24 april: Interview Supermacht.nl in het blad FoodPersonality

In de april-uitgave van het achtergrondenblad voor de levensmiddelensector, FoodPersonality, is een interview opgenomen met Supermacht.nl  Het artikel is getiteld “E-mailen met Rob Bleijerveld, van supermacht.nl” en is geschreven door hoofdredacteur Gé Lommen.

“FoodPersonality is met name bestemd voor:
Image – managers (directie, inkoop, operations, commercie, logistiek, marketing) die voor supermarktketens werkzaam zijn;
– managers (commercieel, marketing, product-management) die
bij de fabrikanten werkzaam zijn die het supermarktassortiment beleveren (A-merken en huismerken);
– ondernemers die aangesloten zijn die de supermarktketens en daar een of meer vestigingspunten van exploiteren.
Het blad verschijnt maandelijks.”

Hieronder is het interview te lezen: 

 

E-mailen met Rob Bleijerveld, van supermacht.nl
Door: Gé Lommen

Een tijd geleden hadden wij bijna bij een workshop gezeten over ‘de macht van de supermarkt’. Bijna, want uiteindelijk bleken journalisten in de zaal toch een bezwaar. Enig e-mailverkeer leidde ertoe dat we kennis maakten met Rob Bleijerveld, een van de begeleiders van die workshop.

Bleijerveld onderhoudt de site ‘www.supermacht.nl’. Op de site informeert hij onder andere over praktijken die de ongelijke welvaartsverdeling in stand houden, de schade voor het milieu en verlies van een pluriform aanbod van kleinschalige voedingswinkels. Supermacht is de site van een overtuigd andersglobalist, een stem die in de branche weinig wordt gehoord.

Bleijerveld stemt toe in een interview. Maar niet ‘live’. We mailen gewoon vragen en hij zal die wel beantwoorden. Een portret in het blad wil hij liever niet.

Hoe bent u ertoe gekomen om de site ‘supermacht.nl’ te starten?

Begin 2006 maakte ik kennis met mensen van het Europese Burger Forum (EBF), dat tuinarbeiders ‘zonder papieren’ steunde in Zuid-Spanje. Vooral de rol van de supermarkten in dat verband maakte me nieuwsgierig en ik besefte dat ik als consument weinig wist van wat er in de keten gebeurt. Lage lonen en overmaat aan zon maken het mogelijk om dagelijks grote hoeveelheden goedkope groente en fruit te produceren en over lange afstand te vervoeren naar de Europese supermarkten, waar wij consumenten ze uit het schap halen. Het EBF voerde actie tegen twee Zwitserse supermarktketens om de erbarmelijke leef- en werkomstandigheden van de werkers in Spanje te verbeteren, iets wat de Spaanse vakbonden lieten liggen. Ook in andere landen bleken er campagnes en acties te zijn rondom de supermarktketens, met aandacht voor arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden, milieugevolgen, productie- en procesmethoden, klantvolgsystemen en dergelijke. Aangezien er in Nederland geen (algemene) campagne was en geen goede informatiebron, besloten een paar vrienden en ik de website supermacht.nl op te zetten. Momenteel onderhoud ik deze website in mijn vrije tijd.”

Uw naam wordt op internet in verband gebracht met andersglobalisten. Waarom heeft u ervoor gekozen om dat andersglobalisme te richten op de supermarktsector, in plaats van op een bepaalde kwestie, zoals ngo’s veelal doen: fair trade, milieu, dierenwelzijn?

Het is begrijpelijk dat een aantal maatschappelijke organisaties in de traditie van de Nederlandse overlegcultuur en met het oog op ‘haalbaarheid’ inzetten op het zoveel mogelijk concretiseren van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Wellicht speelt mee dat het resultaat door kan werken in (ontwikkelings)landen met minder ruimte voor de ‘civil society’. De organisaties hopen op de medewerking van grote ondernemingen en overheden, die op hun beurt zeer tevreden zijn met de georganiseerde ‘constructief meedenkende’ burger. De laatste jaren is er sprake van een zekere toenadering en veel bedrijven beginnen de grove kantjes van hun beleid af te schaven; toch gaat het mijns inziens steeds om beperkte veranderingen. Bedrijven hebben hoofdzakelijk een winstoogmerk (met alle gevolgen van dien), en overheden steunen dat actief door het liberaliseren van wet- en regelgeving (WTO, EU) en het legaliseren van standaarden uit de sector. De grote bedrijven en hun vertegenwoordigers kunnen daarbij rekenen op directe toegang voor hun lobbyisten tot bijvoorbeeld de Europese Commissie. De gehanteerde – en beperkte – invulling van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ kan dit niet tegengaan. Ook het streven naar medezeggenschap van alle ‘stakeholders’ verandert daar niets aan. Toch blijven acties zoals die van Milieudefensie nuttig als middel tot bewustwording en om het verband tussen issues te leggen.

Op de website supermacht.nl wordt aandacht besteed aan zowel op thema’s gerichte acties van ngo’s, als aan de structurele achtergronden en het algemene misbruik van de inkoopmacht door supermarktconcerns. De bedoeling is te informeren en te laten zien dat we als consument meer kunnen doen dan het kiezen van een ander product en het eens in de vier jaar uitbrengen van je stem. Er is veel mogelijk, zoals het publiekelijk boycotten van een bepaald product of winkelketen, het ontwikkelen van alternatieve distributie- en productiesystemen, het steunen van producenten en werknemers hier en in ontwikkelingslanden, het houden van prikacties en discussies.”

Hoe vaak wordt supermacht.nl bezocht?

Tussen de 200 en 400 keer per dag. Ik krijg geregeld meldingen over relevante artikelen, acties en onderzoeksrapporten en er zijn mensen die vragen stellen of reageren via de e-mail op ontwikkelingen in de sector of op de inhoud van de website. Daaronder zijn consumenten, supermarktmedewerkers, producenten en medewerkers van maatschappelijke organisaties. Soms leidt dat tot een lezersbrief of een artikel over wat mensen persoonlijk meemaakten. Onlangs werd ik gevraagd voor een inleiding tijdens een workshop over supermarkten en alternatieven.”

Wat was de bedoeling van die workshop?

De organisator, werkgroep ‘Voor de Verandering’, promoot sinds 1999 onderzoek naar en debat over een ‘solidaire economie’, als alternatief voor het huidige neoliberale, kapitalistische systeem. Het gaat ondermeer over de vraag of economische groei wenselijk en noodzakelijk is, over het BNP (bruto nationaal product, GL) en de uitsluiting van bepaalde sociale en milieukosten, en over het buiten beeld blijven van structurele gevolgen in ontwikkelingslanden van onze welvaart. Ook worden regelmatig workshops georganiseerd. Op 14 maart was het de bedoeling om zowel algemeen geïnteresseerden als hen die actief zijn bij de ontwikkeling van alternatieven of die onderzoek doen naar de sector, breed te informeren. Bij elk van de vier inleidingen was er gelegenheid vragen te stellen en discussies te voeren.”

Komen er nog meer workshops?

Dat moet u vragen bij Voor de Verandering, of op de website globalalternatives.nl nagaan.”

Wat moet er nog allemaal gebeuren?

In Nederland zijn er tal van initiatieven gaande om te komen tot andere, kleinschalige(re) en duurzame(re) productiewijzen en distributiesystemen – zoals pergola-associaties (samenwerkingsverband tussen boeren en consumenten, GL), ‘transition towns (lokale gemeenschappen die zich minder olie-afhankelijk willen maken, GL), ‘permacultuur’ (gebruik maken van de omgeving zonder die aan te tasten, GL), gebruikers- en producentencoöperaties. Wat betreft acties en campagnes in of tegen supermarkten is het aannemelijk dat de economische crisis de verhoudingen tussen toeleveranciers en supermarkten, en die tussen werkvloer en bedrijfsleiding onder druk zal zetten. Wellicht leidt dit ertoe dat lokale en regionale producenten zich organiseren om een hogere prijs af te dwingen van fabrikanten en – indirect – van de supermarkten, iets wat de steun van de consument verdient. Dat geldt ook in het geval dat werknemers zich in hun strijd niet (meer) vertegenwoordigd voelen door vakbonden.”


Vindt u dat de overheid beter zou moeten kijken naar het verlies van diversiteit en pluriformiteit in de voedselketen? De overheid lijkt het de laatste jaren prima te vinden als supermarkten de inflatie voor dagelijks eten en drinken beteugelen, maar die overheid zou een andere rol moeten vervullen?

Voortgaande schaalvergroting, automatisering en verlies aan diversiteit en pluriformiteit zijn ontwikkelingen die te maken hebben met de voortdurende inzet van overheden en internationale instellingen om economieën verder te liberaliseren, zoals ik eerder aangaf. De gevolgen van verlies aan diversiteit en pluriformiteit zullen hier met name voelbaar zijn op lokaal niveau, en in ontwikkelingslanden.
Maar zolang de verborgen kosten in de keten geen prijs krijgen en de westerse consument op zoek blijft gaan naar de laagste prijzen, en bedrijven en overheden blijven inzetten op concurrentiestrijd, zal er niets wezenlijks veranderen. Het is vooral een kwestie van kortetermijndenken.”

Houdt andersglobalisme ook in dat al het eten en drinken dat ik zou willen proberen, beperkt moet worden tot eten uit de directe of nabije omgeving? Nederlandse consumenten willen ook Italiaanse kaas en Spaanse chorizo. Dat verrijkt hun eetcultuur.

Vele factoren spelen een rol bij de keuze van consumenten voor bepaalde producten of een bepaalde kwaliteit. De supermarkten pushen bijvoorbeeld producten waar veel aan te verdienen is. De heersende visie op gezondheid en voeding gaat nog steeds uit van niet duurzame producten als zuivel en vlees. Suiker als stabilisator is verwerkt in heel veel producten omdat dat goedkoop te betrekken is uit arme landen.

Voor menig product is vast en zeker een geschikt alternatief voor handen (zoals zeewier uit Zeeland in plaats van koemelk als calcium- en eiwitbron) of te ontwikkelen. Ik neem aan dat dat ook zo is op het gebied van de smaakbeleving. Zo worden diverse ‘vergeten’ groenten, bonen en granen herontdekt en in productie gebracht door mensen uit de Slow Food-beweging. Dat is meteen een goed alternatief voor het afschermen van productnamen en productieprocessen via het ‘intellectueel eigendom’.”


Is het gedachtengoed van ‘local food’ een propaganda-instrument aan het worden van voorstanders van protectionisme? Kritische consumenten kiezen voor koffie en bananen uit ‘fair trade’-overwegingen, maar kiezen voor vlees en groenten uit eigen land om de eigen, kleinschalige producenten te helpen, daar zit iets ongerijmds in.

Ik associeer protectionisme met het economische model van de oneindige en onproblematische groei, van ‘comparative advantage’ (altijd op zoek naar lagere kosten, GL) en van ‘vrijhandel’.

De huidige levensmiddelenketen is het resultaat van de inzet van economische en politieke drukmiddelen door Wereldbank, IMF en rijke staten en hun handelsverdragen. Multinationale bedrijven kunnen wereldwijd concurreren en goedkoop inkopen, maar ontwikkelingslanden zijn beperkt door hun ‘smalle’, exportgerichte economieën en een groot tekort aan eigen investeringskapitaal. Inkopen bij coöperaties van kleinschalige, fair-trade koffie- en bananenboeren is meer een kwestie van hun overleven (en daarom zeker de moeite waard) dan van structurele veranderingen. Datzelfde geldt voor kleinschalige producenten in Europa, in Nederland. Besteding bij de boer of buurtsuper om de hoek vergroot de kans dat je geld lokaal wordt geïnvesteerd en dat lokale bedrijven het hoofd boven water kunnen houden. Daarbij moet de inzet wel zijn: zoveel mogelijk gebruik maken van lokaal geproduceerde grondstoffen, denk aan de ‘Fout Vlees’-actie van Milieudefensie. Hoe dan ook, werkelijke veranderingen noodzaken tot een ander economisch systeem, dus een andere vorm van zeggenschap over voedselproductie, handel en consumptie.”

Waarom vindt u dat een interview in de vorm van een gesprek grote druk op u zou leggen, wat voor druk is dat?

Ik ben geen (betaalde) professional met mediatraining en ervaring met interviews. Ook is de materie complex. Een gedegen antwoord op uw vragen vereist daarom voldoende ruimte en rust.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *