Onderzoek naar ‘ruimtelijke monopolievorming’ van supermarkten

(5 april 2010)(update 7 april 2018) Volgens onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen moet bijna een op de vier Nederlanders ruim 1 kilometer extra afleggen om in te kunnen kopen bij de concurrent van de dichtstbijzijnde supermarktketen. Nu is Albert Heijn gemiddeld de dichtstbijzijnde supermarkt voor 36 procent van de Nederlandse bevolking. In de grote steden ligt dit percentage veel hoger. “Er moet een gevarieerder aanbod aan supermarkten komen, zodat de onderlinge concurrentie toeneemt en de prijzen kunnen dalen,” aldus de onderzoekers, “En daarvoor moeten gemeenten geschikte beleidsinstrumenten krijgen”.


Klachten over dominantie Albert Heijn

Vorig jaar kwamen er enkele tientallen klachten bij de Nederlandse Mededingings Auturiteit binnen over de dominantie van Albert Heijn in een aantal steden [1]. Naar aanleiding hiervan startte de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van T.M. Stelder van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde een onderzoek naar ‘ruimtelijke monopolie’ in de verdeling van supermarkt-ketens in Nederand [2].

Er is sprake van een ‘ruimtelijke monopolie’ indien een consument te veel reiskosten moet maken of teveel moeite moet doen om een gelijkwaardig product te krijgen bij een verder weg gelegen concurrent. Het onderzoek ging alleen over supermarkten met vijf kassa’s of meer [3]. De kleine buurtsupers zijn niet meegenomen omdat ze geen gelijkwaardig alternatief vormen voor
grotere supermarkten en omdat de grote supers het grootste aandeel van de totale bestedingen voor hun rekening nemen. Er is ook uitgegaan van afgelegde afstanden per auto.

 
Uitkomst onderzoek

Als de extra afstand die de consument moet afleggen 1000 meter is, dan bevindt ruim 23 procent van de consumenten zich in een ruimtelijk monopolie. Vooral Albert Heijn profiteert hiervan, met ruim acht procent; daarna komen Jumbo met vier procent en C1000 met 3,6 procent. Bij een afstand van 500 meter extra zou dat zelfs voor 45 procent van de bevolking gelden. Dat kan met name een probleem zijn voor consumenten die lopend, per fiets of met het openbaar vervoer hun boodschappen halen.

Voor heel Nederland is Albert Heijn voor 36 procent van de bevolking gemiddeld de dichtstbijzijnde supermarkt. In de grote steden ligt dit percentage veel hoger. In Den Haag is Albert Heijn de dichtstbijzijnde supermarkt voor ruim 75 procent van de bewoners en heeft 14 procent van de bevolking geen alternatief binnen een afstand van 1 kilometer extra. In Groningen is dat respectievelijk 63 en 12 procent. Van de tien grote steden is het aanbod in Nijmegen het meest gevarieerd.


Gemeentelijke beleidsinstrumenten nodig

De enige plek waar de overheid wel grenzen stelt aan een ruimtelijk monopolie is bij de veiling van benzinepompen langs de snelwegen. De regel die het Rijk daarvoor hanteert is, dat binnen een afstand van 25 kilometer in één rijrichting niet twee pompen van hetzelfde merk mogen staan. Voor wat betreft de supermarkten ligt het volgens Stelders voor de hand om gemeenten de benodigde beleidsinstrumenten te verschaffen zodat ze ‘ruimtelijke monopolievorming op lokaal niveau’ tegen kunnen gaan. Gemeeenten zouden de vestiging of overnames van supermarkten moeten kunnen verbieden. Op dit moment is daarvoor echter nog geen “wettelijk instrumentarium” voor handen.

BNDeStem [4] deed hierover navraag bij de supermarktsector. Albert Heijn vindt dat een monopolietoetsing niet tot de taken van gemeenten behoort, maar van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, NMa. Daarin wordt het bedrijf gesteund door René Roorda, directeur van brancheorganisatie CBL, die tevens van mening is dat gemeenten “niet objectief” naar het winkelbeeld (kunnen) kijken. Volgens Henk van den Broek, directeur van Dirk van den Broek, kunnen gemeenten “wel wat vaker hun invloed aanwenden om te voorkomen dat de hele stad blauw kleurt” door invoed uit te oefenen op de projectontwikkelaars die bepalen welke winkels er in winkelcentra komen. Van den Broek wijst het instrument van de ‘veiling’ of ‘quota’ af omdat dat de lokatieprijzen opdrijft.


NMA-inzet niet effectief

‘Concurrentiewaakhond’ NMa – die volgens AH en CBL bij uitstek een taak heeft – kan in de praktijk echter weinig doen aan supermarktmonopolies. Volgens BN De Stem mag deze instelling op landelijk niveau namelijk pas ingrijpen zodra een supermarktconcern als AH misbruik maakt van zijn macht. Maar het marktaandeel van AH bedraagt nu ongeveer 33 procent [5] en de NMa beschouwt een marktaandeel van 40 procent als een ‘economische machtspositie’. Plaatselijk kan de NMa pas ingrijpen zodra AH of een andere grootwinkelbedrijf een keten overneemt en daarmee ter plekke een machtspositie verwerft. En alleen dan indien er geen concurrent is op 1 kwartier autorijden afstand. De NMa kan trouwens niets doen indien AH gewoon ergens een nieuw filiaal opent.

.
De discussie is geopend…


Noten:

[1] “Klachten bij NMa over monopolie Albert Heijn,” Adformatie, 23 januari
2009, “Consumenten ergeren zich aan AH-monopolie,” Volkskrant, 23 januari 2009. De volgende twee bronartikelen zijn inmiddels niet meer vindbaar: “Consumenten ergeren zich blauw aan Albert Heijn,” ANP, 23 januari 2009, en “Nederland steeds blauwer – Supermarktheerser Albert Heijn domineert buurt,” De Pers, 7 mei 2009.
[2] Zijn artikel heet “Ruimtelijke monopolievorming van supermarkten in Nederland” en is op 2 april gepubliceerd in het tijdschrift Economisch Statistische Berichten. Zie ook: “Consument vaak opgesloten in supermarktmonopolie,” 2 april 2010.
[3] Voor het onderzoek werden 1930 supermarkten met vijf of meer kassa’s onderzocht.
[4] “Supermarkt heeft vaak monopolie,” BN De Stem, 3 april 2010.
[5] “Albert Heijn vergroot marktaandeel bij supers,” Z24, 8 februari 2010.

 

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=303)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *