Palestina: verdrijving, repressie en armoede voor boeren, maar voedsel uit illegale nederzettingen hier te koop

(8 maart 2014)(update) Hieronder zijn de tekst van de diaserie en de uitgewerkte aantekeningen te vinden van de lezing die Egbert Harmsen (DocP) op 21 februari 2014 gaf tijdens de workshop ”De voedselproductie in West-Sahara en de illegale Israëlische nederzettingen“ van de VoedselAnders Conferentie te Wageningen. Verder zijn hier weblinks te vinden naar relevante rapporten over dit thema. En audio (vragen en discussie).
Deze workshop werd georganiseerd door Supermacht.nl

DIASERIE
(Egbert Harmsen (St. Diensten en Onderzoek Centrum Palestina, 21 febr. 2014)

Dia 1. Israëlische bezetting en kolonisatie in Palestina

– De Israëlische en Palestijnse economie van het voedsel in bezet gebied
en de rol van de EU en Nederland.
————————————————————————————————————–

Dia 2. Introductie

– Persoonlijke betrokkenheid
– BDS–campagne (BDS staat voor: Boycott, Divestment and Sanctions)
– Activiteiten van DocP (St. Diensten en Onderzoek Centrum Palestina)
– Persoonlijke rol
————————————————————————————————————–

Dia 3. Historische achtergrond Israëlische bezetting en kolonisatie

– Doelen en strategie van het Zionisme
– Apartheid onder bezetting sinds 1967
– Patronen van landonteigening
– Ontwikkelingen in de nasleep van de akkoorden van Oslo (1993)

Aantekeningen:

– Principe van het zionisme: zoveel mogelijk land verwerven voor joodse vestiging, omwille van joodse staat en samenleving, met zo weinig mogelijk “anderen”, hier: Arabieren, Palestijnen. Joodse samenleving en staat moeten ‘selfcontained’ zijn, onafhankelijk, vooral ook voor wat betreft landgebruik.
Voor 1948: landaankoop, met verwijdering van Arabische pachters. 1948: gewelddadige etnische zuivering in militaire campagne, landonteigening van Palestijnse vluchtelingen en van achtergebleven Palestijnse minderheid. Oorlog 1967: maar beperkte etnische zuivering en vlucht van Palestijnen. Oplossing: kolonisatie Palestijns gebied, maar op basis van scheiding Palestijnse meerderheid.

– Twee wettelijke regimes: civiele, Israëlische voor kolonisten; militaire voor Palestijnen. Kolonisten krijgen zelfs extra subsidies, worden bevoorrecht, zelfs boven bevolking van Israël zelf. Feitelijk is er een collectieve Israëlische militaire dictatuur over de Palestijnse bevolking, gebaseerd op willekeurige militaire wetgeving en orders, ontzegging van politieke rechten en vrijheden, willekeurige arrestaties, intimidaties, geweldpleging, mishandeling, marteling, valse bekentenissen, administratieve detentie, deportatie, huizen opblazen, aan banden leggen en frustreren van Palestijnse economische activiteit, en onteigening van land en waterbronnen.

– Landonteigening en nederzettingenbouw: begon al in 1967 langs lijnen van Allonplan: herbouw joodse nederzettingen die voor 1948 al bestonden, in beslagname van land van vluchtelingen, met name in Jordaanvallei, en bouw van nieuwe “militaire nederzettingen” (Nahal), om “veiligheidsredenen” (Haags verdrag over oorlogs- en bezettingsrecht), dan overdracht aan burgers.
Religieuze nationalisten vestigen eigen, aanvankelijk “wilde” (illegale) nederzettingen, die later officieel erkend werden. Likoedregering vanaf 1977 was nog proactiever en agressiever: verklaren van gebied tot militaire zone, land dat drie jaar niet is gecultiveerd gaat dan naar de staat, die het doorgeeft aan kolonisten. En wet: alles buiten roepafstand van dorp is eigendom van sultan, dus nu van Israëlische staat. Cultivering door Palestijnen voorkomen, daarna overnemen. Landonteigening door fraude en geweld; land tegen wil van eigenaar “verkocht”. Bron: vredesactivist Adam Keller.

Het ging er in het Israëlische kolonisatiebeleid vooral om om relatief dunbevolkte delen van bezet Palestijns gebied (en allereerst de meest vruchtbare en waterrijke gebieden) in beslag te nemen voor Israëlische kolonisatie (nederzettingen met de daarbijbehorende infrastructuur). Maar ook om daarmee de meer dichtbevolkte en verstedelijkte delen van het Palestijnse gebied in toenemende mate te isoleren, en gescheiden te houden van de Israëlische nederzettingen.

A,B,C-gebieden– De verdeling van de Westoever sinds de Oslo-akkoorden in A-, B- en C-gebied heeft daar ook betrekking op. Bij het C-gebied, zo’n 62 %, gaat het om relatief dunbevolkt gebied met relatief weinig Palestijnse bewoners waar de nederzettingen veelal gevestigd zijn. Dit gebied is onder volledige Israëlische controle gebleven.  B-gebied, 20%, dichterbevolkt landelijk Palestijns gebied, staat  eveneens onder Israëlische militaire controle, maar het Palestijnse Bestuur oefent er tegelijkertijd een aantal civiele overheidstaken uit. Het stedelijke A-gebied, 18%, staat in principe onder volledige controle van het Palestijnse Bestuur, maar uiteraard blijft Israël ook daar zijn greep op houden, al is het dan doorgaans van buitenaf.

De Oslo-akkoorden bevestigen de scheidingspolitiek: steeds draconischer beperking van bewegingsvrijheid van Palestijnen, meer ruimte voor nederzettingen.  Ter bescherming kolonisten en hun belangen: systeem van wegblokkades en controleposten voor Palestijnen, blokkades voor bereiken werk, instellingen en land. Daardoor gedwongen omwegen te maken van twee tot vijf keer zo lang. Trace muur: voor 85 % over Palestijns gebied, ten koste van Palestijns landbouwgrond en toegang tot die landbouwbrond. By-passroads voor de kolonisten, verder afbraak van huizen, stallen, waterputten etc. van Palestijnen in C-gebied. Daardoor: gedwongen  verplaatsing.
—————————————————————————————————————————

Dia 4. Landbouw en Israëlische kolonisatie

– Ontwikkelingsgang van de rol van landbouw in de nederzettingen.
– Twee regio’s van de Westelijke Jordaanoever: het heuvelland en
de Jordaanvallei.
– De rol van religieuze ideologie onder de kolonisten.
– De rol van de Israëlische overheid.
– De rol van het Israëlische bedrijfsleven.

Aantekeningen:

– Het rapport van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Kerem Navot beschrijft het zionistisch ideaal van de Joodse landbouw in “Het Land van Israël”. Bij de eerste kolonisten speelde de claim op terugkeer naar het Land der Vaderen -net als toen worden wij weer landbouwers. Ook zien ze het als economische basis voor de nederzettingen, hun bestaan en ontwikkeling, en tenslotte: landbouw als manier voor gebiedsuitbreiding – ideologisch, economisch, territoriaal. Echter, landbouw werd gaandeweg minder belangrijk voor de nederzettingen, laatstgenoemden werden meer slaapsteden van bijvoorbeeld forensen, of andersoortige economische activiteiten in nederzettingen (industrie, dienstverlening).
Recentelijk is er echter weer een toename in door kolonisten gecultiveerd grondgebied.

Nederzettingen_westbank

Nederzettingen West-Bank (UNHRC, jan. 2013)

– In de Jordaanvallei bevinden zich de meeste van de vroegste nederzettingen (1e decennium bezetting), die vanouds ook op landbouw georiënteerd waren. Dadelproductie, diverse akkerbouwteelten, kassen alleen geschikt voor heet en droog klimaat. Er zijn ongeveer 9500 kolonisten, die over anderhalf miljoen hectare land beschikken. 80.000 Palestijnen wonen er ook nog. Zij Raakten hun meeste land daar aan de nederzettingen kwijt. Daarnaast heeft de Israëlische bezetter de hele grenstrook met Jordanië afgesloten voor Palestijnen, waardoor Palestijnen al hun land daar aan Israëlische kolonisten kwijtraakten, waaronder aanzienlijke stukken privéland en land van de Moslim Waqf. Een nieuwe ontwikkeling is dat de nederzettingen land verhuren aan Palestijnen op de Westoever, soms ook Palestijnen en zelfs joden in Israël. Zij betalen huur aan de kolonisten over land dat zij gratis gekregen hebben. Het gaat vooral om de verbouw van groenten, arbeidsintensief. De Israëlische autoriteiten dwongen de Palestijnse landeigenaars tot het aflsuiten van landruilcontracten: land van Palestijnse vluchtelingen ontvangen (‘absentee property’) in ruil voor hun oorspronkelijke land, die naar kolonisten ging. Na de Oslo Akkoorden was er sprake van terugkeer van de oorspronkelijke eigenaren, zodat degenen die de landruilcontracten afsloten niets meer in handen hadden.

Centrum en westen van de Westoever is heuvelland. Nederzettingen daar zijn oorspronkelijk vooral stedelijk. Recentelijk is meer land gecultiveerd door kolonisten. Tienduizenden hectare, veelal in privébezit van Palestijnen, werden afgesloten voor de Palestijnse bevolking. De kolonisten vestigden er wijngaarden, olijfboomgaarden, fruitboomgaarden, geschikt voor hert koudere winterklimaat daar. Land werd veelal buiten het officiële bestuursgebied (gemeente) door nederzetttingen in beslag genomen. Soms drongen ze zelfs B-gebied binnen

– Met name hardcore religieus-ideologische nederzettingen zijn zeer actief in de snelle overname van landbouwgrond, vooral ook van Palestijns privéland, gepaard gaande met lastig vallen, geweld tegen, verdrijving van de Palestijnse eigenaars. Religieus fundamentalisme geeft voedsel aan de overtuiging dat land alleen aan joden toebehoort, niet aan anderen, niet aan Palestijnen.

– De Israëlische overheid laat de kolonisten doorgaans begaan in hun landroof, lastigvallen en aanvallen op Palestijnen, om hen ervan te weerhouden hun land nog te betreden. Sterker nog: ze worden daarin vaak aangemoedigd en gesteund door de overheid, zelfs als kolonisten daarbij de eigen Israëlische wetten overtreden. Militaire orders werden gebruikt, land werd tot staatsgrond verklaard, militaire bescherming werd gegeven aan kolonisten die land van Palestijnen overnemen, het leger is betrokken bij de verdrijving van Palestijnse  eigenaars, er is financiële en bestuurlijke steun voor de kolonisten.

– Israelische landbouwondernemingen spelen ook een belangrijke rol in de Israëlische kolonisatie van Palestijns land. Zij exporteren fruit en groenten (waaronder dadels, citrusvruchten, advocado’s, komkommers, aardappelen, verse kruiden) over de hele wereld, en dat voedsel komt dus ook in de schappen van onze supermarkten terecht. Dit financiert ook de uitbreiding van de nederzettingen en de kolonisatie van Palestijns land en hulpbronnen. Bedrijven als Hadiklaim, Mehadrin en Hashtil, hebben boerderijen en regelen export vanuit de nederzettingen naar de internationale markten, onder meer in Europa. Andere bedrijven als EDOM en AdaFresh, hebben pakhuizen in de illegale nederzettingen en regelen eveneens de export vanuit de nederzettingen. Ze profiteren van overheidssubsidie, goedkope grond, water en Palestijnse arbeid. Ze maken ook gebruik van gestolen Palestijns water, ondermeer via Mekorot.

– Nederzettingen en Israëlische bedrijven hebben een aanzienlijk aandeel in export van Israelische vruchten: zo is de helft van de Israelische druivenexport afkomstig uit de nederzettingen in de Jordaanvallei, evenals 40% van de Israelische dadelexport. De Jordaanvallei heeft ook een groot aandeel in de export van kruiden. Internationale handel met bedrijven in Nederland is zeer bevordelijk voor de economische levensvatbaarheid van de nederzettingen.
—————————————————————————————————————————

Dia 5. De gevolgen voor de Palestijnse (plattelands)bevolking

– Implicaties van landonteigening voor het Palestijnse boerenbestaan.
– Enkele concrete voorbeelden van getroffen boerenfamilies.
– Consequenties van onteigening: trek naar de stad en werken voor
Israëlische nederzettingen en/of bedrijven.

Aantekeningen:

– De Implicaties van landonteigening: uiteraard het verlies aan land en dus aan inkomsten voor Palestijnse boeren. Grond waarmee ze zich verbonden voelden en die ze altijd hebben bewerkt, werd hen ontvreemd, vaak met geweld.

Voorbeeld uit rapport ‘Kerem Navot’: op 19 januari vorig jaar arresteerde de Israëlische politie en militairen vijftien Palestijnse en Israëlische activisten die Palestijnse boeren hielpen bij het cultiveren van grond dat kolonisten uit naburige nederzetting Susya hadden overgenomen. De kolonisten, die zich schuldig maakten aan landroof, werden niet gearresteerd. De activisten wel, want ze schonden een “gesloten militaire zone”; de kolonisten worden in hun diefstal geassisteerd in plaats van gestopt door het Israëlische leger.

Export van Palestijnse landbouwproducten moet via Israëlische kanalen verlopen, en er is sprake van veel vertragingen en oneigenlijke exportprocedures: ook hier met stijgende kosten en dalende kwaliteit producten tot gevolg. Dit is ten voordele van de Israëlische markten of als straf (‘Farming Injustice’). Wel goedkope Israëlische producten in markt gedumpt. Palestijnse boer bij muur: “Ondanks alle obstakels ga ik door de muur heen op openingstijden tussen 7 en 8, 4 tot 5”. Zijn zonen krijgen echter geen toestemming om door de muur heen te gaan, daardoor stierven veel bomen. De waterput is vernield door het Israëlische leger, dus nu moet hij water kopen van Mekorot, wat het voor boeren duurder maakt. Toch wil hij zijn land niet verlaten.

Toegang tot water is ook een belangrijk aspect: Israël put op grote schaal water ten behoeve van nederzettingen en zichzelf, daardoor is er minder water voor Palestijnen. Palestijnen mogen geen nieuwe putten boren en de waterinfrastructuur verder uitbouwen. Voor exportlandbouw nederzettingen boort Israël diepe putten. Het oppompen van water uit Israëlische putten in bezet gebied heeft vlakbij gelegen Palestijnse putten drooggelegd (Sinds 1967 is er een daling in de Palestijnse putten in de Jordaanvallei van 209 naar 89. Daarom gebruiken Palestijnen waterresevoirs voor regenwater, maar deze worden vaak vernietigd door de Israëlische overheid. Dit betekent een verdere beperking van de gewassenteelt. Verder worden waterbronnen door kolonisten overgenomen. Dan maar water kopen van watertankwagens, wat het water vijf keer duurder maakt, en de telen groen

te en fruit dus ook. Een enorm verlies aan inkomsten voor de Palestijnse landbouw. Ook dumpen Israëlische nederzettingen hun afvalwater op de Palestijnse velden, wat tot verdere schade aan de gewassen leidt.

– De ervaring van een Palestijnse boer en leraar, van een dorp in de buurt van Nabloes: hij had een stuk land waarop hij tarwe en kikkererwten verbouwde. Vanaf 1997 werd hij lastig gevallen door kolonisten, die het ploegen verhinderden. Vanaf 1999 gingen de kolonisten de oogst stelen. Hij diende een klacht in bij de politie, maar dat haalde weinig uit. De kolonisten wierpen modderblokkades op op wegen die van de dorpen naar de velden leiden. Ook schoten ze op de boeren, tot dicht bij hun benen. Op een gegeven moment werd de toegang tot hun land door gewapende kolonisten geblokkeerd. Dat betekende grote financiële verliezen voor hem en alle werkers met families die op het land werkten.

hek

Electronisch hek rond gebied van illegale nederzetting in Jordaanvallei (foto: Kerem Navot)

In een ander voorbeeld ploegden kolonisten het land van een Palestijnse boer om en lieten er schapen op grazen. Het leger beschermde de kolonisten in hun diefstal door het land tot een gesloten militaire zone te verklaren. Werken op eigen land was nu het binnendringen in de verboden zone. Niet meer kunnen oogsten, schapen niet meer op land kunnen laten grazen, de helft schapen moeten verkopen…

– Hierdoor moeten boeren naar de steden trekken om naar werk te zoeken: dat betekent weg uit C-gebied en naar A-gebied, Palestijnse steden staan onder Palestijnse controle. Het komt neer op  een indirecte etnische zuivering. Anderen gingen in dezelfde nederzettingen werken die de oorzaak zijn van hun ellende, ondermeer in de landbouw. Sommigen werden zelfs pachtwerkers op wat vroeger hun eigen land was.

En daarbij is sprake van een slechte rechtspositie: ver onder het minimumloon betaald worden en geen vakantie, ziektegeld, betaling overuren of ziektekosten verzekering. In de nederzettingen in de Jordaanvallei zijn werkdagen van 18 uur geen uitzondering, er zijn geen veiligheidsvoorzieningen (zoals bij het klimmen in dadelpalmen of het gebruik van pesticiden), dus een groot risico op bedrijfsongevallen, maar geen vergoedingen. Palestijnse landarbeiders hebben vaak geen direct contact met een kolonist, maar worden ingehuurd door Palestijnse tussenpersonen, die ook een deel van hun salaris inhouden. Stakende werknemers worden vaak op staande voet ontslagen of zelfs vastgezet.

Import van Thaise werknemers, veroorxzaakt een toenemende werkloosheid onder Palestijnse arbeiders, Gevolg: emigratie. Ook is er de inzet van Palestijnse kinderen in de nederzettingen, vooral die in Jordaanvallei. Enorme armoede onder Palestijnse gezinnen in Jordaanvallei door gebrek aan economische en ook onderwijs-mogelijkheden. Daardoor worden ook hun kinderen in de nederzettingen tewerkgesteld. Kinderen doen vaak handmatige arbeid, bijvoorbeeld oogsten en plukken, vaak onder extreme weersomstandigheden (heet, koud) van 6 uur ‘s ochtends tot twee uur ‘s middags. Zonder mogelijkheden om nog een schoolopleiding te volgen.
————————————————————————————————————————–

Dia 6. De nederzettingen en Europa

– Israëlische kolonisatie en het internationaal recht.
– EU-Israël associatie-akkoord en de nederzettingen
– Europese handel met de nederzettingen
– Landbouwproducten uit de nederzettingen in onze supermarkten

Aantekeningen:

– Illegaliteit van de nederzettingen, zoals door internationale gemeenschap, inclusief EU(lidstaten) is vastgesteld, is gestoeld op twee verdragen voor oorlogsrecht: Vierde conventie van Genève in 1949 en Haagse verdragen uit 1907. Vierde conventie van Genève: bevolking mag niet worden verplaatst naar bezet gebied (voorval discussie met zionist). Haagse verdragen oorlogsrecht: in bezet gebied mogen geen permanente veranderingen worden doorgevoerd, tenzij om strikt militaire redenen of indien het ten goede komt aan Palestijnse bevolking.

Beide verdragen bepalen ook dat bezetting slechts tijdelijk mag zijn, en niet gericht op gebiedsuitbreiding door bezettende mogendheid. VN-veiligheidsraad, en in diens kielzog ook het Internationaal Gerechtshof en de EU, verklaren Israëlisch nederzettingenbeleid in strijd met deze wetten, waaronder ook de toe-eigening van Palestijns land en van niet-hernieuwbare, natuurlijke hulpbronnen, als mede de wijziging van wetgeving voor watervoorziening en ruimtelijke ordening, het slopen van Palestijnse infrastructuur en gedwongen verplaatsingen, de muur, beperkingen voor bewegingsvrijheid.

Het Internationaal Gerechtshof heeft dienaangaande ook vastgesteld dat derde landen een dergelijke situatie niet als legaal mogen erkennen, dat ze geen hulp of bijstand mogen verlenen ter handhaving van deze situatie, en dat ze naleving van internationaal recht door alle ondertekenaars, waaronder Israël, moeten verzekeren. Is handel met nederzettingen een inbreuk hierop, en is het een bijdrage aan de illegale situatie? Verschillende meningen van volkenrechtdeskundigen. Volgens professor internationaal recht James Crawford is dit niet niet altijd zo, wel zou aankoop van landbouw producten door nederzettingen een inbreuk betekenen, want het draagt bij aan de illegale waterpolitiek. Ook mag een lidstaat de invoer van producten uit nederzettingen stop zetten. Volgens andere volkenrechtdeskundigen is alle handel met illegale nederzettingen illegaal.

– Israël heeft een associatie-akkoord met de EU: Israëlische producten mogen op de EU-markt komen tegen verlaagde invoertarieven. Ook is er een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Vrijhandelsassociatie en Israël. Maar nederzettingen zijn niet erkend als onderdeel van Israël, en het Europees Gerechtshof bevestigde in 2011 nog dat associatie- en vrijhandelsakkoorden niet van toepassing zijn op nederzettingen.

In de praktijk is het moeilijk om nederzettingenproducten hiervan uit te sluiten; Israël beschouwt nederzettingen als behorende tot het eigen land en labelt producten daarvandaan als “Made in Israël”. Aan de hand van lijst met postcodes moeten Europese douaneambtenaren vaststellen of producten uit de nederzettingen komen. In de praktijk ontbreekt het de douane echter aan gepaste middelen. Ook zijn er valse claims ontdekt door de Britse douane: zo werd de postcode van het hoofdkantoor in Israël zelf opgegeven, terwijl de producten uit nederzettingen kwamen. Daarom heeft Europese Commissie de verantwoordelijkheid tot controle ook uitgebreid tot importbedrijven. Het blijft lastig. In de praktijk zijn er nog altijd veel nederzettingenproducten op de Europese markt, waarmee de expansiepolitiek van Israël feitelijk gesteund wordt.

– Hoeveel Israëlische export uit de nederzettingen komt, is moeilijk in te schatten. Volgens het Israëlische Ministerie van BuZa is dat 2 procent. Als het gaat om alle producten die geheel of gedeeltelijk in nederzettingen worden vervaardigd, gaat het waarschijnlijk om een hoger percentage. Hoe dan ook steunt de handel met nederzettingen hun instandhouding en expansie, ten koste van de Palestijnse bevolking (‘Vrede Verhandelen’). Handel met nederzetingen overschrijdt ook ruimschoots de Palestijnse uitvoer, volgens Vrede Verhandelen wel 15 keer zoveel. Omgerekend per bevolking: 100 keer meer uitvoer per kolonist dan per Palestijn.

– Er zijn allerlei landbouwproducten uit nederzettingen, zoals dadels, druiven, paprika’s, verse kruiden, snijbloemen, advocado’s, citrusvruchten, tomaten, aubergines, komkommers, en aardappelen. Het is haast ondoenlijk om uit te maken of ze uit Israël zelf komen of uit de nederzettingen, indien er “Made in Israël” op staat. Israëlische bedrijven als Mehadrin en Hadiklaim exporteren een groot deel vanuit de nederzettingen. Ook veel wijnen en andere voedselproducten vanuit Westoever. Heel veel groenten en fruit uit nederzettingen in de Jordaanvallei. Daar ook veel uitbreiding van nederzettingen ten koste van de Palestijnse bevolking, De kolonisten omvatten 13% van de bevolking maar beheersen er 86% van het land. Afgelopen tijd zijn daar veel landonteigeningen geweest, met afbraak van huizen, gedwongen verplaatsing van Palestijnen, en plannen voor nog meer inbeslagname van land en waterbronnen voor de nederzettingen, Europese vraag naar groenten en fruit uit deze nederzettingen draag er aan bij.
——————————————————————————————————————-

dadels_nederzetting

foto: Willemijn Leenhouts / Cordaid

Dia 7. Recente ontwikkelingen

– Het ettiketeren van nederzettingenproducten en de problemen daarvan.
– Stappen om steun aan en zakendoen met nederzettingen tegen te gaan
(ontmoedigingsbeleid.
– Discussie over een invoerverbod.

Aantekeningen:

– Ettiketeren: Britse regering begon in 2009 met ettiketeringsrichtlijn, zodat consument niet alleen kan zien of producten uit Westoever komen, maar ook of ze geproduceerd zijn door Palestijnen of door nederzettingen. Supermarkten reageerden positief, meesten besloten zelfs om voedings
producten niet langer uit nederzettingen te kopen. In mei 2012 kwam er ook in Denemarken zo’n richtlijn. Zwitserland: supermarktketen Migros besluit tot etikettering. Een duidelijke, waarheidsgetrouwe etikettering is ook verplicht door EU-richtlijn ‘Oneerlijke Handelspraktijken’.

– Ontmoediging: volgens VN-richtlijnen moeten bedrijven mensenrechten naleven en niet aan mensenrechtenschendingen bijdragen.
Importeurs van voeding, groente, fruit in Noorwegen hebben met Israël schriftelijke overeenkomst met leveranciers in Israël waarin wordt gevraagd af te zien van levering van groenten en fruit uit nederzettingen.
Britse voedingshandelaars zetten import uit nederzettingen stop (zouden ze kunnen traceren), Britse Co-op zette gewoon alle handel stil met ondermeningen die producten importeren die ook uit nederzettingen komen, ook vanwege hoge kosten voor traceren van herkomst van de producten.

– Ierse Minister van Buitenlandse Zaken heeft opgeroepen tot een verbod van de invoer van producten uit nederzettingen voor heel Europa. Invoerverbod is in ieder geval wettelijk mogelijk, ook volgens Europese Commissie.
————————————————————————————————————————-

Dia 8. De rol van het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld

– Pressie door NGOs en Palestina  Solidariteitsbeweging.
– Reacties van bedrijven (met name supermarkten) op druk van het
maatschappelijk middenveld en van de overheid

Aantekeningen:

– Een boycot ligt gevoelig (supermarkten afgelopen zomer: verwarring, vinden dat ze klem zitten tussen “boycotbeweging”, civil society, overheid die internationaal recht toepassing verlangt en pro-Israël lobby.
——————————————————————-
——————————————————

Dia 9. Oproep vanuit Palestina en de BDS-beweging

Aantekeningen:

BDS

Beweging voor Boycot, Desinvestering en Sancties

– Palestijnse organisaties die boeren vertegenwoordigen, omwille van recht op land en voedselsouvereiniteit, willen effectieve campagnes om alle handel met Israël te beëindigen die de vernietiging van het Palestijns boerenleven beloont. Alle handel met Israëlische agrarische bedrijven die bijdragen aan bezetting, kolonisatie, apartheid. Staten moeten deze handel verbieden, of op zijn minst bedrijven adviseren om handel met zulke bedrijven tegen te gaan. Oproep tot beëindigen van afhankelijkheidsketen door Israëlische bedrijven verantwoordelijk te houden en export te bevorderen via maatschappelijk verantwoordelijke en wettig opererende bedrijven is de beste manier om strijd voor rechten en duurzame ontwikkeling te steunen, in het kader van recht van boeren- en inheemse gemeenschappen wereldwijd op eigen land en eigen keuzes over voedselproductie, handel en sociale en ecologische duurzaamheid
http://www.ecpg-barcelona.com/politicising-women%E2%80%99s-participation-somaliland-women%E2%80%99s-experiences-establishing-peace-and-security
———————————————————————————————————————

Dia 10. VRAGEN?

———————————————————————————————————————-

Meer over deze workshop en de conferentie is te vinden in “21 febr, Wageningen: workshop voedselproductie West-Sahara en illegale Israëlische nederzettingen, en import EU, NL,” Supermacht, 8 februari 2014.
Het verslag over het West-Sahara deel is hier te vinden)

Het verslag van de workshop zelf zal binnenkort te vinden zijn op de website van VoedselAnders.

Audio:
Q&A lezing Egbert Harmsen (7min26)
discussie (1e stuk) workshop Palestina/West-Sahara (7min29)
discussie (2e stuk) workshop Palestina/West-Sahara (7min06)

Meer lezen:
St. Diensten en Onderzoek Centrum Palestina
– “Over Boycot (BDS: Boycot, desinvestering en sancties),” DocP.
– “Trading Away Peace: How Europe helps sustain illegal Israeli settlements,” coalitie van 22 West-Europese NGO’s, 19 oktober 2012.
– “Challenges to international humanitarian law: Israel’s occupation policy,” International Review of Red Cross (Vol. 94 Nr. 888), Winter 2012
– “Herkomstetikettering, Kostenverkenning voor producenten en consumenten,” LEI, december 2012
– “Farming Injustice – International trade with Israeli agricultural companies
and the destruction of Palestinian farming,” Palestinian farming and civil society organisations (BDS Movement), februari 2013.
– Vertaling hiervan: “Vrede Verhandelen: Hoe Europa bijdraagt tot het ondersteunen van illegale Israëlische nederzettingen,” Vredesmuseum, 20 maart 2013.
– “Dutch economic links with the occupation,” Cordaid, ICCO and IKV Pax Christi (Profundo), 20 april 2013
– “Kerem Navot, Israeli settler agriculture as a means of land takeover in the West Bank,” RHR, augustus 2013.
– “Twaalf organisaties roepen ABP op investeringen in Israelische banken terug te trekken,”  DocP, 24 januari 2014.
– “Oproep aan supermarkten en groothandels: ‘Stop verkoop van producten uit illegale Israëlische nederzettingen’,” Supermacht, 29 april 2013.
– “Boycot producten illegale nederzettingen Israël gaat ´ondergronds´, maar effectief douanetoezicht is noodzakelijk!,” Supermacht, 29 juli 2013.

Update:
In april kwam er het rapport ¨Made in Israel: Agricultural export from occupied territories¨ uit van de organisatie Who Profits? Het gaat over de activiteiten van de belangrijkste Israëlische landbouw-exportbedrijven in de bezette gebieden. Het rapport laat de ernstige gevolgen zien van een afgeschermde (¨Israeli-only¨) landbouw op bezet Palestijns en Syrisch land.
Hier zijn een uitgebreidere beschrijving van het rapport en het algemene adres van de Who Profits-website.

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=3464)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *