Melkveehouders tegen plan voor afschaffing van melkquota, deze herfst meer akties?

(4 augustus 2009) De Europese melkveehouders en zuivelindustrie komen steeds meer in de problemen door overproductie en de wereldwijde crisis. De EU-lidstaten voorzien problemen voor hun landbouwsector en verzochten de Commissie in juni om een marktanalyse en steunmaatregelen. Op 22 juli kwam Landbouwcommisssaris Fischer-Boel met een antwoord: “De zuivelmarkt is weliswaar uit evenwicht maar dat is maar van korte duur. Er is extra ruimte voor tijdelijke maatregelen tot schadebeperking en vraagstimulering, maar afwijken van de afgesproken jaarlijkse uitbreiding van de melkquota (productierechten voor boeren) en hun afschaffing in 2015 is niet aan de orde.” Het Commissie-standpunt leidde in België meteen al tot rellen. Kritische vakbonden van melkveehouders in heel Europa wezen het rapport van de hand en blijven zich inzetten voor een flexibel quotasysteem.

(door Rob Bleijerveld)

Sinds de tweede helft van 2008 zijn de prijzen voor boerderijmelk en fabriekszuivel zeer sterk gedaald. Voornaamste redenen hiervoor zijn de wereldwijde economische en financiële crisis (koopkrachtverlies) en het stijgende zuivelaanbod op de wereldmarkt (de hoge grondstoffenprijzen in 2007 zette aan tot capaciteitsgroei en overproductie). De Europese melkveehouders en zuivelindustrie komen steeds meer in de problemen door de lagere prijzen en de afgenomen afzet. Een toenemend aantal boeren overweegt zelfs te stoppen omdat ze geen financiële reserves (meer) hebben of omdat een toekomstig stabiel inkomen niet haalbaar lijkt. De onrust en stress onder de boeren nemen toe.

Quota-systeem

In 2008 is er door boze boeren veel aktie gevoerd tegen “de politiek”, de zuivelverwerkers en de supermarkten met als hoogtepunt een Europese melkstaking van 26 mei 2008 tot en met 5 juni 2008. In dat jaar discussieerden de Commissie en de EU-lidstaten over een tussentijdse herziening van het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (de zogenaamde Health Check [1]).

Een belangrijk punt in het Commissievoorstel was het afschaffen van het quotasysteem voor eind maart 2015. Tussen 2009 en 2015 zouden de bestaande quota (productierechten voor boeren [2]) jaarlijks worden uitgebreid opdat hun waarde geleidelijk aan daalt tot nul. Afschaffing zou nodig zijn omdat de quota “niet langer voldoen door de toenemende vraag naar hoogwaardige zuivelproducten” [3].

Met de akties wilden de boeren en hun vakbonden de lidstaten aanzetten tot het afwijzen van het Commissievoorstel voor afschaffing van de melkquota. Kritische melkveehouders wijzen het model van de geliberaliseerde markt af omdat die niet zal leiden tot verbetering van de positie van boeren maar tot meer concurrentie, economische groei en export, met alle gevolgen van dien. Zij willen een duurzaam marktsysteem dat is gericht op de Europese regio waarbij vraag en aanbod bepalen hoeveel quota er beschikbaar zijn en tegen welke prijs.

De lidstaten gingen echter niet overstag en eind november 2008 volgde een akkoord over het landbouwbeleid.

Marktanalyse en maatregelen

In juni dit jaar verzochten de EU-lidstaten [4] de Commissie om een nieuwe tussentijdse marktanalyse en steunmaatregelen om “de Europese melkveehouders te steunen en de zuivelmarkt te stabiliseren”. De crisis werd meer en meer voelbaar in de zuivelsector en het boerenprotest bleef doorgaan.

Op 22 juli kwam Landbouwcommisssaris Fischer-Boel met een rapport. De zuivelmarkt is volgens haar weliswaar uit evenwicht maar dat is naar verwachting van korte duur [meer hierover in het Kader]. Daarom biedt ze de ruimte voor tijdelijke maatregelen, maar afwijken van het vorig jaar genomen besluit over de jaarlijkse uitbreiding van de melkquota en hun afschaffing in maart 2015 is niet aan de orde.

De maatregelen die Fischer-Boel voorstelde moeten op de korte termijn effect sorteren en zijn voornamelijk gericht op schadebeperking, marktregulering en vraagstimulering. Voorbeelden zijn meer lastenverlichting voor boeren, doorgaan met exportrestituties [5] en opkoopregelingen, en een melk-promotiecampagne en de uitbreiding van schoolmelkprogramma’s. Ook wil de Commissaris onderzoek doen naar de prijsopbouw en winstverdeling in de zuivelbevooradingsketen [6].

Op 7 september zullen de Landbouwministers van de lidstaten het rapport bespreken met de Commissaris.

Reacties van europarlementariërs en koepels van boerenorganisaties

Op 21 juli besprak het landbouwcommittee van het Europese parlement het rapport van de Commissie. Een meerderheid van het committee vindt de Commissie-aanpak onvoldoende en is van mening dat de melkquota weer moeten worden opgenomen in de ‘Health Check’. In een nog op te stellen eigen rapport zal het committee dit aan de orde stellen en Fischer-Boel zal worden gevraagd om daarover op 1 september in discussie te gaan met de parlementariërs.

Tijdens de bespreking op 21 juli vroegen de parlementariërs ook de mening van
boerenvertegenwoordigers [7]. De vertegenwoordiger van COPA (Committee of Professional Agricultural Organisations in the EU) – waarvan ook de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) lid is – benadrukte dat de helft van de boeren in de EU het slachtoffer is van de ineenstorting van de prijzen en duidde in dat verband op de kloof tussen producentenprijs en consumentenprijs. Hij riep verder op tot voortzetting van de regeling voor interventie en particuliere opslag, tot uitbreiding van exportrestitutie en tot het opkopen van quota van boeren die ermee stoppen.

De woordvoerder van de European Milk Board (EMB) – waarvan de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en de Dutch Dairymen Board (DDB) deel uitmaken – sprak over een dramatische situatie waarvoor het Europese beleid van quota-uitbreiding verantwoordelijk is. De gemiddelde melkprijs is nu 18 tot 22 cent per kilo, ongeveer de helft van de kostprijs (40 tot 42 cent). Als er niet snel wat gebeurt, zullen vele boeren binnenkort moeten stoppen. Het juiste antwoord op de wereldwijd afnemende vraag is de verlaging van de quota met tenminste 5%. De Commissie moet dit in beleid omzetten of boeren in de gelegenheid stellen dit vrijwillig te doen (te financieren met het geld dat is gereserveerd als exportsubsidie). De EMB wijst verder elke vorm van exportsubsidie en interventiemaatregel af omdat ze schadelijk zijn voor zowel de zuidelijke als de Europese melkveehouders. De aanvullende maatregelen van de Commissie en lidstaten noemde hij “slecht”. De Commissie maakt de lidstaten in toenemende mate verantwoordelijk voor het landbouwbeleid hetgeen een coherent beleid in de weg staat en kan leiden tot onderlinge concurrentie tussen boeren in de lidstaten.

De woordvoerder van de internationale boerenorganisatie Vía Campesina zei dat doorgaan met het huidige beleid een “sociale en territoriale ramp” zal veroorzaken. Het kader van de Health Check verergert de crisis. Volgens hem zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: productiebeperking (behalve voor kleine boeren), quota-behoud, minimumprijs voor melk, afschaffing van exportrestitutie, en bescherming tegen te laag geprijsde importen uit derde landen. Hij riep ook op tot het stimuleren van meer autonome productie, het gebruik van minder soya en meer plaatselijk geproduceerd veevoer, en het vervangen van het WTO-handelsregiem door een dat uitgaat van voedselsouvereiniteit.

Reacties van Belgische boeren

Op 22 juli kwamen een paar honderd – vooral Waalse – melkveehouders met hun tractoren naar Brussel om te demonstreren tegen het Commissierapport. Het protest was georganiseerd door de Waalse landbouwersorganisatie Fédération Wallonne des Agriculteurs (FWA). Nadat een delegatie van de FWA met Fischer-Boel had gesproken over het rapport en daarna verslag uitbracht, begonnen “jonge boeren die vonden dat de vakbondsvoorzitter hun zaak onvoldoende had verdedigd” te rellen. Later die middag waren er elders in België en in de buurt van Luxemburg spontane wegblokkades. Twee dagen later, tijdens een landbouwbeurs in Libramont (België), staken kwade boeren een Europese vlaggen en een stro-pop die Fischer-Boel moest voorstellen in de brand en braken er opstootjes met de masaal aanwezige politie uit. Ook werd een deel van het interieur van een nabijgelegen expositiehal vernield [8].

