Category Archives: Wat is er mis?

13. En als toetje – wat kun je eraan doen?

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 17 maart 2007)

Er zijn alternatieven voor supermarkten. Zij zijn klantgericht, milieuvriendelijk en worden steeds belangrijker. Ze hebben uw steun nodig.

Individuele/plaatselijke akties:

  • Let op waar uw voedsel vandaan komt.
  • Boycot (zo veel mogelijk de) supermarkten en de grote voedselfabrikanten.
    Koop hooguit de meest noodzakelijke artikelen in de supermarkt.
  • Steun de kleine zelfstandige leveranciers, producenten en winkeliers.
  • Koop alleen importartikelen als die niet in eigen streek voorkomen.
  • Ondersteun de lokale boeren
    Door in hun boerderijwinkel te kopen, stimuleer hun biologische werkwijze en bezoek boerenmarkten.
  • Moedig kleine winkeliers aan tot inkoop van plaatselijk geproduceerde voedsel.
  • Verbouw uw eigen groenten.
  • Overweeg vegetariër of veganist te worden,
    Om zo de geïndustrialiseerde landbouw minder te steunen.
  • Help mee plaatselijke distributiesystemen op te zetten, bijvoorbeeld door het steunen van coöperaties voor de plaatselijke verkoop van lokaal geproduceerd voedsel. Zet u in voor klantencoöperaties die massaal gezonde waren inkopen voor uw naaste omgeving, en bedenk leveringsmethoden.
  • Richt een coöperatieve winkel in (‘community shop’).
    Zoek alles uit over detailhandel in gemeenschapshanden. (Meer hierover in: “National Strategy for Neighbourhood Renewal: a framework for consultation,” door de Social Exclusion Unit van april 2000 of mail naar Toby Peters (toby AT easynet.co.uk)).
  • Steun acties van boeren tegen de uitbuiting door supermarkten.
    Zie ook de “Farmer’s For Action Campaign”.
  • Ga de maatschappelijke discussie aan:
    waarom hebben we supermarkten en hebben we ze eigenlijk nodig?


Actuele ideeën met betrekking tot de wetgeving:

  • Ondersteun wetsvoorstellen voor de opheffing van ‘voedselarmoede’.
    Voedselarmoede is het gebrek aan redelijke toegang tot voldoende (goede) voedselvoorziening door onvoldoende inkomen, onvoldoende informatie en/of door vervoersproblemen. In GB steunden organisaties als Sustain, Child Poverty Action Group, Help the Aged en Friends of the Earth de ‘Food Poverty Strategy Bill‘ een wetsvoorstel van het parlementslid Alan Simpson. Zie ondermeer“Sustainable development – Food, health and the environment,” van Unison en ”Concerned About Food Safety?” van Community to Community Development [beide artikelen zijn niet meer op het internet aanwezig].
  • Lobby voor meer hulp aan boeren om over te schakelen op biologische productie.
    In GB zetten Friendsof the Earth en Sustain zich in voor het wetsvoorstel ‘Organic Food and Farming Targets Bill‘ dat is gericht op biologische productie in 2010 op 30% van de landbouwgrond. Zie ondermeer “Outline Organic Targets Bill Campaign,” van Sustain van augustus 2001 en “The Organic Food and Farming Targets Bill Campaign“ van Pesticide Action Network UK.
  • Steun toename van investeringen in lokale voedseleconomie.
    Meer hierover op de website van Sustain. Zie ook: “Local food, future directions” van FOE van november 2002.
  • Steun initiatieven voor een verplichte gedragscode voor supermarkten en voor onafhankelijk toezicht.
    In GB maakt de ‘Breaking the Armlock’-Alliantie zich daar sterk voor. [ hier is meer informatie te vinden over de coalitie; de coalitie zelf is niet meer actief].


Aanbevelingen
voor beleid

Het is zonneklaar dat de vrijwillige gedragscodes van de supermarkten niet voldoen. Goedbedoelde projecten als ‘Race to the Top’ of het ‘Ethical Trading Initiative’ hebben tot oppervlakkige veranderingen geleid, en zijn bovendien vaak door de supermarkten zelf ondermijnd.

Het is nodig dat de overheid met strenge wetsvoorstellen komt om de macht van supermarkten in te perken. Ze moeten een einde maken aan de uitbuiting van leveranciers, de teruggang van het aantal kleine winkels stoppen en bijkomende sociale en ecologische kosten voorkomen.

In GB zijn hiertoe een aantal voorstellen gelanceerd. Voorbeelden zijn door leveranciers zelf op te stellen strengere en uitvoerbare gedragslijnen, een ‘Local Food Target’-wet die zorgt dat streekproducten van het seizoen in de supermarkt terechtkomen, een onafhankelijke toezichthouder, en regelgeving tegen de uitbuting van landarbeiders en illegale gastarbeiders door koppelbazen.

De Mededingingswet met betrekking tot supermarkten moet nodig herzien worden, zowel in GB als in de EU. De vraag die we ons moeten stellen is wat de gevolgen zijn van het feit dat de hele levensmiddelenbranche in handen van een paar bedrijven is. We moeten diepgaander onderzoeken welke invloed mono- en oligopolies op leveranciers en klanten hebben. En we moeten ook naar de lokale monopolies kijken. We zouden het voorbeeld kunnen volgen van sommige Europese landen, die verkoop beneden de kostprijs hard aanpakken.

Het is zinvol voedselverwerking en -verkoop te relokaliseren. Bijvoorbeeld door het opzetten van overdekte markten bekostigd door regionale ontwikkelingsinstellingen en uit belastingvoordelen voor plaatselijke handelaren. We zouden de supermarktontwikkeling ook kunnen beperken door uitbreidingsvergunningen te koppelen aan verplichte onderzoeken naar de economische gevolgen. Hier zou een limiet gesteld kunnen worden aan de vloeroppervlakte van de winkels.

Supermarkten zouden de rekening gepresenteerd moeten krijgen voor de door hen veroorzaakte vervuiling, plus een belastingheffing op niet-recyclebaar verpakkingsmateriaal, overmatig transport en gebruik van ruimte voor parkeerplaatsen.

We zouden de boeren (in GB), die aan hoge eisen wat betreft milieu en dierenwelzijn voldoen, moeten helpen tegen de oneerlijke handelsregels. Ook zouden we kunnen oproepen tot het verwijderen van het landbouwdossier uit de Wereldhandelsorganisatie WTO, en het beëindigen van het dumpen van exportproducten. Zie hierover ondermeer: La Via Campesina, het Institute for Agriculture and Trade Policy en WTO.ZIP nieuwsbrief.

En we kunnen campagne voeren tegen de dienstenovereenkomst van de WTO (GATS), die het supermarkten gemakkelijker maakt meer markten in de wereld te openen, tegen de wensen en het belang van de lokale bevolking in.

Wees alert op andere goede ideëen, ondertussen werken wij de genoemde voorstellen uit. Bijvoorbeeld het voorstel van Wye Cycles, die stelt dat geen enkel particulier bedrijf verantwoordelijk mag zijn voor meer dan 1% van de voedselindustrie in GB.

12. Keuze? Gemak? Waarde?

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 17 maart 2007)

Laten we de verborgen kosten van de supermarkt eens nader bekijken.

 

De voordelen van ruime keus, gemak en prijs, die ze zeggen te bieden lijken discutabel. Door kleine zelfstandige kruideniers uit de markt te werken, zorgen ze niet bepaald voor grotere keuze. Door de klant te dwingen de boodschappen wekelijks met de auto te halen, leveren ze niet bepaald meer gemak en wanneer we de kosten meerekenen voor de belastingbetalers, de kleine boeren, onze gezondheid en het milieu, lijkt “goedkoop voedsel” bepaald niet zo goedkoop te zijn.

Dit is niet zomaar een mening van een milieufreak uit de middenklasse, maar een onlangs door de National Consumer Council bij de “Food Policy Commission of Food and Farming by Low Income Consumer” gepubliceerd standpunt [1].

Supermarkten voeren geen eerlijke concurrentie en in feite worden u en ik de dupe. Ook zorgen de supermarkten er wel voor dat er geen bloeiende, levendige plaatselijke voedseleconomie kan ontstaan.

