Britse supermarktketens lappen hygiënevoorschriften voor voedsel aan hun laars

(door
Rob Bleijerveld)

Undercover
onderzoek

Aan
de hand van berichten over wantoestanden door klokkenluiders
onderzochten de twee journalisten, Audrey Brown en
James Griffin, een half jaar lang hoe de supermarktgiganten Sainsbury
en Tesco omgaan met voedsel. Ze namen gedurende 4 maanden een baan
bij de vleesafdelingen en een visafdeling van de
supermarktvestigingen in Oxford resp. Noord_london en vroegen een
vriend te gaan werken bij een bedrijf dat deze supers voorziet van
pasteitjes en kant-en-klaarmaaltijden.

Uit
hun onderzoek blijkt dat de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften
met betrekking tot voedsel met voeten wordt getreden. Doelbewust
wordt de wet overtreden maar ook worden formele voorschriften
overtreden die de bedrijven zelf opstelden (om te voldoen aan de
eisen van de
toezichthouder van de overheid). De reden: maximalisatie van de winst
in alle vestigingen. De vestigingsmanagers worden onder druk gezet om
zoveel elke dag mogelijk winst te behalen, dat betekent in de
praktijk dat ze zo weinig mogelijk voedsel moeten weggooien. Tevens
betekent te weinig personeel op de werkvloer en geen controle of
toezicht op wat daar gebeurt.

Onwettig,
onhygiënisch en gevaarlijk!

De
klanten kopen zonder het te weten vlees, vis en maaltijden die een
gevaar voor hun gezondheid kunnen opleveren. De houdbaarheidsdata van
veel producten wordt ruim overschreden en de informatie over data en
koelkasttemperaturen op etiketten en in logboeken wordt moedwillig
vervalsd. Voedsel dat “over de datum is” wordt opgefrisd door het
te vermengen met delen vers voedsel. Bedorven voedsel wordt zonder
scrupules onder de kostprijs aangeboden.

Messen
werden zonder tussentijdse reiniging gebruikt voor zowel rauw als
gekookt vlees en voor vis. Een medewerker opende een afvalput met een
mes en legt dat vervolgens klaar voor gebruik bij het aansnijden van
vlees.

Ook
in het toeleveringsbedrijf was van alles mis. Pas bereide
kant-en-klaarmaaltijden bleven te lang buiten de koeling zodat ze
niet meer zijn aan te merken als vers. Voedselingredi
ënten
die per ongeluk op de vloer belandden, werden meteen weer verwerkt.
Voorschriften over regelmatige verschoning van schoeisel, kleding en
anti-bacteriële schoonmaakoplossing werden niet nageleefd of
gecontroleerd.

Reacties
supermarkten

De
journalisten lichtten de leiding van de supermarktketens Tesco en
Sainsbury in voordat ze met hun programma de ether ingingen.

Sainsbury
gaf aan voedselveiligheid hoog in het vaandel te hebben en dat eigen
onderzoek – naar aanleiding van de bevindingen van de BBC –
uitwees dat het ging om incidenten. De leiding zou maatregelen hebben
genomen om herhaling te voorkomen en dacht niet dat de
voedselveligheid echt in gevaar was geweest….

Tesco
zei dat het programma een “erg gekleurd” beeld van hun
bedrijfsvoering geeft. De op film vastgelegde incidenten zouden niet
representatief zijn voor hun “hoge standaards”.
De beweringen van de journalisten waren dermate ernstig dat besloten
is tot hertraining van het personeel. “Our customers should not
be fooled into thinking that this programme has uncovered systematic
failures or that the public is at risk. Customers trust us to provide
them with safe food of the highest quality and we would never do
anything to jeopardize that trust.”


Whistleblower:
Supermarkets” is
nog tot en met 28 mei te
bekijken
via de BBC-website, op:
http://www.bbc.co.uk/mediaselector/check/player/nol/newsid_6680000/newsid_
6682900?redirect=6682961.stm&news=1&nbram=1&nbwm=1&bbram=1&bbwm=1


Bronnen:

“Whistleblower – Supermarkets; An undercover investigation
reveals the extent to which out-of-date food is sold to customers”
van 22 mei 2007
(http://www.bbc.co.uk/consumer/tv_and_radio/whistleblower/supermarkets_20070522.shtml).

“Out-of-date
food in UK supermarkets,” Door Audrey Brown, BBC, van 21 mei
2007 (http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/6676345.stm).

 

 

24 mei documentaire: uitbuiting en milieuschade in het Spaanse ‘Westland’ (El Ejido)

Het voorheen woestijnachtige gebied rond de Zuidspaanse stad Almería
levert 's winters eenderde van alle groente en fruit die in Europa
wordt  geconsumeerd en is goed voor tweederde van de inkomsten van de
Spaanse landbouwsector.

Dit 'economische wonder' is alleen mogelijk door de uitbuiting van
rechtenloze arbeidskrachten. In de kassen in het gebied werken ongeveer
80.000 migranten, waarvan de meeste afkomstig zijn uit Noord- en
Westafrika en in toenemende ook uit Latijnsamerika en Oosteuropa. De
helft van hen bezit geen officiële verblijfspapieren. Ook het milieu
leidt onder de intensieve landbouw: insecticides verpesten de lucht en
vergiftigen het grondwater, en er ontstaan maanlandschappen zonder
bomen, vogels en insecten.

In El Ejido zijn de gevolgen van dit systeem van industriële uitbuiting
van mens en land, dat wordt voortgestuwd door de globalisering,
overduidelijk. Driss, Moussaid en Djibril verhuren zich hier als
dagloner voor erg weinig geld en krijgen – zoals de meeste van de
tuinarbeiders – geen arbeidscontract. Ze slapen in "Chabolas" – kleine
hutten van karton of plastic – zonder aansluiting op het drinkwater- of
stroomnet. De Europeanen hebben hun verse groente en fruit te danken
aan deze slaven.

Uitzending: 24 mei, om 22:45 uur op ARTE tv.
Vanavond is de eerste uitzending op tv en er zijn door ARTE geen herhalingen gepland.
Documentaire:
"El Ejido – El Dorado unter Plastik" (Franse titel: "El Ejido, la loi
du profit"), gemaakt door Jawal Rhalib (2006, in opdracht van
ARTE/RTBF).

Bron: http://www.arte.tv/de/suche/1555592.html    
Voor achtergrondinfo, zie:
"12 april: Oproep tot steun aan kleine Spaanse landarbeidersvakbond (SOC)" van 14 april 2007 (https://www.supermacht.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=104&Itemid=33).

FNV Bondgenoten: ‘Privéleven winkelpersoneel staat steeds meer onder druk’


(door Rob Bleijerveld)

Volgens Anja Jongbloed, CAO-specialist
bij FNV Bondgenoten, verlangen werkgevers in de detailhandel in
toenemende mate dat werknemers zeven dagen per week, 24 uur per dag
beschikbaar zijn. Vooral het personeel van bouw- en supermarkten,
tuincentra, meubelboulevards en kledingwinkels wordt steeds vaker
voor het blok worden gezet om verplicht te werken tijdens zon- en
feestdagen. Daardoor staat het privéleven van winkelpersoneel
steeds meer onder druk.

Daarnaast blijkt dat de inzet van de
werkgevers bij de cao-onderhandelingen is om de overwerktoeslagen
zoveel mogelijk af te schaffen en om werknemers op afroep te kunnen
inzetten.

"Dit is een zorgwekkende trend.
Werknemers moeten meer zeggenschap krijgen over het werken in
weekenden en op feestdagen en moeten hiervoor fatsoenlijk worden
betaald”, aldus Jongbloed. Volgens haar is een hoge omzet tegen
lage loonkosten het enige dat telt voor de werkgevers, die daarbij
volledig voorbij gaan aan het privéleven van het personeel
[*].

FNV Bondgenoten wil dit onderwerp hoog
op de agenda zetten bij de komende cao-onderhandelingen.


Bronnen:

– "FNV: privéleven
winkelpersoneel staat onder druk," Trouw van 17 mei 2007
(http://www.trouw.nl/laatstenieuws/laatstenieuws/article714299.ece/FNV_priveleven_winkelpersoneel_staat_onder_druk).

– "'Privéleven
winkelpersoneel steeds meer onder druk'," De Pers van 17 mei
2007
(http://www.depers.nl/economie/63257/Priv%C3%A9leven-winkelpersoneel-onder-druk.html).

– "'Privéleven
winkelpersoneel steeds meer onder druk'," Telegraaf van 17 mei
2007

(http://www.telegraaf.nl/binnenland/63801171/_Priv%C3%A9leven_winkelpersoneel_steeds_meer_onder_druk_.html).

Noot:
[*] Onder het Telegraaf-artikel (zie
bronnen) staan een groot aantal reacties van lezers. De algemeen
verwijtende en soms denigrerende toon in de bijdragen daargelaten,
komen er een aantal interessante dingen in naar voren.

Diverse lezers maken duidelijk dat
flexibilisering van werktijden, te lage toelages of zelfs de
afschaffing daarvan en verlies aan zeggenschap niet alleen
plaatsvinden in de detailhandel, maar ook in vele andere sectoren.
Hoewel sommigen vinden dat er te veel 'gezeurd' wordt en de
flexibilisering van winkelopeningstijden 'handig' en 'normaal' zijn,
voelen anderen die als werknemer (ook) direkt te maken hebben met die
flexibilisering zich bekocht, kwaad en onmachtig. Sommigen onder de
Telegaaf-lezers vinden dat de vakbond zelfs een punt heeft; anderen
houden de bond verantwoordelijk voor het voortbestaan van
wantoestanden. Wel roepen sommigen de vakbond op om zich voor
bepaalde kwesties in te zetten. Slechts een enkeling heeft het over
de eigen verantwoordelijkheid van werknemers om lid te worden van een
bond.

De puur zakelijke belangen van
werkgevers bij geflexibiliseerde winkelopeningstijden en -dagen
worden zeker herkend (met referenties aan de slavernij) en een aantal
schrijvers refereert aan de situatie van werknemers in de VS (als
rolmodel voor Europa?)
.

Onderhandelingen supermarkt-cao stukgelopen door houding werkgevers

(20 mei 2007)(update 180122) De onderhandelingen voor een nieuwe supermarkt-CAO liepen op 14 mei stuk door onwil van de kant van de werkgevers. Als de vakbondsleden van CNV en FNV het eindaanbod van de werkgevers afwijzen, zijn akties “niet uitgesloten”. Lees verder“Onderhandelingen supermarkt-cao stukgelopen door houding werkgevers”

Aandeelhoudersmotie: “Britse super Tesco moet onafhankelijk toezicht vastleggen”

(door
Rob Bleijerveld)


Kleinaandeelhouder
van de supermarktketen Tesco en bestuurslid van de Britse
ontwikkelingsorganisatie War on Want,
Ben Birnberg, wil het
Britse bedrijf dwingen tot het hanteren van hogere sociale
standaards. Hij staat een betere behandeling voor van boeren en
arbeiders in ontwikkelingslanden die zorgen voor de productie van
kleding en andere goederen die worden verkocht in Tesco-winkels.


Motie

De
motie eist van Tesco dat het onafhankelijke toezichthouders aanstelt
om de arbeiders in de toeleverende boerderijen en fabrieken te
verzekeren van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, een leefbaar
inkomen, baanzekerheid, vrijheid van vergadering en van collectieve
onderhandeling, en daar waar nodig ook van het recht op aansluiting
bij een vakbond naar keuze. Eind april vroeg Birnberg in een open
brief aan andere aandeelhouders om hem te steunen bij zijn voornemen
een motie over dit onderwerp in te dienen tijdens de jaarlijkse
aandeelhoudersvergadering op 29 juni. Inmiddels meldden zich ruim 100
aandeelhouders met elk meer dan voldoende aandelen zodat is voldaan
aan de eisen die sectie 376 van de Companies Act stelt aan het
agenderen van aandeelhoudersmoties.

Volgens
Birnberg sluit de motie aan bij Tesco's jaaroverzicht van 2005 waarin
de bedrijfsleiding zich op de borst klopt over zijn "marktconforme
loon- en toelagepakket” en verklaart dat “wij onze partners net
zo behandelen als wij graag behandeld willen worden” en dat Tesco
"de arbeidsnormen in de toeleveringsketen in stand houdt”.

Voorafgaand
aan zijn open brief van 26 april vroeg Birnberg de directie van Tesco
om de motie te steunen en deze door te sturen aan alle aandeelhouders
om Tesco's inzet te tonen ten behoeve van ethisch 'sourcing'. Toen
Tesco-secretaris Jonathan Lloyd dit voorstel af wees omdat het
“uitgaande van de regels niet valide” zou zijn, richtte Birnberg
zich publiekelijk aan andere aandeelhouders. Halverweg mei waren er
al ruim 100 steunbetuigingen van aandeelhouders met gemiddeld bijna
13000 aandelen elk, waaronder een paar heel grote “filantropische
instellingen” zoals de zich op Quaker-waarden baserende Joseph
Rowntree Charitable Trust.

Druk

Tesco
deed enkele vergeefse pogingen om het tij te keren.
Zo
probeerde uitvoerend directeur voor corporate and legal affairs, Lucy
Neville-Rolfe
, op 27 april per ingezonden brief in de Guardian aan
te geven dat de motie niet nodig is en dat Tesco het beste voor heeft
met ontwikkelingslanden en de arbeiders daar. Tesco zou op de hoogte
zijn van de door War on Want beschreven wantoestanden in Bangladesh
[1]. Verder zou het bedrijf in moderne fabrieken met goede
arbeidsomstandigheden investeren en er alles aan doen om die via
grondige controles door onafhankelijke instellingen in stand te
houden. Het zou gemakkelijker zijn voor Tesco om geen producten meer
te betrekken uit landen met onoplosbare economische en sociale
problemen, “maar handel is het middel bij uitstek om plaatselijke
economieën uit het slop te halen en mensen uit de armoede.”
Ben Birnberg antwoordde dat het hier niet gaat om “handel of geen
handel” met ontwikkelingslanden maar of Tesco oprecht is over zijn
eigen ethische pretenties. Indien een onderneming van het formaat van
Tesco bereid is zijn enorme gewicht achter zo'n motie te zetten, zou
dit een zeer krachtig signaal afgeven aan zijn concurrenten en een
krachtige ondersteuning zijn voor de bedrijfsethiek.

Vlak
voor de deadline voor het indienen van de motie nodigde
Tesco-secretaris Jonathan Lloyd War on Want campagne-directeur John
Hilary uit om “buiten de publieke sfeer te praten over deze
kwestie”… Maar dat voorstel werd door War in Want afgewezen.

Birnberg
over de inzet om de motie op tafel te krijgen: “Er ging enige
strijd aan vooraf, maar vooruitstrevende mensen toonden hun enorme
goodwill door dit te steunen.
Het valt ook samen met de komst van
Gordon Brown (red.: als nieuwe premier van Groot-Brittannië) die
zich altijd bezorgd toonde over de omstandigheden in de derde wereld
[2]. Wij proberen dit aan te kaarten door gebruik te maken van
aandeelhoudersmacht."

Bronnen:



Investor forces ethics on to Tesco agenda
,” door
Julia Finch,
in de Guardian
van 14 mei 2007, (
http://business.guardian.co.uk/story/0,,2078815,00.html
).


Wanted: 100 Tesco shareholders to push for a better deal for
suppliers
,” door
Julia Finch
, in de Guardian van 30 april 2007  (
http://www.guardian.co.uk/supermarkets/story/0,,2068563,00.html
).


Letters
: Tesco's resolution
,” door Ben Birnberg in de
Guardian van 28 april 2007
(
http://www.guardian.co.uk/letters/story/0,,2067518,00.html
).


Letters
: Tesco: every little helps Bangladesh develop,” door
Lucy Neville-Rolfe
(Executive director, corporate and legal affairs,
Tesco
), in de Guardian van 27 april 2007
(
http://www.guardian.co.uk/letters/story/0,,2066589,00.html
).

”Letters
: Join me in putting Tesco on the spot,” door Ben
Birnberg, in de Guardian van 26 april 2007
(
http://www.guardian.co.uk/letters/story/0,,2065415,00.html
).

War on Want 's “Corporate Accountability Campaign
”: campagne
voor effectieve wet- en regelgeving om bedrijven te kunnen aanspreken
op hun activiteiten
(
http://www.waronwant.org/Challenging+Corporate+Power+11640.twl
).

Noten:

[1]
In december 2006 bracht War on Want een rapport uit over de zeer
slechte lonen en werkomstandigheden van arbeiders die in Bangladesh
kleding produceren voor winkels als Tesco, Primark en Asda
(Wal-Mart). Het rapport heet “Fashion Victims: the true cost of
cheap clothes at Primark, Asda and Tesco” is te vinden via
http://www.waronwant.org/Fashion+Victims+13593.twl
Een
ander rapport van de organisatie gaat over de onzekere banen en grote
gezondheidsrisiko's van arbeiders die in Kenia en Columbia
snijbloemen produceren voor Britse supermarkten. Het rapport is
getiteld “Growing Pains: the human cost of cut flowers in Britisch
supermarkets” en is te vinden via:
http://www.waronwant.org/cutflowers.

Eind april
bracht een andere ontwikkelingsorganisatie, Action Aid, het rapport
"'Who pays?' – How British supermarkets are keeping women
workers in poverty" uit dat aantoont dat de supermarkteisen aan
ontwikkelingslanden vrouwelijke arbeiders daar in een dwangpositie
brengt. Ook Action Aid vraagt om onafhankelijke toezichthouders op de
overzeese activiteiten van de supermarkten. Meer daarover op:
https://www.supermacht.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=108&Itemid=33
[2]
Zie ook de War on Want-campagne “Someone has to Pay” tegen
belastingontduiking door grote ondernemingen waarvan uiteindelijk de
armen de dupe zijn. Britten worden opgeroepen om aankomend premier
Bgordon Brown te emailen met de eis “ stop corporate tax
dodging”.
Meer hierover op: http://www.waronwant.org/taxdodge
War
on Want is lid van het internationale Tax Justice Network. De nieuwe
Nederlandse tak daarvan klaagde onlangs de rol van Nederland bij
belastingontduiking door grote internationale ondernemingen aan. Zie:
“Tax Havens: Who pays the bill?” van 10 mei 2007
(http://www.taxjustice.nl/Default.aspx?nid=30000).

Armoedelonen en gevaarlijke arbeidsomstandigheden: het geheim achter het supermarktsucces

(14 mei 2007) Op 23 april 2007 bracht de Britse ontwikkelingsorganisatie ActionAid het rapport “‘Who pays?’ – How British supermarkets are keeping women workers in poverty” uit dat aantoont dat de supermarkteisen aan ontwikkelingslanden vrouwelijke arbeiders daar in een dwangpositie brengt. Action Aid vraagt om een onafhankelijke toezichthouder op de overzeese activiteiten van de supermarkten.’Who pays?’ Lees verder“Armoedelonen en gevaarlijke arbeidsomstandigheden: het geheim achter het supermarktsucces”

Supermarktketen Wal-Mart is grootste union buster

door Teun [1]

Human Rights Watch (HRW) schrijft in haar rapport, "Discounting Rights" (Rechten in Uitverkoop) [2],
dat veel Amerikaanse bedrijven misbruik maken van die zwakke
regelgeving. Wal-Mart staat echter bovenaan in het klassement als het
gaat over het doelgericht dwarsbomen van iedere vorm van organisatie
tussen de arbeiders.
HRW interviewde voor het onderzoek 41 arbeiders en managers die voor Wal-Mart werken of gewerkt hebben.

Met 1,3 miljoen werknemers, verspreid over een vierduizend winkels en
met 351,14 miljard dollar aan inkomsten het voorbije jaar, is Wal-Mart
de grootste privé-werkgever van de Verenigde Staten. Verontrustend is
echter dat niemand van die werknemers vertegenwoordigd is door een
vakbond. Volgens Carol Pier van HRW is dat niet toevallig: "Het
personeel van Wal-Mart heeft vrijwel geen kans om zich te organiseren.
Ze moeten het hoofd bieden aan een onrechtvaardige Amerikaanse
arbeidswetgeving en werken voor een reusachtig bedrijf dat er alles aan
zal doen om vakverenigingen buiten te houden."

De strijd tegen de vakbond

Volgens "Discounting Rights" start Wal-Mart bij
de komst van nieuwe werknemers onmiddellijk met de indoctrinatie van
hun visie op vakbonden. De nieuwkomers krijgen een filmje te zien
waarin ze de vreselijke gevolgen van het vormen van vakbonden krijgen
voorgeschoteld. "Hier bij Wal-Mart respecteren ze je voor wie je bent
en voor het werk dat je doet. Toen ik bij de vakbond zat was ik gewoon
een nummer. Het enige dat ze kunnen doen is onderhandelen voor
contracten. Met al de voordelen die we nu hebben, riskeren we veel te
verliezen als er een vakbond komt," zo vertelt een Wal-Mart
personeelslid in het verwelkomingfilmpje [3].

De managers die werken voor de supermarktgigant krijgen uitdrukkelijke
instructies om vakbonden buiten de muren van het bedrijf te houden. De
meeste van die richtlijnen zijn gebaseerd op de "Manager's Toolbox",
een door Wal-Mart samengestelde handleiding, of "hoe vakbondsvrij
blijven als de syndicale organisatie jouw bedrijf kiest als volgend
doelwit"

In sommige vestigingen zijn er volgens het
rapport zelfs gevallen bekend van managers die de opdracht hebben
gekregen om werknemers af te luisteren of bewakingscamera's die worden
ingezet om vakbondsgezinde werknemers in het oog te houden [4].

Dat zorgt voor een angstig klimaat in de bedrijven. Veel arbeiders zijn
er immers van overtuigd dat er zware consequenties in de lucht hangen
indien je je aansluit bij een vakbond.

Betere wetgeving = betere werkomstandigheden

Gigantische bedrijven als Wal-Mart kunnen
openlijk de vorming van vakbonden tegengaan, omdat de Amerikaanse
wetgeving geen duidelijke richtlijn heeft omtrent vakbonden. De sleutel
tot betere werkomstandigheden voor de arbeiders is het invoeren van de
Employee Free Choice Act (EFCA) [5]. Die
richtlijn geeft werknemers de kans om zich ongestraft te organiseren.
De speelruimte van de Amerikaanse werkgever wordt hierdoor beperkt en
het middenveld in de Verenigde Staten kan versterken.

Uit een recent onderzoek van Peter D. Hart Research Associates blijkt
dat 60 miljoen Amerikaanse werknemers lid zouden worden van een vakbond
als ze daar de mogelijkheid toe hadden.
Het wetsvoorstel, de EFCA, is in het Huis van Afgevaardigden goedgekeurd en wordt nu in de Senaat behandeld.

Noten:
[1] Met toestemming overgenomen van Indymedia
België, 2 mei 2007 (http://indymedia.be/nl/node/9261). De noten zijn
van de redactie van supermacht.nl  <Terug>
[2] Voor Human Rights Watch – "Discounting Rights
(Wal-Mart's Violation of US Workers' Right to Freedom of Association",
zie: http://hrw.org/reports/2007/us0507/ Voor het artikel "Wal-Mart
Denies Workers Basic Rights – Weak Labor Laws Perpetuate Abuses" van
HRW, zie: http://www.hrw.org/english/docs/2007/05/01/usdom15797.htm  <Terug>
[3] Zie: http://www.hrw.org/campaigns/walmart/video.htm  <Terug>
[4] Zie
daarvoor: "Wal-Mart Sent Spy to Infiltrate Fayetteville Community
Group," door Against The Wal van 10 april 2007
(http://arkansas.indymedia.org/newswire/display/20727/index.php) en
"Wal-Mart Spies on Wal-Mart Watch Employees – Inside Wal-Marts' "Threat
Research" Operation," door Ann Zimmerman en Gary McWilliams van 4 april
2007
(http://walmartwatch.com/press/releases/wal_mart_spies_on_wal_mart_watch_employees/).
Een interview met de onderzoeksjournalist die sprak met een
gedeserteerde Wal-Mart spion over diens afluister- en infiltratiewerk
is te vinden in "Former Wal-Mart Worker Blows Whistle on Company
Surveillance Operation, Spying of Critics" van 6 april 2007
(http://www.democracynow.org/article.pl?sid=07/04/06/142238).  <Terug>
[5] Zie: http://www.aflcio.org/joinaunion/voiceatwork/efca/  <Terug>

Spreekbeurt ‘Regionalisering en supermarkten’

1. Regionale samenwerking in plaats van mondiale vrijhandel

Uitgever en activist Walden Bello [1]
gaf in de Volkskrant van 20 maart 2004 zijn mening over regionalisering
met betrekking tot ontwikkelingslanden. Volgens hem heeft vrijhandel de
armoede verdiept en de ongelijkheid vergroot in ontwikkelingslanden,
met als uitzonderingen China en Vietnam die hun enorme economische
groei te danken hebben aan de afscherming van hun lokale markten.
Vrijhandel is alleen gunstig voor de ontwikkelde landen (en de daar
gevestigde grote ondernemingen); daarom pleit hij voor een systeem
waarin de economisch zwakkere landen de vrijheid moeten krijgen hun
markten af te schermen als dat hun ontwikkeling bevordert. De lokale
markt moet de basis zijn van de ontwikkeling, niet de op de export
gerichte industrieën. Daarvoor zijn een aantal zaken nodig en wenselijk.
Ten eerste moet het monopolie van IMF en WTO
worden gebroken: ze moeten gaan samenwerken met organisaties van de
Verenigde Naties zoals de UNCTAD en de ILO. Ten tweede pleit hij voor regionale samenwerking in plaats van mondiale vrijhandel.
Regionale blokken in Azië en Latijnsamerika kunnen dan onderling
handelsverdragen afsluiten. De macht is dan niet langer gecentreerd,
maar verspreid. Dat geeft landen de ruimte om hun eigen strategie te
volgen. Ten derde is in de afzonderlijke landen een demokratische overheid nodig die een actieve en effectieve economische rol speelt, waarbij het maatschappelijk middenveld tegenwicht biedt aan zowel de overheid als de private sector. Als laatste moet de koopkracht
worden hersteld (Bello: "Er zijn genoeg rijken in onze landen") door
effectieve belastingheffing en inkomensherverdeling, moet de
afhankelijkheid van internationale geldschieters worden verminderd en
moet de lokale economie worden versterkt. Bello: "We moeten flexibel
zijn en elementen van de vrije markt combineren met elementen van een
activistische overheid. We hebben geen keuze, er is een sociale
revolutie nodig…"

Samengevat: Regionalisering in het zuiden is een zeer ingrijpend
proces. Heel veel krachten zullen zich hiertegen verzetten en willen de
status quo behouden.

2. Inkoopmacht van supermarkten

In veel westerse landen wordt het grootste deel van het voedsel – verse groente en fruit (FFV) [2]
– via de supermarkt aan de consument verkocht. De markt en de winkel om
de hoek worden steeds meer vervangen door de supermarkt. In
ontwikkelingslanden spelen supermarkten een minder grote rol, maar hun
aantal neemt sneller toe dan in het noorden het geval was. Wereldwijd
zijn veel producenten en leveranciers op de supermarkten aangewezen
voor de verkoop van hun waren, maar hebben weinig
onderhandelingsruimte. Vooral de FFV-producenten zijn kwetsbaar.

Niet alleen worden supermarkten de belangrijkste verkooppunten, het
grootste deel van de markt is ook in handen van een klein aantal
ketens. In de Europese landen zijn dat vijf supermarktketens. Door hun dominante positie en grote marktaandeel
kunnen ze allerlei eisen stellen aan boeren, leveranciers en aan
groothandels van verse en andere producten. De supers willen een zo
hoog mogelijke kwaliteit leveren voor een zo laag mogelijke prijs, maar
betalen niet mee aan de kosten die boeren of leveranciers daarvoor
moeten maken (Bijvoorbeeld door de EurepGap Standaard van de
supermarktketens). De supermarktenketens hebben vaak slechts één
producent/leverancier per productsoort of, zoals in Nederland, één
leverancier voor alle FFV die ze in hun filialen overal in het land
verkopen. En ze contracteren vooral leveranciers die het hele jaar door
'just in time' kunnen leveren, ook wat betreft seizoengebonden
producten. De leverancier moet dus contacten hebben met boeren of
plantages over de hele wereld en zelf het risico dragen wanneer de
levering niet precies lukt.

Druk

Op vele wijzen worden boeren en leveranciers onder druk gezet. Een paar voorbeelden:
• leveranciers moeten betalen om op de leverancierslijst van een supermarkt te staan, zonder dat dit garantie biedt op levering;
• boeren moeten op hun erf op eigen kosten koelcellen en opslagplaatsen laten bouwen;
• leveranciers moeten mee betalen voor reclamefolders, voor gunstige
schapruimte in supermarkten, soms zelfs voor het openen van een nieuwe
supermarkt;
• er zijn vaak geen of te onduidelijke contracten met de leveranciers
zodat supermarkten op het laatste moment de afnamevoorwaarden of
prijzen kunnen veranderen;
• supermarkten betalen slechts weken na levering, wat voor kleine
boeren moeilijk te verwerken is. De supers strijken ondertussen wel de
rente op van het gereserveerde geld;
• supermarkten houden een percentage van de omzet van een product in
omdat ze vinden dat zij ervoor zorgen dat de producent zijn product op
grote schaal kan verkopen.

De supermarkten bundelen hun onderhandelingsmacht ook vaak in een aantal inkoopcentrales.
Het zet de prijzen van verwerkte voedselproducten onder druk. Grote
fabrikanten moeten bijvoorbeeld steeds meer concurreren tegen de
huismerken en zij verhalen hun kosten ook weer op leveranciers en
producenten. Supermarkten krijgen in Europa steeds meer concurrentie
van discounters. Die laatste bieden FFV tegen een lage prijs aan, maar
met minder keuze omdat ze in de groothandel grote partijen opkopen die
laaggeprijsd staan. Supermarkten zetten daarom hun leveranciers weer
verder onder druk om de prijzen laag genoeg te houden.

Dit alles heeft geleid tot marginalisering van veel kleine boeren in zuid en noord en het opheffen van boerenbedrijven. Maar ook tot grootschalige fusies en strategische samenwerkingsverbanden
van grote boerenbedrijven, exporteurs, transporteurs, importeurs en
groothandels. Een deel van de groothandels en de veilingen waar
kleinere boeren gemakkelijker hun producten konden verkopen, is
inmiddels verdwenen. Er zijn nog wel wat kansen voor enkele producenten
die een niche hebben voor hun product of die buiten de grote ketens om
kunnen leveren. En enkele kleinere boeren kunnen toch tot de keten
behoren, waardoor hun afzet soms verzekerd is. Maar dat zijn veeleer
uitzonderingen.

Het milieu en de mensen onderaan de keten
ondervinden het meeste nadeel van de druk op de prijzen. Niet alleen
liggen de marges op de prijzen van FFVt voor de boeren veel lager dan
voor de supermarkten. Op de plantages en de grote boerderijen met
landbouwarbeiders zijn de arbeidsomstandigheden ook vaak erbarmelijk,
vooral voor vrouwen die toch vaker de slechtste arbeidsvoorwaarden
moeten aanvaarden [3].

Maatregelen

De problematiek is complex en moet dus volgens meerdere lijnen worden aangepakt. SOMO stelt maatregelen voor op het gebied van mededingingsrecht;
maatschappelijk verantwoord ondernemen; handel- en
investeringsverdragen; internationale regelgeving over kwaliteit,
sociale en milieunormen om de inkoopmacht, de dominantie en de
onredelijke eisen van de supermarkten terug te dringen.

In de Europese landen zijn de wetten tegen grote
concentraties vooral gericht op de bescherming van de consument tegen
te hoge prijzen en machtsmisbruik. Zolang de supermarkten lage prijzen
bieden die bovendien helpen de inflatie in een land onder controle te
houden, tonen de mededingingsautoriteiten weinig bereidheid om in te
grijpen. Om te komen tot een geschikte wetswijziging is er eerst een
mentaliteitsverandering nodig. In het Verenigd Koninkrijk voert de
coalitie Breaking the Armlock [4] al geruime tijd campagne en het onderwerp staat sinds 2005 op de parlementaire agenda.

Andere beleidsmaatregelen die kunnen helpen:
• een goede wetgeving over contractrechten (verbintenisrecht);
wetgeving tegen het opkopen of verkopen onder de productieprijs (anti-dumping) en mechanismen om de productieprijs te bepalen;
wetgeving die misbruik van leveranciers bestraft (zoals verplichte betaling voor plaats op leverancierslijst, reclame of omzetpercentages);
wetgeving die grote supermarkten verbiedt of ver buiten de stads- of dorpscentra houdt (vestigingswetten);
verplicht onderzoek naar de mogelijke sociale, economische en milieugevolgen van de vestiging van nieuwe supermarkten (economic needs tests);
kwaliteitseisen en controle door de overheid ter vervanging van particuliere normen als EurepGap;
ondersteuning van kleine boeren
bij de verbetering van productieomvang en kwaliteit, de modernisering
van infrastructuur voor productie en transport, en om zich te
organiseren bij productie en verkoop;
maatregelen voor verbetering van kwaliteit en dienstverlening van lokale en kleine winkels, kleine supermarkten en lokale open markten zodat zij beter de concurrentie met de grote supermarkten aan kunnen.

Op nationaal en internationaal niveau moet er een publiek debat komen over prijsvorming, (particuliere) kwaliteitsnormen en sociale en ecologische aspecten (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).
Supermarkten moeten hun verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van
hun kwaliteitseisen en lage prijzen en de rol van de overheid moet
duidelijker worden.

Internationale verdragen

Ook op het vlak van internationale handel en investeringen moet er van alles gebeuren.
De wereldwijde liberalisering van de handel en investeringen legde de
supermarktketens geen windeieren. De verschillende verdragen en
regelingen verplichten nationale regeringen om zogeheten hindernissen
voor productie en handel in voedselproducten zoveel mogelijk te
verlagen of zelfs af te breken. Intensieve lobby door transnationale
organisaties speelde en speelt een grote rol bij de totstandkoming en
de invulling ervan. De beperkte invloed en mogelijkheden van
ontwikkelingslanden om hun belangen goed te vertegenwoordigen
bestendigen de zwakke positie van kleine boeren en leveranciers in het
zuiden.

Europese standaards:
Veel FFV-producenten in ontwikkelingslanden kunnen niet voldoen aan de
hoge Europese normen voor veiligheid en gezondheid van de Europese
consument en aan de vaak nog hogere normen van afzonderlijke
EU-lidstaten. Het vergt teveel investeringskosten vooraf, een factor
waar ook producenten in de Europese landen zelf mee te maken hebben.

Codex Alimantarius (FAO, WHO):
De bindende standaards van deze VN-organisatie beperken de
exportmogelijkheden van ontwikkelingslanden. De besluitvorming in de
Codex wordt sterk bekritiseerd wegens zijn ondemokratische karakter,
het gebrek aan openheid en de overmatige invloed van grote
ondernemingen. De Codex-standaards zijn een belangrijk referentiepunt
voor verdragen in de WTO (Landbouwverdrag; Sanitary and Phytosanitary
Measures; Technical Barriers to Trade agreement) en gelden daar waar
geen specifieke Europese bepalingen bestaan ('fall-back').

Wereldhandelsorganisatie WTO:
* In het algemeen
mogen de WTO-lidstaten buitenlandse investeerders geen zwaardere eisen
opleggen dan aan binnenlandse investeerders en zijn er beperkingen ten
aanzien van het stellen van eisen voor lokale werkgelegenheid, lokale
of regionale herkomst van grondstoffen en milieu. Dit kan een
belangrijke rol spelen bij plannen van lokale overheden om de economie
van bepaalde regio's te stimuleren.
* De Sanitary and Phytosanitary Measures (SPS) en Technical Barriers to Trade agreement
(TBT) van de WTO beperken de mogelijkheden van het gebruik van het
voorzorgsprincipe gericht op het voorkomen van eventuele risiko's voor
het milieu, de openbare gezondheid en arbeidersrechten. Het
geschillenbeslechtingssysteem van de WTO stelt handel in principe boven
ecologische en sociale uitgangspunten. De Europese Unie weigerde tot nu
toe om de EuropGap-standaard van de supermarktketens – die hoger is dan
de Europese hygiëne-standaards (en daarbij niet voldoet aan de milieu-
en arbeidsnormen van de VN) – te toetsen aan dit SPS-akkoord.
* Het Landbouwakkoord
van de WTO en de onderhandelingen over vernieuwing ervan zijn in het
voordeel van de grote agroconcerns in de ontwikkelde landen en gaan ten
koste van de positie van producenten in ontwikkelingslanden en van
kleine en midelgrote producenten in achtergestelde regio's in het
noorden. De voorstellen over vermindering van exportsubsidies en
binnenlandse steun van de VS en de EU houden de subsidiering van die
grote concerns in stand. Een grondige evaluatie van de gevolgen van de
concentratie en inkoopmacht van de agroketens is dringend nodig.
* Ook de WTO-onderhandelingen over diensten (GATS) hebben betrekking op de handel, distributie en verkoop van FFV. Ondanks een afspraak daarover zijn
de (negatieve) gevolgen van het huidige GATS-akkoord nooit diepgaand
geëvalueerd. Ontwikkelingslanden worden ondertussen onder druk gezet om
hun markten nog verder te liberaliseren.
Slechts de grote supermarktketens hebben voordeel bij de liberalisering
van de distributiediensten en veel kleine, lokale supermarkten zijn
niet opgewassen tegen de concurrentie. Verder wordt achter gesloten
deuren onderhandeld over het vergaand verminderen of ongedaan maken van
overheidsmaatregelen voor toetsing, controle en evaluatie (bijvoorbeeld
de economic needs test [5], vestigingsvoorwaarden, noodzakelijkheidstoets [6] en binnenlandse regulering door technische standaards, kwalificatievereisten en licenties [7]).

Bilaterale of Regionale Vrijhandelsakkoorden:
Deze verdragen moeten inhoudelijk gezien nog meer liberalisering
opleveren dan de WTO-akkoorden. Ze bieden speciale bescherming aan
buitenlandse investeerders: buitenlandse investeerders moeten tenminste
gelijk worden behandeld als lokale bedrijven. Dit kan van invloed zijn
op vestigingsplannen, stimuleringsbeleid door overheden en op
loongesubsidieerde commerciële initiatieven.

Samengevat: het speelveld werd en wordt ingericht ten behoeve van
maximale winst voor de grootste "spelers", zoals Wal-Mart – de grootste
particuliere werkgever in de VS. Het bereiken van een "gelijk
speelveld" (level playing field) zal nooit worden bereikt zonder zware
gevechten (zie de onderhandelingen binnen de Doha Ronde van de WTO) .   

3. Regionalisering en belemmeringen door supermarkten en wetgeving

De mogelijkheden voor regionale ontwikkeling van productie, handel en
verkoop van vers fruit en groente (FFV) worden voornamelijk ingekaderd
door de inkoopmacht van de supermarktketens en door internationale en
nationale wet- en regelgeving. De belangrijkste vraag is: Wat wil je
met de regio?

Voor een geheel zelfvoorzienende regio is – om met Walden Bello te
spreken – een sociale revolutie nodig. Voor een grotendeels
zelfvoorziendende regio geldt hetzelfde, maar wordt tevens een actieve
solidiare verantwoordelijkheid gevraagd ten aanzien van regio's met
minder mogelijkheden voor ontwikkeling. Tenslotte zal een deel van de
FFV daar vandaan komen. Een meer beperkte opzet, namelijk de
geleidelijke versterking van de economische en sociale positie van het
rurale land en  van veelzijdigheid en kleinschaligheid, ligt meer voor
de hand. Hier spelen verschillende concepten een rol.

Streekproducten en andere waren

Een aantal Nederlandse activiteiten heeft betrekking op de levering, distributie en verkoop van FFV en van de zogenaamde streekproducten.
Dit concept gaat uit van dienstverlening op maat, van economische
rentabiliteit van lokale of regionale bedrijven en – impliciet – van de
welwillendheid en mogelijkheid van de consument om een hogere prijs te
betalen voor het product en om zich te binden aan de eigen regio.

De productie, marketing en levering van streekproducten lijkt geen
grenzen te stellen aan de algemene marktwerking zoals deze tot
uitdrukking komt in bijvoorbeeld de dwang tot schaalvergroting, met
alle problemen van dien. Het is onmogelijk om te concurreren met de
supermarktketens. Elke succesvolle niche-ontwikkeling wordt onmiddelijk
overgenomen of gekopieerd door de supers. En de in de regio gevestigde
supermarkten zullen altijd in staat blijven om een groot aantal
consumenten aan te trekken. Zal het stellen van grenzen aan de groei
door vaststelling van maximale omvang van bedrijven en afzetmarkt (de
regio van oorsprong…?) en van de bedrijfsvorm (coöperatie of
gelijkwaardig samenwerkingsverband van particuliere bedrijven en
consumentengroepen zonder winstoogmerk) enig soulaas bieden…?

Een andere insteek bij regionalisering is de nadruk op het beperken van voedselkilometers (Wat is het hele energieplaatje… ?), de productie en verkoop van biologische waar, van vergeten groenten en van fair trade producten.
Ook op die gebieden zijn de supers bezig om marktaandeel te verwerven.
Daarbij is de nieuwe trend om supermarktformules te ontwikkelen die
inspelen op de (al dan niet kunstmatige) veranderde behoeften van de
consument. Grote supers zullen overdekte "versmarkten" opzetten voor de
traditionele keuken en voor de snelle gezonde hap met FFV die worden
aangeleverd door boeren uit de omgeving (Ook zullen ze meer dan nu al
het geval is allerlei "overige diensten" aanbieden). Op dit moment zijn
de supers in de weer met zelfontworpen gezondheidslabels en -standaards
en met het opnemen in hun assortiment van biologische en fair
trade-producten. Daar is namelijk vette winst te behalen. Onderwijl
blijven de (lokale) boeren onderhevig aan dezelfde pressie!

Buurtsupers

Andere initiatieven, zoals de 'buurtsuper'
kunnen alleen onder bepaalde voorwaarden blijven voortbestaan. Nodig
zijn lage arbeidskosten (door de inzet van vrijwilligers, stagiaires,
bewoners van zorginstellingen) en een gegarandeerde aanvoer van de
meeste producten uit het assortiment (buiten eventuele regionale FFV
om), maar ook het succesvol afslaan van eventuele juridische aanvallen
door grote ondernemingen op overheidssubsidies en regionale
ontwikkelingsplannen. Diverse internationale verdragen verplichten
nationale en lokale overheden namelijk om alle hindernissen voor
'vrije' handel en investering door grote ondernemingen tegen te gaan
(zie boven). Via hun hoofdkantoren zijn transnationale ondernemingen in
staat om ''concurrentievervalsende'' overheidssubsidies aan te vechten
indien hen het dat uitkomt. Ook kunnen ze ingaan tegen ongunstige
vestigingseisen (bijvoorbeeld ten aanzien van werkgelegenheid of
milieu). Overheden neigen er over het algemeen toe hun beleid zó vast
te stellen dat de kans op eventuele geschillen bij voorbaat nihil is.

Toetsen en afnemende beleidsruimte

Bepalingen van de VN (Codex Alimentarius), de WTO (Landbouwverdrag;
Sanitary and Phytosanitary Measures; Technical Barriers to Trade
agreement; Dienstenakkoord) en Investeringsverdragen leggen beperkingen
op aan productie, handel, import, export, distributie en verkoop van
FFV. De huidige ronde van WTO-onderhandelingen is bedoeld om te komen
tot nog verdergaande 'vrijmaking' van overheidsbemoeienis voor handel
en economie. Bij de onderhandelingen over diensten gaat het
bijvoorbeeld om de zogenaamde Noodzakelijkheidstoets en de Economic
Needs Test. Vergelijkbare regelingen zijn al opgenomen in de Europese
Diensten Richtlijn.

Noodzakelijkheidstoets

De Noodzakelijkheidstoets is een erg ondemokratisch gereedschap. Het
gaat ervan uit dat overheidsmaatregelen – dus ook op regionaal vlak –
geen overbodige hindernis mogen opleveren voor 'handel', ofwel voor
buitenlandse investeerders. Volgens de Europese variant uit de Europese
Diensten Richtlijn mogen overheidseisen voor grensoverschrijdende
dienstverlening niet discriminerend zijn (bijvoorbeeld op basis van
nationaliteit), moeten ze noodzakelijk zijn (gebaseerd op openbaar
beleid, of op bescherming van de openbare veiligheid, gezondheid en
milieu), en moeten ze proportioneel zijn (de eisen moeten passend zijn
voor het te bereiken doel). Het is de vraag hoe de preciese concrete
uitwerking wordt van deze bepalingen en of huidig overheidsbeleid
gericht op de versterking van de regionale economie of van sociale
voorzieningen zal worden teruggedraaid. In elk geval hebben de
lidstaten 3 tot 5 jaar om de bepalingen uit de Dienstenrichtlijn om te
zetten in nationaal beleid.

Economic Needs Test

Een belangrijk gereedschap voor lokale en provinciale overheden –
namelijk de Economic Needs Test – is door de Diensten Richtlijn buiten
werking gesteld. Deze toets verschafte de mogelijkheid om investeringen
te weren die grote negatieve economische, sociale en/of ecologische
gevolgen hebben. In de preambule van de Europese Diensten Richtlijn
zijn een aantal relevante uitzonderingssituaties opgenomen, zoals de
mogelijkheid om beperkingen op te leggen aan investeringen in of bij
natuurgebieden, en de bepaling dat alle plannen voor de bouw van
hypermarkten ('weidewinkels') afzonderlijk moeten worden getoetst aan
bestaande bestemmingsplannen. Aangezien de preambule de intentie van de
ondertekenende lidstaten weergeeft, moet de praktijk aantonen of deze
uitzonderingen werkelijk stand houden! Vaak blijkt de werking van
wetten en regelingen namelijk pas na juridische toetsing.

Net als bij de Noodzakelijkheidtoets is het bij
de Economic Needs Test aan lokale overheden, maatschappelijke groepen
en kleine bedrijfjes om tijdens de implementatieperiode te proberen de
(positieve) beleidsruimte "op te rekken". Belangrijk is om te weten hoe
stevig de uitzondering van de Economic Needs Test is met betrekking tot
vestigingsplannen voor  hypermarkten en of deze overheden daadwerkelijk
in staat stelt nieuwe grote supermarktinvesteringen te weren uit hun
regio [8]. In het Verenigd Koninkrijk ging een
actieve beweging zelf aan de slag met het uitvoeren van Economic Needs
Testen tegen de leegloop van het rurale land. Hun vraag: welke sociale,
economische en milieurelevante gevolgen heeft het als een bedrijf zich
hier wil investeren?

Men kan er ook voor kiezen om ruimte te bevechten voor regionale
productie en verkoop van producten die niet voldoen aan de normen die
alleen de grootschalige productie en de internationale handelspartners
bevoordeelt. Zo zijn wortels die niet een bepaalde grootte of kleur
hebben ook lekker en gezond, evenals de groene Senegalese tomaat en
misschien zelfs de rauwmelkse kaas. Staten zouden onderling afspraken
kunnen maken voor uitzonderingen over voedselveiligheid waarbinnen dit
alles mogelijk is (mutual recognition principe). Zoals met alles vergt
dat een zeer actieve maatschappelijke inzet die niet alleen door
overwegingen vanuit het perspectief van de consument wordt geleid.

Zie voor de opzet en programma van de workshop: http://www.globalternatives.nl/ws-regio2

Noten:
[1] Ontleend
aan een interview door Pieter Hilhorst in de Volkskrant van 20 maart
2004: "De valse profeten van de vrijhandel – Interview met Walden
Bello" (http://www.tni.org/detail_page.phtml?page=interviews_valseprofeten). Meer over Walden Bello is te vinden op http://www.tni.org/detail_page.phtml?&publish=
Y&int02=&pub_niv=&workgroup=&text02=&text03=fellows&lang=&text10=fellows_bello&menu=13b  <Terug>

[2] De inhoud
van dit hoofdstuk is ontleend aan het artikel "Geen plaats meer voor
kleine en arme boeren – de rol van supermarkten" van Myriam vander
Stichele, in MO Noordzuid Cahier van 1 maart 2006 (http://www.mo.be/index.php?id=61&tx_uwnews_pi2%5Bart_id%5D=824). 
<Terug>
[3] Op 23 april
2007 bracht ActionAid (GB) een rapport uit over supermarktmacht,
getiteld "'Who pays?' – How British supermarkets are keeping women
workers in poverty". Het is te vinden op http://www.actionaid.org.uk/doc_lib/actionaid_who_pays_report.pdf.
Veel grote supers doen zich 'groen' voor maar houden zich niet aan hun
eigen gedragscodes, zie bijvoorbeeld "6p a T-shirt. 30p an hour for
shelling cashews. Supermarkets accused of exploiting women," door Terry
Macalister in The Guardian van 23 april 2007 (http://business.guardian.co.uk/story/0,,2063414,00.html). 
<Terug>
[4] Deze
coalitie van 17 boeren-, consumenten-, ontwikkelings- en
milieuorganisaties in het Verenigd Koninkrijk staat een strictere
overheidscontrole voor op de handelspraktijken van de grote
supermarktketens, met name gericht tegen de onredelijke eisen die ze
aan boeren en telers overal ter wereld stellen (http://www.breakingthearmlock.com/). 
<Terug>
[5] Toetsing van vestigingsplan op mogelijke sociale, ecologische en economische gevolgen.  <Terug>
[6] Overheidsmaatregelen mogen niet meer belasting betekenen voor handel dan "noodzakelijk"…  <Terug>
[7] Domestic Regulation.  <Terug>
[8] Op 23 april
adviseerde adviesburo McKinsey aan de staatssecretaris voor Economische
Zaken om in Nederland de bouw toe te staan van 50 hypermarkten ter
vervanging van kleine (specialistische) winkels en supermarkten. Dit
zou noodzakelijk zijn voor de groei van de productiviteit en de
economie… In juni zal blijken of de staatssecretaris dit advies
overneemt in zijn nota "Een innoverender, concurrerender en 
ondernemender economie" ! 
<Terug>

Meer over de macht van supermarkten en de gevolgen daarvan op de website www.supermacht.nl
Hier is bijvoorbeeld "Wat is er mis
met supermarkten?" te vinden, een bewerkte vertaling van het dossier
"What's Wrong with Supermarkets" van de Britse organisatie Corporate
Watch. (https://www.supermacht.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=38&Itemid=64).

Zie ook het voortreffelijke
SOMO-rapport "Who reaps the fruit? Critical issues in the fresh fruit
and vegetable chain" van december 2005 (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/FFV_2005_EN.pdf).

(Ik viel vandaag in voor Myriam vander
Stichele, onderzoekster bij SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale
Ondernemingen), die verhinderd was te komen. Zij voorzag me van
materiaal en aanwijzingen om deze spreekbeurt voor te bereiden. Sinds
een aantal jaar houd ik me bezig met de Wereldhandelsorganisatie vooral
door de uitgave van de WTO.ZIP nieuwsbrief (http://www.stelling.nl/trouble) en sinds kort ook met de macht van
supermarkten (https://www.supermacht.nl)).