De Waalse deelregering was er snel bij en liet al op 23 juli weten dat het tal van maatregelen zal nemen om het leed van de boeren te verzachten. Begin juli zorgden Belgische boeren al voor eigen regeling: supermarkten werden met blokkades gedwongen toe te zeggen tot eind 2009 voor elke liter verkochte melk 14 cent in een speciaal fonds te deponeren. Dit geld wordt uitgekeerd als extra steun aan melkveehouders (ongeveer 2 cent extra per liter) [9]. Deze regelingen lijken echter niet de Belgische aktiebereidheid te verminderen, getuige uitspraken van woordvoerders van de Waalse vlees- en veehandelaarsorganisatie Fédération Nationale du Commerce de Bétail et Viande (FNCBV) en de sectororganisatie Vlaamse Veehandelaars & Vleesproducenten (VVP). De FNCBV zegt klaar te staan om samen met de boeren “het land lam te leggen na afloop van de vakantie”. De huidige crisis in de melkveesector is een bewijs van het falend landbouwbeleid van de Europese Unie dat de sector bedreigt, aldus de organisatie. De VVP zegt solidair te zijn met de Waalse collega’s, “want het is ook een Vlaams probleem”. Toch wil de VVP eerst proberen wat te bereiken via overleg alvorens de leden op te roepen tot aktie.

Wat gebeurt er verder?

Ook Franse boeren dwongen met een serie blokkades een prijsafspraak af met hun afnemers en krijgen nu 28 cent per liter [10]. In Spanje zorgden de zuivelindustrie, supermarkten en regering echter voor verdeeldheid onder de vakbonden. Een aantal bonden tekenden namelijk een contract dat tijdelijk een vaste afzetprijs voor melk garandeert. Anderen, waaronder Prolec, wezen deze deal af omdat het niet eens de volledige onkosten dekt [11]. De Italiaanse regering kondigde aan stoppende boeren te willen uitkopen door hun quota tegen een vergoeding over te nemen [12].

De voorzitter van LTO Melkveehouderij, Siem Jan Schenk, organiseerde in juli een ketenoverleg van alle betrokken partijen uit de Nederlandse zuivelsector over de moeilijke situatie in de sector. Aan dat overleg deden behalve de LTO de Dutch Dairymen Board, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, de Nederlandse Zuivel Organisatie, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt, de Rabobank, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel en de koepel van agrarische accountants VLB mee. Er is over verschillende punten gesproken waaronder lastenverlichting en kredietverschaffing voor boeren in moeilijkheden, mogelijkheden om de melkprijs te verhogen en de afspraak tussen boeren en supermarkten in België over een steunfonds. De achterbannen wordt nu gevraagd zich uit te spreken over hoe verder. Naar verwachting schuift landbouwminister Gerda Verburg in september ook aan bij het overleg [13].

Model Canada

De deelnemers aan het overleg, maar ook de Nederlandse regering en de Europese Commissie zouden volgens de NMV en de DDB kunnen leren van de ervaringen uit Canada, waar een stabiele zuivelmarkt is opgezet. Volgens Hans Geurts, vice-voorzitter van de NMV was Canada zo’n 50 jaar geleden een belangrijke exporteur van zuivelproducten en daarmee zeer afhankelijk van de wereldmarkt. De boeren bracht dat weinig goeds, omdat de markt instabiel was (lange perioden van overschotten en lage prijzen, afgewisseld met korte periodes van tekorten en hogere prijzen).

Het land koos uiteindelijk voor het opgeven van deze positie en voor het opzetten van stabiele markt gericht op het produceren van melk voor een kostendekkende prijs. Daarvoor moesten de boeren wel eerst heel veel druk uitoefenen om de weerstand van de zuivelindustrie te breken. Het resultaat was een systeem met melkquotering dat zorgt voor een leefbaar inkomen voor de
melkveehouders.

Voorzitter Sieta van Keimpema van de DDB vult aan: “De melkveehouderij in Canada draait volledig kostendekkend en krijgt geen enkele subsidie. De markt is een gesloten geheel met productiequota en er is één organisatie die alle melk verhandelt. De overheid houdt toezicht op de organisatie waarin door boeren met melkfabrieken en supermarkten wordt onderhandeld over de melkprijs. Aan de hand van bedrijfsgegevens van een geselecteerde groep boeren wordt een gemiddelde kostprijs voor een liter melk berekend. Dat is meteen de absolute minimumprijs. Vraag en aanbod zijn op elkaar afgestemd en de stabiele prijzen werken gunstig uit voor iedereen: boer, overheid, belastingbetaler en consument. In Canada is geen sprake van een crisis op dit moment!” [14]

——————————————————————————————————-
Kader:
Een verkorte weergave van demarktanalyse van Fischer-Boel [1]:

“De aanpassing van het zuivelbeleid is gericht op grotere marktoriëntatie en komt overeen met afspraken in 2000 en 2003 over de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. De niveaus voor EU-interventie (aankoop van overschotten tegen vaste prijzen) zijn geleidelijk aan verlaagd hetgeen werd gecompenseerd door directe inkomenssteun gekoppeld aan productie. Daarna is die steun ontkoppeld van de productie en nu wordt ze vastgesteld op basis van normen voor gezondheid (van mens en dier) en het milieu. Ook was er een verlaging van het niveau van interventie (boter, magere melkpoeder) en werd besloten tot een jaarlijkse quota-uitbreiding van 1,5 % met ingang van 2009 en de afschaffing van alle quota in 2015. Dit alles was gericht op het vergroten van het concurrentievermogen en de voorbereiding van boeren op toekomstige uitdagingen op de internationale markten. Een zekere mate van direkte inkomenssteun voor boeren blijft beschikbaar.

De Health Check-discussie resulteerde in afspraken over hogere jaarlijkse quota (sommige lidstaten oefenden zware druk uit om dat te bereiken…). Verder mogen de lidstaten in het kader van de herstrukturering van hun zuivelsector aanvullende fondsen verstrekken, bijvoorbeeld aan boeren. De Commmissie rapporteert voor december 2010 en december 2012 over de voortgang van het quota-proces.
Door een verminderde vraag binnen de EU naar zuivelproducten (als kaas) en door een instabiele wereldmarkt (meer zuivelaanbod van niet-Europese producenten; en afnemende vraag door crisis en zwakke dollar) is de prijs van boerderijmelk in de EU sterk gedaald, tot ver onder de kostprijs.

De wereldmarktprijzen stegen in 2007 sterk, maar namen vanaf de 2e helft van 2008 nog sneller en meer af. De markt is uit evenwicht. Het Landbouwdepartement nam weliswaar maatregelen om grotere prijsdalingen te voorkomen, maar door de afgesproken verlaging van de interventieniveaus levert dat de boeren minder compensatie op. In het algemeen kunnen de meeste boeren in de lidstaten wel hun variable onkosten bekostigen uit de lage melkprijs, maar niet hun vaste lasten. Voorzover ze de beschikking hebben over voorraden van veevoeder en kunstmest, en over vers gras, gaan velen van hen door met de melkproductie om nog zoveel mogelijk onkosten te kunnen compenseren.

Naar verwachting zullen de marktverhoudingen op de middellange en lange termijn weer stabiliseren. Daarom blijven de afspraken in het kader van de Health Check gehandhaafd en worden er alleen tijdelijk maatregelen getroffen.”

——————————————————————————————————-

Veel geraadpleegde bronnen:
De websites van de DDB, de NMV, de LTO, the European Milk Board, het Agrarisch Dagblad (incluis de vaak emotionele reacties van boeren bij artikelen over de zuivelsector), De Morgen, EUObserver, EUractiv, LexisNexis.

Leestips:- “‘Wij kunnen de kost niet meer verdienen’ – interview met boerinnen Sieta van Keimpema en Hanny van Beek over liberalisering en de macht van de
industrie en de Rabobank,” door Hans van der Lugt, NRC Handelsblad, 23 juli 2009 (eerst hier registreren).
– “
U drinkt het liefst Hollandse melk? Sluit dan de grenzen,” opinie van melkveehouder Harmen Treur, NRC Handelsblad, 24 juli 2009

Noten:
[1] Zie de Commissie-pagina over de “Health Check of the Common Agricultural Policy” en het rapport “Dairy Market Situation 2009“.
[2] In 1984 werd het quotasysteem ingesteld om productieoverschotten tegen te gaan. Boeren kopen een aantal quota op die hen het recht geeft dat jaar een bepaalde hoeveelheid melk te produceren. De boeren zijn aangesloten bij een melkcoöperatie die hun melk verwerkt tot een verhandelbaar product (zoals consumentenmelk, boter, kaas, toetjes). Op basis van de toegevoegde waarde van die verwerking wordt de kiloprijs van de geleverde boerderijmelk bepaald en krijgt de boer geld. Er is dus geen sprake van prijsonderhandelingen vooraf. De boeren zijn daarom afhankelijk van de inkoopmacht van de coöperaties (en indirekt van de supermarktketens).[3] Afschaffing van de melkquota – zoals de Commissie en de Europese Vereniging van de Zuivelindustrie (EDA) willen – neemt de boeren een potentieel onderhandelingsinstrument uit handen. Het zal leiden tot verdere schaalvergroting en nog lagere melkprijzen waardoor de afnemers en de verwerkers beter kunnen concurreren op de wereldmarkt. De Commssie heeft duidelijk niets op met familiebedrijven die in de huidige opzet zullen moeten stoppen. Meer over de belangen van de Europese voedselverwerkende industrie in de reader “
De boer als mondiale melkkoe” van de campagne ‘Global Europe, Voor Wie?’.
[4] Zie ondermeer “
Situation on the dairy market” (20 maart 2009) en “Presidency
Conclusions of the Brussels European Council
, 18/19 June 2009″.
[5] Deze maatregel die in januari werd heringevoerd, is volgens de Commissie niet strijdig met internationale handelsafspraken. Een grote groep Niet-Gouvernmentele Organisaties uitte echter kritiek omdat het volgens hen in strijd is met recente G8-afspraken (L’Avila) over steun aan boeren in ontwikkelingslanden, gericht op hongerbestrijding en bevordering van landbouwontwikkeling. Zuidelijke boeren kunnen nu al niet concurreren met de te goedkope landbouwproducten uit de EU, en de Europese boeren hebben geen baat bij die subsidies. De EU heeft – met name op voorspraak van Duitsland en Frankrijk – voor het jaar 2010 449 million euro gereserveerd voor exportsubsidie voor zuivelproducten. (En nu willen de varkenshouders ook zo’n
regeling…). Zie:
Joint call from European organisations and networks to the EU Commission and the agriculture ministers of the member states – End export subsidies now!” van 10 juli 2009.
[6] De supermarktprijzen ‘bewegen’ al heel lang niet ‘mee’ met de prijzen voor boerderijmelk en fabriekszuivel. Het Commissierapport: “Er is geen sprake van een goed funktionerende Europese zuivelbevooradingsketen”.[7] Zie hiervoor “
Milk price collapse: Commission proposals judged insufficient,” EP, 22 juli 2009 en “Press release: Persisting with freeze response – Liberalisation seems more important than the livelihood of dairy farms. The EU Commission’s Report on the Milk Market contains not one single measure of its own,” EMB, 22 juli 2009.
[8] Zie het dossier “
Landbouw veeteelt visvangst” van de Belgische krant De Morgen voor meer over deze en andere akties.
[9] Zie “Waalse regering geeft extra steun aan melkproducenten,” De Morgen 23 juli 2009 en “Doorbraak in België,” AGD 2 juli 2009 en “De supermarkt heeft het gedaan; Europese Commissie wil meer geld uittrekken voor melkveehouders,” NRC Handelsblad,
21 juli 2009.
[10] “De supermarkt heeft het gedaan; Europese Commissie wil meer geld uittrekken voor melkveehouders,” NRC Handelsblad, 21 juli 2009.[11] Zie “
Spain: Manifiest against the new contract between farmers and industry,” EMB, 30 juli 2009.
[12] Zie: “
Italië: steun stoppende boer,” AGD, 16 juli 2009.
[13] Zie “
Overleg zuivelcrisis krijgt vervolg,” LTO, 14 juli 2009 en “Huiswerk
uit ketenoverleg zuivel
,” LTO 29 juli 2009 . En artikelen uit het Agrarisch Dagblad.
[14] “‘Positie zuivelindustrie Nederland voorspelbaar’” Agrarisch Dagblad, 20 juli 2009. Zie ook: “‘Canada koestert melkquotum’“, Nieuwe Oogst, 18 juli 2009.

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=250)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *