Tag Archives: dumpen

Ghana: lokale kipvleesproductie in plaats van gedumpte (Nederlandse) plofkip

(29 juni 2015) De Tweede Kamer vergaderde onlangs over het vervangen van de plofkip door een ´duurzamere´ soort in de Nederlandse supermarkten. Het debat ging echter niet over de imassale export van plofkippen naar landen als Ghana en hoe de gesubsidieerde kippen daar de lokale teelt kapot hebben gemaakt. De Ghanese regering wil het dumpen nu tegengaan en de eigen kippensector stimuleren. De maatschappelijke organisatie Sankofa steunt dit met een voorlichtingscampagne over de ´beter smakende én gezondere lokale kip´. Lees verder

3. Stimuleren van geïndustrialiseerde landbouw en wereldwijd vernietigen van kleine boerenbedrijven

(Vertaling en bewerking 4 februari 2007: Anneke Fongers)

Sinds december zijn onze prijzen tot 10 pence per pond gezakt, in een tijd waarin ze normaal gesproken stijgen. Het kan zelfs zover komen dat de industrie duizenden tonnen appels moet dumpen, terwijl het de beste appeloogst in GB sinds jaren was. De hoofdreden voor dit probleem is dat er voor ons te weinig ruimte op de schappen is gereserveerd. Goedkope import van overzee heeft de situatie er niet beter op gemaakt.
Als de grote supermarkten doorgaan de prijzen kunstmatig omlaag te drukken, zal er over tien jaar in GB geen goede fruitindustrie meer bestaan en kunnen onze boomgaarden worden omgespit,” Aldus Martin Harrell, appelteler uit Gloucestershire.“Amper bijgekomen van de mond- en klauwzeer, merk ik dat de prijs van verse melk drastisch gekelderd is tot onder mijn kostprijs. Mijn klanten worden naar de supermarkt gelokt, waar verse melk voor onaanvaardbaar lage prijzen wordt verkocht. En ik word geacht een verliesgevend bedrijf te runnen. Ik heb er alles aan gedaan efficiënter te werken en voldoe aan de hoge eisen die de welvaartsstaat en het boerenbedrijf stellen. Maar, tenzij de supermarkten me een eerlijke prijs geven, moet ik mijn bedrijf sluiten. Er moet hoognodig invulling worden gegeven aan het begrip fairtrading.” Aldus Gareth Watkins, melkveehouder.Uit: “Supermarket power threatens farmers” (Friends of the Earth, 26/1/02)

Om de klanten de grote verscheidenheid aan goedkoop voedsel te bieden die hen was beloofd, maken de supermarkten meedogenloos gebruik van hun monopoliepositie als grootste inkoper van voedsel. Zij kunnen vaststellen hoe, waar, wanneer en voor hoeveel hun voedsel wordt geproduceerd, verpakt, opgeslagen en geleverd. Dit wordt gecontroleerd in een verfijnd systeem van gedetailleerde beschrijvingen onder streng bestuurstoezicht. Daarbij heeft men liever rechtstreekse contracten met geselecteerde boeren (dan het inkopen op de traditionele concurrentiemarkten) en het gebruik van favoriete abbatoirs, verwerkings- en verpakkingsbedrijven.

Producenten zijn slechts lopende bandwerkers die door technici bedachte standaardproducten maken. Supermarkten laten onderzoekers precies uitrekenen wat wereldwijd de gemiddelde productiekosten zijn van een bepaald gewas, voeren misleidende acties bij veilingen via Internet, ze kopen alleen als de prijs tot het laagste niveau is gezakt. Boeren weten niet op welke prijs andere producenten inschrijven en dat dwingt hen hun product voor een lage prijs aan te bieden om zeker te weten dat er verkocht is. Vooral kwetsbaar zijn de producenten van bederfelijke waar. Alleen transnationale ondernemingen die voedsel verhandelen of verwerken en bedrijven met een succesvol eigen merk hebben enige invloed op de grote leveranciers.

Het “Competition Commission Report on Supermarkets” (2000) maakte melding van 30 gevallen van vermeende uitbuiting van leveranciers door supermarkten. Het betreft ondermeer het niet op tijd betalen, het op het laatste moment veranderen van specificaties (betreffende kwaliteit, kwantiteit en verpakking), en het verantwoordelijk stellen van leveranciers voor fouten van de supermarkten. De reden hiervoor is de weigering van supermarkten bindende contracten aan te gaan met de leveranciers, waardoor deze weerloos zijn tegen de uitbuiting door supermarkten.

Alle supermarkten gaven aan de Commissie toe, dat zij leveranciers hebben laten betalen voor een meer geschikte plaats van hun producten in de schappen en ook voor het voortzetten van de handelsrelatie. Deze kosten zijn soms met terugwerkende kracht in rekening gebracht. Zij gaven toe betalingen te hebben afgedwongen en zonder berichtgeving veranderingen in overeenkomsten te hebben aangebracht. Ook bekenden ze het onredelijkerwijs doorsluizen van risico’s naar de leveranciers [1].

Boeren worden gedwongen een groot bedrag te investeren om aan de behoeften van de supermarkten tegemoet te komen. Maar de supermarkten kunnen hen evengoed ineens laten vallen, daarmee hun hele bedrijf en de bedrijven van plattelandsgemeenten die ervan afhankelijk zijn, van de kaart vegend. Het is overal ter wereld hetzelfde verhaal, omdat boeren gedwongen worden met elkaar te concurreren om een kwalitatief beter product te leveren, efficiënter te produceren en voor een prijs die de supermarkt vraagt.

De hele oogst van een boer die bloemkolen verbouwde werd afgekeurd dankzij buitengewone kwaliteitsnormen. Vooraf vroeg hij de betreffende supermarkt of hij een pesticide tegen rupsen mocht gebruiken, wat hem werd geweigerd. Hij heeft toen met succes biologische ongediertebestrijding toegepast door de Encarsia wesp. Dit bracht geen schade toe aan de bloemkolen; er bleef echter af en toe een dode wesp achter, die door de klant gemakkelijk weg gewassen kon worden. Toch weigerde de betreffende supermarkt de bloemkolen [2].

Het verslag van de Commissie staat vol verklaringen van boeren en andere leveranciers over de behandeling door supermarkten. Je zult je afvragen waarom je niet eerder hebt gehoord van deze schokkende uitbuiting: de meesten zijn bang hun mond open te doen, want ze lopen het risico door de supermarkt- inkopers op de zwarte lijst geplaatst te worden. Deze inkopers worden regelmatig op een andere groep producten gezet, om te voorkomen dat er een persoonlijke band ontstaat tussen hen en de boeren.

Een van de meest schokkende vormen van uitbuiting is dat boeren vaak onder de kostprijs voor hun producten betaald worden. De zuivelindustrie in GB heeft bijvoorbeeld flinke klappen gehad van supermarkten, die de overproductie van melk in hun eigen voordeel aanwendden. De productie van 1 liter melk kost een kleine melkveehouder 18 tot 22 pence. Tot het verdwijnen van de “Milk Marketing Board” in 1994, kregen ze 24 pence per liter. Tegenwoordig krijgen ze er 19 pence voor, terwijl in de supermarkt een liter voor 72 pence wordt verkocht [3]. In sommige sectoren (landbouwgrond, schapen en koeien) wordt het verschil via subsidies door de belastingbetaler aangevuld.

In sommige sectoren (akkerbouw, schapenteelt en veeteelt) wordt het verschil bijgepast door de belastingbetaler via subsidies. Terwijl boeren in de media vaak verweten wordt subsidie-junks te zijn, is de werkelijkheid dat de prijzen op de boerderij soms zo laag zijn, dat de boeren zelfs met subsidie hun onkosten niet kunnen dekken. De supermarkten en grote verwerkingsbedrijven vergroten hun aandeel van de winstmarge door de hele productieketen te chanteren. De boeren aan het eind van de keten verkeren in de zwakste positie. Landbouwsubsidies verdwijnen in wezen rechtstreeks in de zakken van de supermarkten.

Dit zijn duidelijke voorbeelden van hoe supermarkten misbruik maken van hun monopoliepositie. Boeren en zelfs de grotere voedselfabrikanten en verwerkingsbedrijven zijn afhankelijk van een paar detailhandelaren, en dus gevoelig voor uitbuiting. De “Competition Commission” verklaarde dat dientengevolge leveranciers niet in staat waren tot innovatie en het ontwikkelen van nieuwe markten. Bovendien leefden ze voortdurend in angst aan de kant gezet te worden. Zie ook hoofdstuk “Een heel land afzetten”.

Geconfronteerd met deze schaamteloze uitbuiting schuiven zij de schuld af.
Of: “Het is door de vrije markt en we kunnen goedkoper melk importeren uit Oost-Europa of Nieuw-Zeeland” [4];
Of: “We zouden u graag goed willen betalen, maar de Wereldhandelsorganisatie WTO verbiedt het maken van prijsafspraken (dat wil zeggen een eerlijke prijs betalen)” [4];
Of: “Niet wij, maar de tussenpersonen romen de winsten af”;
Of: “De kwaliteit van de Britse melk is onvoldoende” [5].

De werkelijkheid is dat ons wereldwijd economisch systeem wel fout mag zijn, maar het zijn de supermarkten die door het lobbyen in regeringen en de WTO het systeem naar hun hand hebben gezet, met totale geringschatting voor de kleine man en vrouw.

Wat betreft het afschuiven van de schuld op tussenpersonen: er zijn zeven grote verwerkingsbedrijven in de zuivelindustrie die – zelf weliswaar niet onschuldig – ook gedupeerd zijn door de prijsdaling van melk in de supermarkten.

Boeren bevinden zich in een extreem zwakke onderhandelingspositie. Van oudsher stonden zij sterk in seizoenshandel, maar door de import en de glastuinbouw is dat voordeel verdwenen. Nu worden boeren uitgemolken door een klein aantal inkopers en grote toeleveranciers, en worden ze benadeeld door de wereldwijde overproductie.

Om in hun onderhoud te kunnen voorzien gebruiken boeren intensievere methodes om meer te produceren voor de verkoop en hebben ze hun spaargeld belegd. Dat is een begrijpelijke oplossing voor individuen, maar voor de groep als geheel leidt het uiteindelijk tot overproductie en verdere prijsdaling.

Boeren op het Europese vasteland hebben coöperaties opgericht, zo hebben ze meer te bieden en kunnen ze een betere prijs bedingen. Het is ironisch dat de “Competition Commission” de grote coöperatie van Britse melkveehouders, de Milk Marque, in 1999 heeft opgeheven, en daarmee de supermarkten toe stond hun monopoliepositie te versterken.

Op de boerderijSinds 1939 zijn het aantal boerderijen en het aantal in de landbouw werkzame personen drastisch gedaald en de verwachting is dat die lijn zich zal doorzetten [6][7]. Het inkomen van met name de kleine boeren blijven beneden het minimuminkomen [8].
Hoewel
de de voedselsector door gaat met zijn wereldwijde groei – de huidge jaaromzet is anderhalf biljoen dollar – krijgen boeren daarvan slechts een zeer klein deel. Vijftig jaar geleden kregen boeren in Europa en Noordamerika 45 tot 60% van het geld dat consumenten uitgaven aan voedsel. Nu is dat afgenomen tot 7% in GB, 3,5% in de VS en 18% in Frankrijk [9].
Het huidige patroon van consolidatie van supermarkten maakt het er niet beter op.

Om winst te maken gaan supermarkten en verwerkingsbedrijven bij voorkeur uit van zeer grote hoeveelheden gestandaardiseerde producten. Voor het verkrijgen van een perfect gave wortel van zo’n 20 cm lengte zijn bestrijdingsmiddelen, kunstmest en bio-industrie onmisbaar. Tot 40% van een perfect product kan afgekeurd worden, omdat de Britse klanten schijnbaar cosmetische perfectie eisen. Ongetwijfeld gaat een en ander ten koste van de smaak. Het is geen wonder de meeste voedselproducenten de logische keus maken voor gelijkvormig voedsel: genetische manipulatie.

De intensieve landbouw in GB heeft nog niet de omvang van die in de USA, waar controle door grote ondernemingen in de landbouw het hevigst wordt gevoeld in de voedselverwerkende en fabricage sectoren [10]. Daar is 28 miljoen hectare (70 miljoen acres) bebouwd met genetisch gemodificeerde soja, maïs, raapzaad en katoen. Met de immense druk van de supermarkten op de voedselketen ligt het voor de hand dat we hier hetzelfde beeld van ontwikkeling, verwerking en landbouw zullen zien.

Het meeste vlees wordt geproduceerd in enorme vetmesterijen, gevestigd in staten met soepele regelgeving, vaak in arme gemeenten, waar de mensen naar verwachting niet zullen protesteren tegen de stank van uitwerpselen en de vervuiling. De dieren – zo dicht mogelijk opeengepakt – worden volgestouwd met eiwitrijk voedsel (zoals botmeel) en ingespoten met hormonen en antibiotica alvorens te worden vervoerd naar enorme slachterijen waar snelheid en kwantiteit meer tellen dan hygiëne.

Wilt u er wat gemalen ruggengraat
bij, meneer? [11]

  • Zo’n 750 miljoen batterijkippen worden elk jaar in GB geproduceerd voor de consumptie. Intensief gefokte kippen groeien zo snel, dat ze hun eigen gewicht niet kunnen dragen. Volgens het Agriculture and Food Research Council heeft de
    helft van de kippen op de leeftijd van zes weken ernstige
    botafwijkingen.

  • Een hamburger kan vlees bevatten van tientallen of zelfs honderden verschillende dieren. Tot augustus 1997 kreeg 75% van het vee in de USA resten vlees van schapen en ander vee en soms zelfs van katten en honden (gekocht in dierenasiels) te eten. Zelfs met de nieuwe regelgeving is het in de USA toegestaan varkens-, paarden- en pluimveevlees aan het veevoer toe te voegen. Ook in pluimvee zitten soms ook resten dierenvlees…

  • In zijn schokkende best-seller, “Fast Food Nation”, laat Eric Schlosser zien hoe moeilijk het is om zeker te weten dat vlees – dat bestemd is voor fast food (of het nu voor privégebruik of voor restaurants is) – niet vervuild is in het abattoir. De vacht van de dieren wordt machinaal losgetrokken en als die machine niet goed gereinigd is, kan viezigheid en mest op het vlees vallen en zo in uw lunch belanden.

  • Schlosser legt ook uit hoe magen en ingewanden met de hand verwijderd worden. Als dat niet heel nauwkeurig gebeurt, vliegen de stukjes ingewanden in het rond. Bij sommige abattoirs wordt gemorst met de inhoud van ingewanden van een op de vijf karkassen op de productielijn. Productiebedrijven kunnen 400.000 kilo hamburgervlees per dag produceren. Er hoeft maar een van de betrokken dieren besmet te zijn met E.coli 0157:H7 (een belangrijke veroorzaker van voedselvergiftiging) om 16.000 kilo
    gemalen rundvlees te besmetten.

Massaproductie en gebruik van afvalstoffen uit de voedselindustrie, zoals maïszetmeel, suikerbietvezel en melkweipoeder mogen dan wel de kosten van de verwerkingsbedrijven laag houden, maar de kosten stijgen enorm door verpakking, transport en presentatie. Dalepak lams-grillvlees van Northern Foods kost bijvoorbeeld 8,45 Britse pond per kilo, bijna het dubbele van wat echte lamskotelet bij de plaatselijke slager kost [12]. Het schijnt dat klanten zich graag laten wijsmaken, dat zij het beste af zijn met het gemak van kant-en-klaarvoedsel en met winkelen in de supermarkt.

De Mythe van Goedkoop Voedsel

Goedkoop voedsel is een mythe. In werkelijkheid betaalt de consument drie keer: een keer in de winkel, een tweede keer door belastingen via de directe subsidies aan boeren en tenslotte indirect door belastingen over de kosten voor het opruimen van de rotzooi achtergelaten door de industriële landbouw en om de transportinfrastructuur te subsidiëren. Zo heeft de regering meer dan een miljard Britse pond uitgegeven voor installaties om nitraten en pesticiden uit het water te verwijderen [13].

De consument betaalt de prijs met een slechtere gezondheid en toenemende kans op ziekten. De afgelopen tien jaar was de jacht op goedkoop voedsel de oorzaak van elke grote voedselramp. Het voeren van gemalen dierenlijken (als goedkope bron van proteïne) aan vee dat eigenlijk herbivoor is, wordt in het algemeen gezien als oorspronkelijke oorzaak voor het ontstaan van BSE. E.coli is een bijproduct van de intensieve veehouderij. Salmonella is inherent aan kippen en hun eieren, omdat de manier waarop ze wordt verhit goedkopere pluimveeproducten oplevert. De besmettelijke Salmon Anaemia virus (ISA) breidt zich uit als dezelfde verhittingsmethode op vis wordt toegepast [14].

De kosten van BSE en mond- en klauwzeer kunnen oplopen tot gemiddeld 4 miljard Britse pond elk. Dan zijn er nog de kosten voor de National Health Service (NHS) door onze ongezonde eetgewoonten.

Verdergaande marktliberalisering via het Landbouwakkoord van de WTO betekent dat ons voedsel goedkoop kan blijven door ecologische en sociale vernietiging en door uitbuiting van dieren in armere landen, maar ook in GB. Het openen van markten in ontwikkelingslanden zal niet de arme arbeiders op de plantage, maar wel de multinationale bedrijven, ten goede komen. Zij bezitten de infrastructuur voor transport over de hele wereld, zoals internationale de graanhandelaren Cargill en ADM, die 80% van de wereldwijde graanhandel uitmaken.

Noten:

[1] Citaat uit “Summary Of Supermarkets: A report on the supply of groceries from multiple stores in the United Kingdom,” door de Competition Commission (DTI).
[2] Anonieme bron tijdens de Farmers World Network bijeenkomst van 24 november 2001.
[3] Gegevens van 28 februari 2001. Uit eigen onderzoek door auteur bij Tesco en de twee-wekelijkse boerderijprijzengids van de Small and Family Farms Alliance.
[4] “Don’t Blame the Supermarkets,” door Neil Davison in Financial Times.
[5] Policy Commission on Food and Farming industry stakeholder bijeenkomst van 23 oktober 2001.
[6] DEFRA Quick Agricultural Statistics maart 2004. [De statistieken uit 2004 zijn niet meer online beschikbaar. Recentere statistieken van het Britse DEFRA ministerie zijn hier beschikbaar].
[7] “Extent of farm crisis revealed,” door Patrick Wintour in The Guardian van 11 april 2001.
[8] “Incomes slowly recovering,” door Robert Harris in Farmers Weekly van 30 januari 2003.
[9] “Some Benefits and Drawbacks of Local Food Systems,” door Jules Pretty van 2 november 2001.
[10] “Corporate Pigs and Other Tales of Agribusiness” in Multinational Monitor van juli/augustus 2000 Vol 21. Nrs. 7&8.
[11] Waar geen referentie is gegeven, afkomstig uit: “Fast Food: Some facts and figures to make you lose your appetite,” door Clare Dwyer Hogg in The Independent (London) van 5 september 2001.
[12] “That’s the Horror of Haskins,” door George Monbiot in The Spectator van 1 september 2001.
[13] “Pesticides in Water,” Pesticide Action Network UK Briefing van 1 oktober 2000.
[14]”Paying the price for cheaper food,” door Matthew Fort in The Observer van 25 februari 2001.

Wat kost ons eten werkelijk?

(2 november 2006)(update 180809) Vanaf 9 november 2006 wordt in een aantal Nederlandse filmhuizen de Oostenrijkse documentaire ‘We feed the World’ vertoond. Volgens Cinemadelicatessen ontrafelt de docu met “even wonderschone als onvergetelijke beelden het bizarre verhaal van ons voedsel, alvorens het in de schappen van de supermarkt belandt¨. Lees verder