Betaalstaking AH-franchisers doorbeekt impasse van onmacht, slepende onderhandelingen en gebrekkige wetgeving

(28 januari 2014) (Update 140429) Er is veel onrust en kwaadheid onder zelfstandige winkeliers die onder handelsnaam van een (supermarkt-)keten opereren. De positie van deze franchisenemers komt steeds meer onder druk te staan door zware en onredelijke eisen en de handelwijze van die ketens. Een paar franchisers voelden al zich genoodzaakt te stoppen. Anderen zijn in verzet gekomen (zoals bij Albert Heijn) en begonnen in december een betaalstaking. Zij worden gesteund door de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers (VAHFR). De afgelopen week bracht het Vakcentrum Levensmiddelen een rapport uit dat duidelijk maakt hoe franchisers  door de ketens worden uitgebuit en dwars gezeten. In het rapport staan aanbevelingen voor wetswijzigingen om de positie van de franchisers te verbeteren. De organisatie verwacht politieke steun van het Europese Parlement dat in december het zogenaamde Retail Action Plan aan nam.

(door Rob Bleijerveld)

Op 22 januari bracht de brancheorganisatie van zelfstandige winkeliers – het Vakcentrum Levensmiddelen [1] – een rapport [2] uit over de benarde situatie waarin veel franchisers [3] zich bevinden. Geconcludeerd wordt dat de sterkere machtspositie van de franchisegevers (bijv. supermarktketens) in toenemende mate leidt tot “onevenwichtige voorwaarden” voor de zelfstandige ondernemers die onder hun vlag een of meerdere winkels exploiteren.

Franchising is voor de meeste zelfstandige detailhandelaren de enige manier om overeind te blijven. Maar er worden steeds meer beperkingen en eisen opgelegd aan franchisers. De samenwerkingscontracten worden steeds eenzijdiger en de bewegingsruimte om te ondernemen neemt af. Het afnemen van mogelijkheden om de franchiseformule op lokale wijze in te vullen, heeft volgens het rapport een nadelig efect op de keuzevrijheid van consumenten, op de werkgelegenheid en op de leefbaarheid in (kleine) kernen en buurten. Ook dreigen steeds meer zelfstandige ondernemers af te haken [4].

“Andere spelregels zijn nodig”

Volgens het Vakcentrum Levensmiddelen hebben de franchisers alleen nog een toekomst als er “tenminste een gelijk speelveld komt tussen franchisegever en franchisenemer”. Daarnaast moeten er “spelregels” komen, die het voortbestaan van de zelfstandige ondernemers bevorderen in plaats van in de weg te zitten”. Dat kan in de vorm van wet- en regelgeving die bescherming biedt met betrekking tot de “(pre-)contractuele fase”, zoals ook in bepaalde andere EU-lidstaten het geval is. Het Vakcentrum haalt in dit verband ook het Retail Action Plan [5] aan van rapporteur De Jong dat in december is aangenomen door het Europese Parlement. Het parlement zal dit naar verwachting gebruiken om bij de Europese Commissie aan te dringen op een voorstel voor het doorvoeren van wetshervormingen ter verbetering van de positie van detailhandelaren.

Misdragingen door franchisegevers

In het rapport wordt een groot aantal “knelpunten” (41) genoemd, ofwel misdragingen door franchisegevers jegens franchisenemers.  Hier volgt een samenvatting.

– Bij (tussentijdse) contractaanpassingen is regelmatig sprake van:

01. volledige afhankelijkheid van de franchisenemer waar het gaat om voortzetting van jaarsubsidies (wegens incorrecte prognoses);
02. het niet verlenen van voldoende bedenktijd aan de franchisenemers om de inhoud van contracten goed te kunnen bestuderen;
03. het buitensluiten van belangenbehartigers bij het sluiten van contracten die inhoudelijk afwijken van wat collectief is geregeld;
04. het opleggen van een geheimhoudingsplicht zodat adviesverlening niet mogelijk is.

– Over de totstandkoming en inhoudsbepaling van contracten is er vaak sprake
   van:

05. het opleggen van extra belastende, en zelfs niet nader gespecificeerde (concurrentie)bepalingen buiten het contract om [in zg. side-letters];
06. het bewust uitgaan van foutieve gegevens over exploitatie, begrotingen, omzet, marktgebied en financieringsafspraken [in zg. afsprakenbrieven];
07. het niet nakomen van mondelinge toezeggingen door commercieel managers;
08. het niet nakomen van zorgplicht door franchisegevers;
09. het met terugwerkende kracht opdringen van een nieuwe, nadelige franchiseovereenkomst;
10. het bevoordelen van de eigen filialen bij nieuwe introducties;
11. het werken met uniforme displays die niet passen bij de behoefte van een kleine winkel;

11. de franchisenemer opzadelen met het opstartrisiko en bij mislukking van de onderneming alle opbrengsten inpikken;
12. het opleggen aan beginnende ondernemingen van onredelijk hoge bijdragen (instapfee, onderhuur, reclame-, opleidings- en controlekosten), het verschaffen van te weinig of zelfs misleidende informatie en het instellen van verplichte  afname van toegevoegde diensten.
13. het ongelijk verdelen van kosten tussen franchisebedrijven en eigen filialen;
14. het eenzijdig wijzigen van de fee (eigen bijdrage voor het recht op het voeren van het handelsmerk);
15. het niet verschaffen van inzicht in (inkoop)condities, (volume)kortingen, marges, belastprijzen en verkoopcondities ondanks contractuele verplichtingen;
16. het niet aanpassen van voorwaarden die passen bij de bedrijfsomvang na een bedrijfsuitbreiding;
17. het beletten (door de internationale struktuur van de keten) dat franchisenemers in Nederland (inkoop)condities, (volume)kortingen, marges, belastprijzen en verkoopcondities kunnen controleren;
18. het niet doorberekenen aan franchisenemers van voordelen van inkoop of oprekken van betaaltermijnen (jegens fabrikanten), en het laten betalen van voorraadkosten door franchisenemers;
19. het onevenredig mee laten betalen voor promotiemateriaal;
20. het bewust verlagen van de eigen brutomarge ten nadele van de franchisenemers.

– Franchisegevers maken ook regelmatig inbreuk op het exclusieve marktgebied
   van franchisenemer door daar:

21. zonder overleg of zonder aanpassing van afspraken eigen filialen op te starten en daarvoor actief reclame te maken;
22. idemdito wat betreft e-commerce en bijgaande actieve reclameuitingen;
23. het verbieden of niet ondersteunen van klantbenadering door franchisenemers via e-commerce;
24. het misbruiken van klantgegevens ten eigen nutte.

– Franchisegevers frustreren de opening van nieuwe vestigingen door
  franchisnemers door:

25. het opleggen van extra (bindende) afspraken (ook waar het gaat om eerder verworven vestigingspunten waarvoor al afspraken waren gemaakt);
26. het verbieden van winkelopening onder een andere formulenaam zelfs na weigering door de keten van het gebruik van diens formulenaam voor de nieuwe vestiging;
27. het niet meewerken aan extra winkelopening omdat dat de omzet van buurtfilialen zou benadelen;

– Met betrekking tot aanvullende inkoop, aanpassing aan consumentenwensen en
   koppelverkoop zijn er de volgende “knelpunten”:

28. verbod op regionale/lokale inkoop die beter aansluit bij de klantwensen in dat marktgebied;
29. het niet toestaan van inkoop bij andere leveranciers zonder toestemming, ondanks het wettelijk bepaalde “vrije percentage”;
30. het technisch onmogelijk maken of bemoeilijken van “vreemde inkoop”;
31. het opleggen van sankties op “vreemd inkopen” door toepassing van bepalingen uit het conditiestelsel;
32. het dwingen tot hand- en spandiensten ten bate van andere formules binnen de keten [“cross formuleverplichting”];

– Gevallen van misbruik van bepalingen in het (onder)huurcontract zijn:

33. het laten tekenen van een bijlage binnen een samenwerkingsovereenkomst die neer komt op het opdraaien voor bepaalde onderhoudskosten door de  onderhuurder (terwijl die voor rekening komen van de keten als feitelijke huurder);
34. het verplicht verhuren van een eventueel eigen pand aan de franchisegever in ruil voor het verkrijgen van een (nieuwe of verlengde) franchiseovereenkomst;
35. het misbruiken van het wettelijk recht om huurcontracten te verhandelen aan derden zonder daarbij de belangen van de franchisenemer (onderhuurder) te betrekken;
36. het instandhouden van onbalans in de machtverhouding zodra franchisenemer een pand huurt van een franchisegever, omdat de eerste dan op dat vestigingspunt gebonden is en blijft aan deze franchisegever;

– Als laatste zijn de volgende misdragingen bekend met betrekking tot de
   beëindiging van een contract:

37. het – ondanks uitdrukkelijk verzoek – niet tussentijds beëindigen van een contract (en dus het moeten openhouden van de winkel), zodat de franchisenemer tenslotte – onnodig – failliet gaat;
38. het – ondanks contractuele verplichting- niet willen aankopen van een te koop aangeboden winkelvestiging, maar tegelijkertijd wel de doorverkoop aan derden verbieden;
39. het opleggen van een concurentiebeding waardoor een franchisenemer gedurende langere tijd niet van formule mag wisselen;
40. het bij contracteren al vastleggen van de verplichting van terug-verkoop voor een vooraf vastgestelde prijs bij contractopzegging;
41. het “meeverkopen” van franchisenemers (het verplicht overnemen van de  formule van de opkopende keten), welke tevens verplicht tot stevige investeringen (zonder bankleningen);

Denk bij dat laatste aan de C1000-franchisers die zijn “meeverkocht”aan Jumbo en Albert Heijn en die nu zeer ontvreden zijn.

Politieke oplossingen

Het Vakcentrum vindt dat verantwoordelijke politici en overheden “zich niet langer mogen verschuilen achter prioriteitstellingen of mogen wijzen op in feite niet bestaande lapmiddelen”. Het rapport geeft aan waar de wetgever miskleunt (A-C) en doet tevens een aantal aanbevelingen (D-G) voor het oplossen van de “knelpunten”.

A. De Europese code voor franchisegevers moet worden geaccepteerd door de Nederlandse rechterlijke macht als een zelfstandig kader van rechten en plichten. Daarnaast moet deze code op bepaalde punten worden aangepast om de positie van de franchisenemer te kunnen waarborgen;
B. Jurisprudentie is te schaars, casuïstisch of te algemeen om te dienen als bron voor een evenwichtige relatie.  De franchiserelatie – vooral in combinatie met langdurige leveringsafspraken – werpt bovendien te hoge drempels op voor rechterlijke procedures.
C. Ondanks dat franchising een cruciaal economisch belang vertegenwoordigt, vindt dit niet zijn weerslag in een voldoende wettelijke bescherming;

Een wettelijk nationaal en Europees kader als oplossing behoeft volgens de organisatie het volgende:

D. het wegnemen van knelpunten in de wetgeving op zowel nationaal als Europees niveau, zoals het concurrentie beding na afloop van de overeenkomst en het verbod op multifranchising;
E. bescherming van de positie van de franchisenemer in de precontractuele fase, zoals in de USA, België, Litouwen, Spanje en Frankrijk het geval is;
F. bescherming van de positie van de franchisenemer in de contractuele fase.

Meer specifieke eisen met betrekking tot franchisegevers zijn onder meer:
– verplichte aanlevering van correcte data;
– verplicht rekening houden met gewijzigde omstandigheden en gerechtvaardigde belangen van franchisenemers;
– redelijkheidstoets concurrentiebeding bij einde looptijd van franchiseovereenkomsten;
– regeling van de aanbiedingsplicht door franchisenemers (op basis van reële economische waarde; vervalt na 1 maand);
– verbod om consumentendata van franchisenemers zonder instemming te gebruiken;
– het instellen van objectieve wervings- en afwijzingsrechten;
– verbod op concurrerende activiteiten in marktgebied van franchisenemers zonder tegenprestatie;
– alle afspraken op schrift stellen.

G. het verplicht oprichten van een laagdrempelige toets- en klachtenregeling voor franchisenemers (B.W. en VO 330/2010).

Europa

Het “European Retail Action Plan for the benefit of all actors [4] dat het Europees Parlement in december 2013 aan nam, biedt volgens het Vakcentrum mogelijkheden voor de verbetering van de positie van franchisers. De organisatie wijst daarbij uitdrukkelijk op paragraaf 29.

Het parlement verwelkomt franchising als een zakenmodel voor nieuwe en kleinschalige ondernemingen. Het roept Commissie en Raad van Regeringsleiders op om maatregelen te nemen tegen oneerlijke en niet-transparante contractvoorwaarden, en tegen opgeworpen belemmeringen op de vrije verkoop tot verkoop of formulewisseling door franchisenemers. Men eist verder een onderzoek naar de mogelijkheid om prijs-fixeringsmechanismen te verbieden en naar de langetermijn-gevolgen van concurentiebeding, verkoopopties en verbod op multi-franchising. Wat deze laatste punten betreft wil het parlement ook af van de uitzonderingsbepaling van de concurrentiewetgeving voor bedrijven die minder dan 30% marktaandeel hebben.

Nederlandse politiek

De stellingname van het Europese parlement kan helpen om druk uit te oefenen op de Nederlandse regering die bij monde van minister Kamp van Economische Zaken onwillig is gebleken om de wet aan te passen. Meer daarover in het rapport van het Vakcentrum Levensmiddelen.

Vakcentrum-directeur Hoogstraaten gaf in een interview aan dat gedwongen overnames en overeenkomstige problemen voor franchisers ook aan de orde zijn buiten de voedselbranche. De wetgever is nu aan zet, vindt ze. De problemen voor franchisers zijn veelzijdig en het doorvoeren van eventuele wettelijke aanpassingen zal echter nog jaren op zich laten wachten. Op korte termijn moet daarom een collectieve oplossing worden gevonden voor alle zelfstandig ondernemers die op basis van de verkeerde prognoses in de problemen zijn geraakt, waaronder een aantal C1000-franchisers.

C1000-franchisers [6] in problemen

Eind november 2011 werd bekend dat Jumbo alle C1000-winkels wilde overnemen. De rechter besloot dat Jumbo daardoor te groot zou worden en het concern moest daarom een aantal C1000-filialen doorverkopen naar Albert Heijn.

Ondanks berichten van de Jumbo Groep Holding B.V. dat de ombouw van 95 C1000-winkels tot Jumbo-winkels succesvol is verlopen, zijn er nog tal van verontruste C1000-ondernemers die vrezen voor hun zelfstandigheid als ze naar Jumbo overgaan. September vorig jaar onderhandelde de Stichting Belangenbehartiging C1000 met Jumbo namens ruim 100 “dissidente” C1000-franchisers. Een aantal eisen van de franchisers leek toen voor een belangrijk deel ingevuld (zoals voldoende compensatie en garanties bij ombouw, en individuele toezeggingen op papier), maar een heet hangijzer bleef de verplichting die Jumbo stelde om hun winkel bij bedrijfsbeëindiging aan te aanbieden aan de Jumbo Supermarkten Groep. Dat willen ze niet. Sommige franchisers waren bereid om tot actie over te gaan en om op termijn gezamenlijk de ombouwoperatie naar Jumbo stil te leggen. Of om als groep naar een andere inkooporganisatie over te stappen. Men nam een voorbeeld aan het verzet van de Utrechtse gebroeders Kippersluis tegen overname door Jumbo.

De Jumbo-delegatie vroeg tot eind oktober de tijd om duidelijkheid te kunnen verschaffen over de uitwerking van het nieuwe commercieel beleid van de formule. De uitkomst daarvan heeft blijkbaar niet iedereen gerustgesteld.

Van de groep voormalige C1000-franchisers die verplicht moesten overgaan naar Albert Heijn, ondervinden velen nu moeilijkheden omdat de omzetprognoses bij de overgang van C1000 naar AH veel te optimistisch waren.  Een teleurgestelde C1000-franchiser, Brouns, uit Helmond verkocht zijn supermarkt inmiddels aan Albert Heijn, omdat de ombouw van C1000 naar AH in juli 2013 hem 60 tot 70.000 euro kostte. Hij is de tweede franchiser die zijn winkel noodgedwongen van de hand doet.

Tientallen andere C1000-ondernemers halen hun omzetten ook niet. Het zou gaan om 80% van het totaal aantal om te bouwen winkels. De franchisers zitten 10 tot 15 procent onder de prognose die AH opstelde (ondanks het feit dat 10% lager dan de prognose die C1000 eerder stelde). Zelfs de zogenoemde brandingsregeling en excessenregeling van AH als extra ondersteuning helpen niet om de omzet omhoog te stuwen. Conclusie: “De C1000-klanten accepteren de transfer naar de marktleider gewoon niet.” De franchisers kunnen binnen deze formule niet meer als voorheen maatwerk leveren om de consument binnen te houden, geen lokaal inkoopbeleid voeren en veel klanten doen nu boodschappen bij goedkopere formules in de buurt.

Betaalstaking door Albert Heijn-franchisers

Bij de groep franchisers van Albert Heijn [7] is veel kwaadheid over het beleid van de multinational. Er loopt al jaren een conflict met Albert Heijn over een onderwerpen als regels voor (ver)koop van winkels, over gebrek aan ruimte om het assortiment aan te passen aan de lokale klantsmaak, en over het mislopen van de winst uit internetverkopen.

Een ander conflictpunt is de aan hen opgelegde heffing waarmee AH de kosten van het aanhouden van voorraden zou betalen. Volgens directeur van Uchelen van de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers (VAHFR) klopt dat niet. Albert Heijn maakt die kosten helemaal niet, aldus van Uchelen, die zijn al gedekt met de gratis krediet die het bedrijf bij leveranciers afdwingt (door heel lang te wachten met het betalen van geleverde goederen of diensten).

De VAHFR riep op tot actie tegen de heffing en een groot aantal franchisers blokkeerden daarop hun betaalrekeningen aan AH (gedeeltelijke stornering). Ze hielden daarbij 15% in op de rekening die AH hen stuurde voor de omzet in de drukke week 51, de week vlak voor Kerst 2013. De franchisers worden normaal gesproken geacht om Albert Heijn binnen tien dagen na levering te betalen, terwijl het levensmiddelenconcern zelf vaak 60 tot 120 dagen wacht voordat het zijn leveranciers betaalt. De franchisers spekten aldus de rekening van Ahold met zo’n 400 miljoen euro door al die onterechte heffingen. Dat levert AH een aanzienlijk rentevoordeel op, aldus van Uchelen. Maar deze betaalstaking kost Albert Heijn nu naar schatting 10 miljoen euro.

De rollen omgedraaid

De actie komt na jaren van onderhandelingen over de betalingskwestie. Tijdens die gesprekken gingen de betalingen aan Ahold gewoon door terwijl de franchisers er weinig van terugkregen en de andere conflictpunten onopgelost blijven. Van Uchelen: “De rollen hebben wij nu omgedraaid. Nu zitten wij eens op het geld, en is Albert Heijn de vragende partij.”

Het concern zegt niet te snappen waarom het nu is geëscaleerd. Een onafhankelijke partij zou op dit moment uitzoeken welke betalingen er moeten worden gedaan. De AH-woordvoerder is van mening dat men juist dicht bij een oplossing was.

Update pers:
– “Franchisers negeren dreigbrief AH,” 30 januari 2014.
– “Onduidelijke afspraken, machtsmisbruik. Een groeiend aantal ondernemers klaagt over franchisegevers. Tijd voor nieuwe wet- en regelgeving, vindt de branchevereniging. `Ik voel me een bedrijfsleider die voor eigen risico werkt’,” Financieele Dagblad, 30 januari 2014 [geen publieke weblink beschikbaar].
– “AH-franchisers negeren sommatie uit Zaandam massaal,” Financieele Dagblad, 30 januari 2014 [geen publieke weblink beschikbaar].

Update pers 2:
Bij de ondernemers van C1000 is onvrede ontstaan over een compensatieregeling die voormalige Jumbo-ondernemers kunnen krijgen wanneer de inkomsten na de formule-overstap zouden dalen.
(Zie: ¨Onvrede bij ondernemers C1000,¨ RetailDetail, 29 april 2014.

Meer lezen:
– “Spanning loopt op bij AH’ers; Groeiende verdeeldheid over machtspolitiek Albert Heijn,” Distrifood, 8 oktober 2011.
– “Jumbo verkoopt ruim honderd winkels – merknaam C1000 verdwijnt,” NRC, 26 april 2012.
– “Onderhuidse spanning, maar o zo aanwezig en voelbaar; AH en franchisers komen maar niet tot een nieuw contract,” Distrifood, 9 februari 2013.
– “EU Sociaal-Economisch Committee: ‘Stop misbruik inkoopmacht door grote supermarktketens!’,” Supermacht, 20 februari 2013.
– “C1000-dissidenten: afsplitsing uiterst drukmiddel,” Levensmiddelenkrant, 6 augustus 2013.
– “Rechtszaken en acties door buurt en personeel kunnen ontruiming Kippersluis-supermarkt door retailgigant Jumbo niet voorkomen,” Supermacht, 13 augustus 2013.
– “SP-voorstellen voor behoud kleine winkels gesteund door Europees Parlement,” SP, 5 november 2013.
Verslag 14 november 2013 over het Europees actieplan inzake detailhandel in het belang van alle betrokken partijen (2013/2093(INI)), INTI (EP).
– “Transcriptie, audio en weblinks van rondetafel ‘inkoopmacht’ (14 nov., Tweede Kamer),” Supermacht, 16 november 2013.
– “Relatie franchiseketens en ondernemers onder druk door crisis,” Stentor, 30 november 2013.
–  “Consortium overhandigt 40.000 handtekeningen aan Eurocommissaris Barnier – Pak oneerlijke handelspraktijken van supermarkten aan,” SOMO, 9 december 2013.
– “Europees Parlement roept op tot lastenverlichting winkeliers,” Detailhandel, 11 december 2013.
– “Retail action plan,” EESC, 16 december 2013.
– “Albert Heijn franchiseformule met meeste vestigingen,” Nationale Franchisegids, 7 januari 2014.
– “Franchisers zoeken confrontatie met AH; Zelfstandige ondernemers weigeren deel goederenfactuur week 51 te betalen,” Distrifood, 13 januari 2014.
– “Commissioner Barnier opens high-level group on retail competitiveness,” EC, 20 januari 2014.

Noten:
[1] Het Vakcentrum is de brancheorganisatie van zelfstandige winkeliers. Het behartigt de belangen van winkeliers met supermarkten, kaas- en delicatessenwinkels, natuurvoeding- en reformzaken, convenience stores, slijterijen en drogisterijen.
[2] “Franchising en de ruimte voor zelfstandig ondernemerschap
[3] Een franchiser of franchisenemer is een zelfstandige ondernemer die een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) waarbij de franchisenemer het recht krijgt om tegen betaling een zaak te exploiteren met die handelsnaam (en met een herkenbare formule). Een franchisebedrijf is eigendom van de franchisenemer. Een (winkel)filiaal daarentegen is eigendom van het moederbedrijf en wordt geleid door een werknemer van dat bedrijf (de bedrijfsleider). Bron: Wikipedia.
[4] In de periode 2011-2012 nam het aantal franchisegevers in de voedselbranche af van 92 tot 85 en het aantal franchisenemers van 5.375 tot 4.954
[5] De rapporteur hiervoor was Europarlementariër Dennis de Jong van de SP. Meer over het EU Retail Plan is hier te vinden:
[6] C1000 was van oorspong een 100% franchiser-onderneming.
[7] Van alle AH-vestigingen zijn er 250 in handen van franchisers; Na de ombouw van de C1000-groep zullen dat er naar verwachting zo’n 280 zijn. Dat is ongeveer eenderde van alle Nederlandse Albert Heijn-vestigingen.

Bronnen:
– “Jumbo bezint zich op eisen C1000-ondernemers,” Levensmiddelenkrant, 25 september 2013.
– “Betere voorwaarden voor krimpend C1000,” Distrifood, 30 september 2013.
– “AH krijgt ex-C1000’s niet aan de praat,” Distrifood, 20 januari 2014.
– “Franchisers: betaalstaking om Albert Heijn onder druk te zetten,” Volkskrant, 16 januari 2014.
– “Franchising en de ruimte voor zelfstandig ondernemerschap,” Vakcentrum Levensmiddelen, 22 januari 2014.
– “Hoogstraten: positie ondernemer holt achteruit,” Distrifood, 27 januari 2014.

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=3355)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *