´Goodness guaranteed ´ (SOMO): duurzaamheidscertificaten garanderen geen fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor landwerkers

SOMO-Goodness_Gauranteed(24 mei 2015) Onderzoeks- en netwerkorganisatie SOMO deed uitgebreid en onafhankelijk onderzoek naar de impact van duurzaamheidscertificering op arbeidsomstandigheden op grote boerderijen in ontwikkelingslanden. Conclusie: certificering zorgt niet op alle agrarische bedrijven voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. De onderzoekers doen aanbevelingen aan beleidsmakers.


(overgenomen van SOMO)

Op 21 mei publiceerde SOMO [1] het rapport ´Goodness guaranteed – een evaluatie van de gevolgen van duurzaamheidscertificering op de arbeidsomstandigheden van landarbeiders´.

Uit het rapport [vertaling Supermacht] : ¨Duurzaamheidsstandaards die ten doel hebben een duurzame productie van agrarische grondstoffen in ontwikkelingslanden te garanderen, zijn in toenemende succesvol in het verkrijgen van martkaandeel. Voor enkele grondstoffen, zoals koffie (40%), cacao (22%), palmolie (15%) en thee (12%), zijn ze er zelfs in geslaagd een aanzienlijk aandeel van de wereldwijde productie te veroveren. Niet alleen verkopen de meeste supermarkten in de Westerse landen talrijke ethisch geëtiketteerde products, maar ook voorzien de grootste voedselbedrijven in toenemende mate hun bedrijfsonderdelen en specifieke productlijnen van duurzaamheidscertificering. Duurzaamheidscertificering wordt gezien als een geloofwaardige en praktische manier voor voedselverwerkers en retailers om te zorgen voor goede sociale, economische en milieurelevante voorwaarden in de bevoorradingsketens van landbouwgrondstoffen die uit ontwikkelingslanden komen, en om dat uit te dragen.

Door de groeiende markt voor duurzaamheidscertificering en het toenemende gebruik ervan om duurzaamheidsvraagstukken aan te pakken in de primaire productie van tropische landbouwgrondstoffen is het voor duurzaamheidscertificeerders en hun aanhangers belangrijk om hun effecitiviteit op het veldniveau aan te tonen. Er is echter nauwelijks literatuur voor handen met een specifieke focus op de gevolgen van duurzaamheidscertificering op arbeidsomstandigheden, en nog minder op arbeidsomstandigheden in grootschalige agrarische exportproductie. ¨

Van de website:

Goodness guaranteed

Populaire en wijdverbreide initiatieven voor duurzaamheidscertificering als Rainforest Alliance, Fairtrade en UTZ Certified streven naar betere arbeidsomstandigheden op boerderijen in ontwikkelingslanden. Nieuw onderzoek toont aan dat certificering weliswaar positieve effecten heeft, maar dat deze nog (lang) niet voldoen aan internationale normen.

´Goodness Guaranteed´, het meest recente rapport van SOMO, is de eerste uitgebreide en onafhankelijke studie naar de impact van duurzaamheidscertificering op de arbeidsomstandigheden van werknemers op grote agrarische bedrijven, en wil beleidsmakers ondersteunen om arbeidsomstandigheden verder te verbeteren.

Uit veldonderzoek in Kenia en Indonesië blijkt dat de arbeidsomstandigheden over het algemeen beter zijn op gecertificeerde bedrijven dan op niet-gecertificeerde bedrijven. Echter, uitgebreid literatuuronderzoek toont schendingen van arbeidsrechten op 70 gecertificeerde boerderijen, in 13 verschillende ontwikkelingslanden. Arbeiders worstelen vooral met (te) lage lonen, discriminatie, een gebrek aan vakbondsvrijheid en de mogelijkheid om hun werk veilig te kunnen doen.

Klachten

De manier waarop arbeidsrechten vastgelegd zijn in de verschillende certificeringen speelt waarschijnlijk een rol in de hoeveelheid klachten die door arbeiders op gecertificeerde bedrijven worden gemeld. Er worden minder schendingen gerapporteerd op bedrijven met certificeringen die arbeidsrechten strenger en uitgebreider vastleggen zoals Fairtrade of MPS-SQ dan bij certificeringen met minder goed-gedefinieerde arbeidsrechten – bijvoorbeeld RSPO, UTZ Certified, SA8000 en Rainforest Alliance.

Ondermijnen positieve effecten

Onderzoeker Sanne van der Wal: “Het toezicht op de naleving van arbeidsrechten op boerderijen laat voor zeker vijf certificeringen te wensen over. Ook hebben werknemers vaak geen weet van de geldende certificering op hun werkplek, noch wat dit voor hen persoonlijk betekent. Dit ondermijnt de positieve effecten die certificeringen willen bereiken. Certificeringsinitiatieven zouden dan ook controles en het besef van werknemers van hun rechten moeten verbeteren. Verder zouden arbeidsrechten duidelijker en scherper moeten worden verwoord.”

Uit het SOMO-onderzoek blijkt verder dat bij de productie van thee in India en bananen in Costa Rica relatief veel misstanden worden gemeld. Er is echter meer onderzoek nodig om vast te stellen welke factoren hieraan ten grondslag liggen.

Uit het rapport [vertaling Supermacht]:

¨Een paar van de belangrijkste aanbevelingen die uit de studie naar voren komen zijn:

– Er is behoefte aan meer en bij voorkeur diepgaand wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van duurzaamheidscertificering op de rechten van arbeiders in grote boerenbedrijven in het algemeen, en speciaal in de koffieproductie.
– Reparatieinzet en verdere analyse door stakeholders wordt aanbevolen vooral gericht op de vijf arbeidsrechten die – zoals ons onderzoek aantoont – het meest vatbaar zijn voor schending op de gecertificeerde boerderijen en/of waarover de meeste arbeiders klagen.
– Duurzaamheidscertificeringen – met name Rainforest Alliance, UTZ Certified, RSPO en SA8000 – moeten overwegen om hun codes te verbeteren met betrekking tot deze vijf rechten want de versie van hun gangbare codes op het moment van probleemmelding soms rudimentair en niet expliciet zijn en daarom open staan voor losse interpretatie.
– Duurzaamheidscertificeringen wordt aangeraden om van de auditors te eisen dat ze sceptischer zijn ten aanzien van de situatie op de gecertificeerde boerderijen, dat ze kritischer kijken naar de information die ze verzamelen tijdens de audits, dat ze zich verzekeren beter te worden geïnformeerd door de arbeiders en dat ze (meer) aandacht besteden aan dissonante bronnen zoals niet-dominante vakbonden en lokale arbeidsrechtelijke NGOs.
– Duurzaamheidscertificeringen wordt aangeraden arbeiders beter te betrekken in hun werkwijze, bijvoorbeeld door bewustzijnscampagnes en training.
– Duurzaamheidscertificeringen – individueel, maar vooral als beweging – wordt aangeraden om stakeholders als vakbonden, nationale en lokale overheden, NGOs en onderzoeksinstellingen te betrekken in hun aanpak in productie- en consumptielanden, en om discussies te voeren gebaseerd op feiten waar het gaat om de vraag hoe de impact op specifieke arbeidsrechten te verbeteren¨

Noten:
[1] SOMO is een onafhankelijke not-for-profit onderzoeks- en netwerkorganisatie. SOMO richt zich op duurzame ontwikkeling, zowel sociaal, ecologisch als economisch. Sinds 1973 onderzoekt SOMO multinationale ondernemingen en de gevolgen van hun activiteiten voor mens en milieu wereldwijd.
[2] Het rapport ´Goodness guaranteed – Assessing the impact of sustainability certification on the labour conditions of farm workers´ is hier te vinden.

Bron:
¨Goodness guaranteed, Nieuwe studie over de impact van duurzaamheidscertificering op arbeidsomstandigheden van werknemers in de landbouw,¨ SOMO (persverklaring en web), 21 mei 2015.

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=4828)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *