Albert Heijn: FanScan-programma zet medewerkers en winkels onder druk

(30 augustus 2011)  In 2015 wil Albert Heijn een miljoen trouwe en tevreden klanten erbij hebben, de “fans van Albert Heijn”. De medewerkers wordt opgedragen per dag een minimaal aantal klanten te begroeten en om een persoonlijke band met ze op te bouwen. De winkels zullen onderling gaan concurreren aan de hand van een scorekaart, de FanScan. Lees verder“Albert Heijn: FanScan-programma zet medewerkers en winkels onder druk”

Albert Heijn en WNF: schone schijn met duurzame(?) vis

(30 augustuis 2011) Supermarktconcern Albert Heijn en het Wereld Natuur Fonds sloten onlangs een overeenkomst om te komen tot de verduurzaming van het volledige visassortiment van het eigen huismerk van AH. Deze inzet gaat uit van de keurmerken MSC (Marine Stewardship Council) voor wilde vis en ASC (Aquaculture Stewardship Council) voor kweekvis. Er is echter volop kritiek op de duurzaamheidsclaims van beide keurmerken.

(door Rob Bleijerveld)

Supermarktconcern Albert Heijn en het Wereld Natuur Fonds (WNF) sloten onlangs een overeenkomst om te komen tot de verduurzaming van het volledige visassortiment van het eigen huismerk van AH. Volledige verduurzaming (verpakking en productie) moet op 31 december 2015 een feit zijn en gaat uit van de keurmerken MSC (Marine Stewardship Council) voor wilde vis en ASC (Aquaculture Stewardship Council) voor kweekvis.

Vanaf 15 augustus liggen in het schap bij Albert Heijn de eerste Nederlandse MSC-mosselen.

Sinds 2007 werken AH en het WNF samen op het gebied van duurzaamheidvraagstukken. Op 30 september van dat jaar sloten ze een overeenkomst gericht op het vergroten van het aandeel duurzame vis in de Albert Heijn-winkels. De nieuwe overeenkomst legt duurzaamheidsdoelstellingen vast met betrekking tot het hele visassortiment van huismerk Albert Heijn. Het gaat daarbij om alle verse producten, diepvriesvisproducten en producten waarin vis verwerkt is.

Twijfels over de duurzaamheidsclaims van de keurmerken MSC en ASC

Op 30 november vorig jaar werd tijdens een debat in de Rode Hoed veel kritiek geuit op de aquacultuur-sector die kweekvis levert. Die kritiek ging over de antibiotica en pesticiden die daarbij worden gebruikt, het overbrengen van ziekten op wilde soortgenoten door ontsnapte vissen, en het voeren van wilde vis aan de kweekvis [1]. Ook zou de garnalenkweek in ontwikkelingslanden hebben geleid tot ontbossing (40-60% van de mangrovebossen aan tropische kusten) en meer gericht zijn op kortetermijn-winst dan op het verschaffen van een duurzame inkomstenbron.

Esther Luiten, programmamanager aquacultuur bij het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel [2] is niet van mening dat kweekvis slechter is dan gevangen vis. Het ligt volgens haar aan de bedrijven zelf hoe ze omgaan met het kweken van vis. Het ASC-keurmerk is zou een grote kans bieden aan (kleine) producenten in ontwikkelingslanden, met name in China, India, Vietnam en andere Aziatische landen om een marktpositie te verwerven. “Met een groeiende wereldbevolking kunnen we eigenlijk niet zonder kweekvis,” aldus Luiten.

Een Katwijkse visser die al 45 jaar op zee heeft gevist, stelde dat echt duurzaam kweken niet mogelijk is: “Om vis te kweken heb je kleinere vis en krill nodig als voer en daarvoor moet je de zee op en ga je dieper de voedselketen in. Dat is rampzalig voor het ecosysteem.” Hij voegde toe dat een grotere vraag tot grotere vangst leidt. Luiten reageerde door te stellen dat men moet uitgaan van een effectief gebruik van alle zeeorganismen zonder de oceanen leeg te roven. Het ASC-keurmerk zou ervoor zorgen dat dat duurzaam gebeurt. Verder zou de macht van de supermarkten nodig zijn om echte vooruitgang te boeken. Voor zowel supermarkten als producenten zou het commercieel interessant zijn om klanten te binden en om zo een voorsprong te krijgen op andere bedrijven.

WNF en de belangen van grote bedrijven

In mei 2009 protesteerden 70 milieu- en mensenrechtenorganisaties uit ontwikkelingslanden, gecoördineerd door het Mangrove Action Network, heftig bij het Wereld Natuur Fonds tegen het ASC-keurmerk (dat rond die tijd gelanceerd zou worden). Volgens hen dient dat slechts de belangen van de grote kweekbedrijven en schaadt het de belangen van de lokale bevolking. “Het proces legitimeert een schadelijke vorm van aquacultuur in de naam van goedkope garnalen en goedkope zalm”, aldus een van de woordvoerders. Het WNF was volgens het Netwerk niet bereid om de vertegenwoordigers van de lokale gemeenschappen te betrekken bij het overleg over het ASC. De organisatie werd zelfs van corruptie beschuldigd: de certificatie-instelling is deels betaald door de voedselindustrie en de WNF-er die leiding gaf aan het proces werkte voorheen als regionale CEO bij een controversiele aquacultuur multinational die veelvuldig is beschuldigd van het schenden van arbeidsrechten en van milieuvernietiging.

In het dagblad Trouw worden gemeld dat ook wetenschappers vraagtekens hebben gezet bij de effecten van keurmerken als ASC en MSC. Zo zouden volgens onderzoeker Gulbrandsen van het Noorse Fridtjof Nansen Instituut kleine bedrijven helemaal niet ‘meetellen’ bij het MSC-keurmerk en is een ecolabel vooral aantrekkelijk voor kapitaalkrachtige visserijbedrijven als promotiemiddel. De kosten voor het verkrijgen van een certificaat zijn bijvoorbeeld erg hoog.

Onvoldoende toezicht

Onderzoekers van Turtle Island Restoration Network zijn op hun beurt van mening dat de visserijbedrijven aan de kust van Florida geen MSC-label mogen krijgen. Bij de vangst van zwaardvis sterven namelijk ook schildpadden, haaien en andere beschermde vissoorten. “The certifiers can’t support claims that they know how much swordfish can be caught and how many sea turtles are killed in the process,” aldus zeebioloog Chris Pincetich, “The data is not there.”

Peter Marko van de Clemson Universiteit meldde onlangs dat genetische proeven uitwezen dat het bij een aanzienlijk deel van alle MSC-gecertificeerde Chileense zeebaars die wordt verkocht in de VS, in feite niet gaat om Chileense zeebaars.

Volgens zeebioloog Misty MacDuffee van Raincoast dumpten commerciele visbedrijven in Brits Columbia (Canada) de laatste maand 1,37 miljoen pond Pacifische zalm (ofwel zo’n 40 transporttrucks vol). Veel van deze vis is afkomstig van uitgeputte visgronden en zal volgens wetenschappers zich niet meer kunnen voortpanten na het terugzetten. De Pacifische zalm is bijvangst van de ‘roze zalm’ die veel meer opbrengt en die door de MSC is gecertificeerd. Onterecht volgens de Watershed Watch Salmon Society, Raincoast Conservation Foundation en SkeenaWild Conservation Trust: er is geen toezicht om een veilige vrijlating van de zalm te garanderen. De verkwisting wordt ingegeven door de concurrentiestrijd tussen de bedrijven.

Ook Greenpeace deelt bepaalde sommige van de bezwaren tegen het MSC-keurmerk.

Bronnen:
– “Overeenkomst AH en WNF op duurzame vis,” Happynews, 17 augustus 2011.
– “Duurzame kweekvis kans en bedreiging voor Aziatische kwekers,” Trouw, 1 december 2010.
– Debat (Rode Hoed) “De prijs van ons voedsel” thema “vis” van 30 november 2010 (verslag).
– “Worldwide Protest Against WWF’s Plans to Launch Aquaculture Stewardship Council,” NGO’s, 14 mei 2009.
– “Ook duurzame kweekvis krijgt standaard,” Trouw, 2 november 2009.
– “De-Coding Seafood Eco-Labels- Why we need public standards,” Food&Water Watch, 13 december 2010.
– “Fish Feed” (Farmed and dangerous)
– “Eco-label for Florida Swordfish Challenged Due to Harm to Sea Turtles at Risk of Extinction,” 26 augustus 2011.
– “When sustainable fish is not all that it seems,” Wildlifenews, 23 augustus 2011.
– “Sustainability: BC conservationists blast federal gov’t for ‘irresponsible’ MSC-certified salmon fisheries; Discards,”  Seafoodintelligence, 18 augustus 2011.
– “Greenpeace Campaign on U.S. Retailer Costco To Protect Oceans Ends With Chain Creating New Seafood Policy,” Greenpeace, 25 februari 2011.
– “Sustainable fish customers ‘duped’ by Marine Stewardship Council – Certification granted to controversial fisheries has prompted severe criticism of the sustainable fisheries organisation,” Guardian, 6 januari 2011.
– “Wetenschappers: duurzame vis is niet duurzaam,” NRC, 2 september 2010.
– “Marine Stewardship Council (MSC),” Greenpeace.
– “Seafood stewardship in crisis,” Nature, 1 september 2010.
– “Assessment of the Marine Stewardship Council (MSC) Fisheries Certification Programme,” Greenpeace 22 juni 2009.
Marine Stewardship Council
Aquaculture Stewardship Council
Wereld Natuur Fonds
Initiatief Duurzame Handel

Noten:
[1] De Canadese visserijbioloog Daniel Pauly uitte kritiek op de zogenaamde duurzaamheid van Noorse en Canadese kweekzalm omdat de zalm wordt gevoed met visolie, vismeel en wilde vis (van ver weg). Zie bijvoorbeeld: “Is salmon farming sustainable?” van 14 mei 2010.
[2] Het Initiatief Duurzame Handel (waarvan ook Ahold en WNF deel uit maken) schrijft op haar site: “De belangrijkste aandachtspunten op het gebied van duurzaamheid bij kweekvis vormen: verbeteren van afvalwatermanagement, bescherming van kustgebieden, verantwoord gebruik van antibiotica, voorkomen van ontsnappingen van niet-inheemse soorten, verbeteren van arbeidsomstandigheden en gebruik van verantwoorde soja voor visvoer.” Ofwel: antibiotica-gebruik wordt niet verboden vboor de kweekbedrijven. En er is kritiek op de term ‘verantwoorde soja’, onder andere omdat daar ook genetische gemanipuleerde en met gif behandelde soja onder valt.

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=460)

Landarbeidsters in Spanje weren zich: Nederlandse steun van vakbonden en consumentenorganisaties gewenst!

(foto: SOC-Almera)

(5 augustus 2011) In de Spaanse provincie Almería wordt een groot deel van de groente en fruit geteeld die (vooral) ‘s winters in onze supermarkten te koop is. Inmiddels geldt dat ook voor de biologische productie. In de strijd van arbeid(st)ers in Almería voor beter loon en arbeidsvoorwaarden is een voorlopig succes bereikt. Door acties bij het concern Bio-Sol, ondersteund door de kleine vakbond SOC en een internationale campagne richting Europese supermarkten, werd het ontslag van een aantal arbeidsters ongedaan gemaakt en kregen anderen een volledieg ontslagvergoeding. Om zijn eigen image te redden zette het Zwitserse supermarktconcern Coop op zijn beurt Bio-Sol onder druk om alle CAO-afspraken na te leven. Vakbonden en campagne-organisaties uit Spanje, Oostenrijk en Zwitserland wiilen nu bereiken dat de SOC een vaste vertegenwoordiging verkrijgt binnen Bio-Sol. Daarvoor is ook de steun nodig van Nederlandse vakbondsmensen en activisten…

SPANJE: landarbeid(st)ers weren zich
(door Dito Behr, EBF-Wien, 28 juli 2011)

(Vertaling: Rob Bleijerveld, Supermacht)

(5 augustus 2011) In mei 2011 bezocht een delegatie van Oostenrijkse vakbondsmensen de provincie Almería in Zuid-Spanje om uitleg te krijgen over de arbeidsvoorwaarden in de industriële landbouw ter plekke en om kontakten met de vakbond SOC [1] aan te knopen. De delegatie bestond ondermeer uit vertegenwoordigers van de vakbondscentrale ÖGB en van de Arbeiterkammer, leden van ondernemingsraden en ook een journaliste van een Oostenrijkse radiozender.

Al jaren is er in de mainstream-pers, maar ook in onafhankelijke en kritische kranten, blogs en films, veelvuldig bericht over de miserabele arbeidsvoorwaarden voor landarbeid(st)ers in de industriële sector van de Europese groente- en fruitproductie. Documentaires als “We feed the world” en “Unser täglich Brot” hebben een relatief breed publiek voldoende duidelijk gemaakt, dat goedkoop fruit en groente niet verkrijgbaar is zònder de inzet van een reserveleger van extreem-precaire arbeiders, waarvan de meeste migranten zijn en velen ook behoren tot de ‘zonder papieren’-groep.

Waarover tot voor kort echter relatief weinig is gesproken, is het feit, dat ook de arbeidsintensieve sectoren van de biologische landbouw – en vooral de grote, export-geörienteerde bedrijven daarin – volgens dezelfde logica funktioneren.

De reis van deze delegatie was om meerdere redenen belangrijk. Ten eerste kwam een uitwisseling van informatie en kennis op gang tussen vakbondscollega’s uit verschillende landen, iets dat juist bij de huidige crisisdynamiek in Europa erg belangrijk is. Ten tweede stonden het thema racisme en de mogelijke tegenstrategieën vanuit vakbondsperspectief bovenaan op de agenda. Ten derde werd op concrete wijze gediscussieerd over de mogelijkheden van solidariteit binnen de waardescheppende keten van agrarische producten. Hieronder wordt ingegaan op de arbeidsstrijd binnen de onderneming Bio-Sol (Regio Nijar in de provincie Almería) omdat die tijdens de reis van de Oostenrijkse vakbondsmensen steeds weer ter sprake kwam. Op dit moment gaat men na of het op middellange termijn mogelijk zal zijn om via een solidariteitscampagne in Oostenrijk en andere landen te komen tot verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de groente-verpakkingsbedrijven van Almería door het aanstellen van een Marokkaanse SOC-collega.

Industrieel-biologische landbouw in Almería

Al ruim 10 jaar strijdt de landarbeidersvakbond SOC, waarvan de achterban geheel en het activistenkader deels uit migranten bestaat, in de provincie Almería in Zuid-Spanje voor de rechten van werknemers in de agrarische sector. Meer dan 35000 hektare land in de regio is bebouwd met plastic kassen. Van de groenten die vooral in de wintermaanden in Europa worden verkocht, komt een groot deel hier vandaan. Omdat de aanhoudende kritiek over de ecologische vernietiging en de overmatige uitbuiting van de ruim 120000 migranten-landarbeid(st)ers na 10 jaar nog niet is weggeëbt, moest er iets gedaan worden aan het imago van de regio. “Business as usual’ was niet meer onmogelijk door de talrijke publieke interventies van de SOC en door de voortdurend grote belangstelling van buitenlandse journalisten, vakbondsmensen en activisten. Daarbij komt de overproductie-crisis van de laatste jaren en het daarmee samenhangende prijsverval, ondermeer versterkt door de toelating van groente-import vanuit Marokko. Kortom: veelvuldig werd ingezet op de overgang naar biologische productie. Op meerdere terreinen bracht deze ommekeer verbeteringen met zich mee, zoals een geringer gifgebruik, hetgeen planten, grondwater maar zeker ook zeker de arbeiders ten goede komt. In de gangbare teelt moeten de arbeiders sprayen met gifstoffen die deels zeer gevaarlijk voor de gezondheid zijn; dat heeft de laatste jaren dan ook geleid tot zware verwondingen en aandoeningen bij een groot aantal landarbeiders.

Enkele mitsen en maren: in de regelgeving voor de biologische landbouw zijn geen expliciete parameters opgenomen met betrekking tot de rechten van arbeid(st)ers. Regelgeving waarbij dit wèl het geval is, zoals in de “globalgap” [2] – die door ondernemingen zelf is opgesteld – staan echter niet onder openbaar toezicht. Ze zijn het strategische antwoord van de supermarktketens op stakingen en verzet in de industriële landbouw en op campagnes tegen de inkooppraktijken van de grote distributeurs – en zijn daarom niet meer dan een vijgeblad.

Tegen de achtergrond van deze situatie is het niet erg verwonderlijk, dat er op dit moment in een grote bio-onderneming in Almería een arbeidsstrijd is uitgebroken waarbij Marokkaanse en Roemeense arbeidsters vechten voor het ongedaan maken van ontslag en voor betere arbeidsvoorwaarden en hogere lonen.

Het geval Bio-Sol

De onderneming Bio-Sol is een van de grootste bedrijven in de regio die biologisch geproduceerde groenten op de markt brengt [3]. Het bedrijf was al in 1993 aanwezig op de markt en geldt daarom als een van de bio-pioniers van Almería. Sinds 11 jaar worden de waren – tomaten, paprika’s, augurken, courgettes, watermeloenen en suikermeloenen – ook geëxporteerd. Door haar veelzijdige productie kan de onderneming het hele jaar door telen en oogsten. Het Bio-Sol concern omvat ook een verpakkingsbedrijf waar zowel de eigen producten als ook die van 15 andere ondernemingen worden verpakt en voor de Europese export klaargemaakt, ofwel 98% van de productie. De onderneming handelt in groenten die afkomstig zijn van rond de 100 hectaren land, dat komt neer op 7 miljoen kilo jaarlijks.

Bij Bio Sol werken zo’n 200 arbeid(st)ers, waarvan 80 in de verpakkingshallen. De arbeidsdeling is klassiek: in de kassen werken voornamelijk mannen en in de verpakkingshallen, aan de lopende band vooral vrouwen. De meerderheid van de arbeid(st)ers komt uit Marokko, een kleiner deel uit Roemenië. Pas in oktober van 2010 kwamen berichten naar buiten over het verzet van de arbeid(st)ers toen een tiental vrouwen uit de verpakkingshallen – in meerderheid Marokkaanse migranten – zonder opgave van reden werden ontslagen. Al snel werd duidelijk waarom de onderneming dit deed: arbeidsters die daar langere tijd werkten (en in het geval van de ontslagen vrouwen was dat 5 tot 10 jaar) werden vervangen door nieuwe werkkrachten op precaire basis, dus met minder rechten, slechtere arbeidsvoorwaarden en lagere lonen. Wie lang genoeg voor het bedrijf heeft gewerkt, zou een ontslagvergoeding krijgen. Maar Bio-Sol zorgde er voor dat het niet zo ver kwam… Een andere, toegepaste truc: het doorvoeren van een contractwijziging waardoor het loon van de arbeidsters werd uitbetaald via drie aparte loonstroken afgegeven door drie verschillende bedrijven. Toch behoren die bedrijven alle tot het Bio-Sol concern en hebben de vrouwen jarenlang aan een dezelfde machine gewerkt, in dezelfde verpakkingshal.

En zoals vaak in dit soort gevallen, het is slechts het topje van de ijsberg: de arbeidsters meldden aan de SOC ook over andere misstanden. Zo hield het bedrijf zich niet aan CAO-afspraken over de lonen, duurden de werkdagen vaak van 9 uur ‘s morgens tot 1 uur ‘s nachts en werd er geen overwerktoeslag uitbetaald, en ook was er sprake van loonkorting van een halfuur voor elk toiletbezoek van meer dan 5 minuten. Verder werd er in de hallen gewerkt volgens stukloon, werd gedreigd met ontslag als niet een bepaalde hoeveelheid werd afgehandeld, was er verbale aggressie van de kant van voormensen, en moesten de vrouwen – ook de zwangere – kisten van 20 kilo tillen. Een van de vrouwen klaagde over een zeer zware bevalling na het doen van dit werk, maar het is moeilijk om te bewijzen dat dit met de arbeidsvoorwaarden te maken heeft.

Kritische journalistiek en campagnewerk

De arbeidsters wendden zich al in oktober 2010 tot de SOC, om samen een oplossing te vinden voor hun situatie. De zaak kwam echter pas goed op gang toen de Hamburgse journaliste Shelina Islam in februari 2011 een artikel schreef over de arbeidsvoorwaarden bij Bio-Sol. Onder de titel “Die gar nicht heile Bio-Welt” [4] werden in de Zwitserse krant “Der Tagesanzeiger” verklaringen van arbeidsters openbaar gemaakt. Bovendien werd SOC-vakbondsmedewerkster en arbeidsrechtsdeskundige Laura Góngora geciteerd: “Bio is voor de consument zeker goed, maar voor de arbeiders verandert er niets. De overtredingen van het arbeidsrecht nemen niet af. De groente, waarvoor de mensen nu zwoegen, heet nu eenvoudigweg Bio”. Ook in Duitsland en in Nederland werden artikels over het geval Bio-Sol gepubliceerd.

Na het verschijnen van het eerdergenoemd artikel kondigde Coop – een van de grootste supermarktketens in Zwitserland – aan geen groenten van Bio-Sol meer te zullen inkopen indien het arbeidsconflict niet op 28 april 2011 zou zijn opgelost. Vertegenwoordigers van Coop, van BioSuisse (de Zwitserse koepel van biologische ondernemingen) en van Rewe reisden meteen naar Almería om met de arbeidsters en met mensen van de SOC te praten. Behalve de ongedaanmaking van het ontslag en het nakomen van alle CAO-afspraken eisten de arbeidsters samen met de SOC de garantie dat er een permanente vakbondsvertegenwoordiging in het bedrijf zou worden geïnstalleerd. Coop ondersteunde deze eisen.

Dit lijkt op het eerste gezicht absurd, want supermarktketens waren tot dan toe maar matig geïnteresseerd in de arbeidsvoorwaarden bij hun toeleveranciers. Maar het dreigende “sociale” imagoverlies bleek groot genoeg om daarin verandering te brengen. De reactie van Coop is zeker geen spontane ingeving: juist in het geval van groenten uit Almería is het zo dat een groot aantal organisaties al ruim 10 jaar voortdurend met de SOC contact heeft en door gerichte campagnes de slechte arbeidsvoorwaarden en ook het racisme in Almería openbaar aan de kaak stelt. Ook worden steeds weer de inkooppraktijken van de supermarkten publiekelijk bekritiseerd [5]

Jongstleden 6 april vond er een protestbijeenkomst plaats van de betrokken arbeidsters en de SOC voor het gebouw van de ondernemersvereniging Asepal en voor de arbeidsrechtbank in Almería. Bij die laatste instantie lopen nu enkele zaken tegen Bio-Sol wegens valsheid in geschrifte.

De resultaten op een rijtje

De samenwerking tussen journalisten, vakbondsmensen en campagnevoerders (NGO’s en kritische consumenten) leidde begin mei 2011 tot een eerste succes: het conflict bij BioSol werd in het voordeel van de arbeidsters beslist. Zes arbeidsters werden weer aangenomen en zes anderen kregen een volledige ontslagvergoeding toegekend (bij elkaar een bedrag van enkele tienduizenden euro’s). Dat Bio-Sol toegaf had uiteindelijk te maken met het dreigement van Coop dat het anders het contract met het bedrijf zou beëindigen.

Men heeft politiek gezien de wind in de rug waar het gaat om het arbeidsconflict bij Bio-Sol. Dat is zeker ook het gevolg van de transnationale samenwerking op gebied van vakbondswerk en anti-racisme door de initiatieven die zijn genomen in Almería (vooral door de SOC) en initiatieven in de zogenaamde afnemerlanden voor de groenteproducten. Zo riep het Zwitserse “Platform voor een sociale en ecologische duurzamer landbouw” in een persverklaring op 13 april consumenten op om de arbeidersstrijd bij Bio-Sol en van de SOC te steunen. Het Europese Burger Forum (EBF) in Zwitserland startte een schrijfactie voor bezorgde burgers gericht aan Bio-Sol en de ondernemersvereniging van de provincie Almería.

Belangrijk is nu dat het de SOC lukt om zich permanent in het bedrijf te verankeren en om een vertegenwoordigster in de ondernemersraad te krijgen. En dat is ondanks de positieve rechtbankuitslag niet vanzelfsprekend. Permanent vakbondswerk verrichten in een bedrijf als Bio-Sol betekent tenslotte het mogelijk dagelijks aan de stok krijgen met voormensen en managers. In de komende weken en maanden is het erg belangrijk de ontwikkeling in het bedrijf nauwgezet te volgen en de SOC bij eventuele verdere acties te ondersteunen.

Op de lange termijn gaat het natuurlijk veel meer om het zonder compromis doorzetten van het principe van “gelijk geld en gelijk recht voor gelijk werk” voor alle migranten-arbeid(st)ers in Almería als ook om een meer algemene afschaffing van (landbouw-)kapitalistische toestanden, ook in de biologische sector.

Noten:
[1] SOC: Sindicato de Obreros del CampoFoto’s van (solidariteit met de) arbeidsters bij Bio-Sol.
[2] Global Gap is een particuliere organisatie die vrijwillige standaards heeft opgesteld voor het labellen van landbouwproducten uit de hele wereld. Het dient nu op de wereldmarkt als referentie voor “Goed Agrarisch Gedrag”. Het wordt toegepast in 80 landen.
[3] Zie “Spanien: Biologische Ausbeutung?,” Federico Pacheco, SOC-Almeria, Archipel 194 (06/2011).
[4] Zie Tagesanzeiger
[5] Zie de website van het Europees Burger Forum in het Duits of in het Frans.

Bron:
Spanien: LandarbeiterInnen wehren sich,” door Dito Behr, EBF-Wien, 28 juli 2011 (Archipel nr 195 – 07/2011). Ook te vinden in het Frans: “Espagne, Les ouvriers agricoles se révoltent,” Dito Behr, FCE Autriche, 28 juli 2011
(Archipel no 195 – 07/2011)’.

 (verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=458)

1 augustus: Gifsoja sticker-flyeraktie bij Albert Heijn in Amsterdam


(1 augustus 2011) Vanmiddag organiseert ASEED opnieuw een sticker- en flyeractie bij Albert Heijn in Amsterdam tegen misleiding over Foute Soja. Ditmaal zal ook het stickeren in alle openheid plaatsvinden, al is Albert Heijn daar niet van gediend.

¨Actie tegen misleiding door Albert Heijn opgeschroefd¨
(Persbericht ASEED, maandag 1 augustus 2011)

Vanmiddag organiseert ASEED opnieuw een sticker- en flyeractie bij een Albert Heijn-vestiging in Amsterdam tegen misleiding over Foute Soja.

De klant heeft recht om de waarheid te weten. De keten profileert zich als voorloper op het terrein van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, maar ze houdt voor de klant achter dat heel veel producten tot stand zijn gekomen door dieren te voeden met genetisch gemanipuleerde gifsoja. Wel klopt ze zich in haar publicaties op de borst dat ze streeft naar het gebruik van 100% ‘verantwoorde’ soja. Deze soja is echter verre van verantwoord, het gaat bij uitstek om een ongezond product van giftige landbouw.

Door heel Nederland en ook in België  hebben verschillende groepen de afgelopen weken producten gelabeld bij Albert Heijn die zijn gemaakt met foute soja. Daarbij hebben zij de consument geinformeerd over de schadelijke gevolgen van grootschalige sojaproductie. De massaconsumptie van vlees, eieren en zuivel heeft een zware impact op het leven van mensen in ‘Zuid-Amerika’. Bij Albert Heijn valt het gebruik van deze gifsoja sinds kort onder haar ‘duurzaamheidsbeleid’.

In een reactie op de sticker- en flyeracties licht Albert Heijn-woordvoerder Jan-Christiaan Hellendoorn toe dat Albert Heijn de enige Nederlandse retailer is die zich uitspreekt over haar verduurzamingactiviteiten van soja. ‘Dit is nu precies het probleem’, zegt ASEED woordvoerster Didi van Dijk, ‘Albert Heijn wekt de schijn dat soja die ze via de Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja (RTRS) inkopen duurzaam is. Terwijl het hier gewoon gaat om genetisch gemanipuleerde soja waarop veel gif wordt gespoten en dat dient om hier de dierindustire in stand te houden. De zwakke criteria van het label veranderen daar niets aan’ [1]

Eerder dit jaar werd Ahold via een consumentenpetitie gevraagd uit de Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja te stappen. In een reactie op deze brief schrijft Ahold haar standpunt niet te willen veranderen, omdat er volgens Ahold geen betere alternatieven zijn. [2]

Maar waarom een ‘verantwoord’ label plakken op iets dat niet verantwoord is? In Brazilie werd een record-oogst soja gerapporteerd voor het afgelopen jaar. Er werd meer dan 67 miljoen ton soja geproduceerd voor de export. Hiervoor wordt een miljoen ton gif gebruikt per jaar en wordt op grote schaal oerwoud gekapt. [3]

In Brazilie, maar ook in de andere soja-producerende landen veroorzaakt het omzetten van bos en landbouwgrond voor voedselonzekerheid en sociale conflicten. ‘Dit is niet verantwoord, dit is pure misleiding van de klant’, aldus Didi van Dijk. [4]

De ‘verantwoorde’ soja is een project van de soja-industrie en wordt omarmd door enkele maatschappelijke organisaties, waaronder het Wereld Natuur Fonds en Solidaridad. Een vele malen groter aantal organisaties heeft zich uitgesproken tegen dit initiatief. Wereldwijd en vooral ook in de landen waar de soja geproduceerd wordt hebben honderden organisaties en netwerken het initiatief bestempeld als ‘greenwash’ van een fout product en een verkeerd landbouwmodel. Ook Greenpeace en Miliedefensie zien niets in de ‘verantwoorde soja’.

Noten:
[1] Artikel over ASEEDs stickeracties in de Levensmiddelenkrant (14-06-2011). & nieuwsbericht over ASEEDs stickeracties in de Levensmiddelenkrant (24-06-2011).
[2] De brief aan de supermarkten met het verzoek uit de RTRS te stappen is hier te vinden. En de reactie van Ahold hier.
[3]  NOS journaal 28 juni
[4] Een kritisch rapport over de criteria van de Ronde Tafel voor Verantwoorde Soja.

Veel meer informatie vindt u op de website Gifsoja en op die van ASEED

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=456)

Voorstel Fair Produce Nederland: nieuw keurmerk voor (Nederlandse) landbouwproducten

(1 augustus 2011) Voorzitter Krouwel van de nieuwe stichting Fair Produce Nederland stelde eind juli voor om een keurmerk voor alle Nederlandse landbouw- en veeteeltproducten in te stellen. Het keurmerk moet leiden tot betere arbeidsomstandigheden, minder milieuvervuiling, betere volksgezondheid en een beter dierenwelzijn.

De eerste sector die volgens het keurmerk moet gaan werken is volgens hem de champignonteelt. Daar schort het nu aan goede arbeidsvoorwaarden en goede arbeidsomstandigheden.

Een samenwerkingsverband van vakbonden, telers, handelaren en LTO Nederland en Fair Produce Nederland zou dit initatief moeten dragen en “goedwillende” boeren en tuinders moeten vinden om het mee op te starten. Het gaat uit van zelfregulering en niet van een maatregel die van bovenaf wordt opgelegd.

Produceren volgens het keurmerk stelt weliswaar hoge eisen aan boeren en tuinders, maar het uiteindelijke resultaat is een einde aan oneerlijke concurrentie, aldus Krouwel. Ook zullen ze de hogere investeringen kunnen terugverdienen. Krouwel: “De praktijk bewijst dat de consument bereid is meer te betalen voor producten als die voldoen aan kenmerken van kwaliteit. Kijk maar naar de groei van biologische producten of van vlees dat door de Dierenbescherming wordt voorzien van een ster.”

Bron: “‘Nieuw keurmerk voor landbouwproducten’,” BNDeStem, 31 juli 2011

Zie verder:
– “Bart Jan Krouwel voorzitter Stichting Fair Produce Nederland
– “Straks ook faire trade champignons
– “FNV wil steun LTO keurmerk
– “LTO geen voorstander van sociaal keurmerk voor agrarische bedrijven
– “LTO wil met handel werken aan nieuw keurmerk

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=453)

Hoe de supermarkt je meer geld doet uitgeven dan je eigenlijk wilde

(1 augustus 2011) Op 27 juli stond er een kort artikeltje op het internet over de wijze waarop supermarktbedrijven je meer geld uit de beurs kloppen dan je van plan was uit te geven… Volgens onderzoek door de Amerikaanse zakensite Business Insider blijft in het ontwerp van een supermarkt geen centimeter onbenut en heeft alles één enkel doel: de klant verleiden tot het besteden van zoveel mogelijk geld.

Hieronder de 15 manieren die BI opsomde:

1. Het winkelwagentje – al ingevoerd in 1938… – maakt het gemakkelijker om meer mee te nemen tijdens het winkelen.

2. Bloemen en brood(artikelen) zijn producten waarop veel winst wordt gemaakt en staan daarom bij de ingang als bij de klant het koop-enthousiasme nog groot is en de wagen of mand leeg.

3. Met natuurlijke of kunstmatige geuren (brood, bloemen, geurverspreiders) worden de speekselklieren en neus geactiveerd en de gemoedsrust aangezwengeld, hetgeen kan leiden tot meer impulsaankopen.

4. Om de schappen met zuivelproducten en (andere) onmisbare zaken te bereiken moet de klant eerst alle gangen van de winkel doorlopen. Dat verhoogt de kans dat ook producten die niet op het lijstje staan, worden aangekocht.

5. Omdat de meeste mensen rechtshandig zijn, is daar bij het ontwerpen van supermarkten rekening mee gehouden: de ingang is aan de rechterhand en de algemene beweegrichting in de winkel is een bocht naar links (zodat de producten die de klant het meest waarschijnlijk zal gaan kopen zich aan de rechterhand bevinden).

6. De dure producten liggen meestal op ooghoogte, de goedkopere meer naar onderen (“hernia-positie”). Zowel aan het begin en einde van elke gang staan de topproducten uitgestald.

7. Chocolade, koek en snoep liggen meestal op ooghoogte van kinderen….

8. Over het algemeen zijn de supermarktengangen en andere ruimtes breed opgezet zodat de klant niet snel het gevoel krijgt dat het druk is en dus weg wil (minder kans op impulsaankopen).

9. Trage muziek door de speakers van de winkel maakt het winkelgedrag rustiger en stimuleert tot meer geld uitgeven. Harde muziek doet mensen sneller winkelen, zonder dat ze minder uitgeven. Klassieke muziek verhoogt de kans op verkoop van duurdere producten.

10. Dwars op het uiteinde van gangen bevindt zich de zogenaamde ‘racetracks’. Klanten lopen hier op geconditioneerd wijze doorheen op zoek naar de gewenste productsoort.

11. Proeftafels en bijzondere displays vertragen de tred van de klant en vergroot de kans dat die daar nieuwe producten gaat bekijken.

12. Warme gevelkleuren trekken klanten aan. Koele kleuren binnen stimuleren tot overdenking van een aankoop en tot hogere omzet.

13. Bij de kassa probeert de supermarkt de meeste winst te behalen omdat de klant daar vaak moet wachten en dan vaak de aankoop  van sommige luxeproducten niet kan weerstaan.

14. De klantkaart en de regelmatige aangeboden kortingen en extraatjes zorgen voor klantbinding. En het levert het winkelbedrijf veel interessante gegevens over je koopgedrag.

15. Tot slot en om natuurlijk niet te vergeten: het effect van de reclame (thuis, op straat en in de winkel)….

Bron: “15 Ways Supermarkets Trick You Into Spending More Money,” door Gus Lubin, 26 juli 2011″

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=452)