Stel je toch eens voor, dat het weer echte handelscentra zouden zijn, in eigendom van bewoners en producenten uit de buurt. Waar boeren uit de streek hun zelf geteelde voedsel kunnen verkopen en lokale fabrikanten hun eigen producten. De producten van verre zouden door kleine bedrijven eerlijk worden verhandeld. Waar het om voedsel gaat hoeft er geen sprake te zijn van uitbuiting.

Noot:
[1] Zie Feeding into food policy – a submission to the Policy Commission on the Future of Farming and Food on the views of low-income consumers,” door de National Consumer Council van november 2001.

14. Gereedschap (GB)


Voor meer informatie over supermarkten en industriële voedselpoductie:

* “Real Food”-campaign van Friends of the Earth UK (nu onderdeel van de Natural Resources campaign)
* Grassroots Action on Food and Farming belicht de invloed van ondernemingen op de landbouw, en bouwt allianties tussen milieuactivisten, campagnevoerders, boeren, boerengroepen en burgers.
* Via Campesina – wereldwijd netwerk van kleine boer(inn)en.
* Viva! Campagnes en onderzoek tegen de bioindustrie.
* Michael Hart van de Small and Family Farms Alliance: michael AT mhart.fsbusiness.co.uk
* Local Foods Org UK – van National Farmers’ Retail and Markets’ Association (FARMA) en Lloyds Europa
* Big Barn Blog – De Virtuele Boeren Markt


Verder lezen:

* “Captive State: The Corporate Takeover of Britain,” door G. Monbiot (MacMillan, 2003).
* “The Killing of the Countryside,” door G. Harvey (Vintage, 1997).
* “Food in Society. Economy, Culture, Geography,” door P. Atkins en I, Bowler, I (2001; London: Arnold/New York: Oxford University Press).
* “Shopped! The Shocking Truth about British Supermarkets,” door J. Blythman (Fourth Estate, 2004).
* “Battle in Store? A discussion of the social impacts of the major supermarkets,” door C. Hawkes (Sustain, 2000).
* “Stopping The Great Food Swap – Relocalising Europe’s Food Supply,” door C. Lucas (MEP) en C. Hines (The Green Party, 2001).
* “Off our Trolleys? Food Retailing and the Hypermarket Economy,” door H. Raven, T. Lang en C. Dumonteil (IPPR London, 1995).
* “Fast Food Nation: The Dark Side of the American Meal,” door E. Schlosser (Penguin, 2001).
* “Ghost Town Britain: the threat from economic globalisation to livelihoods, liberty and local economic freedom” en “Ghost Town Britain II” door A. Simms et al (New Economics Foundation, 2002/2003).


Rapporten en artikelen:

* “How Bogus Hygiene Regulations are Killing Real Food,” door de The Ecologist van juni 2001.
* “Food Crimes: A Consumer Perspective on the Ethics of Modern Food Production,” door de Co-op, mei 2000.
* “What’s Wrong with: Tesco?” in Corporate Watch nr3 van lente 1997 en “Every Little Hurts,” door Edward Davey MP.
* “Checkout Chuckout: A directory of local groups campaigning against supermarket developments,” door Corporate Watch van juli 2002.
* “Some Benefits and Drawbacks of Local Food Systems,” door professor J. Pretty van het Centre for Environment and Society, University of Essex, 2 november 2001.
* “Why Health is the Key to Food and Farming”: bijdrage aan onderzoek van de Policy Commission on Food and Farming door T. Lang en G. Rayner (2001).

* “How Green is your Supermarket?,” door Norman Baker MP (Liberal Democrats) van february 2004.


Bruikbare websites

* The Guardian heeft een uitgebreide sectie over de Farming Crisis, waaronder brilliante onderzoeksartikelen door Consumer Affairs-redacteur Felicity Lawrence en Voedsel-journalist Joanna Blythman.

* Websites van de levensmiddelenindustrie, zoals die van The Grocer, Just Food  en Kamcity.
* De website van George Monbiot heeft een uitgebreide sectie over supermarkten en landbouw.


Voor meer informatie:

Corporate Watch, 16b Cherwell Street, Oxford
OX4 1BG, England, UK
Tel: +44 (0)1865 791391.
Email: mail AT corporatewatch.org.uk
Web: http://www.corporatewatch.org.uk

11. ‘€œMamma, mamma, eten we vandaag spongebob-macaroni?’€

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 13 maart 2007)

In de wereld van de supermarkten is sprake van een groeiende crisis door het toenemende wantrouwen van de consument. Het tijdschrift “Good Housekeeping” deed in september 2001 een onderzoek, waaruit bleek dat slechts een op de zes klanten erop vertrouwt dat het voedsel in de supermarkt veilig is. Driekwart van de ondervraagden zegt zich steeds meer zorgen te maken over de kwaliteit van de producten [1]

Het is niet alleen de angst die termen als “bio-industrie” en “voedselbewerking” oproepen. Want daarnaast promoten supermarkten voedingsmiddelen die ongezond zijn. Dat kan voedingsrelateerde ziekten veroorzaken als hart- en vaatziekten, kanker (o.a. van borst en darmen), botontkalking, vetzucht, diabetes, gebitsproblemen, vitaminetekorten en bloedarmoede. Pas nu vetzucht in GB epidemische proporties heeft aangenomen, ziet men in dat dit een gevolg is vanverkeerde eetgewoonten.

Was het u al opgevallen dat de reclame in de winkel en in advertentiecampagnes is gericht op goedkoop synthetisch voedsel, speciaal gericht op kinderen. Een recent onderzoek van de Co-op bracht aan het licht dat 73% van de kinderen snoep en chips uit de reclame willen hebben en dat slechts 19% van de ouders hier niet aan toegeeft. Ondertussen heeft 71% van de kinderen iets gekocht vanwege een speciale aanbieding of een gratis  toegift [2].

De “Schoolboeken”-chipsreclame van Walkers en Tesco’s systeem van waardebonnen voor computersupplies, werden allebei scherp afgekeurd door de consumentenbond wegens oplichterij en het stimuleren van ongezond eten. Je moet 220.000 pond bij Tesco uitgeven om een computer van 1000 pond te verkrijgen [3].

De techniek van de koppelverkoop en de methode om kinderen op te hitsen tegen hun verzorgers hebben tot gevolg dat we onze kinderen in plaats van het beste, juist het meest ongezonde voedsel geven.

Dergelijk voedsel bestaat vaak uit veelvuldig bewerkte, voorgebakken stukjes dierlijke eiwitten en koolhydraten, waaraan royaal verzadigde vetten, suiker en zout zijn toegevoegd. Kinderen hebben een nog niet zo’n ontwikkeld smaakvermogen, waardoor ze aangetrokken worden door sterke geuren. Er zijn trouwens ook sterke aanwijzingen voor de beschermende werking van fruit en groenten op hart- en vaatziekten en kanker [4].

Behandeling van ziekten aan de kransslagaders (de helft van alle hart- en vaatziekten) kost de Britse belastingbetaler ongeveer 10 miljard per jaar en behandeling van vetzucht kost 2,5 miljard pond per jaar [5].

Nationale gegevens van 1971 tot 1991 wijzen erop dat problemen met
kransslagaders steeds vaker voorkomen bij de armsten in de samenleving [6]. Een recent onderzoek door de Food Commission gaf aan dat de aankoop van ‘gezondere’ producten 51% duurder is dan dat van ‘standaard’ voedsel. Ook bleken gezondere opties in veel goedkope winkels niet beschikbaar te zijn; daarbij ging het vooral om een breed scala aan vers fruit, groenten en basisvoedsel zoals meel en meelproducten [7].

Een nieuwe manier om bewerkte producten als gezond aan te prijzen, is het nadrukkelijk noemen van de vitaminen en mineralen die eraan zijn toegevoegd. Het is geen wonder dat vitaminen moeten worden toegevoegd, omdat intensieve landbouw en bewerking tot een dramatische daling in de voedingswaarde van de
producten hebben geleid [8].

Wat zit er nu precies in bewerkt voedsel? Neem “Sunny Delight”, een drankje van Procter&Gamble, dat vaak wordt aangezien voor vruchtensap.

Het bestaat uit water, geconcentreerde fructose-maïs siroop (hoofdbestanddeel in synthetische bruisende drankjes) en 2 % of minder van de volgende ingrediënten: geconcentreerde sinaasappel-, mandarijnen-, limoen- en grapefruitsap, vitamine C en B1, beta-caroteen, natuurlijke geur- en smaakstoffen (een verzamelterm voor kunstmatige smaken die niet op het label vermeld hoeven te worden…), (genetisch?-) gemodificeerd voedingszetmeel, natriumcitraat, katoenolie, propyleen-glycol-alginaat, xanthanhars, guarhars, natrium-hexametafosfaat, kaliumsorbaat, geel#5 en geel#6.

Als je dit leest krijg je toch meer trek in een sappige biologische sinaasappel of een appel uit eigen streek. Het is waarschijnlijk goedkoper en zeker gezonder.

Noten:
[1] “Shoppers loosing faith in Supermarkets,” door Jo Willey, PA News, 9 september 2001.
[2] “Food Crimes: A Consumer Perspective on the Ethics of Modern Food Production,” door CWS Ltd. in opdracht van Co-OP, mei 2000.
[3] “School voucher schemes under fire,” door BBC News van 6 december 2001.
[4] Meer hierover in “Why Health is Key to Food and Farming,” door T. Lang en G. Rayner (2001) [dit artikel is niet meer te vinden op de site van Guild of Food Writers].
[5] Zie noot 4.
[6] Zie noot 4.
[7] “Healthier diets cost more than ever!,” in Food Magazine nr 55 van okt/dec 2001 [dit artikel is niet meer op het net te vinden].
[8] “Why Fruit and Veg were better for us 50 years ago,” in Daily Mail van 5 maart 2001.

10. Een heel land afzetten

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 12 maart 2007)

De enquête van de Competition Commission

In 1998 bogen de ministers zich over de supermarkten omdat de consument volgens de publieke opinie in GB werd afgezet. Dit kwam deels door het besef dat Europese supermarkten goedkoper zijn en deels door het grote verschil tussen de prijs op de boerderij en in de winkel.

Men vroeg zich af waarom aardappeltelers tussen 17 en 27 pond verliezen op elke ton die ze oogsten [1]. Waarom wordt in sommige supermarkten de prijs van appels met 198% en die van eieren met 439% verhoogd [2]?

In april 1999 gaf de regering 20 miljoen pond aan de Competition Commission (= mededingingsautoriteit) van het Department of Trade and Industry (DTI) om er onderzoek naar te doen. Het onderzoek dat 16 maanden duurde leverde duizenden reacties op, vooral over de overweldigende macht van de grote superstores. Het resultaat was een driedelig rapport van meer dan 1100 pagina’s.

  • Lutterworth en District Dairy schreven dat de meest alarmerende veranderingen in hun 100-jarig bestaan het gevolg waren van wrede akties van de supermarkten, die de melkboer op de hoek uit de markt prijsden.

     

  • De Federation of Bakers beweert dat de ketens die broden voor slechts 17 penny verkopen, hierop flinke verliezen lijden en zo de kleine bakkerijen om zeep helpen.

     

  • Er kwamen reacties van beide kanten: sommigen vonden dat de supermarkten teveel rekenden, en daarmee de klant afzetten. Anderen vonden dat ze te weinig rekenden, en zo de kleine concurrenten lieten verdwijnen.

     

Ondanks de lijst van 52 praktijkvoorbeelden, die een complexe monopoliepositie laten zien en waarvan 27 tegen het algemeen belang ingaan, gaf het rapport de supermarkten een “gezondheidsverklaring”. Geconcludeerd werd dat er geen sprake was van een monopolie en dat de supermarkten niet meer berekenen dan hun Europese tegenhangers, uitgaande van de koersverschillen en de hoge waarde van de pond.

Critici beweren dat de commissie de verkeerde vragen stelde. Hoewel nationaal gezien geen van de supermarkten een monopolie heeft (meer dan 25% van het marktaandeel) blijken ze lokaal echter uitgebreide monopolies te hebben. (zie punt 4 in dit hoofdstuk).

Dit betekent dat er geen echte lokale markt is om de prijzen laag te houden. Daarnaast waren velen van mening dat de commissie ook onderzoek had moeten doen naar de naar de effecten van supermarkten op gezondheid, milieu en sociaal gebied. Deze aspecten zijn bepaald wel in het belang van de klant, net als de prijzen die alleen maar door de commissie onder de loep werden genomen.

Anderen brengen naar voren dat ook al heeft geen enkele supermarkt een monopoliepositie in GB, de supers samen een olicharchie vormen. Dat wil zeggen dat een paar supermarkten de hele markt beheersen en dat deze situatie een foute marktwerking oplevert. Hiernaar zou ook onderzoek moeten worden gedaan. Zie paragraaf “Co-operation and Cartels” in dit hoofdstuk.

In het rapport werd toegegeven dat er vier situaties zijn waarin de competitie zwaar verwrongen is en waarbij het algemeen belang wordt aangetast [3].

1. De relatie tussen grote supermarkten en hun toeleveranciers

De commissie pleit voor invoering van werkbare gedragscodes om slechte praktijken uit te bannen, zoals de leverancier te laten betalen voor de kosten van inkopers-bezoek, voor het opknappen van de winkel en de met de leverancier overeengekomen prijzen met terugwerkende kracht of zonder mededeling te veranderen. (Zie paragraaf “Stimuleren van Industriële Landbouw” in dit hoofdstuk).

Tot woede van de National Farmers’ Union (NFU) en andere organisaties van leveranciers liet het Ministerie voor Handel en Industrie (DTI) de supermarkten vrij om hun eigen vrijwillige gedragscode op te stellen en struktuur voor
geschillenbeslechting te kiezen. Bovendien werd dit beperkt tot supermarkten met een marktaandeel van meer van 8%, de “Grote Vier”dus (Tesco, Sainsbury, ASDA en Safeway; Safeway is inmiddels opgegeten door Morrisons).

Ten tijde van de evaluatie in maart 2003 had nog slechts een leverancier, Express Dairies, een klacht had ingediend bij de Office of Fair Trading (OFT) nadat Saveway van drie naar twee melkleveranciers was overgegaan. Tot dan toe leverde Express Safeway 15 % van de melk. De klacht van Express werd echter niet ontvankelijk verklaard, omdat het contract met Safeway was getekend voordat de nieuwe richtlijnen van kracht werden.

Toen na een jaar de balans werd opgemaakt van de onvermijdelijke fouten in het nieuwe systeem besloot de OFT dat er maar een ding was dat ze konden doen: het sturen van accountants, naar de Grote Vier om voorbeelden van wanpraktijken  op te sporen.

Er klinkt nu een gezamenlijke oproep van zowel grote als kleine leveranciers en tevens uit de hoek van ontwikkelings-, milieu- en landbouwersorganisaties voor bindende gedragscodes, een onafhankelijke geschillencommissie en een deskundige ombudsman [4]. Ondertussen blijven boeren en andere leveranciers uitgebuit worden door de supermarkten.

2. Verkopen onder de kostprijs, dat wil zeggen het gebruik
van reclamestunts


3. Het afstemmen van prijzen op de plaatselijke
concurrentie (‘prijs flexibilisering’)

.
Het rapport vermeldt dat de consument in het Zuidoosten, East Anglia en de West Midlands meer betaalt voor hun levensmiddelen. Tesco’s prijzen variëren per streek tot wel 9%.

De commissie nam echter de ongebruikelijke stap met het adviseren niets te ondernemen dat de prijzen op kan drijven, wat vooral degenen zou treffen die al benadeeld zijn. Ondanks het feit dat supermarkten kleine winkels uit de markt prijzen, en de keuzemogelijkheden beperken van kwetsbare klanten, zoals gehandicapten, mensen met een laag inkomen en ouderen zonder auto.

.
4. In sommige streken is er weinig keus aan supermarkten

Het rapport toont aan dat in sommige plaatsen het marktaandeel van de supermarktreuzen zeer groot is: Tesco’s heeft een marktaandeel van meer dan 50% in Uxbridge, Milton Keynes, Cambridge, Twickenham en Salisbury. Hetzelfde geldt voor Sainsbury in zuidwest Londen en Safeway in Dumfries.

De commissie vond dat nieuwe regelgeving rond planning vereisd is om concurrentie te stimuleren en de klant meer keuze te bieden. Zo werd voorgesteld dat supermarkten, in gebieden waar ze al een sterke positie hebben, worden verplicht bij de Office of Fair Trading vergunningen aan te vragen wanneer ze nieuwe winkels met een oppervlakte van ruim 1000 vierkante meter willen bouwen.

De commissie maakte zich zorgen ook over het feit dat bepaalde ketens de concurrentie boycotten door land te kopen waar rivalen zouden kunnen bouwen. Van de 408 percelen in de “landbanken” zijn er 190 eigendom van Tesco [5].


Worden wij afgezet?

In een recent artikel in de Observer wordt de vaststelling van de prijzen in de supermarkt vergeleken met “zwarte magie” [6]. De supermarkten weten de argeloze klant op allerlei manieren het vel over de oren te halen door de winkelinrichting. Dat varieert van het leiden van de klant langs dure en “verse” producten aan het begin, tot het bemoeilijken van prijsvergelijkingen. Ga de volgende keer als klant eens na wat op ooghoogte is geplaatst, het goedkoopste of het wat duurdere product?

In oktober 2001 kwam aan het licht dat Tesco in de weken voor de start van een nieuwe prijzenstunt, de prijzen juist verhoogde. Zo stelden zij hun winsten veilig [7].

In hun website publiceerden ze slechts de helft van de prijsdalingen en het bleek dat meer dan 10% van de producten slechts een penny goedkoper was geworden en 5% twee pennies. Safeway diende, met succes, een klacht in bij de Advertising Standards Authority (ASA), waarbij ze de bewering van Tesco 14% goedkoper te zijn, aanvocht. De ASA ging ervan uit dat Tesco zijn prijsdalingen van een miljard pond in vijf jaar heeft gecompenseerd met prijsverhogingen op van andere  producten.

De ASA was ook van mening, dat de advertentiecampagne “steek het blijvende verschil in prijs bij Asda in uw zak” misleidend was. Asda werd een paar maanden tevoren nog beboet voor het misleiden van klanten, in verband met de prijsverlaging in een supermarkt in Hellesdon, Norwich. Dit was op zijn beurt weer aangekaart door Tesco. Wie zouden beter deze prijsveranderingen in de gaten kunnen houden dan de supermarkten [8]?

In januari 2002 beschuldigde de Observer Tesco opnieuw van het sjoemelen met kortingen. Volgens de krant stonden sinds de kerst van 2001 op de website van Tesco prijsverhogingen op 1750 gangbare producten vermeld. Tesco antwoordde dat deze producten maar voor heel korte tijd speciaal afgeprijsd waren geweest [9].

Coöperatie en kartels

Ondanks hun houding tegenover elkaar, hebben de supermarkten vaak samengewerkt om nieuwkomers op de markt te weren. Zo namen Sainsbury, Tesco en Safeway in 1993 samen een PR- en een adviesbureau in de arm om de grote Amerikaanse supermarkt Cosco buiten GB te houden [10]. En in 1996 sloten de belangrijkste supermarkten en twaalf grote fabrikanten in de voedingsindustrie een verdrag, om samen te werken op het gebied van promoties, nieuwe ontwikkelingen en distributie [11].

In maart 2000 kondigden Tesco, Marks&Spencer en andere internationale verkopers van voedingsmiddelen de oprichting aan van de “Worldwide Retail Exchange”, in wezen een wereldwijde club van inkopers die de inkoop van producten voor nóg minder geld mogelijk maakt. Dit was een paar weken nadat Sainsbury de oprichting van de “GlobalNetXchange” aankondigde, een jointventure met het Amerikaanse bedrijf Sears en de Franse voedselgigant Carrefour [12].

In januari 2002 beschuldigde een voormalige Sainsbury-topman Tesco en Sainsbury ervan een “overeenkomst” te hebben om bij de meest gangbare producten niet onder elkaars prijs te zitten. De anonieme klokkenluider vertelde de Sunday Times: ”Als u de prijzen van deze producten bekijkt, ziet u dat ze identiek zijn, wat niet op toeval berust. Senior stafleden reizen voortdurend van de ene supermarkt naar de andere, zodat de overeenkomst goed nagekomen worden [13].”

Al deze beschuldigingen roepen ernstige twijfels op over de ‘gezondheidsverklaring’ van de Competition Commission ten aanzien van kartelvorming door supermarkten.

Noten:
[1] “Agriculture in Crisis: Why Britain’s farmers are making a loss on nearly everything they grow,” door M. McCarthy in The Independent van 28 augustus 1999.
[2]
Captive State: The Corporate Takeover of Britain,” door G. Monbiot (p.184; 2000).
[3] A Summary of Supermarkets: A Report on the Supply of Groceries from Multiple Stores in the United Kingdom,” door de Competition Commission (DTI).
[4] Meer daarover in de ‘Policy Recommendation’-sectie en bij de Breaking the Armlock Coalition. [Deze coalitie en weblink bestaan niet meer].
[5] Supermarkets abuse power,” door Paul Farrelly en Oliver Morgan in The Observer van 1 oktober 2000.
[6] Black arts flourishing among the black-eyed beans,” door Neasa MacErlean in The Observer van 3 maart 2002.
[7] Tesco price drive under new attack,” door Sarah Ryle in The Observer 7 oktober 2001.
[8] “Asda fined £9,000 after judge rules that it mislead customers over low prices,” Just Food van 21 september 2001.
[9] “Tesco under fire for price cut initiative, is it a ‘scam’,” Just Food van 18 februari 2002.
[10] Zie noot 2 (pp. 177-178).
[11] Off our Trolley?: Food retailing and the hypermarket economy,” door H. Raven en T. Lang voor het Institute for Public Policy Research (p. 27; 1995).
[12] Food Suppliers create Global Marketplace,” door BBC News Online van 31 maart 2000.
[13] Whistleblower alleges price fixing at Tesco and Sainsbury,” door Just Food 18 februari 2002.

 

8. Herdefiniëring van ‘€œveilig’€: manipulatie met gezondheids- en veiligheidseisen

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers  – maart 2007)

Een manier om kleine voedselproducenten systematisch aan de kant te schuiven, was door extreme hygiënische eisen te stellen, waarvoor dure machines of kostbare bewerkingen nodig waren.

Deze hygiëneregels werden opgesteld door de WTO in 1995 en werden ontworpen om er zeker van te zijn dat voedsel wordt geproduceerd conform de Hazard Analysis and Critical Control Limit (HACCP). Deze HACCP is oorspronkelijk ontworpen door Pillsbury, het multinationale voedselbedrijf, dat Haagen Daz en Burger King op de markt brengt.

Dit gebeurde op verzoek van de NASA, die de zuiverheid van het voedsel van hun astronauten wilde veiligstellen. Het wordt ook als standaard gebruikt door de Codex Alimentarius, het VN-onderdeel voor voedselstandaards dat sterk beïnvloedt wordt door grote ondernemingen.

Dertig jaar geleden waren er slachthuizen in bijna alle provinciesteden en zelfs in sommige dorpen. Sinds GB zich in 1973 heeft aangesloten bij de EU, is echter meer dan 70% van de roodvlees-abattoirs gesloten. Oorzaak is de overenthousiaste Britse interpretatie van de EU-regels. Het resultaat is stijging van de kosten voor de boeren en verhoogde stress bij dieren, die naar een van de weinig overgeblevene abattoirs moeten worden vervoerd.

Gezondheids- en veiligheidsregels bestempelen boerenkaas, gemaakt en verkocht op de boerderij als “riskant voor de gezondheid”, en twee weken oude yoghurt in de koeling van de supermarkt als “veilig”. In GB wordt minder dan 1% van de voedselvergiftigingen door zuivelproducten veroorzaakt, toch worden hiervoor uiterst stringente regels gehanteerd.

De EU beveelt voor het bewaren van kaas temperaturen aan, die de gezondheid van mensen niet aantasten. Terwijl Schotland zich aan deze formulering houdt, wordt dit in Engeland geïnterpreteerd als “bewaren onder de 8 graden Celsius”. Hiertoe moeten dure koelkasten worden geïnstalleerd. Dergelijke wetten hebben kleine ambachtelijke kaasmakers geruïneerd.

Het blijkt dat de recente toename van voedselvergiftigingen en ziekten onder dieren het gevolg zijn van het industrieel verbouwen en verwerken van landbouwproducten en niet van de handelwijze van kleine boeren.

Men zou in het bijzonder aandacht moeten schenken aan de risico’s besmet te raken met de menselijke variant van de Ziekte van Creutzfeldt-Jakob door Mechanically Recovered Meat (MRM). Dat is de vleessmurrie, die onstaat als het vlees met een hogedrukspuit van de botten wordt losgespoten. Deze smurrie wordt verwerkt in goedkope hamburgers.

Andere, niet op de labels vermelde bijproducten bij het slachten van Britse koeien, zijn gelatineomhulsels voor vitaminepillen en runderserum voor het polio-vaccin en andere gangbare vaccins. Gelatine en serum werden nog tot 1993 – het hoogtepunt van de BSE crisis – verwerkt.

6. Appels uit Afrika, peren uit Peru

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers  – 12 maart 2007)

Voedselkilometers en klimaatverandering

Ondanks de kreet “voedsel uit eigen streek”, de tegenwoordig in supermarkten populaire uitdrukking, tref je er zelden in eigen omgeving geproduceerd voedsel aan. Zelfs als dit wel op het etiket staat, is het waarschijnlijk dat het product het hele land is rondgezworven alvorens in de supermarkt, het dichtst bij de plaats van herkomst, te belanden.

Dit komt doordat supermarkten zijn ingesteld op centrale distributie en omdat winkels domweg niet de infrastructuur hebben die nodig is om plaatselijk zowel de in- als de verkoop te regelen. Industrieel geproduceerde voedingsmiddelen hebben extreem lange afstanden afgelegd, voordat ze in de schappen terecht komen.

Een traditionele lunch op zondag kan al gauw zo’n 37.500 km hebben afgelegd als er in de winkelwagen ook een kip uit Thailand en verse groenten uit Afrika liggen. In een onlangs verschenen rapport van Sustain, genaamd “Eating Oil” viel de trend van supermarkten op, producten uit verre landen te kopen, terwijl die best in GB hadden kunnen worden geproduceerd. Tussen 1978 en 1999 is het jaarlijks aantal afgelegde voedsel-kilometers in GB met 50% gestegen.
.
Kippen uit Thailand:                      16.036 km per schip
Pronkbonen uit Zambia:                 7.370 km per vliegtuig
Wortelen uit Spanje:                       1.500 km per vrachtauto
Peultjes uit Zimbabwe:                   7.700 km per vliegtuig
Aardappels uit Italië:                      2.281 km per vrachtauto
Spruitjes uit GB:                                 187 km per vrachtauto
.
Transport van geïmporteerde
producten van aankomsthaven
naar distributiecentrum:                    937 km
Transport van distributiecentra
naar supermarkt:                                 540 km
.
Totaal:                                               39.351 km

Door producten van het seizoen te kiezen en deze bij de plaatselijke boer te kopen, kan echter de totale afstand terugbrengen tot 564 km, dat is 1/66e van de afstand in bovenstaand voorbeeld.


Bron
: Eating Oil: Food in a changing climate (2001), gepubliceerd door Sustain.

Het goedkoop-voedselbeleid van de supermarkten is nadelig voor de plaatselijke producenten, omdat ze niet kunnen concurreren met productie in lage-lonen landen. Ook brengt het vervoer over lange afstanden veel vervuiling teweeg, zijn buitenissige verpakkingen nodig en is het gebruik van chemische conserveermiddelen noodzakelijk. Ook zijn er grote hoeveelheden fossiele brandstoffen voor nodig (kerosine en diesel), wat aanzienlijk (en onnodig) bijdraagt aan klimaatsverandering [1]. Bij het transport van levende dieren moet ook strenger gecontroleerd worden op het welzijn en ziekten van de dieren.

Het Trans Europees Netwerk (TEN) is een omvangrijk infrastructureel weg- en spoorweg project, gesubsidieerd door de EU, dat de export van goedkoop voedsel en fabrieksproducten uit Oost-Europa behoorlijk vergemakkelijkt. De Britse regering werkt de voedselkilometers ook in de hand: kunstmatig lage brandstofprijzen, vooral belastingvrije kerosine, maken dat wij voedsel importeren dat we gemakkelijk zelf hadden kunnen produceren.

Volgens cijfers van de DEFRA kan GB voor 62,5% in de eigen voedselbehoefte voorzien (dat was in 1991 75% [2]). Het vervoer door de lucht in GB (Im- en export) groeit 7% per jaar en naar verwachting stijgt dit tot 2010 tot 7,5% per jaar [3]. Het vervoer van voedsel over lange afstanden leidt tot krankzinnige toestanden zoals in 1997, toen 126 miljoen liter verse melk werd geïmporteerd en 270 miljoen werd geëxporteerd [4].

Bovendien heeft de sluiting van kleine abattoirs, als gevolg van te stringente  interpretatie van internationale gezondheid en veiligheidsregels door de Britse regering, lange transporten van levende dieren in de hand gewerkt. Terwijl de omstandigheden in abattoirs zijn verbeterd, hebben deze regels sluiting van veel kleine zelfstandige abattoirs tot gevolg gehad omdat de verbeteringen te duur gevonden worden.

Transporten over 300-700 km voor het slachten van dieren, zijn tegenwoordig heel gewoon. De gemiddelde afstand van boerderij tot abattoir wordt geschat op 150 km [5]. Supermarkten verkopen ook regelmatig “Scotch beef” en “Welsh lamb” voor luxe prijzen, ook al zijn de dieren alleen maar door Schotland en Wales heen getransporteerd en hebben zedaar hooguit twee weken in de wei gelopen [6].

Om deze reden leveren supermarkten geen verse producten van het seizoen, waaraan volgens onderzoek van de Friends of the Earth 84% van de klanten wel voorkeur geeft [7]. Uit een ander onderzoek bleek dat midden in het appelseizoen in GB minder dan de helft van de appels in de vier grootste supermarkten uit eigen land afkomstig was [8].

Welke zorgen supermarkten dan ook beweren te hebben over voedselkilometers en klimaatverandering, ze zijn niet geloofwaardig nu niet alleen Sainsbury maar ook Tesco airmiles van British Airways aanbiedt aan zijn vaste klanten [9].

Inpakken, mevrouw?

Een derde van de 25 miljoen ton afval die in 1997 in GB werd geproduceerd, bestond uit verpakkingen. De verpakkingsindustrie is goed voor 5% van het totale energieverbruik in GB en veroorzaakt aanzienlijke vervuiling. Bovendien legt het weggegooide verpakkingsmateriaal een groot beslag op de afvalbergenbuiten de stad.Momenteel wordt maar 5% van verpakkingsmateriaal hergebruikt.

De gemiddelde huishouding geeft 470 pond per jaar uit aan verpakkingen, dat is bijna een zesde van wat aan voedsel wordt besteed [10]. Weggooiverpakkingen worden gesubsidieerd: de kosten van inzameling, afvalbergen en vervuiling komen voor rekening van de belastingbetaler. Supermarkten hebben zich hevig verzet tegen invoeren van statiegeld; ze vinden het te arbeidsintensief en weigeren er ruimte voor vrij te maken [11]

Voordat levensmiddelen bij de supermarkten worden aangeleverd, zijn ze eerst met vrachtwagens van leveranciers of van de supermarktketen vervoerd naar een van de regionale distributiecentra. Producten worden snel, precies op tijd geleverd aan de supermarkt, zodra deze ze nodig heeft (het zogenaamde ‘Just in Time’-aanbodsysteem) . Volgens het “Eating Oil”-rapport nemen  voedseltransporten 40% van het totale vrachtverkeer in GB voor hun rekening.

Omdat opslag duur is, hebben supermarkten boeren en fabrikanten ertoe overgehaald de productenvoor hen op te slaan en komen enorme koelwagens dagelijks een paar pallets met producten bij hen ophalen. Op deze manier worden dit pakhuizen op wielen.

Supermarkten beweren dat een meer gecentraliseerd systeem tot efficiënter transport leidt, met minder vrachtauto’s voor hun bevoorrading. Maar ze hebben het er niet over dat vrachtauto’s die producten van de boer vervoeren eerst naar de regionale distributie centra (RDC) moeten rijden. Steeds meer en meer supermarkten laten de boeren zelf hun producten naar het RDC brengen, en jagen hen hiermee opnieuw op kosten.

Evenals veel winkeliers en voedselverwerkers blijven de grote landbouwbedrijven diepvriezers en koelmateriaal gebruiken, waarbij enorme hoeveelheden chemicaliën – CFK’s en HFK’s – worden gebruikt. Koelsystemen gebruiken ook zeer veel electriciteit en dragen zo bij aan het verbruik van fossiele brandstoffen en het opwarmen van de aarde.

Dit is niet alleen schadelijk voor het milieu, maar de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen maakt GB kwetsbaar voor voedsel- en oliecrises.

Noten:
[1] Het verbruik van 1 liter vliegtuigbrandstof levert 2,5 kg CO2 op in de atmosfeer. Bij diesel is dat 2,7 kg CO2.
[2] Zie de website van het
Department for Environment, Food and Rural Affairs (Defra).
[3] “Stopping the Great Food Swap,” door Caroline Lucas (2001).
[4] Zie noot 3.
[5] From farm to plate – a sick industry,” The Guardian Special, 28 februari 2001.
[6] “Sins of the Superstores Visited on Us,” door George Monbiot in The Guardian van 1 maart 2001.
[7] NOP Omnibus voerde het opinieonderzoek uit van 8 tot 10 november 2002. Zie daarvoor: “New poll shows that public back farmers vs farmers,” persbericht van Friends of the Earth UK van 18 november 2002.
[8] “British Apples for Sale,”
Friends of the Earth UK media briefing van november 2002.
[9] “Sainsbury loses out to Tesco in Air Miles loyalty card deal,” Just Food van 11 januari 2002 en “Tesco offers air miles,” door BBC News van 15 maart 2002.
[10] Zie noot 5.
[11] “From Market to Hypermarket,” door T.
Lang  en H. Raven in The Ecologist Vol. 24 No. 4 juli/augustus 1994.

4. Een lepeltje organofosfaten

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers; 12 maart 2007)

Gebruik van gevaarlijke chemicaliën in voedsel en op boerenbedrijven

Sommige pesticiden die tegenwoordig gebruikt worden, zijn bij hoge doses kankerverwekkend, verstoren de hormoonhuishouding en brengen schade toe aan het zenuwstelsel. Veel pesticiden zijn hardnekkige organische afvalstoffen, wat betekent dat zij in het milieu achterblijven en niet worden afgebroken.

Planten nemen ze weer op en er zijn talloze gevallen bekend van boerenarbeiders en anderen, die vergiftigd zijn door pesticiden. Er zijn ook gevallen bekend van bedrijven die onverantwoord pesticiden produceren en labellen [1].

Milieubewegingen vinden dat supermarkten meer zouden moeten doen aan het terugdringen van het gebruik van pesticiden. De praktische richtlijnen die ze met boeren hebben opgesteld, zouden moeten leiden tot aanzienlijke vermindering van het gebruik van pesticiden en het ontbreken van pesticiden in voedsel.

De milieuorganisatie Friends of the Earth (FoE) ontdekte in maart 2004 dat Marks&Spencer en de Co-op op de goede weg waren. Zij boycotten wereldwijd 50-60 verschillende pesticiden en streven ernaar gifvrije producten te leveren. Andere bedrijven trokken zich hier niets van aan. Met name Morrisons reageerde niet op de inspectie door FoE en heeft op dit vlak geen vast beleid [2].

Organo-chloor pesticiden zijn niet-afbreekbaar (POPs – Persistant Organic Pollutants), ze stapelen zich op in het lichaam en zijn toxisch. Hiertoe behoren DDT, Lindaan, Aldrin, Dieldrin en Hexachloorbenzeen.

DDT werd eind jaren zestig in de USA verboden, toen bleek dat sommige dieren daardoor dreigden uit te sterven (bijvoorbeeld de kale arend). Het tast de lever, het voortplantingssysteem en het zenuwstelsel aan. DDT wordt nog volop gebruikt op het zuidelijk halfrond.

Uit steekproeven in 2001 bleek dat een kwart van de zalm in de supermarkten in GB sporen van organo-chloor bevatte.

Lindaan is de laatste van de organo-chloor verbindingen die op grote schaal in Europa werd gebruikt. Het werd verboden in december 2001. Op het zuidelijk halfrond wordt het echter nog zeer veel gebruikt, vooral bij het verbouwen van cacao. In Europa kan het voedsel 12 keer zoveel lindaan bevatten dan het door de FAO/WHO aanbevolen maximum.

Het is schadelijk voor degenen die het gif sprayen en voor degenen die eraan blootgesteld worden via het milieu en het voedsel. Dit wordt in verband gebracht met borstkanker en verstoring in de hormoonhuishouding. Zie voor meer informatie: Pesticide Action Network (GB).

Organo-fosfaat pesticiden zijn insecticiden. Zij worden zowel op landbouwgewassen als bij de verzorging van dieren toegepast, in het bijzonder voor het schoonmaken van schapen. In de Tweede Wereldoorlog werden ze in de gaskamers gebruikt.

Er wordt verband gelegd met de chronische gezondheidsproblemen onder schapenhouders in GB, die van ca. 1970 tot 1992 verplicht waren hun schapen te wassen met organo-fosfaten. Ze zijn bijzonder gevaarlijk voor baby’s en kleine kinderen, die een lage “Acceptable Daily Intake” (ADI) hebben voor deze pesticiden.

Veel van de meest giftige organo-fosfaten zijn verboden en chlorfenvinphos staat op het punt verboden te worden in GB.


Methylbromide
wordt ervan verdacht de ozonlaag aan te tasten, het is giftig (heeft in Nederland vooral tuinders ziek gemaakt) en gevaarlijk voor in het wild levende dieren.Hopelijk zal het uit de roulatie worden gehaald omdat het strijdig is met het Montreal Protocol, de wereldwijde milieuovereenkomst voor het uitbannen van chemicaliën die de ozonlaag aantasten.

Glyfosaat en Ammoniumglyfosinaat zijn breed-spectrum bestrijdingsmiddelen, die op grote schaal worden toegepast, ondermeer op genetisch gemodificeerde gewassen.

Glyfosaat wordt in het algemeen geacht veiliger te zijn dan andere pesticiden, maar er zijn bewijzen van giftige effecten op mens en milieu en resistentie bij sommige onkruidsoorten. Het is dus een leugen dat het volkomen veilig en milieuvriendelijk is, zoals sommige agro-chemische bedrijven beweren.

Studies tonen aan dat glufosinaat-ammonium slecht is voor de gezondheid van dieren. Het kan ook doorsijpelen in drinkwaterbekkens, het doorlekken van nitraten vergroten en is schadelijk voor de nuttige micro-organismen in de bodem. Het is onlangs in GB verboden om het op wintergewassen te gebruiken, wegens het gevaar van doorlekken in waterreservoirs.

Eveneens verontrustend zijn de chemische stoffen die de hormoonhuishouding verstoren en zich ophopen in het lichaam. Bisfenol-A wordt veel gebruikt bij verpakking van voedsel, als bekleding van de binnenkant van blikjes en deksels.

Noten:

[1] Zie de Corporate Watch profielen over de agrochemische ondernemingen BayerMonsanto en DuPont.
[2] “Pesticides in Supermarket Food,” Friends of the Earth UK, juli 2004.

5. Zeg maar dag tegen de winkelstraat – de teloorgang van gemeenten en banen

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – laatste aanpassing: 12 maart 2007)

Supermarkten zijn machtig geworden door kleinere winkels weg te werken

In hun “Ghost Town Britain”-verslagen (2003) onthulde de New Economics Foundation (NEF) dat wij tussen 1995 en 2000 ruwweg een vijfde van onze plaatselijke winkels en diensten hebben verloren, inclusief postkantoren, banken, slagers en kruideniers. Verder sloten tussen 1997 en 2002 per week ca. 50 speciaalzaken hun deuren [1].

In 1960 hadden de kleine zelfstandige winkeliers 60% van de levensmiddelendetailhandel in handen. In 2000 was dit aandeel teruggebracht tot 6%, terwijl het aandeel van grootwinkelbedrijven steeg tot 88% [2].

Met onze verdwijnende winkelstraten en kleiner wordende stadscentra verliezen we ontmoetingsplaatsen en een plaats voor zinvolle interactie tussen mensen uit verschillende klassen en culturen, en uiteenlopende leeftijd en levensstijl. Volgens parlementslid Caroline Lucas [3] winkelt de helft van de bevolking in 1000 gigantische superwinkels.

Het is overduidelijk dat zelfstandige winkels sluiten omdat het alles-onder-een-dakconcept meer keuze lijkt te bieden, het winkelen gemakkelijker maakt, en zorgt voor vrij parkeren en gratis bussen. Zij schijnen ook waardevoller doordat ze bepaalde producten onder de kostprijs verkopen. Veel supermarkten hebben het idee overgenomen van zelfstandige delicatessen-achtige voedselbars, met ‘deskundige’ verkopers. Deze kunnen echter in geen geval het gemeenschapsgevoel nabootsen, zoals dat ontstaat in een winkelstraat, noch het niveau, het assortiment of de kwaliteit van het werk.

Biep biep biep

Werken in een zelfstandige winkel is kwalitatief anders dan in een supermarkt. In de grootste supermarkten mag je dan wel collega of compagnon genoemd worden, maar je moet je aanpassen aan de huisstijl van het bedrijf; de kleding en gedragscodes worden door het hoofdkantoor opgelegd. Ondanks regelingen als het ‘werknemer van de maand’-systeem, is het bedrijf alleen in jou als winstgevende machine geïnteresseerd. Supermarkten zijn zo ontworpen dat een werknemer het maximale aantal producten per klantenbezoek van verwerken [4].

Er zijn veel rapporten die duidelijk het effect van supermarkten op de lokale banen aantonen. Dit wordt besproken in het rapport van de Competition Commission (2001). Terwijl sommigen beweren dat het aantal banen toeneemt, kwam de British Retail Planning Forum (1998), vreemd genoeg gefinancierd door de supermarkten zelf, tot de conclusie dat elke keer als een nieuwe supermarkt wordt geopend, dit gemiddeld 276 arbeidsplaatsen kost. Ze vonden sterke aanwijzingen, dat nieuwe supermarkten buiten de bebouwde kom, netto nadelig zijn voor de werkgelegenheid tot binnen een straal van 15 km [5].


Een New Economics Foundation-studie toonde aan dat elke 10 pond besteed aan lokaal ecologisch geproduceerd voedsel in Cornwall 25 pond aan omzet genereert voor de lokale economie (binnen een straal van 24 km van de boerderij). Voor elke 10 pond die in een supermarkt werd besteed, was dat slechts 14 pond. De onderzoekers berekenden dat er jaarlijks 52 miljoen pond extra omgezet kan worden in de lokale economie indien elke persoon, toerist en onderneming slechts 1 % van hun huidige uitgaven meer besteden aan lokale goederen en diensten [6].

Geld dat gespendeerd wordt in de supermarkten, verdwijnt snel en onopgemerkt in de zakken van aandeelhouders en de directie, in plaats van dat het in de betreffende gemeente blijft ter ondersteuning van lokale bedrijven en hun leveranciers.

Doordat ze weinig affiniteit hebben met de streek, kunnen de supermarkten gemakkelijk het afstoten van banen gebruiken als een buffer om de winsten veilig te stellen; de hoeveelheid ongeschoolde arbeid is gemakkelijk in te krimpen. Terwijl Sainsbury en Asda beweerden elk 10.000 banen te scheppen in 2002, werden toch niet-rendabele supermarkten gesloten om de winst veilig te stellen [7].

Is uw supermarkt te voet te bereiken?

Door de situering van supermarkten buiten de stad worden veel meer mensen genoodzaakt met de auto boodschappen doen. De afstand tot de winkels is tussen 1975 en 1990 60% langer geworden. Tegenwoordig komt driekwart van de klanten met de auto [8] en dat omvat 5% van het totale autogebruik [9]. Het heeft duidelijk geleid tot meer verkeer op de weg en er ontstonden “voedselwoestijnen”, gebieden waar je zonder auto vrijwel niet aan gezond en betaalbaar voedsel kunt komen.

In de winkelstraten onder de kostprijs verkopen

Supermarkten hebben toegekeken hoe de kleinschalige ondernemers om zeep werden geholpen. De overgeblevenen leven voortdurend in angst voor speciale aanbiedingen waarin de supermarkten de producten goedkoper aanbieden dan de zelfstandige winkelier bij de groothandel betaalt. Alleen serieuze maatregelen kunnen een eind maken aan dat voortdurend verkopen beneden de kostpijs, ofwel de reclamestunts. In Frankrijk, Duitsland, Ierland en Spanje is het al wettelijk verboden producten te verkopen onder de prijs die de winkelier aan de boer betaalt.

In 2000 is Wal-Mart schuldig bevonden aan het breken van de Duitse wet door een reeks kruidenierswaren onder de kostprijs te verkopen. ’s Werelds grootste detailhandelaar werd bevolen hier onmiddellijk mee te stoppen, op straffe van een boete die kon oplopen tot een miljoen Duitse mark.

Detailhandel-analisten geloven dat het invoeren van zulke maatregelen in GB best tot vertraging van het verval van winkelstraten kan leiden. Het zou in het bijzonder Tesco en Asda raken, die door stuntverkoop en agressieve prijspolitiek klanten binnen willen halen. Een anoniem gebleven bedrijfsleider van een van de leidende winkelketens in GB, heeft toegegeven dat dergelijke wetgeving hen enorm zou treffen.

Noten:
[1] “Gost Town Britain” en “Ghost Town Britain II,” door Andrew Simms cs. voor de New Economics Foundation, resp. 2002 en 2003.
[
2] “Grocery Retailing 2002: The Market report,” IGD [dit rapport is niet beschikbaar. Alternatief: “Food & Grocery Retailing in the UK, Market Report“].
[3] Cijfers aangehaald door de Britse parlementariër Caroline Lucas tijdens de “Good Food on the Public Plate“-conferentie op de Oxford Brookes University, op 24 maart 2004.
[4] “Supermarkets & Superstores 2001,” rapport van Key Note.
[5] “The Impact of Out-of-Centre Food Superstores on Local Retail Employment,” door Porter, Sam, and Raistrick, Paul van The National Retail Planning Forum, c/o Corporate Analysis, Boots Company Plc., Nottingham.
[6] Plugging the Leaks”: A briefing (2001), door het Centre for Participation, New Economics, London.
[7] Zie de website van Just Food  and ‘Battle in Store?’ pg. 5.
[8] “Changing patterns of shopping drawn from National
Travel Surveys 1975-91”, door M. Hillman voor Policy Studies Institute (1994). Geciteerd in Off our Trolley?: Food retailing and the hypermarket economy,” door H. Raven en T. Lang voor het Institute for Public Policy Research (p. 27; 1995).
[9] Ghost Town Britain II (New Economics, 2003).

9. De plastic glimlach – de rechten van werknemers in winkel en boerderij

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – laatste update 12 maart 2007)

“De realiteit is dat goedkoop voedsel inherent is aan goedkope arbeid en we moeten hier veel meer aandacht aan schenken als we prijzenoorlogen door supermarkten aanmoedigen.”
Prof. Tim Lang, Thames Valley University [1].


Een in juni 2000 uitgezonden Panoramadocumentaire liet goed zien hoe kwetsbaar gastarbeiders zijn voor uitbuiting door koppelbazen (‘gangmasters’) [2]. Koppelbazen doen zich voordoen als informele arbeidsbemiddelaar en bieden tijdelijk werk aan op industriële boerderijen, in pakhuizen en conservenfabrieken, die veel van de levensmiddelen produceren die op de schappen in supermarkten belanden.

De film illustreert hoe arbeiders uit Oost-Europa gehuisvest worden in vochtige onderkomens, steeds verplaatst worden zodat ze geen vrienden kunnen maken of de taal leren. Ze kunnen niet terug naar huis, omdat ze de koppelbazen, die hen vrijwel niets betalen, nog geld verschuldigd zijn. Doordat velen illegaal het land binnen zijn gekomen en de taal slecht spreken, hebben zij geen kans er bovenop te komen en raken verstrikt ze in een negatieve spiraal van werk en weinig loon, overgeleverd aan de koppelbazen.

In 2003 spraken parlementsleden van de Environment, Food and Rural Affairs Select Committee hun woede uit tegen de supermarkten. Ze verklaarden:

“Wij zijn ervan overtuigd dat de dominante positie van supermarkten ten opzichte van hun toeleveranciers er zeer toe bijdraagt een klimaat te scheppen waarin illegale activiteiten van koppelbazen kunnen opbloeien. De intensieve prijzenslag en de krappe tijd tussen bestelling en levering leggen een zware druk op de leveranciers, die weinig gelegenheid of motivatie hebben om de legaliteit van de betrokken arbeiders te controleren.”

Vakbondsonderzoeker Don Pollard schat persoonlijk dat er 100.000 arbeiders op boerderijen en in pakhuizen in GB werken die door koppelbazen zijn geronseld. Hieronder zouden zich ongeveer 30.000 illegale gastarbeiders bevinden. De koppelbazen kunnen ongestoord doorgaan met het misbruiken van Britse en buitenlandse boerenarbeiders, ook al hebben de bonden jarenlang campagne gevoerd. Dergelijke uitbuiting van migranten zonder papieren, komt ook al jaren voor in de USA en overal in Europa.

De rechten van winkelpersoneel

De grote supermarkten bieden werkgelegenheid aan driekwart miljoen mensen in GB. Ruim tweederde van de werknemers daarvan in de levensmiddelenbranche werkt part-time. Dit zijn hoofdzakelijk vrouwen, en veelal studenten met tijdelijke arbeidscontracten of uitzendkracht.

De meeste kassières (voor 84% bestaand uit vrouwen) behoren tot de 10% slechtstbetaalde niet-handarbeiders, met een gemiddeld salaris van 184,70 pond per week. Een belangrijk deel van hen verdient niet genoeg om sociale premies te kunnen afdragen en kunnen zo geen pensioen opbouwen of van andere contributie-gebonden voordelen profiteren [3].

De meeste detailhandelbedrijven betalen een beginnersvergoeding aan nieuwe werknemers, die een “opleiding” volgen. Omdat er onder studenten een groot verloop is en omdat jongeren onder de 18 geen recht hebben op het minimumloon betalen ze op deze manier extreem weinig arbeidsloon.

Hoewel variabele werktijden heel geschikt zijn voor bijvoorbeeld moeders en studenten, zitten er ook haken en ogen aan dit systeem. In drukke tijden en in perioden van tekort aan personeel kan de leiding willekeurig de uren van het personeel veranderen. Het is geen wonder dat het personeelsverloop op de werkvloer bij de belangrijkste winkelketens, gemiddeld 26% per jaar bedraagt.

Winkeliers klagen erover, dat zij door de aard van het werk vaak gedwongen zijn personeel aan te nemen, dat niet over de vereiste vaardigheden beschikt. In dit verband werden genoemd: “toewijding, enthousiasme en motivatie [4].”

Toen de Sunday Trading Act in 1994 in werking trad, was dit een bescherming voor mensen die op zondag niet wilden werken. De nieuwe starters is dit recht weer ontnomen, sommigen werken alleen zondags en bij anderen is in hun contract bedongen dat ze zonodig ook op zondag werken. Vroeger werden arbeiders overgehaald in de weekends te werken voor anderhalf keer zo hoog uurloon op zaterdag en dubbel uurloon op zondag.

Ten tijde van de wet zaten de USDAW (vakbond voor winkelpersoneel) en de belangrijkste detailhandelaren in overleg in de Shopping Hours Reform Council, waar ze in een “gentlemen’s agreement” vastlegden dat de weekendtoeslagen gehandhaafd zouden blijven. Volgens de USDAW is er nu weinig van overgebleven [5].

Veel supermarkten hebben manieren gezocht de kassa overbodig te maken. Asda heeft een technologie ontwikkeld om een winkelwagen in een keer te scannen met radiogolven. Tesco is vooral gericht op de soortgelijke Radio Frequency Identification (RFID) markering die heeft proefgedraaid in een paar van hun vestigingen, hetgeen plaatselijk tot veel protest heeft geleid.
.
Campagnevoerders wijzen er met nadruk op dat deactivering van de labels niet automatisch plaats vindt wanneer de klanten dewinkel verlaten met hun boodschappen. En dat betekent dat de klant via de gescande producten gevolgd kan worden door de winkel of door wie dan ook.

Safeway heeft ook gepionierd in handscanners [6]. Deze technologische veranderingen zullen uiteindelijk leiden tot banenverlies.

Volgens het Labour Research Department (onafhankelijk onderzoeksburo van vakbonden) [7]: 

– erkennen alle belangrijke supermarkten de vakbonden, behalve Marks&Spencer (dat in België en Frankrijk wel
vakbonden toelaat) en Waitrose. Waitrose wordt beheerd door beheersmaatschappij John Lewis Partnership dat zegt namens de werknemers (zijnde de eigenaren) op te treden en aan hen winstuitkeringen doet.- zijn de vakbonden bij Sainsbury’s (174.000 werknemers) en Safeway (92.000 werknemers) er alleen maar voor advies en het oplossen van persoonlijke geschillen.

– werken er bij Tesco, de grootste werkgever in GB, 221.000 mensen (2003) en wordt de vakbond voor winkelpersoneel (USDAW) daar volledig erkend. USDAW vertegenwoordigt 188.350 supermarktwerknemers, waarvan er 100.000 bij Tesco werken (USDAW-gegevens).

– is GMB de enige erkende vakbond bij ASDA (117.000 werknemers).

Velen zijn bang voor de mogelijke gevolgen voor de rechten van werknemers door de komst van Wal-Mart naar GB. Een van de manieren waarop Wal-Mart de prijzen laag kan houden, is door te bezuinigen op personeelskosten. In de USA liggen de salarissen bij Wal-Mart ver beneden het landelijk gemiddelde en moeten veel van de Wal-Martwerknemers een inkomenstoeslag aanvragen.

Wal-Mart is een geducht tegenstander van vakbonden en werkt met part-timers, tijdelijke of losse werknemers om zoveel mogelijk de arbeidswetgeving te kunnen ontduikend. Ze ontslaat werknemers nog voordat ze in een beroep mogen gaan tegen ‘overtolligheid’ en oneerlijk ontslag [8].

Tegen Wal-Mart is een proces aangespannen wegens discriminatie van vrouwelijke werknemers wat betreft salaris, promotie en scholing, en wegens hard optreden tegen hen die hierover klaagden. Het is de grootste gemeenschappelijke aanklacht op arbeidsgebied ooit in de USA ingediend: het gaat om 700.000 vrouwen die tussen 1996 en 2001 bij het bedrijf werkten.

Wal-Mart is berucht om de manier waarop de toeleveranciers worden geprest de kosten te drukken, wat onveranderlijk leidt tot minder banen, loonsverlaging en verslechtering van de arbeidsomstandigheden in de USA. Hierdoor gaan de leveranciers zoeken in vrijhandelzones, waar arbeidsbescherming ontbreekt en waar minderjarigen kunnen worden geronseld.

Wal-Mart is vaak aangeklaagd wegens gebruik van kinderarbeid in Bangladesh en Guatemala. In een recent rapport van Oxfam staat dat de andere supermarkten in GB echter geen haar beter zijn [9].

GBM-vertegenwoordigers verklaarden dat Asda na de fusie (met Wal-Mart) hun positie heeft ondermijnd door hen niet uit te nodigen bij de introductie van nieuwe werknemers en door informatie over het lidmaatschap niet te verspreiden [10].

noten:
[1] citaat van Professor Tim Lang van het Centre for Food Policy (Thames Valley University) uit de documentaire “Gangmasters” (zie noot 2).
[2] Transcript van de documentaire “Gangmasters” van Panorama (BBC1, 19 juni 2000).
[3] ZieRace to the Top’ research on Labour Rights in the UK, Module 3” van RTTT.
[4] “The Big Staff Checkout” van 20 september 2003.
[5] “Supermarket Wars,” door Steve Davison in Socialist Appeal nr 74 van november 1999.
[6] “Keynote Report Supermarkets and Superstores 2001[Dit rapport is niet meer te vinden op de website van Keynote].
[7] “Unions make In-roads into No-Go areas,” persbericht van het Labour Research Department van 1 september 1999.
[8] Zie de website van Wal-Mart Watch (nu: Making Change at Wal-Mart)
[9] “Trading Away our Rights: Women working in global supply chains‘,” door
Oxfam (UK) van februari 2004); en “Praise Uncle Sam and pass the 18p an Hour,” door Greg Palast in The Observer van 20 juni 1999.
[10] Persoonlijke communicatie met GMB-onderzoeker Ida Clemo (2001).