Ahold weigert deelname aan Fair Food Program – de mythe van de ‘eerlijke marktprijs’ (#2)

In mei 2013 haalde de Coalition of Immokalee Workers, de organisatie van tomatenplukkers uit Florida, drie mythes onderuit waarmee Ahold het beeld in stand probeert te houden van een maatschappelijk verantwoorde onderneming. Mythe #2 : de ‘eerlijke’ marktprijs van Ahold

(door Coalition of Immokalee Workers, vertaling Rob Bleijerveld)

Mythe #2: De marktprijs is per definitie een “eerlijke prijs”.
(voor Mythe #1, zie hier en voor Mythe #3, zie hier)


Queen_Ahold2Het is weer tijd om terug te keren naar ons feuilleton van de ‘De Drie Fundamentele Mythes die de Basis vormen van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen‘. Deze serie is ons antwoord op de verklaring van Ahold over de Campagne voor Eerlijk Voedsel (Campaign for Fair Food). Ahold deed die verklaring in de aanloop naar diens aandeelhoudersvergadering in Amsterdam in 2013. Toen we de serie lanceerden, schreven we:

Toch hield Ahold vorige week tijdens diens jaarvergadering in Amsterdam koppig vast aan de lijn van de oude school, het ‘vorm boven inhoud’-model van de ondernemingsverantwoording. Het concern weigerde wederom deel te nemen aan het Fair Food Program en legde daarentegen nog meer nadruk op de mythes van de ondernemingsgeleide sociale verantwoordelijkheid. Deze mythes verliezen echter hun geloofwaardigheid als een lekgeslagen heteluchtballon die terugzakt naar de aarde, waarbij het voor Ahold alleen nog de vraag is hoe hard de landing zal zijn.

Ons eerste aflevering, Mythe #1: ‘Standaards, zonder voldoende middelen of procedures voor handhaving, zijn toereikend om de mensenrechten in de hele keten te respecteren en te beschermen’ prikte het eerste gat in de ballon. Een tweede gat volgt nu in deze tweede aflevering van de 3-delige serie:

Eerlijk voor wie? Zelfs Ahold lijkt hierover verward te zijn . . .

Wanneer wordt gesproken over eerlijke prijs, dan moet nog blijken wat de spreker daarmee precies bedoelt. Wanneer Ahold over een ‘eerlijke prijs‘ praat, praat het – opvallend genoeg – met twee monden. Aan de ene kant is daar Ahold als de grote promotor van alles wat Fair Trade aangaat. Hier is een quote uit een persverklaring van Ahold uit 2004, toen een van Ahold’s ketens in de VS – Giant Food – een nieuw en belangrijk samenwerkingsverband startte met Transfair, de organisatie voor certificering van eerlijke handel:

giantDe behoefte aan Fair Trade Certificering: De afgelopen vijf jaar daalde de wereldprijs voor koffie met 70%. Vorig jaar daalden de prijzen tot een nieuw dieptepunt, hetgeen een crisis veroorzaakte voor de 25 miljoen telers wereldwijd die afhankelijk zijn van koffieproductie voor hun levensonderhoud. Op dit moment zijn de meeste kleine telers niet in staat om hun productiekosten te dekken en om in een redelijk bestaan voor hun gezin te voorzien. Door hun koffie te verkopen volgens de internationaal erkende Fair Trade standaards, krijgen de gezinsbedrijven gegarandeerd een eerlijke prijs. Fair Trade helpt telers om op eigen kracht uit de wanhopig makende armoede te geraken.” (Meer lezen)

De betekenis van de woorden “eerlijke prijs” kan niet duidelijker zijn. Het gaat om een prijs die hoger is dan de marktprijs en die in staat stelt om de schade te herstellen veroorzaakt door de bestaande ongelijke marktverhouding tussen de grote, machtige koffieopkopers en de kleine teeltbedrijven. Deze ongelijke marktverhouding dreef de koffieprijzen tot een onhoudbaar laag niveau en bracht de telers in een existentiële crisis. In het licht van die crisis vindt Ahold dat het nodig is om een Fair Trade prijs te betalen – een premie bovenop de marktprijs – om de telers te helpen om op “eigen kracht uit de wanhopig makende armoede te komen.”

Ahold verdubbelde zijn inzet voor Fair Trade toen het in 2009 zijn huismerk ‘Puur & Eerlijk’ lanceerde, dat uitgaat van een fundamentele opstelling ten aanzien van Fair Trade. Een citaat uit de verklaring bij de lancering van het merk:

ahold_logo2Fairtrade: Fairtrade producten zijn ingekocht voor een eerlijke prijs en zijn geproduceerd op teeltbedrijven in ontwikkelingslanden die voldoen aan internationaal erkende fairtrade voorwaarden. Dit vergroot de mogelijkheid voor betere leefomstandigehden voor de telers en hun gezinnen. Max Havelaar’s inspectieetiket dat te vinden is op alle AH ‘Puur & Eerlijk’ fairtrade producten, garandeert dat de gebruikte grondstoffen en de productie voldoen aan de internationale fairtrade voorwaarden.” (Meer lezen)

Ofwel Ahold’s Fair Trade inzet heeft de juiste papieren. Een ‘eerlijke prijs‘ (fair, honest price) is een prijs die een omslag teweegbrengt op de neerwaartse druk op de producentprijzen, een druk die wordt veroorzaakt door onbeheerste marktkrachten. Een ‘eerlijke prijs‘ ook die de armoede ongedaan maakt welke wordt veroorzaakt door oneerlijke marktprijzen. Ahold gaat er dus voor.

Of toch niet? Hier spreekt Ahold’s tweede mond over een ‘eerlijke marktprijs’, overgenomen uit diens verklaring over de Campaign for Fair Food:

De CIW heeft Ahold USA gevraagd om in te stemmen met het betalen van 1 penny per pond meer aan de tomatenplukkers uit Florida overeenkomstig het CIW programma. Wij gaan door met het betalen van een eerlijke marktprijs voor tomaten van telers die voldoen aan onze Standards of Engagement, maar Ahold USA zal geen directe onderhandelingen beginnen met de werknemers van die telers. Dat houdt in dat Ahold USA niet op directe wijze met de employees van de telers zal deelnemen aan het penny-per-pond programma van de CIW.” (Meer lezen)

Voordat we overgaan tot het ontleden van deze bewering van Ahold, moet er eerst een misverstand uit de weg worden geruimd dat voor verwarring kan zorgen: Niemand vraagt van Ahold om “in directe loononderhandelingen te treden met de werknemers van de telers“. Het gaat hier om een afleidingsmaneouvre die lijkt te zijn overgenomen uit het draaiboek van Publix (een groot supermarktconcern in de VS). Het tekenen van een Fair Food overeenkomst heeft net zo min te maken met directe loononderhandelingen als het tekenen van een overeenkomst met Transfair over de aankoop van Fair Trade koffie van kleinschalige telers.

Dat rechtgezet hebbende, wat bedoelt Ahold wanneer het concern het heeft over een ‘eerlijke marktprijs‘ in relatie met de campagne voor Fair Food? Het gaat – hoe ironisch – om precies dezelfde onleefbaar lage prijs die het afwijst in zijn verhandeling over Fair Trade. Het gaat namelijk om de onmogelijk lage prijs die telers krijgen en die steeds lager uitvalt door Ahold’s voortdurende gebruik van zijn inkoopmacht. Hier zijn een paar citaten uit interviews met Ahold-vertegenwoordigers die laten zien hoe dat op volume gebaseerde inkoopmechanisme functioneert:

Baltimore Sun: “Volgens deskundigen gaat het hierbij om een nieuw type internationaal gecoördineerde promoties en een poging van Ahold om zijn formidabele inkoopmacht in te zetten om zijn winstmarger en marktaandeel te vergroten. … ‘Dat zorgt voor een indrukwekkende productbevordering en een aanzienlijke vergroting van omzetvolume, en we zijn daarom in staat om onze plaatselijke klanten de beste aankoop aan te bieden,’ aldus Jan Hol, woordvoerder voor Royal Ahold uit Nederland. ‘We maken echt goed gebruik van onze internationale schaalgrootte’.
Bloomberg Businessweek: “Peapod onderhandelt met lokale markten over aankoop van goederen maar kan daarbij gebruik maken van de inkoopmacht van Royal Ahold om lage prijzen te eisen. Door maatwerk te leveren op de markt acht het concern zichzelf in staat om aan het eind van dit jaar op alle markten winst te behalen.
Baltimore Sun: “Ahold voorziet kostenbeheersing door het versterken van zijn informatiesystemen, distributie, inkoop en andere diensten. Door het delen van kosten op toegenomen volumes van huismerk-producten kan Ahold zijn producten goedkoper aanbieden aan restaurant- en winkelklanten waardoor het zijn concurrenten uitschakelt, aldus Hans Gobes, een woordvoerder van Royal Ahold uit Nederland.

Dus om de vraag bovenaan dit artikel ‘Eerlijk voor wie?‘ te beantwoorden: Waar het gaat om Fair Trade, beweert Ahold dat het eerlijk is voor telers en landarbeiders die bijna geheel worden platgedrukt door oneerlijke marktkrachten. Maar in het geval van de Fair Food campagne, zegt Ahold in feite dat het eerlijk is voor Ahold zelf. Eerlijk gespeeld volgens de regels van een ongecontroleerde markt die draait om inkoop op volume. Een perfect gelegitimeerde zakelijke strategie, en geen gezeur over armoede en misbruik van inkoopmacht die dat met zich mee kan brengen.

Nou we het er toch over hebben. . . . Niet iedereen is zo verward als Ahold.

Paus Francis heeft namelijk wel uitgesproken ideeën en gevoelens over het thema van moreel verwerpelijke armoede aan de onderkant van multinationale productieketens. Hier zijn woorden uit een mis eerder deze week naar aanleiding van de verschrikkelijke ramp na de ineenstorting van de fabriek in Bangladesh waarbij – voor zover nu bekend – ruim 400 textielwerkers omkwamen:

pope_francisEen krantenkop die me echt raakte op de dag van de tragedie in Bangladesh was ‘Leven van 38 euro per maand’. Dat is wat de mensen kregen betaald die daar stierven. Dat heet slavenarbeid,” zo zou de paus hebben gesproken tijdens een privé-mis. Hij zei verder “Deze (misdaad van) slavernij in de huidige wereld gaat in tegen iets moois dat God ons heeft gegeven, namelijk het vermogen te creëren, te werken en waardig te leven. Hoeveel broeders en zusters bevinden zich in die situatie! Geen eerlijk loon uitbetalen of het niet verschaffen van een baan omdat er alleen wordt gekeken naar de ondernemingsbalans en alleen naar hoe er winst kan worden gemaakt. Dat gaat in tegen wat God wil!” (Meer lezen)

Het Vatikaan was nog nooit zo krachtig in zijn uitlatingen over arbeid als Paus Francis nu, en zijn bewoording is ook verfrissend oprecht. Ahold kan zich opstellen als een sociaal veranwoordelijke onderneming dat werkelijk effectieve maatregelen neemt om de schade te verminderen die wordt aangericht door zijn inkooppraktijken, of het kan zich opstellen als een onderneming zijn inkoopmacht gebruikt om de concurrentie te slim af te zijn en om zijn winsten te maximaliseren door in zijn kosten te snijden. Maar het kan niet beide tegelijk zijn.

2012_NE_Tour_front

Een marktprijs kan niet “eerlijk” worden genoemd wanneer die de arbeiders veroordeelt tot het overleven op basis van armoedelonen en gevaarlijke, uitputtende werkomstandigheden. Armoede, sexuele agressie, gedwongen arbeid – dat zijn stuk voor stuk schendingen van mensenrechten. Geen enkele inkoper van goederen die in dat soort omstandigheden worden geproduceerd mag die negeren. Integendeel, het is juist onderdeel van de verantwoordelijkheid van een bedrijf als Ahold dat producten aankoopt die zijn geproduceerd onder uitbuitingsomstandigheden om weet te hebben van die omstandigheden en om te helpen om ze tegen te gaan. Dat geldt met name wanneer een gerespecteerd, gevestigd en succesvol programma als het Fair Food Program al hard op weg is om dit soort problemen uit de weg te ruimen en daarbij alle hulp kan gebruiken van de inkopers.

We sluiten dit feuilleton af met de woorden van een andere autoriteit op dit gebied, nu van de VN, waar in 1948 de kribbe van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stond, net na de Tweede Wereldoorlog met al zijn verschrikkingen. Het kantoor van de Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de VN is ook vandaag nog actief met het onderwijzen over en het bewaken van die rechten. En waar het de markt betreft, voorzien de Leidende Principes voor Onderneming en Mensenrechten in een eenduidig advies voor bedrijven die het juiste pad willen aanhouden:

UN_visitOndernemingen hebben de verantwoordelijkheid om mensenrechten te respecteren en uit te gaan van basisprincipes voor zakendoen. Dit betekent dat ze moeten afzien van schending van de mensenrechten van anderen en dat ze de inbreuk op mensenrechten moeten tegengaan waar ze bij betrokken zijn. . . . Het tegengaan van inbreuk op mensenrechten vereist het nemen van afdoende maatregelen gericht op preventie, schadebeperking en, waar nodig, schadeherstel.” (Meer lezen)

We komen binnenkort weer terug op deze Leidende Principes, met opwindend nieuws over het bezoek dat de VN Werk Groep voor Onderneming en Mensenrechten vorige week aan Immokalee bracht [1]. Tot dan is er nog één aflevering te gaan in deze specifieke serie over de vraag “Kunnen we erop vertrouwen dat ondernemingen zelf onderzoek verrichten en passende strafmaatregelen nemen in geval hun leveranciers de mensenrechten van hun arbeiders schenden?

Tot snel weer. . .

Noot:
[1] “U.N. Working Group on Business and Human Rights ‘impressed’ with Fair Food Program, says ‘merits of [FFP] are clear’ for workers, business!,” CIW Online, 6 mei 2013.

Bron: “Myth #2: The market price, by definition, is a ‘fair price’,” CIW online, 3 mei 2013.

(Verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=3653)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *