Reacties op wetsvoorstel Oneerlijke handelspraktijken landbouw-en voedselvoorzieningsketen

(25 augustus 2019) Op 17 april namen de Europese Raad en het Europees Parlement de Europese richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen aan. Het ministerie van LNV bereidt nu een wetsvoorstel voor en organiseerde op 17 juni een stakeholdersbijeenkomst over de toepassen van de richtlijn in de wet en startte in juli een consultatie voor belanghebbenden. Tot 1 september kunnen organisaties van belanghebbenden reageren. Tot nu toe kwamen er 8 reacties binnen (ondermeer van CBL, NAV en SOMO/OxfamNovib).

(door Rob Bleijerveld)

Op de website Overheid.nl meldt het ministerie LNV dat het wetsvoorstel dat wordt voorbereid niet alleen voortvloeit uit de aangenomen richtlijn, maar ook uit wat is afgesproken in het Regeerakkoord van Rutte III (1).

De minister stelt voor om de verboden oneerlijke handelspraktijken (OHP´s) uit de Richtlijn 2019/633 vrijwel woordelijk over te nemen (2). Zij wil de Autoriteit Consument en Markt belasten het het handhaven van de nieuwe regels. Leveranciers die te maken krijgen met OHP´s door afnemers, kunnen ook een zaak aanspannen bij de civiele rechter. De minister wijst een geschillencommissie aan ten behoeve van laagdrempelige en onafhankelijke geschillenbeslechting. De ACM blijft bevoegd om handhavend op te treden, ook na de eventuele behandeling van een geschil.

De organisaties NAV en OxfamNovib zijn van mening dat het verbod op OHP´s moet worden uitgebreid en aangescherpt. Hun reacties en die van het CBL (Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) worden aangehaald in dit artikel. Onderaan zijn de webverwijzingen opgenomen naar alle 8 reacties die tot nu toe bij de consultatie (3) zijn ingediend.

Reactie Centraal Bureau Levensmiddelenhandel

Het CBL spreekt zich namens de aangesloten Nederlandse retailers uit tegen elke vorm van oneerlijke handelspraktijk. Dat is waarom alle supermarkten in Nederland zijn aangesloten bij het Europese Supply Chain Initiative (4). In de 6 jaar dat het SCI in Nederland actief is, is er geen enkele klacht ingediend over oneerlijke handelsrelaties, aldus het CBL. De koepelorganisatie zet aldus ¨vraagtekens¨ bij de noodzaak van dergelijke wetgeving.

Onderzoeken benadrukken een gecompliceerd beeld van de situatie in de sector van de land- en tuinbouw en veeteelt. Het overgrote deel van wat Nederlandse boeren en tuinders produceren gaat naar de export. En de meeste primaire ondernemers ervaren weinig of geen oneerlijke handelspraktijken van afnemers (toch ervaren ze hun positie ten opzichte van afnemers als zwak). In de keten zou bovendien nergens onevenredig veel winst worden gemaakt.

Deze wetgeving biedt geen oplossing voor het veronderstelde boerenprobleem van lage prijzen, lage marges en een zwakke positie in de keten. Maar zal leiden tot hoge compliance kosten voor ondernemers en op het verdienvermogen drukken in de hele voedselketen. Ook zal het leiden tot hogere voedselprijzen en tot een groter beslag op het overheidsapparaat.

Het CBL verwacht dat strategische ketensamenwerking gericht op meer aansluiting bij de consumentenwensen de positie van boer en tuinder daadwerkelijk zal versterken. De overheid zou moeten voorzien in goede informatievoorziening over mogelijkheden tot onderlinge samenwerking en door noodzakelijke, voorspelbare en consequente wetgeving die de (internationale) concurrentiepositie van ondernemingen niet aantasten.

Het CBL gaat ook dieper in op enkele hoofdlijnen, zoals oneerlijke handelspraktijken, geschillenbeslechting, handhaving door de ACM en de inwerkingtreding en overgangstermijn. Implementatie en handhaving van deze wet moeten daadwerkelijk de positie van de boer verbeteren, aldus de koepelorganisatie.

Reactie Nederlandse Akkerbouw Vakbond

De NAV is blij met de vaststelling van de Europese richtlijn over OHP´s en vindt die zeker niet overbodig. In 2014 toonde een ledenpeiling namelijk aan dat ongeveer driekwart van de aangesloten landbouwers oneerlijke handelspraktijken heeft ervaren. De NAV-leden hadden geen vertrouwen in de officiële geschillencommissie van afnemerskoepels CBL en FNLI (5) en boerenvertegenwoordiger LTO (6). Men vertrouwde er niet op dat afnemers geen represailles zouden nemen omdat de anonimiteit van de geschilllenregeling niet was gewaarborgd.

De NAV heeft een aantal vragen, aanbevelingen en opmerkingen:
– Onduidelijk is of betalingsuitstel tot zo´n 120 dagen na prijsbepaling op basis van een creditnota ook wordt verboden;
– In verband met de minimale tijd voor planning van het bouwplan mogen afnemers de afgesloten contracten niet ongedaan maken binnen een termijn van zestig dagen.
– Het opnemen van een verplichte objectieve kwaliteitsnorm en/of een maximum tarra-gehalte is wenselijk om te voorkomen boeren in jaren van overvloed blijven zitten met (goede) oogst die door afnemers wordt afgekeurd terwijl het dezelfde kwaliteit betreft als de oogst in tijden van schaarste.
– De omzetbedragen voor zogenaamd ´klein gewas´ (lupine, soja, etc) zijn te hoog want de handelaars erin behalen te lage omzetten en in de praktijk treden er oneerlijke handelspraktijken op als het verbreken van het contract kort voor de zaai of na de zaai.
– De NAV is blij dat het wetsvoorstel bepaalt dat alle afnemers onder de regeling vallen en ook dat belangenbehartigersorganisaties en producentenorganisaties een klacht kunnen indienen om represailles te voorkomen.
– Het is belangrijk de term ´redelijke termijn´ concreet in te vullen qua aantal dagen.

Reactie SOMO en OxfamNovib (7)

Volgens deze organisaties is er al jaren grote behoefte aan een serieuze aanpak van oneerlijke handelspraktijken. Nederland kende tot nu toe geen goedwerkende wetgeving of vrijwillig initiatief om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken. De nieuwe Europese richtlijn is een goede kans om eindelijk afdoende maatregelen te nemen tegen machtsmisbruik in de voedselketen.

Toch laat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kansen onbenut, hoewel de richtlijn expliciet ruimte biedt om uitgebreidere maatregelen in te voeren in de nationale wetgeving.

Ze schrijven: ¨Grote supermarkten en merken domineren in deze keten de markt,waardoor kleinere leveranciers kwetsbaar zijn voor machtsmisbruik. Onderzoek heeft meermaals aangetoond dat de Europese voedingssector bol staat van dit soort misbruik dat voor onzekerheid zorgt bij leveranciers en hun inkomsten onder druk zet. Als gevolg hiervan zien leveranciers over de hele wereld zich gedwongen (onverantwoorde) kostenbesparende maatregelen te nemen. Dit kan gevolgen hebben voor arbeidsrechten, voedselveiligheid en milieubescherming, niet in de laatste plaats ook in toeleveringsketens die hun oorsprong vinden in lagelonenlanden waar minder middelen zijn voor toezicht en handhaving¨.

SOMO en Oxfam Novib doen de volgende aanbevelingen:

1. Introduceer een algemeen verbod op oneerlijke handelspraktijken, breid lijst verboden OHP´s uit en geef de ACM meer bevoegdheden.
Uitbreiding van de huidige lijst van 16 verboden OHP´s met tenminste deze:
– bescherming van leveranciers tegen vergeldingsmaatregelen;
– verbod op verkopen onder de kostprijs waarbij het verlies wordt gedragen door de leverancier;
– verbod op het opvragen van bedrijfsgevoelige informatie in inkoopprocedures;
– en verbod op het delen van bedrijfsgevoelige informatie met andere leveranciers.

2. Verbeter de toegang voor niet-EU-leveranciers (tuinders en boeren)
Zij zijn zeer kwetsbaar voor oneerlijke handelspraktijken en hebben niet de beschikking over voldoende informatie en juridische ondersteuning om contact op te nemen met de handhavingsinstantie in het vestigingsland van hun afnemer. De ACM moet pro-actief kunnen optreden en onderzoek doen. Ook moet de ACM het aantal klachten van binnenlandse en niet-EU-leveranciers te volgen en te publiceren tbv extern onderzoek.

3. Neem elke klacht serieus
Hoewel nu ook leveranciers, leveranciersverenigingen, producentenorganisaties en organisaties zonder winstoogmerk namens leveranciers klachten kunnen indienen moet niet de status van de klachtindiener centraal staan, maar de ontvankelijkheid en/of ernst van de klacht. Elke klacht, ongeacht van wie of welke entiteit afkomstig, moet serieus worden onderzocht. Alleen dan zal de ACM voldoende effectief kunnen zijn.

4. Scherp de bevoegdheden van ACM verder aan
De hoogte van de boetes en last onder dwangsom moeten, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, zijn gebaseerd op objectieve criteria (ernst en herhaling van de overtreding; profijt dat schending heeft opgeleverd; aantal en status van de slachtoffers; omzet van overtreder en herhaling van strafbare feiten).
De ACM dient zowel gevraagd als ongevraagd, na een klacht of op eigen beweging, onderzoek te doen naar oneerlijke handelspraktijken om zodoende de drempel die kan ontstaan vanuit het opheffen van vertrouwelijkheid te overbruggen. De AMC moet ook werken met vaste termijnen waarop het onderzoek start als een klacht wordt ingediend en daarover duidelijkheid scheppen en moet, bij internationale ketens, informatie kunnen opvragen bij de douane.

5. Bescherm ook grote leveranciers
Bij het ontwerpen van de Europese richtlijn is uitgegaan van de aanname dat de onderneming van de afnemer altijd groter is dan die van de leverancier omdat de grootte bepalend zou zijn voor de onderhandelings- of marktmacht.
Dit is echter niet altijd het geval. Een kleinere afnemer uit een EU-land kan feitelijk meer macht hebben dan zijn grotere leverancier uit een productieland buiten de EU (en daardoor oneerlijke handelspraktijken toepassen). Bovendien kunnen leveranciers wellicht niet gemakkelijk de jaaromzet van hun afnemer achterhalen en nagaan of zij wettelijk gezien blootstaan aan oneerlijke handelspraktijken. Het toepassingsgebied van de wet zal daarom moeten worden uitgebreid naar alle zakelijke relaties.

6. Zie toe op effectiviteit van de wet en tref aanvullende maatregelen
Zorg voor aanvullende maatregelen die meer prijstransparantie opleveren; die de macht van (inter)nationale inkoopgroepen (12) aan banden legt; die de wet duurzaamheidsinitiatieven de optie geeft ook het thema ´eerlijke handelsketens´ onder de wet te laten vallen; en zorg dat de definitie van consumentenwelvaart in het (Europees) mededingingsrecht ook ecologische duurzaamheidsdimensies kan omvatten.
Zie toe op de effectiviteit van de wetgeving en tref zo nodig aanvullende maatregelen om de impact te vergroten, bijvoorbeeld als blijkt dat gedupeerden uit angst voor represailles geen klacht indienen.
De Europese Commissie herziet de richtlijn in 2025. Om de impact van de verordening verder te vergroten dient Nederland in 2024 verbetervoorstellen te hebben voorbereid.

De 8 binnengekomen reacties (per 18 augustus):
NAV (A.J. Dik) 18 augustus 2019.
Vomar Voordeelmarkt B.V. (A.A. van Haren) 16 augustus 2019.
Albert Heijn (Saskia Aalbers) 16 augustus 2019.
Jumbo Supermarkten B.V. (mr. W Vermaas) 16 augustus 2019.
C.I.V. Superunie B.A. (T.J.M. Roozen) 16 augustus 2019.
SOMO en Oxfam Novib (Onderzoeker G. ten Kate) 15 augustus 2019.
Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (M. Jansen) 14 augustus 2019.
Sligro Food Group (W.C.A.A. Jansen) 14 augustus 2019

Meer lezen:
– ¨Minister start internetconsultatie voorstel Wet OHP landbouw en voedselvoorzieningsketen,¨ Eric Janssen, 18 juli 2019.
– ¨Hogan wil transparante prijsvorming voor eerlijkere en evenwichtigere voedselketen,¨ Supermacht, 23 mei 2019 (update: 190525).
– ¨Richtlijn (EU) 2019/633 van het Euopese Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen,¨ Eur-lex Europa, 25 april 2019.
– ¨Voorlopig akkoord over Europese richtlijn tegen oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen – update,¨ Supermacht, 24 december 2018 (update: 190316).
– ¨Meer marktmacht voor boeren en tuinders,¨ Rijksoverheid, 29 juni 2018.
– ¨Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid – de Positie van de boer in de keten,¨ Brief minister Schouten (LNV) aan de Tweede Kamer, 29 juni 2018.
– ¨´Timmermans, steun effectieve Europese wetgeving tegen oneerlijke handelspraktijken !´,¨ Supermacht, 20 maart 2018 (update: 190322).
– ¨Eyes on the price: inkoopgroepen van supermarkten in beeld gebracht,¨ Supermacht, 18 maart 2017.
– ¨Voorzetten voor betere aanpak oneerlijke handelspraktijken in voedselketen,¨ Supermacht, 10 juni 2016.
– ¨Harde Franse aanpak van oneerlijke handelspraktijken in voedselketen. Maar helpt het?,¨ Supermacht, 18 november 2016
– ¨Landbouwcomité EP: (bindende) regels nodig tegen oneerlijke handelspraktijken en voor betere onderhandelingspositie boeren,¨”Supermacht, 30 november 2015.
– ¨Wie heeft de macht? Nieuwe studie bevestigt disbalans in landbouw-bevoorradingsketens,¨ Supermacht, 20 november 2014.

Noten:
(1) ¨Zoals aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2018 over de positie van de boer in de keten¨. Zie hier.
(2) Zie bijvoorbeeld ¨Minister start internetconsultatie voorstel Wet OHP landbouw en voedselvoorzieningsketen,¨ Eric Janssen, 18 juli 2019. Eric Janssen merkt in dit artikel op dat de ¨minister niet voorstelt om de OHP´s op te nemen in het Burgerlijk Wetboek (BW). Richtlijn 2005/29 die betrekking heeft op OHP´s jegens consumenten, is geïmplementeerd in de artikelen 6:193a tot en met 6:193j BW.¨
(3) ¨(consultatie) Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen,¨ Overheid.nl, juli 2019.
(4) CSI.
(5) FNLI.
(6) LTO.
(7) Deze wordt ondersteund door Supermacht.nl

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=9216)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *