25 juni, tv BBC1: “Crop to Shop: Jimmy’s Supermarket Secrets”

 

Hij ontmoet de mensen die ons voedsel
telen en die de wereldwijde 'aanvoerband' laten werken. Hij laat zien
hoe wetenschap en technologie er voor zorgen dat het voedsel weken of
maanden land vers blijft.

 


wanneer: 25 juni 2010
tijd: van 20 tot +/- 21 uur
waar: BBC 1 tv

Bron: BBC
1

“Imagoschade supermarkten door vlees-stunts, maatschappelijke afwijzing door akties Wakker Dier”

.                                                                                                                                             

Maatschappelijke afwijzing van
stunten met vlees door aktiecampagne

Tijdens de "Kennismarkt ‘Vlees,
waarom niet?’ van dinsdag 22 juni werd door experts gesproken over
de toekomst van productie en consumptie van vlees (en
vleesvervangers) in Nederland. Alida Oppers, directeur
Voedselkwaliteit en Diergezondheid van het ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit, zei er van uit te gaan dat het stunten
met vlees(producten) tot imago-schade voor de supermarkten zal
leiden. Oppers: "De acties van supermarkten zijn een óntwaarding
van het product, in plaats van een vérwaarding." Volgens haar
vindt de vee- en vleessector het stunten met vlees zelf ook
verwerpelijk, maar dit heeft de akties van de supers niet verhinderd.
Ze verwacht daarentegen dat de akties van Wakker Dier dat wel zullen
doen, omdat de organisatie de stuntende supermarkten met naam en
toenaam aan de kaak stelt. "Leve de ngo's'", aldus
directeur Oppers, waarmee ze volgens het Agrarisch Dagblad de
actiegroep Wakker Dier aanduidde.

Geen
Vleestaks”

Ze gaf verder aan dat het ministerie
fiscale maatregelen ter ontmoediging van de vleesconsumptie, zoals de
zogenoemde vleestaks, afwijst. Dat middel zal volgens haar niet
leiden tot een verandering. Daarbij komt dat er dan ook een
zuiveltaks zou
moeten komen, omdat ook aan de melkproductie milieu-
en klimaatbezwaren kleven.

Kiloknallers: Besparingen op
dierenwelzijn en producenteninkomen

Wakker Dier voert sinds 18 maart een
campagne tegen het stunten met vlees(producten) door supermarkten. De
term kiloknaller
hebben ze bedacht voor de grote hompen vlees in de
winkel die voor een absurd laag bedrag worden aangeboden. Wakker
Dier: "Het is een truc die supermarkten gebruiken om klanten
naar hun winkel te lokken. Maar iedereen kan op zijn klompen
aanvoelen dat er bij een vleesprijs van 2 of 3 euro per kilo, geen
cent is geïnvesteerd in dierenwelzijn. Het getuigt van een groot
disrespect voor dieren."

Een paar van de gevolgen voor de
dieren:

* Geen daglicht: dieren worden suf
en lusteloos. Ze bewegen minder en worden daardoor sneller zwaarder
* Geen ruimte: meer dieren op een
kleiner oppervlak betekent meer opbrengst per vierkante meter* Geen extra kosten: als ze te
dicht op elkaar zitten, gaan dieren elkaar bijten of pikken. Tanden,
staarten en snavels worden verwijderd om verwondingen te beperken.
Verdoven kost tijd en geld, dus dat wordt achterwege gelaten* Transport: slachten is in landen
als Polen en Italië enkele dubbeltjes goedkoper dan hier. Enorme
aantallen dieren worden in vrachtwagens gepropt om heel Europa
doorgesleept te worden* Levensduur: er wordt al jaren
gefokt op snelle groei van dieren. Nu hebben dieren in recordtempo
genoeg vlees aan hun lijf om geslacht te worden. Maar het zwakke
skelet, dat niet zo hard meegroeit, heeft het in veel gevallen dan al
begeven. Zodra een lading dieren naar de slachterij is afgevoerd, kan
de stal direct opnieuw gevuld worden


Gevolgen voor producenten:

* meer vleesverkopers verlagen hun
verkoopprijs
* de winstmarges van de
supermarkten worden kleiner
en om toch aan te blijven verdienen,
zetten de supers de leveranciers steeds meer onder druk* boeren worden gedwongen om steeds
meer kostenbesparende maatregelen door te voeren om zelf het hoofd
boven water te houden. En de dieren zijn hiervan de dupe.

 

"Nieuw front" tegen
stuntende supers

Op 23 juni meldde Wakker Dier, dat de
C1000 zich niets aantrekt van de kiloknaller-campagne en doorgaat met
stunten. Volgens het Agrarisch Dagblad (van 18 maart) zou de
boerensector zich wel achter de anti-kiloknallercampagne willen
scharen. De LTO en NVV wijzen er op dat extra welzijn voor de dieren
alleen kan worden gerealiseerd door een betere prijs te betalen aan
de producent. Wakker Dier pikt deze signalen op en schaart zich aan
de zijde van de primaire sector. "Zo ontstaat een nieuw en
opmerkelijk front dat zich opstelt tegen de supermarkten," aldus
de organisatie.

 
 

Bronnen:

– "'Vleesacties
schaden imago supers'
," Levensmiddelenkrant, 23 juni 2010.
– "'Vleesacties
beschadigen imago supers'
," AGD, 22 juni 2010.
– "Kennismarkt:
Vlees, waarom niet? 22 juni 2010
," LEI, 25 mei 2010.
– "Kiloknallers,"
Wakker Dier.
– "Start
kiloknallercampagne: vlees goedkoper dan kattenvoer
," Wakker
Dier, 18 maart 2010.
– "Kiloknaller
onder vuur
," Wakker Dier, 23 juni 2010.
– "Veertig
striptekenaars in actie tegen de kiloknaller
," Wakker Dier,
26 mei 2010.

Promotie UvT: “Consument bereid 10% meer te betalen voor maatschappelijk verantwoorde producten”

 

Vandaag promoveerde dhr. R. Gielissen
aan de Universiteit van Tilburg op basis van zijn onderzoek naar de
'aard en gronden van de aankoop van maatschappelijk verantwoorde
producten door de consument'. Volgens hem zijn bewuste consumenten
bereid om tot 10 procent meer te betalen voor maatschappelijk
verantwoorde producten zoals Fair Trade koffie, biologisch vlees en
vrije uitloopeieren. Andere consumenten die dit soort producten niet
kopen, zijn volgens de promovendus niet goed geïnformeerd, ondermeer
door een gebrekkige strategie van verkopers (hetgeen leidt tot
marktfalen).

Het consumentengedrag werd door
Gielissen onderzocht aan de hand van een representatieve steekproef,
waaruit naar voren kwam welke argumenten mensen hebben om dergelijke
producten (niet) te kopen. Consumenten die maatschappelijk
verantwoorde producten kopen, doen dat vaak vanuit een moreel
plichtsbesef. Ze vinden het bijdragen aan een oplossing rond
duurzaamheid en eerlijke handel zo belangrijk, dat ze bereid zijn tot
tien procent meer te betalen en meer moeite te doen het product aan
te schaffen.

Uit het persbericht: "Over het
algemeen zijn deze bewuste consumenten sterk betrokken bij de
maatschappij. Ze kennen de problematiek uit persoonlijke ervaring of
hebben zich er over geïnformeerd. Ze geven meer aan goede doelen,
lezen vaker kranten en tijdschriften en stellen zich beter op de
hoogte over de problematiek door radio- en tv-documentaires dan
mensen die dergelijke producten niet kopen. Dit toont aan dat veel
consumenten niet goed op de hoogte zijn van de ernst van de problemen
die de aanschaf van maatschappelijk verantwoorde producten probeert
op te lossen. Gielissen stelt daarom dat de informatie over deze
producten beter verspreid zou moeten worden."

 

Beïnvloeding van het koopgedrag


Gielissen doet een aantal aanbevelingen
in zijn proefschrift gericht op de beïnvloeding van het koopgedrag.
Zo is hij is van mening dat verkopers van maatschappelijk
verantwoorde producten samen zouden kunnen werken om consumenten
bewust te maken van de problematiek rond eerlijke handel en hen te
stimuleren dergelijke producten te kopen. Een middel daartoe is het
maken – en het over de media verspreiden – van documentaires over de
werking van eerlijke handel.

Ook moet er onderzoek worden gedaan
naar de mogelijkheid om verplichte maatschappelijk verantwoorde
standaarden in te stellen voor consumentenproducten. En er is
wetgeving nodig die producenten een verantwoordelijkheid voor de
aanvoerketen oplegt en leidt tot een bepaald niveau van garantie van
dierenwelzijn.

En er kan volgens hem  worden onderzocht hoe kerken,
bedrijven en andere groepen die koopgedrag beïnvloeden, benaderd
moeten worden.


Robert Gielissen studeerde algemene
economie aan de Universiteit van Tilburg en is werkzaam bij Fontys
Hogescholen als docent.
Titel proefschrift: "How
consumers make a difference. An Inquiry into the nature and causes of
buying socially responsible products."

 

Bronnen:

– ”Consument
bereid 10% meer te betalen voor maatschappelijk verantwoorde
producten
," Persbericht Universiteit van Tilburg,
21 juni 2010.
– "'Consument
wil meer betalen voor duurzaam'
," Levensmiddelenkrant 21
juni 2010.

1 juli, Groningen: thema ‘Herkomst van ons voedsel’ en docu ‘A Farm for the Future’ (ondertiteld)


De film vertelt het verhaal van Rebecca
Hosking. Zij wil de boerderij van haar vader veranderen in een
duurzaam bedrijf. Gealarmeerd door de stijgende brandstofprijzen, en
in de wetenschap dat de huidige voedselproductie volledig afhankelijk
is van goedkope brandstoffen (vooral aardolie), onderzoekt ze hoe de
toevoer van aardolie er in de nabije toekomst uit zal zien. Ze
verwacht grote prijsstijgingen, met als gevolg dat de
voedselproductie onder druk zal komen te staan. Daarom besluit ze op
de boerderij om te schakelen naar duurzame energiebronnen en
productiemethoden.

Ze komt tot de ontdekking dat de
oplossing in de natuur zelf ligt.

Na de film geeft Linda Nijlunsing een
korte rondleiding over het volkstuincomplex. Zij vertelt over de
projecten die de tuinders samen realiseren, zoals een vlindertuin,
een bomenpad en een smulroute


Wanneer: donderdag 1 juli 2010
Tijd: Van 19:30 tot 22:00 uur
Waar: Volkstuincomplex Stadspark,
Campinglaan 3, Groningen.
Toegang: Gratis.
Organisator: Transition Town Groningen
Website:
http://www.transitiontowngroningen.nl/
Bron:
http://www.duurzameagenda.nl/txtpage.rxml?id=57801&photo=

 

21 juni, Den Haag: Workshop Voedselteams – VersVoKo

A SEED wil in Nederland graag
VersVoKo's naar het Belgische model van VoedselTeams van de grond
krijgen, georganiseerd in kleine groepen met buren, collega's of
lokale Transition Town groepen. Hiermee kunnen we werken aan duurzame
landbouw: kleinschalig, ecologisch en sociaal.

In België bestaan inmiddels al meer
dan 100 VoedselTeams. In Nederland zijn nog geen VersVoko's, maar is
er wel interesse.

Een VersVoKo (VoKo staat voor
voedselcoöperatie) is een groep mensen die samen verswaar zoals
groenten, fruit, zuivel en brood inkopen. Door rechtstreeks van
lokale producenten te kopen, wordt de lokale economie gesteund en
betaal je een eerlijke prijs zonder tussenhandel en overbodige
verpakkingen.

VersVoko's bieden:
* meer contact tussen buur en boer
* een eerlijke prijs voor een
eerlijk product
* verse seizoensproducten
* geen pesticiden en
bewaarmiddelen
* minder CO2 uitstoot, door minder
transport en verpakkingsmateriaal
* inkomenszekerheid voor lokale
boeren, minder uitbuiting en verwoesting in het mondiale Zuiden

A SEED zal de komende maanden meer
informatiebijeenkomsten verzorgen. Zie daarvoor de agenda of neem
contact op met A SEED als je zelf een bijeenkomst wil organiseren
(020-6682236 of info AT aseed.net)


Waar
: Gezonde Gronden,
Weimarstraat 23, Den Haag
Wanneer
: vanaf 20 uur
Toegang
: € 5,-
Aanmelden
: hier
Organisatie
: Gezonde Gronden
Permacultuur, met medewerking van A SEED
Informatie
:
GezondeGronden-voedselteams
en ASEED-VersVoko's
Telefoon
: 070-3569978
E-mail
: info AT
gezondegronden.nl
Website
:
http://www.gezondegronden.nl

20 juni, Nijmegen: filmavond over wereldwijde voedselvoorziening

In overleg met de aanwezige
belangstellenden wordt er besloten welke film(s) er vertoond worden.


Wanneer
: zondag 20 juni 2010,
van 20:30 tot 24 uur (inloop vanaf 20 uur).
Plaats
: café Allicht,
Hertogstraat 45, Nijmegen
Toegang
: gratis
Organisatie
: Transition Town
Nijmegen
E-mail
: ttnijmegen ATgmail.com
Website
:
http://nijmegen.transitiontowns.nl

Ahold financierde jarenlang nepactivisten-buro om opmars Wal-Mart in de VS te frustreren


(door Rob Bleijerveld)

Ahold's dochterondernemingen in de VS,
en ook andere Amerikaanse supermarktketens proberen de opmars van
Wal-Mart tegen te gaan door in te zetten op de bestuurlijke
procedures en rechtszaken op gebied van landgebruik, commerciële
zonering of verkeersdruk. Door de lage prijzen die Wal-Mart hanteert
dreigen zij namelijk marktaandeel te verliezen. Hoewel in een aantal
zaken successen zijn bereikt (plaatselijke projecten vertraagd of
gestopt, en negatieve publiciteit voor Wal-Mart), heeft dit niet veel
invloed op de algehele groei van Wal-Mart in de VS [1].

In 2007 voerde de Saint Consulting
Group [2] 53 'projecten' uit voor Ahold dochter Giant Food Services
in de staat Pennsylvania. De meesten waren gericht op het voorkomen
of vertragen van uitbreiding van Wal-Mart in de buurt van deze
Ahold-vestigingen. Dat gebeurde bijvoorbeeld door het financieel
ondersteunen van een burgerinitiatief of plaatselijke vakbond die
zich tegen Wal-Mart keerde.

Zo hadden inwoners van het plaatsje
North Cornwall in Pennsylvania een aktie opgezet om het terrein waar
Wal-Mart een 'superstore' wilde bouwen te behouden als landbouwgrond.
Ze maakten ook bezwaar tegen de verwachte toename van de plaatselijke
verkeersdruk. Toen het er op aan kwam een rechtsprocedure te
beginnen, kwam er een 'aardige mevrouw' langs, die de kosten voor een
advokaat voor haar rekening wilde nemen. Ze beweerde lid te zijn van
een vakbond [3] die streed tegen de slechte werkomstandigheden van
het Wal-Mart-personeel, en zonder dat de burgers (en hun advokaat)
het in de gaten hadden, werden ze figuranten in de opzet van de Saint
Consulting Group (en dus Ahold) om de plaatselijke
Wal-Mart-ontwikkeling te frustreren. Kort voor de rechtszaak
veranderde Giant Food Stores trouwens van strategie en koos voor het
vestigen van een eigen winkel tegenover de geplande Wal-Mart
superstore. Saint Consulting Group stopte daarop de betaling aan de
advokaat en liet de burgergroep een zachte dood sterven….

In andere gevallen vestigden
medewerkers van het buro zich eerst onder valse naam in de
betreffende gemeenten en vielen daarna de plaatselijke politiek
lastig met een golf van bezwaren en flyerakties.

Na het verschijnen van het Wall Street
Journal-artikel verklaarde een woordvoerder van Ahold dat dit soort
de activiteiten niet illegaal zijn in de VS [4] en dat de onderneming
er – binnen de wet – alles aan zal doen om haar zakelijke belangen te
beschermen.

Een bijeffect van dit soort
activiteiten is dat gemeenten waar de ontwikkeling van
Wal-Mart-vestigingen wordt gestopt of vertraagd, veel geld verliezen
doordat de grond tijdens de rechtsgang jarenlang niet (commercieel)
kan worden benut en doordat er
gemeentebelastingen worden
misgelopen.

 
 

Noten:

[1] De onderneming telt nu ruim 2700
'supercentres' of 'large stores' waarin levensmiddelen en andere
goederen worden verkocht.
[2] Saint Consulting Group is
gespecialiseerd in het gebruik van politieke campagnetaktieken zoals
petitie-akties, telefonades en nep-websites om steun te verwerven
voor of juist tegen controversiële projecten, variërend van de bouw
van olieraffinaderijen en winkelcentra tot de vestiging van
steengroeven en vuilnisbergen. Eenderde van het werk van het PR-buro
is gericht op het blokkeren van ontwikkelingsprojecten en de meeste
daarvan heeft een clandestien karakter. Er worden advokaten,
verkeerskundigen en andere experts ingehuurd om projecten te stoppen
of zolang mogelijk te vertragen, in de hoop dat de
projectontwikkelaar in kwestie het opgeeft danwel dat de
opdrachtgever ondertussen een andere lokatie vindt
.[3] Volgens een artikel op WalMartwatch
("Halifax,
MA. Two Chain Store Rattle Each Other’s Chains
," 6 april
2009) heeft een andere dochteronderneming van Ahold – Stop & Shop
– veelvuldig de vakbond United Food & Commercial Workers ingezet
om Wal-Mart op indirekte wijze dwars te zitten.
Safeway, een supermarktonderneming die geen deel uitmaakt van Ahold, maakte ook vaak gebruik
van de actieve steun van bovengenoemde vakbond die een belang heeft
bij het behoud van bestaande banen en van het marktaandeel van
werkgevers anders dan Wal-Mart (dat heel bekend staat om zijn zeer
slechte werkgeversschap). Zo werd Safewaypersoneel en vakbondsleden
in California, Oregon, Washington en Hawaii geïnstrueerd door
medewerkers van de Saint Consulting Group om een rol te spelen
tijdens bezwarenprocedures rondom land-gebruik. Ze werden
bijvoorbeeld getraind in het spreken tijdens publieke hoorzittingen.
Volgens voormalige Saint-medewerkers betaalde de bond in een aantal
gevallen zelfs een deel van de gage van de instructeurs.
[4] Ondernemingen in de VS genieten
wettelijke bescherming onder de 'First Amendment' om
overheidsprocessen of rechtszaken te gebruiken om concurentie tegen
te gaan, zelfs als dat in het geheim gaat (de zogenaamde
Noerr-Pennington doctrine). Maar dan moet zo'n onderneming er
redelijkerwijs van kunnen uitgaan dat het een rechtszaak of een
strijd over land-gebruik (ruimtelijke ordening) kan winnen. Volgens
Timothy Muris, voormalig voorzitter van het Federale Handels
Committee en professor Recht ziet een probleem waar het gaat om
ondernemingen die routinematig rechtszaken begint met als algemeen
doel de concurrent te vertragen in zijn ontwikkeling. Het zou dan
niet meer gaan om de inzet van rechtvaardige 'commerciële zonering'.
Volgens voormalige Saint-medewerkers is het doel van veel van de
wettelijke of politieke inzet juist de mogelijke vertraging van
ontwikkelingsprojecten.

 

Bronnen:
– "Rival
Chains Secretly Fund Opposition to Wal-Mart
," Wall Street
Journal, 7 juni 2010.
– "Ahold
huurde nepactievoerders in
," Volkskrant, 10 juni 2010.
– "While
Walmart Dawdles, Ahold and Rivals Scramble to Secure Northeast
Supermarkets
," 20 april 2010.

Supermarkten uit de gratie

(Overgenomen uit de Volks-krant – http://www.volks-krant.nl/2010/supermarkten-uit-de-gratie/)

Van onze verslaggeefster Wil Kloos

AMSTERDAM – Het is meer dan een trend: de supermarkt wordt
steeds vaker gemeden. Een groeiende groep boeren houdt de productie en
distributie van met name groente en fruit in eigen hand.

Marktonderzoekers begrijpen die ontwikkeling wel. ‘De huidige
voedselvoorziening is afhankelijk van goedkope, maar vieze en eindige
fossiele brandstoffen als olie en uranium. Dat alles wordt schaarser en
duurder. Regionalisering en zelfvoorziening, ofwel autarkie, zijn de
toekomst’, meent Ton Zwalkenbreur, hoogleraar Consument en Eten aan de
Rotterdamse Erasmusuniversiteit.

Veel Nederlandse boeren zien deze ontwikkeling als een mogelijkheid
om zich te bevrijden van het juk van groothandel en supermarktketens.
Wie direct aan de consument levert, krijgt een eerlijke prijs én meer
waardering voor zijn werk. Henk Wester, tuinder in de buurt van Zwolle,
spreekt van zijn ‘redding’. ‘De boeren trekken in de strijd met de
groothandel altijd aan het kortste eind. Nu lever ik aan winkels in de
omgeving, zelfs direct aan particulieren en instellingen. In ruil krijg
ik een betere prijs, hoef ik minder te produceren en kan ik makkelijker
biologisch te werk gaan. Ik houd zelfs nog tijd over om af en toe gewoon
eens over het land te lopen.’

Voedselteams

Vooral de ‘voedselteams’ nemen een hoge vlucht. Het fenomeen is komen
overwaaien uit België, waar de afgelopen jaren honderden van zulke
groepen zijn opgericht. Het idee is simpel: in een dorp of wijk regelen
bewoners zélf de inkoop bij een boer.

Marieke Schop uit Purmerend is er helemaal vol van. ‘Via een
buurvrouw hoorde ik van het initiatief’, vertelt ze. ‘Een bezoek aan
boeren in de buurt en een proefavond trokken me over de streep. We
betalen nu zelfs minder voor onze groente en fruit, het is bijna
allemaal biologisch en de boer krijgt een betere prijs. Het is toch te
gek voor woorden dat we voor zoiets belangrijks als eten afhankelijk
zijn geworden van een handjevol multinationals?’

Inspelen op de trend

En de bekritiseerde supermarkten? Marktleider Albert Heijn heeft
inmiddels laten weten serieus te onderzoeken hoe zij kan inspelen op
deze trend. ‘Juist met ons distributienetwerk moet het mogelijk zijn
producenten en consumenten nader tot elkaar te brengen’, denkt een
woordvoerder.

Marieke Schop kijkt de kat nog even uit de boom. ‘Als het voedsel er
gezonder en schoner, en de boer er beter op wordt, mag de supermarkt wat
mij betreft best aanhaken bij deze ontwikkeling. Maar tot die tijd
blijf ik mijn appeltje bij de boer halen.’

Tot 3 juni: steun de petitie ‘Voor een een beter voedsel- en landbouwbeleid in Europa’!


Tot
deze week (3 juni) kunnen alternatieven voor het huidige
landbouwbeleid bij Landbouw Commissaris Ciolos ingediend worden. Zie
hier
(en hieronder) onze  (Engelstalige) antwoorden op zijn
4 vragen,  die ook naar onze demissionaire minster wordt
gestuurd, want in deze zelfde week komen de landbouwministers bij
weer elkaar.  Na 2013 ligt het beleid weer voor vele jaren vast,
daarom hier wat meer info over het proces.

Verdere verloop van
het proces in Europa:

Die meningen die uit die inzendingen
naar voren komen worden door een consultancy buro samengevat in een
stuk van 30 pagina’s. 19/10 juli komen ruim 400 mensen bijeen om
e.e.a. te bespreken. Meest leden van advisory groups (waarin
LTO-achtige groepen zwaar oververtegenwoordigd zijn), dat ligt al
vast, maar er zijn ook plaatsen voor andere Europese groepen, zoals
de industrie en regionale afvaardigingen bijvoorbeeld (provincies).,
en ook kritische groepen.  Wie het eerst komt  wie het
eerst maalt. In September komt de commissie nog eens bij elkaat en in
November zijn er discussies in het parlement en in de Raad. Daarna
maakt DG Agri (Directoraat Generaal Landbouw) wettelijke voorstellen
die half 2011 klaar moeten zijn. Daar zal wel lang over gesproken
moeten worden omdat het parlement nu mee kan beslissen. 
Waarschijnlijk is het proces pas eind 2012 rond.

Groepen die
streven naar voedselsoevereiniteit zoals ABC kunnen volgend jaar dus
‘lobbyen’ voor hun standpunt in de parlementen. Daarvoor hebben
we samen met vergelijkbare Europese clubs wetenschappers gevraagd het
beleid nog eens kritisch te evalueren en voorstellen voor een ander
beleid op een rijtje zetten. Dan ook een budget erbij, want
waarschijnlijk is het zo dat het huidige ‘vrije’ markt beleid met
zijn inkomenssteun (wat geen ’subsidie’mag worden genoemd van de
EU) en zijn plattelandsontwikkeling veel duurder is dan een meer
gereguleerd systeem. Dit wetenschappelijk rapport is bijna af en zal
dan ook op deze site komen. Wel in het engels, maar met een
samenvatting erbij.

De eerste helft van 2011 is Hongarije
president. Onze Hongaarse zusterclub doet mee aan een Europees
project waaruit ze geld krijgen en dat mogen ze besteden aan een
bijeenkomst (vlak voor/parallel aan) een bijeenkomst van
landbouwministers volgend jaar eind mei over de toekomst van het
landbouwbeleid, waarop ‘ons’ (wetenschappelijk) stuk kan
figureren.

De meer kritische groepen gaan volgend jaar een
grote bijeenkomst organiseren voor allerlei (basis) groepen van
boeren, lokale voedselgroepen, milieuorganisaties, om zaken uit te
wisslen en elkaar te versterken en druk uit te oefenen op de
besluitvorming. Dat wordt eind zomer 2011, in  Oostenrijk,
makkelijk bereikbaar voor de oostelijke landen. Men mikt op 800
deelnemers. Het wordt vergelijkbaar met de bijeenkomst in Nyeleni,
Mali, 2007 .

Er
zijn verschillende websites waar groepen hun mening ventileren en
gezichtspunten uitwisselen, zoals http://www.arc2020.eu/
en http://cap2020.ieep.eu/ en
http://www.reformthecap.eu/

Hieronder om te beginnen onze mening


.  
Antwoorden
op de 4 vragen van Commissioner Ciolos over het EU landbouwbeleid dat
nu ter discussie staat.

Op website
http://ec.europa.eu/agriculture/cap-post-2013/debate/form_en.htm kan
men de inzendingen met elkaar vergelijken. Antwoorden die voor 3 juni
2010 zijn ingeleverd worden meegenomen in een publicatie die
op19/20 Juli op een grote vergadering in Brussel wordt besproken. 
In het najaar bespreken Commissie en Raad nieuwe voorstellen; volgend
jaar het Europees Parlement.

Afronding
in 2012. Zie ook www.aardeboerconsument.nl)

1  Why do we
need a European common agricultural policy?

We need a
common agricultural policy because we are in the European Union and
feel solidarity with our fellow-Europeans. Food is a first necessity
, so we should think carefully about a food and agriculture policy
for the difficult times that lay ahead: climate, financial crisis,
pressure of increasing populations, etc. But we want to decide
together with our fellow Europeans what the European policy should
be. There should be more opportunities for contacts between European
citizens and farmers (not only industry and retail!) about the sort
of food- and agriculture policy that we want. The rules should be on
the one hand be more flexible so that the regional cultural dietary
habits and traditions can be respected and on the other hand more
strict so that the national citizens have easier access to land
(especially in Eastern Europe) and the working conditions for farm
workers improve (minimum wage the same everywhere).  There
should be a level playing field as to hygiene rules etc: e.g. Global
Gap rules should be the same everywhere.

2 What do
citizens expect from agriculture?

We want

– local,
seasonal, high quality products that come as directly as possible
from our food producers.

–  an agriculture that respects
the environment, protects soil and water, increases biodiversity and
respects animal welfare.

–  an agriculture all over
Europe with many farmers producing food and caring for the
countryside under good working conditions. They should get a fair
income from their work, not from subsidies.

– We should grow
our own food and feed in Europe and not import so much soy. Oilseed
crops bind nitrogen in the soil.

– Our agriculture should not
harm other countries’ food and agriculture systems.

– Europe
should promote healthy eating patterns, moving towards plant-based
diets, away from energy-intensive processed foods and saturated fats.
We need flexibile rules for regional differences.

–  food
processing and retail sectors that have less influence on what is
produced and consumed. Citizens and farmes should should decide with
the government what the policy should be, not industry.

– We
want  transparency along the food chain so that we know how our
food is produced, where it comes from, what it contains and what is
included in the price paid by consumers

3 Why reform
the CAP?

Because the current CAP is very bad in the
following respects:

– The current liberalised food- and
agriculture system especially benefits multinationals that want
access to the cheapest resources and new markets. It automatically
leads to upscaling.

– farmers worldwide suffer because they
have to produce below the cost of production and are often obliged to
give up their farms, which endangers the global and European food
security.

– this system makes a an environment-friendly and
animal friendly food production impossible

– Europe uses a too
large part of the natural resources of developing countries for
luxury products such as animal feed and agrofuels. This severely
damages the livelihoods of farmers and indigenous peoples, and
environmentally important areas.

– This agricultural system
uses too many fossil fuels and contributes to climate change


WTO rules are damaging because they force countries to open up their
markets even if it would be wiser not to do so. Moreover the current
CAP stretches the WTO rules so that European product surpluses are
dumped in developing countries, forcing local farmers off their
markets. EPA treaties are even more damaging.
 

4
What tools do we need for the CAP of tomorrow?

Europe
should take the lead in getting rid of the constraints imposed by a
dogmatic liberalism in the WTO rules, in EPAs and in the CAP. The
Commission must recognise the uniqueness of agricultural
markets.

The CAP should not be split into two pillars, with
the one striving to undo the damage caused by the other. All food
production should comply with good environmental and social standards
and the CAP should focus on food products with high nutritional
value. The advantages of the second pillar, such as promotion of
local food systems under the ‘Leader’ axis, could go to the
‘Regions’ budget.

Storage and supply management are vital
tools to guide production and prevent prices from fluctuating
excessively. (Insurance mechanisms  cannot replace public
intervention).

We need border regulation (import duties) for
all basic foods., and especially for soy.

When these measures
have resulted in fair incomes for farmers income support can be
abolished.

 The relationships between producers,
processors and retailers must be organized more fairly.

The
CAP budget must be much more flexible so that it can be adjusted to
needs and deal with crises.

—–