducenten de logische keus maken voor gelijkvormig voedsel: genetische manipulatie.

De intensieve landbouw in GB heeft nog niet de omvang van die in de USA, waar controle door grote ondernemingen in de landbouw het hevigst wordt gevoeld in de voedselverwerkende en fabricage sectoren [10]. Daar is 28 miljoen hectare (70 miljoen acres) bebouwd met genetisch gemodificeerde soja, maïs, raapzaad en katoen. Met de immense druk van de supermarkten op de voedselketen ligt het voor de hand dat we hier hetzelfde beeld van ontwikkeling, verwerking en landbouw zullen zien.

Het meeste vlees wordt geproduceerd in enorme vetmesterijen, gevestigd in staten met soepele regelgeving, vaak in arme gemeenten, waar de mensen naar verwachting niet zullen protesteren tegen de stank van uitwerpselen en de vervuiling. De dieren – zo dicht mogelijk opeengepakt – worden volgestouwd met eiwitrijk voedsel (zoals botmeel) en ingespoten met hormonen en antibiotica alvorens te worden vervoerd naar enorme slachterijen waar snelheid en kwantiteit meer tellen dan hygiëne.

Wilt u er wat gemalen ruggengraat
bij, meneer? [11]

  • Zo’n 750 miljoen batterijkippen worden elk jaar in GB geproduceerd voor de consumptie. Intensief gefokte kippen groeien zo snel, dat ze hun eigen gewicht niet kunnen dragen. Volgens het Agriculture and Food Research Council heeft de
    helft van de kippen op de leeftijd van zes weken ernstige
    botafwijkingen.

  • Een hamburger kan vlees bevatten van tientallen of zelfs honderden verschillende dieren. Tot augustus 1997 kreeg 75% van het vee in de USA resten vlees van schapen en ander vee en soms zelfs van katten en honden (gekocht in dierenasiels) te eten. Zelfs met de nieuwe regelgeving is het in de USA toegestaan varkens-, paarden- en pluimveevlees aan het veevoer toe te voegen. Ook in pluimvee zitten soms ook resten dierenvlees…

  • In zijn schokkende best-seller, “Fast Food Nation”, laat Eric Schlosser zien hoe moeilijk het is om zeker te weten dat vlees – dat bestemd is voor fast food (of het nu voor privégebruik of voor restaurants is) – niet vervuild is in het abattoir. De vacht van de dieren wordt machinaal losgetrokken en als die machine niet goed gereinigd is, kan viezigheid en mest op het vlees vallen en zo in uw lunch belanden.

  • Schlosser legt ook uit hoe magen en ingewanden met de hand verwijderd worden. Als dat niet heel nauwkeurig gebeurt, vliegen de stukjes ingewanden in het rond. Bij sommige abattoirs wordt gemorst met de inhoud van ingewanden van een op de vijf karkassen op de productielijn. Productiebedrijven kunnen 400.000 kilo hamburgervlees per dag produceren. Er hoeft maar een van de betrokken dieren besmet te zijn met E.coli 0157:H7 (een belangrijke veroorzaker van voedselvergiftiging) om 16.000 kilo
    gemalen rundvlees te besmetten.

Massaproductie en gebruik van afvalstoffen uit de voedselindustrie, zoals maïszetmeel, suikerbietvezel en melkweipoeder mogen dan wel de kosten van de verwerkingsbedrijven laag houden, maar de kosten stijgen enorm door verpakking, transport en presentatie. Dalepak lams-grillvlees van Northern Foods kost bijvoorbeeld 8,45 Britse pond per kilo, bijna het dubbele van wat echte lamskotelet bij de plaatselijke slager kost [12]. Het schijnt dat klanten zich graag laten wijsmaken, dat zij het beste af zijn met het gemak van kant-en-klaarvoedsel en met winkelen in de supermarkt.

De Mythe van Goedkoop Voedsel

Goedkoop voedsel is een mythe. In werkelijkheid betaalt de consument drie keer: een keer in de winkel, een tweede keer door belastingen via de directe subsidies aan boeren en tenslotte indirect door belastingen over de kosten voor het opruimen van de rotzooi achtergelaten door de industriële landbouw en om de transportinfrastructuur te subsidiëren. Zo heeft de regering meer dan een miljard Britse pond uitgegeven voor installaties om nitraten en pesticiden uit het water te verwijderen [13].

De consument betaalt de prijs met een slechtere gezondheid en toenemende kans op ziekten. De afgelopen tien jaar was de jacht op goedkoop voedsel de oorzaak van elke grote voedselramp. Het voeren van gemalen dierenlijken (als goedkope bron van proteïne) aan vee dat eigenlijk herbivoor is, wordt in het algemeen gezien als oorspronkelijke oorzaak voor het ontstaan van BSE. E.coli is een bijproduct van de intensieve veehouderij. Salmonella is inherent aan kippen en hun eieren, omdat de manier waarop ze wordt verhit goedkopere pluimveeproducten oplevert. De besmettelijke Salmon Anaemia virus (ISA) breidt zich uit als dezelfde verhittingsmethode op vis wordt toegepast [14].

De kosten van BSE en mond- en klauwzeer kunnen oplopen tot gemiddeld 4 miljard Britse pond elk. Dan zijn er nog de kosten voor de National Health Service (NHS) door onze ongezonde eetgewoonten.

Verdergaande marktliberalisering via het Landbouwakkoord van de WTO betekent dat ons voedsel goedkoop kan blijven door ecologische en sociale vernietiging en door uitbuiting van dieren in armere landen, maar ook in GB. Het openen van markten in ontwikkelingslanden zal niet de arme arbeiders op de plantage, maar wel de multinationale bedrijven, ten goede komen. Zij bezitten de infrastructuur voor transport over de hele wereld, zoals internationale de graanhandelaren Cargill en ADM, die 80% van de wereldwijde graanhandel uitmaken.

Noten:

[1] Citaat uit “Summary Of Supermarkets: A report on the supply of groceries from multiple stores in the United Kingdom,” door de Competition Commission (DTI).
[2] Anonieme bron tijdens de Farmers World Network bijeenkomst van 24 november 2001.
[3] Gegevens van 28 februari 2001. Uit eigen onderzoek door auteur bij Tesco en de twee-wekelijkse boerderijprijzengids van de Small and Family Farms Alliance.
[4] “Don’t Blame the Supermarkets,” door Neil Davison in Financial Times.
[5] Policy Commission on Food and Farming industry stakeholder bijeenkomst van 23 oktober 2001.
[6] DEFRA Quick Agricultural Statistics maart 2004. [De statistieken uit 2004 zijn niet meer online beschikbaar. Recentere statistieken van het Britse DEFRA ministerie zijn hier beschikbaar].
[7] “Extent of farm crisis revealed,” door Patrick Wintour in The Guardian van 11 april 2001.
[8] “Incomes slowly recovering,” door Robert Harris in Farmers Weekly van 30 januari 2003.
[9] “Some Benefits and Drawbacks of Local Food Systems,” door Jules Pretty van 2 november 2001.
[10] “Corporate Pigs and Other Tales of Agribusiness” in Multinational Monitor van juli/augustus 2000 Vol 21. Nrs. 7&8.
[11] Waar geen referentie is gegeven, afkomstig uit: “Fast Food: Some facts and figures to make you lose your appetite,” door Clare Dwyer Hogg in The Independent (London) van 5 september 2001.
[12] “That’s the Horror of Haskins,” door George Monbiot in The Spectator van 1 september 2001.
[13] “Pesticides in Water,” Pesticide Action Network UK Briefing van 1 oktober 2000.
[14]”Paying the price for cheaper food,” door Matthew Fort in The Observer van 25 februari 2001.