4 april: workshop en film ‘We Feed The World’

(31 maart 2007)(update 180809) Op 4 april wordt in Utrecht de documentaire ‘We Feed The World’ vertoond en aansluitend is er een workshop over de verschillende verantwoordelijkheden van boeren, bedrijven, consumenten en politiek. Lees verder“4 april: workshop en film ‘We Feed The World’”

Zelf bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?

De
documentaires gezien en wat nu?

Zelf
bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?
In deze
folder staan doe-het-zelftips, meer informatie en een overzicht van
organisaties die aan dit onderwerp werken.

Wat kan
ik zelf doen?

Als
consument en burger heb je veel macht.

Enkele
tips:

. Koop zo
veel mogelijk seizoensgebonden producten.
. Koop zoveel
mogelijk uit je eigen regio. Bij de boer of in de landwinkel of neem
een groenten­abonnement. Zo is het energieverbruik het laagst, en
steun je vaak kleinere boeren.
. Koop ook in
de supermarkt producten uit eigen land of met het FairTrade keurmerk
(zoals Max Havelaar koffie), waarvoor de boer in ontwikkelingslanden
een betere prijs ontvangt.
. Mensen die
het zich kunnen veroorloven, kunnen biologische producten kiezen.
. Door minder
vlees te eten leg je minder beslag op natuur, landbouwgrond en zoet
water (zowel hier als in ontwikkelingslanden).
. Als burger
kun je je verdiepen in de oorzaken van deze problematiek (zie hierna)
en daarmee de politiek confronteren. De op de achterzijde genoemnde
organisaties kunnen je hierbij helpen.
. Bij
verkiezingen zou je kunnen stemmen op partijen die het meest kritisch
zijn over de zogenaam­de 'vrije' markt. Bekijk bijvoorbeeld de
programma's van de SP en de Christen Unie eens.

Bij het
huidige liberaliseringsbeleid moeten boeren in Noord en Zuid steeds
meer onderling en op de wereldmarkt concurreren, waarbij de
efficiëntste wint. Tevens lokken supermarkten consumen­ten
binnen met (te) goedkoop voedsel tijdens de huidige supermarktoorlog.
Beide ontwikkelingen zorgen voor een druk op de gehele keten tot aan
de boer toe om de kosten te verlagen, en dat kan alleen via
schaalvergroting en door in te leveren op dierenwelzijn en milieu.

Kleine en
middelgrote (gezins)bedrijven maken zo steeds meer plaats voor enorm
grote, kapitaalinten­sieve bedrijven. Bedrijven met duizenden
stuks vee of honderden hectaren zijn geen uitzondering meer. Het
volgende slachtoffer wordt de koe – die bij ongewijzigd beleid – van
de wei in de bio­industrie zal belanden. De komende tien jaar
zullen op deze manier alleen in Nederland al 20.000 boerenbedrijven
het loodje leggen.

Het Europese
handelsbeleid en de WTO stimuleren de vrije markt en de
exportgerichte grootschali­ge landbouw. Dit komt mede door de
lobby van de multinationale bedrijven in toelevering, handel en
verwerking van agrarische producten. Zij willen toegang tot de
goedkoopste grondstoffen, en/of lokale en nationale markten
binnendringen, die eerst werden voorzien door eigen boeren. Hiervoor
worden export- en inkomenssubsidies misbruikt, hoewel de overheid ons
wil doen geloven dat de EU-landbouwhervormingen goed zijn voor milieu
en landschap.

Kleine en
middelgrote boeren profiteren overigens nauwelijks van deze
subsidies: zij krijgen slechts een gedeeltelijke compensatie voor de
prijsverlaging die het gevolg is van die hervormingen. Door dalende
inkomens kunnen zij juist minder aandacht besteden aan platteland,
natuur en milieu- en een diervriendelijke landbouw.

Maar er is
een alternatief: het Europese Gemeenschappellijke Landbouwbeleid moet
grondig worden herzien. De productie moet door middel van
productiebeheersing afgestemd worden op de Europese consumptie, zodat
er geen overschotten meer geproduceerd worden. Alle
handelsverstorende ex­port- én inkomenssubsidies kunnen
dan worden afgeschaft en daarmee de dumping in ontwikke­lingslanden.
Bovendien is een flexibele vorm van bescherming van de eigen markt
nodig waardoor een eerlijke prijs mogelijk wordt voor zowel boeren in
ontwikkelingslanden als in Europa.

Alleen via
die eerlijke prijs kunnen zij aan alle maatschappelijke eisen
voldoen, kan de gezinsland­bouw in stand worden gehouden en kan
de koe dus in de wei blijven. De vrijgekomen subsidiegel­den
kunnen dan worden ingezet voor gerichte betaling aan een minderheid
van boeren die zich in­zetten op het gebied van landschaps- en
natuurbeheer en biologische landbouw.

Daarnaast zou
de belasting op arbeid moeten verschuiven naar belasting op
milieuvervuiling en mi­lieu-uitputting.

Dat zal er
toe leiden dat transport duurder wordt en het gesleep met voedsel en
dieren over de we­reld wordt ontmoedigd.

De
exporterende bedrijven hebben vaak goede contacten met de nationale
overheden, die de belan­gen van de bedrijven verdedigen binnen de
WTO. Brazilië eist meer markttoegang voor haar
land­bouwproducten tot de EU, terwijl de EU weer toegang wil tot
Brazilië voor industriële producten en diensten. Zo vindt
er een uitruil van exportbelangen van multinationals plaats, terwijl
boeren, arbei­ders en het Midden- en Klein Bedrijf, die voor de
nationale markt willen produceren met de voor hen rampzalige gevolgen
worden geconfronteerd. Europa zou zelf haar veevoer kunnen verbouwen,
maar dat is alleen lonend als de milieuonvriendelijke (vooral
genetisch gemanipuleerde) soja door importtarieven geweerd kan
worden. Op vergelijkbare wijze zouden we palmolie en suikerriet (als
biobrandstof) uit ontwikkelingslanden van de Europese markt moeten
weren, omdat ook dit ten koste gaat van voedselvoorziening en
natuurgebieden aldaar.

Tomaten
worden in Spanje efficiënt maar met veel pesticiden en veel
waterverspilling geprodu­ceerd, hierbij wordt veelvuldig gebruik
gemaakt van Afrikaanse arbeiders. Vooral door de lage ar­beidskosten
zijn deze producten zelfs zonder subsidies nog goedkoper dan de
producten van de Afrikaanse boer. Dus afbouw van subsidies is niet
voldoende. In weerwil van WTO-regels zou het mogelijk moeten zijn dat
landen hun markt beschermen en hun eigen landbouwbeleid bepalen; dit wordt wel
'voedselsoevereiniteit' genoemd.

Meer
informatie is te verkrijgen via de volgende organisaties:

* Platform
Ander Landbouwbeleid
(PAL):
Samenwerkingsverband
van boeren-, ontwikke­lings-, milieu- en consumentenorganisaties
die streven naar een ander landbouwbeleid in Nederland en Euro­pa
 
* Platform
Aarde Boer Consument
(ABC):
Bestaat
vooral uit kritische boerenorganisaties die streven naar hervorming
van het huidige internationale landbouwbeleid, en wil tevens de kloof
dichten tussen de boer en de consument. Het platform streeft naar een
milieu- en dier­vriendelijke landbouw, het behoud van
gezinsbedrijven en een vitaal platteland.

* Goede Waar
& Co
:
Geeft veel
info over duurzame producten, vooral kleding, voeding en gentech.

* Via
Campesina
:
Een
internationale organisatie waarbij kritische boerenbewegingen uit
arme en rijke landen zijn aangesloten. Zij streven naar grondige
hervorming van het wereldwijde landbouwbeleid en
voedselsoevereiniteit.

*Milieudefensie:
Zet zich in
voor een duurzame, levensvatbare landbouw met respect voor dieren, de
natuur en het milieu en een eerlijke prijs voor de
boer.

11 februari
2007

Open brief: “Gemeenteraden bij grote projecten boterzacht”

(26 maart 2007) Gemeenteraadslid Cees Freeke verzet zich al geruime tijd tegen de wijze waarop B&W van Terneuzen een grootschalig investeringsproject probeert door te drukken. Met Terneuzen als voorbeeld geeft hij in een open brief  aan dat het gemeenteraden vaak aan lef ontbreekt om zich te verzetten tegen wanbeheer en grote schadelijke investeringsprojecten. Lees verder“Open brief: “Gemeenteraden bij grote projecten boterzacht””

28 maart: debat ‘Industrie of boerderij: hoe verder met de veehouderij?’


Debat 'Industrie of boerderij: hoe verder met de veehouderij?'

Op 28 maart 2007 organiseert Milieudefensie een debat over de toekomst van de veehouderij. Met het indienen van het burgerinitiatief "Stop fout vlees"
afgelopen 13 februari hebben Milieudefensie en haar jongerenorganisatie
Jongeren Milieu Actief de omvorming van de bio-industrie tot een
duurzame veehouderij op de agenda van de Tweede Kamer gezet. Naar
aanleiding hiervan wil Milieudefensie, in samenwerking met het Utrechts
debatcentrum TUMULT, discussiëren met boeren en politici over de
doelstelling van haar burgerinitiatief.

Tijd: van 20 tot 22 uur (zaal openb: 19:30 uur).
Plaats:  Lutherse Kerk, Hamburgerstraat 9, Utrecht
Graag reserveren via:  TUMULT (030 2332 430 of info [at] tumultdebat [dot] nl)
Contactpersoon:  Brenda Poppenk
E-mail: team [dot] voedsel [at] milieudefensie [dot] nl
(Bron: http://milieudefensie.nl/landbouw/doemee/agenda/debat_industrieofboerderij)

"Landbouw Economisch Instituut rekent plannen Milieudefensie door:


Hervorming veehouderij óók goed voor boeren"

Amsterdam, 20 maart 2007 – Milieudefensie en haar
jongerenorganisatie Jongeren Milieu Actief (JMA) hebben vanmiddag een
toekomstplan voor de veehouderij gepresenteerd. Het doel is een
omschakeling naar een milieuvriendelijke en diervriendelijke
veehouderij.  Doorrekeningen tonen aan dat deze keuze voor kwaliteit
méér boeren een toekomstperspectief biedt. Het plan wordt als
uitwerking van het onlangs ingediende burgerinitiatief aan de Tweede
Kamer voorgelegd.

Milieudefensie en JMA hebben het Landbouw Economisch Instituut (LEI)
gevraagd de plannen op haalbaarheid en effecten te onderzoeken. Op
basis hiervan is de notitie ‘Boeren met Toekomst’ opgesteld. Eén van de
voorstellen is het instellen van een milieuheffing van 85 cent per kilo
vlees. Hierdoor wordt een deel van nu nog verborgen kosten van de
veehouderij (zoals vervuiling en ontbossing) doorberekend.
Tegelijkertijd ontvangen veehouders die omschakelen naar milieubewust
en diervriendelijk produceren gerichte financiële ondersteuning. De
Nederlandse veehouderij zal hierdoor niet langer zo veel mogelijk zo
goedkoop mogelijk produceren, maar omschakelen naar
kwaliteitsproductie. Door een zorgvuldige krimp (50 procent in tien
jaar) van het aantal varkens en kippen zal de milieuvervuiling door
stoffen als ammoniak drastisch afnemen. Door gerichte
kwaliteitstoeslagen krijgen boeren de extra kosten voor maatschappelijk
verantwoorde productie vergoed. Afzien van verdere schaalvergroting en
industrialisering betekent dat meer boeren aan het werk blijven. De
daling van het aantal geslachte dieren zal wel leiden tot een afname
van werkgelegenheid bij slachterijen, mengvoerindustrie en transport.
Door te kiezen voor een geleidelijke krimp zal hierbij veel door
natuurlijk verloop opgevangen kunnen worden.

Sinds een klein
jaar kunnen minimaal 40.000 mensen samen met een burgerinitiatief een
voorstel op de agenda van de Tweede Kamer zetten. Milieudefensie en JMA
zijn half september vorig jaar het burgerinitiatief ‘Stop Fout Vlees’
gestart. Dit burgerinitiatief wordt ondersteund door 106.975 mensen en
is het eerste dat daadwerkelijk tot besluitvorming door het parlement
zal leiden. Deze mensen vragen de politiek om te kiezen voor een
veehouderij zonder dierenleed, zonder milieuvervuiling en zonder import
van veevoersoja die ten koste gaat van tropische bossen.

Campagneleider
Wouter van Eck van Milieudefensie is verheugd met de positieve
resultaten van het doorgerekende plan. 'Het is al lang duidelijk dat de
samenleving een omschakeling naar maatschappelijk verantwoorde
veehouderij wenst. Nu blijkt dat dit óók beter uitpakt voor de boeren.
Dit burgerinitiatief biedt de Tweede Kamer de historische kans om de
bakens te verzetten. Niemand is er bij gebaat bij het vasthouden aan
verouderde tegenstellingen. We roepen àlle kamerleden op om de
discussie over het burgerinitiatief open aan te gaan.'

Voor meer informatie:
"Landbouw en Voedsel" van Milieudefensie
Boeren met toekomst
De studies van het Landbouw Economisch Instituut

(Bron: http://milieudefensie.nl/landbouw/nieuws/hervorming-veehouderij-ook-goed-voor-boeren)

FNV Bondgenoten daagt discounter Aldi voor de rechter

(21 maart 2007) Aldi moet de rechter binnenkort uitleggen waarom de  chauffeurs op het distributiecentrum in Culemborg elke zaterdag moeten werken. Volgens FNV Bondgenoten, die over deze maatregel een proces aanspande tegen het Duitse supermarktconcern, laat de CAO slechts toe dat een chauffeur één zaterdag per maand werkt om Aldi-filialen te voorzien van levensmiddelen [*]. Lees verder“FNV Bondgenoten daagt discounter Aldi voor de rechter”

13. En als toetje – wat kun je eraan doen?

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 17 maart 2007)

Er zijn alternatieven voor supermarkten. Zij zijn klantgericht, milieuvriendelijk en worden steeds belangrijker. Ze hebben uw steun nodig.

Individuele/plaatselijke akties:

  • Let op waar uw voedsel vandaan komt.
  • Boycot (zo veel mogelijk de) supermarkten en de grote voedselfabrikanten.
    Koop hooguit de meest noodzakelijke artikelen in de supermarkt.
  • Steun de kleine zelfstandige leveranciers, producenten en winkeliers.
  • Koop alleen importartikelen als die niet in eigen streek voorkomen.
  • Ondersteun de lokale boeren
    Door in hun boerderijwinkel te kopen, stimuleer hun biologische werkwijze en bezoek boerenmarkten.
  • Moedig kleine winkeliers aan tot inkoop van plaatselijk geproduceerde voedsel.
  • Verbouw uw eigen groenten.
  • Overweeg vegetariër of veganist te worden,
    Om zo de geïndustrialiseerde landbouw minder te steunen.
  • Help mee plaatselijke distributiesystemen op te zetten, bijvoorbeeld door het steunen van coöperaties voor de plaatselijke verkoop van lokaal geproduceerd voedsel. Zet u in voor klantencoöperaties die massaal gezonde waren inkopen voor uw naaste omgeving, en bedenk leveringsmethoden.
  • Richt een coöperatieve winkel in (‘community shop’).
    Zoek alles uit over detailhandel in gemeenschapshanden. (Meer hierover in: “National Strategy for Neighbourhood Renewal: a framework for consultation,” door de Social Exclusion Unit van april 2000 of mail naar Toby Peters (toby AT easynet.co.uk)).
  • Steun acties van boeren tegen de uitbuiting door supermarkten.
    Zie ook de “Farmer’s For Action Campaign”.
  • Ga de maatschappelijke discussie aan:
    waarom hebben we supermarkten en hebben we ze eigenlijk nodig?


Actuele ideeën met betrekking tot de wetgeving:

  • Ondersteun wetsvoorstellen voor de opheffing van ‘voedselarmoede’.
    Voedselarmoede is het gebrek aan redelijke toegang tot voldoende (goede) voedselvoorziening door onvoldoende inkomen, onvoldoende informatie en/of door vervoersproblemen. In GB steunden organisaties als Sustain, Child Poverty Action Group, Help the Aged en Friends of the Earth de ‘Food Poverty Strategy Bill‘ een wetsvoorstel van het parlementslid Alan Simpson. Zie ondermeer“Sustainable development – Food, health and the environment,” van Unison en ”Concerned About Food Safety?” van Community to Community Development [beide artikelen zijn niet meer op het internet aanwezig].
  • Lobby voor meer hulp aan boeren om over te schakelen op biologische productie.
    In GB zetten Friendsof the Earth en Sustain zich in voor het wetsvoorstel ‘Organic Food and Farming Targets Bill‘ dat is gericht op biologische productie in 2010 op 30% van de landbouwgrond. Zie ondermeer “Outline Organic Targets Bill Campaign,” van Sustain van augustus 2001 en “The Organic Food and Farming Targets Bill Campaign“ van Pesticide Action Network UK.
  • Steun toename van investeringen in lokale voedseleconomie.
    Meer hierover op de website van Sustain. Zie ook: “Local food, future directions” van FOE van november 2002.
  • Steun initiatieven voor een verplichte gedragscode voor supermarkten en voor onafhankelijk toezicht.
    In GB maakt de ‘Breaking the Armlock’-Alliantie zich daar sterk voor. [ hier is meer informatie te vinden over de coalitie; de coalitie zelf is niet meer actief].


Aanbevelingen
voor beleid

Het is zonneklaar dat de vrijwillige gedragscodes van de supermarkten niet voldoen. Goedbedoelde projecten als ‘Race to the Top’ of het ‘Ethical Trading Initiative’ hebben tot oppervlakkige veranderingen geleid, en zijn bovendien vaak door de supermarkten zelf ondermijnd.

Het is nodig dat de overheid met strenge wetsvoorstellen komt om de macht van supermarkten in te perken. Ze moeten een einde maken aan de uitbuiting van leveranciers, de teruggang van het aantal kleine winkels stoppen en bijkomende sociale en ecologische kosten voorkomen.

In GB zijn hiertoe een aantal voorstellen gelanceerd. Voorbeelden zijn door leveranciers zelf op te stellen strengere en uitvoerbare gedragslijnen, een ‘Local Food Target’-wet die zorgt dat streekproducten van het seizoen in de supermarkt terechtkomen, een onafhankelijke toezichthouder, en regelgeving tegen de uitbuting van landarbeiders en illegale gastarbeiders door koppelbazen.

De Mededingingswet met betrekking tot supermarkten moet nodig herzien worden, zowel in GB als in de EU. De vraag die we ons moeten stellen is wat de gevolgen zijn van het feit dat de hele levensmiddelenbranche in handen van een paar bedrijven is. We moeten diepgaander onderzoeken welke invloed mono- en oligopolies op leveranciers en klanten hebben. En we moeten ook naar de lokale monopolies kijken. We zouden het voorbeeld kunnen volgen van sommige Europese landen, die verkoop beneden de kostprijs hard aanpakken.

Het is zinvol voedselverwerking en -verkoop te relokaliseren. Bijvoorbeeld door het opzetten van overdekte markten bekostigd door regionale ontwikkelingsinstellingen en uit belastingvoordelen voor plaatselijke handelaren. We zouden de supermarktontwikkeling ook kunnen beperken door uitbreidingsvergunningen te koppelen aan verplichte onderzoeken naar de economische gevolgen. Hier zou een limiet gesteld kunnen worden aan de vloeroppervlakte van de winkels.

Supermarkten zouden de rekening gepresenteerd moeten krijgen voor de door hen veroorzaakte vervuiling, plus een belastingheffing op niet-recyclebaar verpakkingsmateriaal, overmatig transport en gebruik van ruimte voor parkeerplaatsen.

We zouden de boeren (in GB), die aan hoge eisen wat betreft milieu en dierenwelzijn voldoen, moeten helpen tegen de oneerlijke handelsregels. Ook zouden we kunnen oproepen tot het verwijderen van het landbouwdossier uit de Wereldhandelsorganisatie WTO, en het beëindigen van het dumpen van exportproducten. Zie hierover ondermeer: La Via Campesina, het Institute for Agriculture and Trade Policy en WTO.ZIP nieuwsbrief.

En we kunnen campagne voeren tegen de dienstenovereenkomst van de WTO (GATS), die het supermarkten gemakkelijker maakt meer markten in de wereld te openen, tegen de wensen en het belang van de lokale bevolking in.

Wees alert op andere goede ideëen, ondertussen werken wij de genoemde voorstellen uit. Bijvoorbeeld het voorstel van Wye Cycles, die stelt dat geen enkel particulier bedrijf verantwoordelijk mag zijn voor meer dan 1% van de voedselindustrie in GB.

12. Keuze? Gemak? Waarde?

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 17 maart 2007)

Laten we de verborgen kosten van de supermarkt eens nader bekijken.

 

De voordelen van ruime keus, gemak en prijs, die ze zeggen te bieden lijken discutabel. Door kleine zelfstandige kruideniers uit de markt te werken, zorgen ze niet bepaald voor grotere keuze. Door de klant te dwingen de boodschappen wekelijks met de auto te halen, leveren ze niet bepaald meer gemak en wanneer we de kosten meerekenen voor de belastingbetalers, de kleine boeren, onze gezondheid en het milieu, lijkt “goedkoop voedsel” bepaald niet zo goedkoop te zijn.

Dit is niet zomaar een mening van een milieufreak uit de middenklasse, maar een onlangs door de National Consumer Council bij de “Food Policy Commission of Food and Farming by Low Income Consumer” gepubliceerd standpunt [1].

Supermarkten voeren geen eerlijke concurrentie en in feite worden u en ik de dupe. Ook zorgen de supermarkten er wel voor dat er geen bloeiende, levendige plaatselijke voedseleconomie kan ontstaan.

Stel je toch eens voor, dat het weer echte handelscentra zouden zijn, in eigendom van bewoners en producenten uit de buurt. Waar boeren uit de streek hun zelf geteelde voedsel kunnen verkopen en lokale fabrikanten hun eigen producten. De producten van verre zouden door kleine bedrijven eerlijk worden verhandeld. Waar het om voedsel gaat hoeft er geen sprake te zijn van uitbuiting.

Noot:
[1] Zie Feeding into food policy – a submission to the Policy Commission on the Future of Farming and Food on the views of low-income consumers,” door de National Consumer Council van november 2001.

28 maart: Symposium duurzame plattelandsontwikkeling Overijssel


Op het symposium zijn twee presentaties te zien van “Unser Land”, wordt uitgelegd wat de 'duurzaamheids-scan' is en is er een lezing over marktwerking in Overijssel. Verder zijn er een aantal workshops: 'duurzaam ondernemen', 'duurzame energie', 'marktwerking in Overijssel', 'kamer van koophandel', 'duurzaam waterbeheer'  en 'duurzaam en productie'.
De dag wordt afgesloten met een toelichting op het verdere verloop van “Oons ambacht” en de presentatie van een eigen website en logo.

Unser Land

Het Duitse netwerk Unser Land werd 12 jaar geleden opgezet door agrarische vrouwen uit Beieren en beoogde het behoud en de versterking van de landschappelijke, culturele, sociale en economische waarden van de eigen regio. Inmiddels is een groot deel van de regionale samenleving rond Muenchen gemotiveerd deel te nemen. Zoals boeren, bakkers en slagers met hun eigen productielijnen, en consumenten, winkeliers en supermarkten die het concept delen. Boerenorganisaties, het midden- en kleinbedrijf, kerken, vrouwenorganisaties en natuur- en landschapsbescherming vornen de peilers van Unser Land en sturen samen het beleid van de organisatie.

Unser Land laat zien dat er opmerkelijke resultaten te behalen zijn door samenwerking: minder transportemissies, behoud van biodiversiteit en regionale gewassen en rassen, natuurbehoud, en ontwikkeling van duurzaam toerisme, vermindering van de inzet van chemische stoffen in de landbouw, behoud van lokale ambachten en middenstand, energiebesparing en betere waterkwaliteit. Verder worden burgers zich meer bewust van het belang van milieuvriendelijke regionale producten.

Meer informatie:
Bureau VerVi: 0572-352652 (bmverwegen AT hetnet.nl)
WECF, Ger Roebeling: 030-2310300 (info AT wecf.org)

Bron: uitnodiging “Oons Ambacht”









14. Gereedschap (GB)


Voor meer informatie over supermarkten en industriële voedselpoductie:

* “Real Food”-campaign van Friends of the Earth UK (nu onderdeel van de Natural Resources campaign)
* Grassroots Action on Food and Farming belicht de invloed van ondernemingen op de landbouw, en bouwt allianties tussen milieuactivisten, campagnevoerders, boeren, boerengroepen en burgers.
* Via Campesina – wereldwijd netwerk van kleine boer(inn)en.
* Viva! Campagnes en onderzoek tegen de bioindustrie.
* Michael Hart van de Small and Family Farms Alliance: michael AT mhart.fsbusiness.co.uk
* Local Foods Org UK – van National Farmers’ Retail and Markets’ Association (FARMA) en Lloyds Europa
* Big Barn Blog – De Virtuele Boeren Markt


Verder lezen:

* “Captive State: The Corporate Takeover of Britain,” door G. Monbiot (MacMillan, 2003).
* “The Killing of the Countryside,” door G. Harvey (Vintage, 1997).
* “Food in Society. Economy, Culture, Geography,” door P. Atkins en I, Bowler, I (2001; London: Arnold/New York: Oxford University Press).
* “Shopped! The Shocking Truth about British Supermarkets,” door J. Blythman (Fourth Estate, 2004).
* “Battle in Store? A discussion of the social impacts of the major supermarkets,” door C. Hawkes (Sustain, 2000).
* “Stopping The Great Food Swap – Relocalising Europe’s Food Supply,” door C. Lucas (MEP) en C. Hines (The Green Party, 2001).
* “Off our Trolleys? Food Retailing and the Hypermarket Economy,” door H. Raven, T. Lang en C. Dumonteil (IPPR London, 1995).
* “Fast Food Nation: The Dark Side of the American Meal,” door E. Schlosser (Penguin, 2001).
* “Ghost Town Britain: the threat from economic globalisation to livelihoods, liberty and local economic freedom” en “Ghost Town Britain II” door A. Simms et al (New Economics Foundation, 2002/2003).


Rapporten en artikelen:

* “How Bogus Hygiene Regulations are Killing Real Food,” door de The Ecologist van juni 2001.
* “Food Crimes: A Consumer Perspective on the Ethics of Modern Food Production,” door de Co-op, mei 2000.
* “What’s Wrong with: Tesco?” in Corporate Watch nr3 van lente 1997 en “Every Little Hurts,” door Edward Davey MP.
* “Checkout Chuckout: A directory of local groups campaigning against supermarket developments,” door Corporate Watch van juli 2002.
* “Some Benefits and Drawbacks of Local Food Systems,” door professor J. Pretty van het Centre for Environment and Society, University of Essex, 2 november 2001.
* “Why Health is the Key to Food and Farming”: bijdrage aan onderzoek van de Policy Commission on Food and Farming door T. Lang en G. Rayner (2001).

* “How Green is your Supermarket?,” door Norman Baker MP (Liberal Democrats) van february 2004.


Bruikbare websites

* The Guardian heeft een uitgebreide sectie over de Farming Crisis, waaronder brilliante onderzoeksartikelen door Consumer Affairs-redacteur Felicity Lawrence en Voedsel-journalist Joanna Blythman.

* Websites van de levensmiddelenindustrie, zoals die van The Grocer, Just Food  en Kamcity.
* De website van George Monbiot heeft een uitgebreide sectie over supermarkten en landbouw.


Voor meer informatie:

Corporate Watch, 16b Cherwell Street, Oxford
OX4 1BG, England, UK
Tel: +44 (0)1865 791391.
Email: mail AT corporatewatch.org.uk
Web: http://www.corporatewatch.org.uk

11. ‘€œMamma, mamma, eten we vandaag spongebob-macaroni?’€

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 13 maart 2007)

In de wereld van de supermarkten is sprake van een groeiende crisis door het toenemende wantrouwen van de consument. Het tijdschrift “Good Housekeeping” deed in september 2001 een onderzoek, waaruit bleek dat slechts een op de zes klanten erop vertrouwt dat het voedsel in de supermarkt veilig is. Driekwart van de ondervraagden zegt zich steeds meer zorgen te maken over de kwaliteit van de producten [1]

Het is niet alleen de angst die termen als “bio-industrie” en “voedselbewerking” oproepen. Want daarnaast promoten supermarkten voedingsmiddelen die ongezond zijn. Dat kan voedingsrelateerde ziekten veroorzaken als hart- en vaatziekten, kanker (o.a. van borst en darmen), botontkalking, vetzucht, diabetes, gebitsproblemen, vitaminetekorten en bloedarmoede. Pas nu vetzucht in GB epidemische proporties heeft aangenomen, ziet men in dat dit een gevolg is vanverkeerde eetgewoonten.

Was het u al opgevallen dat de reclame in de winkel en in advertentiecampagnes is gericht op goedkoop synthetisch voedsel, speciaal gericht op kinderen. Een recent onderzoek van de Co-op bracht aan het licht dat 73% van de kinderen snoep en chips uit de reclame willen hebben en dat slechts 19% van de ouders hier niet aan toegeeft. Ondertussen heeft 71% van de kinderen iets gekocht vanwege een speciale aanbieding of een gratis  toegift [2].

De “Schoolboeken”-chipsreclame van Walkers en Tesco’s systeem van waardebonnen voor computersupplies, werden allebei scherp afgekeurd door de consumentenbond wegens oplichterij en het stimuleren van ongezond eten. Je moet 220.000 pond bij Tesco uitgeven om een computer van 1000 pond te verkrijgen [3].

De techniek van de koppelverkoop en de methode om kinderen op te hitsen tegen hun verzorgers hebben tot gevolg dat we onze kinderen in plaats van het beste, juist het meest ongezonde voedsel geven.

Dergelijk voedsel bestaat vaak uit veelvuldig bewerkte, voorgebakken stukjes dierlijke eiwitten en koolhydraten, waaraan royaal verzadigde vetten, suiker en zout zijn toegevoegd. Kinderen hebben een nog niet zo’n ontwikkeld smaakvermogen, waardoor ze aangetrokken worden door sterke geuren. Er zijn trouwens ook sterke aanwijzingen voor de beschermende werking van fruit en groenten op hart- en vaatziekten en kanker [4].

Behandeling van ziekten aan de kransslagaders (de helft van alle hart- en vaatziekten) kost de Britse belastingbetaler ongeveer 10 miljard per jaar en behandeling van vetzucht kost 2,5 miljard pond per jaar [5].

Nationale gegevens van 1971 tot 1991 wijzen erop dat problemen met
kransslagaders steeds vaker voorkomen bij de armsten in de samenleving [6]. Een recent onderzoek door de Food Commission gaf aan dat de aankoop van ‘gezondere’ producten 51% duurder is dan dat van ‘standaard’ voedsel. Ook bleken gezondere opties in veel goedkope winkels niet beschikbaar te zijn; daarbij ging het vooral om een breed scala aan vers fruit, groenten en basisvoedsel zoals meel en meelproducten [7].

Een nieuwe manier om bewerkte producten als gezond aan te prijzen, is het nadrukkelijk noemen van de vitaminen en mineralen die eraan zijn toegevoegd. Het is geen wonder dat vitaminen moeten worden toegevoegd, omdat intensieve landbouw en bewerking tot een dramatische daling in de voedingswaarde van de
producten hebben geleid [8].

Wat zit er nu precies in bewerkt voedsel? Neem “Sunny Delight”, een drankje van Procter&Gamble, dat vaak wordt aangezien voor vruchtensap.

Het bestaat uit water, geconcentreerde fructose-maïs siroop (hoofdbestanddeel in synthetische bruisende drankjes) en 2 % of minder van de volgende ingrediënten: geconcentreerde sinaasappel-, mandarijnen-, limoen- en grapefruitsap, vitamine C en B1, beta-caroteen, natuurlijke geur- en smaakstoffen (een verzamelterm voor kunstmatige smaken die niet op het label vermeld hoeven te worden…), (genetisch?-) gemodificeerd voedingszetmeel, natriumcitraat, katoenolie, propyleen-glycol-alginaat, xanthanhars, guarhars, natrium-hexametafosfaat, kaliumsorbaat, geel#5 en geel#6.

Als je dit leest krijg je toch meer trek in een sappige biologische sinaasappel of een appel uit eigen streek. Het is waarschijnlijk goedkoper en zeker gezonder.

Noten:
[1] “Shoppers loosing faith in Supermarkets,” door Jo Willey, PA News, 9 september 2001.
[2] “Food Crimes: A Consumer Perspective on the Ethics of Modern Food Production,” door CWS Ltd. in opdracht van Co-OP, mei 2000.
[3] “School voucher schemes under fire,” door BBC News van 6 december 2001.
[4] Meer hierover in “Why Health is Key to Food and Farming,” door T. Lang en G. Rayner (2001) [dit artikel is niet meer te vinden op de site van Guild of Food Writers].
[5] Zie noot 4.
[6] Zie noot 4.
[7] “Healthier diets cost more than ever!,” in Food Magazine nr 55 van okt/dec 2001 [dit artikel is niet meer op het net te vinden].
[8] “Why Fruit and Veg were better for us 50 years ago,” in Daily Mail van 5 maart 2001.