11 febr: ‘Globalisering en industrialisering van voedselproductie’ (film, discussie en smaak)

Forum: Voedsel & Industrie

'Globalisering en industrialisering van voedselproductie':
Slow Food Rotterdam en het Landbouw Economisch Instituut gaan in
discussie met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven (Unilever, Super
de Boer). Natuurlijk kan ook het publiek meepraten.

Wat is er gebeurd met de ouderwetse smaak van ons eten?
Grootschalige voedselproductie is economisch natuurlijk voordelig. Maar weegt dat op tegen de nadelige gevolgen voor mens en milieu? Waar liggen de oplossingen? Iedereen op de biologische toer lijkt met het huidige consumptieniveau niet haalbaar. Alleen seizoensgebonden producten uit de regio consumeren stuit op weerstand bij Fair Trade organisaties. Maar wat dan?

De middag begint met een vertoning van de film 'We Feed The World' (zie: https://www.supermacht.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=33&Itemid=59). Na de discussie is er een proeverij van regionale kwaliteitsproducten in Café L/V. En ter afsluiting vertonen we de zeer succesvolle documentaire 'Our Daily Bread' (zie: http://www.lantaren-venster.nl/36-41-Our_Daily_Bread).
Het forum en de proeverij zijn toegankelijk voor alle bezoekers van Lantaren/Venster.

Speciaal voor kinderen organiseert het InnovatieNetwerk een (kinder-)smaakles van topkok Pierre Wind. Deze vindt plaats aansluitend op de eerste kindervoorstelling: 'Kirikou en de wilde beesten', gelijktijdig met de discussie.

Programma:
13:00 We Feed The World (Erwin Wagenhofer, OOS, 2005)
14:45 Forum o.l.v. Jan-Willem van der Schans van het LEI
16:00 Proeverij in Café L/V
17:00 Our Daily Bread (Nikolaus Geyrhalter, OOS, 2005)

Kinderprogramma:
13:00 Kirikou en de wilde beesten (Michel Ocelot, B. Bénédicte Galup, FR, vanaf 6 jaar)
14:30 Smaakles met Pierre Wind.

Adres: Filmhuis Lantaren/Venster, Gouvernestraat 133, Rotterdam
Vanaf 13 uur
(Tel kassa: 010 – 277 22 77)

Voor het forum, de proeverij en de smaakles kan niet gereserveerd worden.

Een initiatief van Slow Food Rotterdam (http://www.slowfood.nl/) en het Landbouw Economisch Instituut (http://www.lei.wur.nl/NL/). Met medewerking van InnovatieNetwerk (www.innovatienetwerk.org/ ).

Bron: http://www.lantaren-venster.nl/36-103-Forum_Voedsel_Industrie

9 en 15 februari: tv-documentaire “RFID, de slimme Revolutie”

"De slimme Revolution" (of vertaald uit het Frans: "De electronische vlo – een miniatuur Big Brother") is een fiktieve vooruitblik over wat er in het jaar 2011 allemaal zal zijn veranderd.

De RFID-technologie die nu al gedeeltelijk is ingezet, stuurt en beheert dan alle goederen- en gegevensstromen. Goederen zijn voorzien van een minizender die aangeeft waar ze zich precies bevinden, zodat de distributie wordt vergemakkelijkt. Industrie en handel zijn helemaal doordrongen van de automatisering en voor de consument is de wereld der dingen steeds meer beschikbaar. Met het mobiel kan men zich in 2011 overal en altijd laten informeren over bijna alles. En kan men willekeurige goederen ter plekke kopen en zich toegang verschaffen tot vele zaken.
Maar er dreigt ook gevaar: het visioen van de "doorzichtige mens' is met de Rifd-integratie nabij gekomen.

Verwerkt in verpakkingsmateriaal, in je paspoort en onder de huid: de RFID-chips zijn nu al op veel plekken te vinden. Bedoeld om mensen- en goederenstromen aan te sturen, dienen ze als deuropener, als electronische portemonee en moeten diefstal verhinderen en vervalsers het werk onmogelijk maken. Zowel in de media als in de industrie is RFID een belangrijk thema. De krantekoppen luiden: "De burger van glas", "De chip die niemand ontlopen kan", of "De volautomatische distributieketen". Maar wat betekent RFID werkelijk?

"Radio Frequency Identification" – herkenning van draadloos signaal – komt voort uit de ontwikkeling van de radartechniek en maakt een automatische identificatie en plaatsbepeling van objekten mogelijk. Deze technologie moet de kloof (van hoge economische kosten) dichten tussen de virtuele wereld van gegevensstromen en de werkelijke wereld van de dingen.
Het internet perfectioneerde het digitale netwerk van gegevens, maar niet het netwerk van de werkelijke goederen en objecten waarvoor deze gegevens staan. Terwijl de databanken aangeven welke goederen er zich in een opslagruimte bevinden, vraagt men zich in de fabrieken bevend af of de bestelde onderdelen wel in voldoende mate aanwezig zijn. De medewerkers van handelsfirma's weten vaak niet, wat er werkelijk op de schappen ligt, en – als het er niet ligt – of het ondertussen is gestolen danwel verplaatst. En de consument weet niet of die werkelijk een merkproduct in handen heeft of namaak.

Door de inzet van de RFID-technologie worden goederen "smart". Elk krijgt een etiket met daarin mini-chip met antenne die een uniek seriennummer heeft dat wereldwijd bruikbaar is. Wordt zo'n goed door een RIFD-lezer gescand (afgifte van een electronisch signaal), dan stuurt het automatisch zijn unieke nummer terug. Hoe meer RFID-lezers er wereldwijd worden geïnstalleerd, hoe precieser de databanken waar de "slimme gegevens" worden opgeslagen. En hoe fijnmaziger het beeld dat ze van de reële wereld vormen. Daarmee ontstaat het zogenaamde Internet  der Dingen, en wordt de reële wereld via het internat 'doorzichtig'. De gevolgen zijn niet te overzien en de fantasie kent geen grenzen….

Eerste uitzending: 5 februari 2007

Herhalingen:
9 februari om 15:10 uur en
15 februari om 01:45 uur.    

Bron: http://www.arte.tv/de/wissen-entdeckung/1463792.html
http://www.arte.tv/de/woche/244,broadcastingNum=629968,day=3,week=6,year=2007.html

Voor achtergrondinfo, zie:
– "Sluipend totalitarisme " (http://www.indymedia.nl/nl/2004/01/16643.shtml) met veel over de RIFD-toepassingen en -plannen, en met suggesties voor het blokkeren van RIFD-signalering.
– RIFD Journal voor alle ins en outs over RIFD (http://www.rfidjournal.com/). Artikelen over signaalblokkering zijn hier te vinden onder zoekterm 'block'.

Brochure “What’s Wrong with Supermarkets” (Corporate Watch) geheel vertaald

mededeling redactie:

Het Corporate Watch-dossier "What's Wrong with Supermarkets" is geheel en al bewerkt en vertaald. Wederom met dank aan Anneke Fongers.

De lInks naar deze teksten zijn te vinden op de inhoudsopgave op de homepage
(klik op "Wat is er mis' in het kader "Campagne', linksboven op de thuispagina).

We zijn erg benieuwd naar uw reactie, eventuele opmerkingen en suggesties. Ook over de website als geheel (mail naar info AT supermacht.nl).

5. Zeg maar dag tegen de winkelstraat – de teloorgang van gemeenten en banen

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – laatste aanpassing: 12 maart 2007)

Supermarkten zijn machtig geworden door kleinere winkels weg te werken

In hun “Ghost Town Britain”-verslagen (2003) onthulde de New Economics Foundation (NEF) dat wij tussen 1995 en 2000 ruwweg een vijfde van onze plaatselijke winkels en diensten hebben verloren, inclusief postkantoren, banken, slagers en kruideniers. Verder sloten tussen 1997 en 2002 per week ca. 50 speciaalzaken hun deuren [1].

In 1960 hadden de kleine zelfstandige winkeliers 60% van de levensmiddelendetailhandel in handen. In 2000 was dit aandeel teruggebracht tot 6%, terwijl het aandeel van grootwinkelbedrijven steeg tot 88% [2].

Met onze verdwijnende winkelstraten en kleiner wordende stadscentra verliezen we ontmoetingsplaatsen en een plaats voor zinvolle interactie tussen mensen uit verschillende klassen en culturen, en uiteenlopende leeftijd en levensstijl. Volgens parlementslid Caroline Lucas [3] winkelt de helft van de bevolking in 1000 gigantische superwinkels.

Het is overduidelijk dat zelfstandige winkels sluiten omdat het alles-onder-een-dakconcept meer keuze lijkt te bieden, het winkelen gemakkelijker maakt, en zorgt voor vrij parkeren en gratis bussen. Zij schijnen ook waardevoller doordat ze bepaalde producten onder de kostprijs verkopen. Veel supermarkten hebben het idee overgenomen van zelfstandige delicatessen-achtige voedselbars, met ‘deskundige’ verkopers. Deze kunnen echter in geen geval het gemeenschapsgevoel nabootsen, zoals dat ontstaat in een winkelstraat, noch het niveau, het assortiment of de kwaliteit van het werk.

Biep biep biep

Werken in een zelfstandige winkel is kwalitatief anders dan in een supermarkt. In de grootste supermarkten mag je dan wel collega of compagnon genoemd worden, maar je moet je aanpassen aan de huisstijl van het bedrijf; de kleding en gedragscodes worden door het hoofdkantoor opgelegd. Ondanks regelingen als het ‘werknemer van de maand’-systeem, is het bedrijf alleen in jou als winstgevende machine geïnteresseerd. Supermarkten zijn zo ontworpen dat een werknemer het maximale aantal producten per klantenbezoek van verwerken [4].

Er zijn veel rapporten die duidelijk het effect van supermarkten op de lokale banen aantonen. Dit wordt besproken in het rapport van de Competition Commission (2001). Terwijl sommigen beweren dat het aantal banen toeneemt, kwam de British Retail Planning Forum (1998), vreemd genoeg gefinancierd door de supermarkten zelf, tot de conclusie dat elke keer als een nieuwe supermarkt wordt geopend, dit gemiddeld 276 arbeidsplaatsen kost. Ze vonden sterke aanwijzingen, dat nieuwe supermarkten buiten de bebouwde kom, netto nadelig zijn voor de werkgelegenheid tot binnen een straal van 15 km [5].


Een New Economics Foundation-studie toonde aan dat elke 10 pond besteed aan lokaal ecologisch geproduceerd voedsel in Cornwall 25 pond aan omzet genereert voor de lokale economie (binnen een straal van 24 km van de boerderij). Voor elke 10 pond die in een supermarkt werd besteed, was dat slechts 14 pond. De onderzoekers berekenden dat er jaarlijks 52 miljoen pond extra omgezet kan worden in de lokale economie indien elke persoon, toerist en onderneming slechts 1 % van hun huidige uitgaven meer besteden aan lokale goederen en diensten [6].

Geld dat gespendeerd wordt in de supermarkten, verdwijnt snel en onopgemerkt in de zakken van aandeelhouders en de directie, in plaats van dat het in de betreffende gemeente blijft ter ondersteuning van lokale bedrijven en hun leveranciers.

Doordat ze weinig affiniteit hebben met de streek, kunnen de supermarkten gemakkelijk het afstoten van banen gebruiken als een buffer om de winsten veilig te stellen; de hoeveelheid ongeschoolde arbeid is gemakkelijk in te krimpen. Terwijl Sainsbury en Asda beweerden elk 10.000 banen te scheppen in 2002, werden toch niet-rendabele supermarkten gesloten om de winst veilig te stellen [7].

Is uw supermarkt te voet te bereiken?

Door de situering van supermarkten buiten de stad worden veel meer mensen genoodzaakt met de auto boodschappen doen. De afstand tot de winkels is tussen 1975 en 1990 60% langer geworden. Tegenwoordig komt driekwart van de klanten met de auto [8] en dat omvat 5% van het totale autogebruik [9]. Het heeft duidelijk geleid tot meer verkeer op de weg en er ontstonden “voedselwoestijnen”, gebieden waar je zonder auto vrijwel niet aan gezond en betaalbaar voedsel kunt komen.

In de winkelstraten onder de kostprijs verkopen

Supermarkten hebben toegekeken hoe de kleinschalige ondernemers om zeep werden geholpen. De overgeblevenen leven voortdurend in angst voor speciale aanbiedingen waarin de supermarkten de producten goedkoper aanbieden dan de zelfstandige winkelier bij de groothandel betaalt. Alleen serieuze maatregelen kunnen een eind maken aan dat voortdurend verkopen beneden de kostpijs, ofwel de reclamestunts. In Frankrijk, Duitsland, Ierland en Spanje is het al wettelijk verboden producten te verkopen onder de prijs die de winkelier aan de boer betaalt.

In 2000 is Wal-Mart schuldig bevonden aan het breken van de Duitse wet door een reeks kruidenierswaren onder de kostprijs te verkopen. ’s Werelds grootste detailhandelaar werd bevolen hier onmiddellijk mee te stoppen, op straffe van een boete die kon oplopen tot een miljoen Duitse mark.

Detailhandel-analisten geloven dat het invoeren van zulke maatregelen in GB best tot vertraging van het verval van winkelstraten kan leiden. Het zou in het bijzonder Tesco en Asda raken, die door stuntverkoop en agressieve prijspolitiek klanten binnen willen halen. Een anoniem gebleven bedrijfsleider van een van de leidende winkelketens in GB, heeft toegegeven dat dergelijke wetgeving hen enorm zou treffen.

Noten:
[1] “Gost Town Britain” en “Ghost Town Britain II,” door Andrew Simms cs. voor de New Economics Foundation, resp. 2002 en 2003.
[
2] “Grocery Retailing 2002: The Market report,” IGD [dit rapport is niet beschikbaar. Alternatief: “Food & Grocery Retailing in the UK, Market Report“].
[3] Cijfers aangehaald door de Britse parlementariër Caroline Lucas tijdens de “Good Food on the Public Plate“-conferentie op de Oxford Brookes University, op 24 maart 2004.
[4] “Supermarkets & Superstores 2001,” rapport van Key Note.
[5] “The Impact of Out-of-Centre Food Superstores on Local Retail Employment,” door Porter, Sam, and Raistrick, Paul van The National Retail Planning Forum, c/o Corporate Analysis, Boots Company Plc., Nottingham.
[6] Plugging the Leaks”: A briefing (2001), door het Centre for Participation, New Economics, London.
[7] Zie de website van Just Food  and ‘Battle in Store?’ pg. 5.
[8] “Changing patterns of shopping drawn from National
Travel Surveys 1975-91”, door M. Hillman voor Policy Studies Institute (1994). Geciteerd in Off our Trolley?: Food retailing and the hypermarket economy,” door H. Raven en T. Lang voor het Institute for Public Policy Research (p. 27; 1995).
[9] Ghost Town Britain II (New Economics, 2003).

9. De plastic glimlach – de rechten van werknemers in winkel en boerderij

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – laatste update 12 maart 2007)

“De realiteit is dat goedkoop voedsel inherent is aan goedkope arbeid en we moeten hier veel meer aandacht aan schenken als we prijzenoorlogen door supermarkten aanmoedigen.”
Prof. Tim Lang, Thames Valley University [1].


Een in juni 2000 uitgezonden Panoramadocumentaire liet goed zien hoe kwetsbaar gastarbeiders zijn voor uitbuiting door koppelbazen (‘gangmasters’) [2]. Koppelbazen doen zich voordoen als informele arbeidsbemiddelaar en bieden tijdelijk werk aan op industriële boerderijen, in pakhuizen en conservenfabrieken, die veel van de levensmiddelen produceren die op de schappen in supermarkten belanden.

De film illustreert hoe arbeiders uit Oost-Europa gehuisvest worden in vochtige onderkomens, steeds verplaatst worden zodat ze geen vrienden kunnen maken of de taal leren. Ze kunnen niet terug naar huis, omdat ze de koppelbazen, die hen vrijwel niets betalen, nog geld verschuldigd zijn. Doordat velen illegaal het land binnen zijn gekomen en de taal slecht spreken, hebben zij geen kans er bovenop te komen en raken verstrikt ze in een negatieve spiraal van werk en weinig loon, overgeleverd aan de koppelbazen.

In 2003 spraken parlementsleden van de Environment, Food and Rural Affairs Select Committee hun woede uit tegen de supermarkten. Ze verklaarden:

“Wij zijn ervan overtuigd dat de dominante positie van supermarkten ten opzichte van hun toeleveranciers er zeer toe bijdraagt een klimaat te scheppen waarin illegale activiteiten van koppelbazen kunnen opbloeien. De intensieve prijzenslag en de krappe tijd tussen bestelling en levering leggen een zware druk op de leveranciers, die weinig gelegenheid of motivatie hebben om de legaliteit van de betrokken arbeiders te controleren.”

Vakbondsonderzoeker Don Pollard schat persoonlijk dat er 100.000 arbeiders op boerderijen en in pakhuizen in GB werken die door koppelbazen zijn geronseld. Hieronder zouden zich ongeveer 30.000 illegale gastarbeiders bevinden. De koppelbazen kunnen ongestoord doorgaan met het misbruiken van Britse en buitenlandse boerenarbeiders, ook al hebben de bonden jarenlang campagne gevoerd. Dergelijke uitbuiting van migranten zonder papieren, komt ook al jaren voor in de USA en overal in Europa.

De rechten van winkelpersoneel

De grote supermarkten bieden werkgelegenheid aan driekwart miljoen mensen in GB. Ruim tweederde van de werknemers daarvan in de levensmiddelenbranche werkt part-time. Dit zijn hoofdzakelijk vrouwen, en veelal studenten met tijdelijke arbeidscontracten of uitzendkracht.

De meeste kassières (voor 84% bestaand uit vrouwen) behoren tot de 10% slechtstbetaalde niet-handarbeiders, met een gemiddeld salaris van 184,70 pond per week. Een belangrijk deel van hen verdient niet genoeg om sociale premies te kunnen afdragen en kunnen zo geen pensioen opbouwen of van andere contributie-gebonden voordelen profiteren [3].

De meeste detailhandelbedrijven betalen een beginnersvergoeding aan nieuwe werknemers, die een “opleiding” volgen. Omdat er onder studenten een groot verloop is en omdat jongeren onder de 18 geen recht hebben op het minimumloon betalen ze op deze manier extreem weinig arbeidsloon.

Hoewel variabele werktijden heel geschikt zijn voor bijvoorbeeld moeders en studenten, zitten er ook haken en ogen aan dit systeem. In drukke tijden en in perioden van tekort aan personeel kan de leiding willekeurig de uren van het personeel veranderen. Het is geen wonder dat het personeelsverloop op de werkvloer bij de belangrijkste winkelketens, gemiddeld 26% per jaar bedraagt.

Winkeliers klagen erover, dat zij door de aard van het werk vaak gedwongen zijn personeel aan te nemen, dat niet over de vereiste vaardigheden beschikt. In dit verband werden genoemd: “toewijding, enthousiasme en motivatie [4].”

Toen de Sunday Trading Act in 1994 in werking trad, was dit een bescherming voor mensen die op zondag niet wilden werken. De nieuwe starters is dit recht weer ontnomen, sommigen werken alleen zondags en bij anderen is in hun contract bedongen dat ze zonodig ook op zondag werken. Vroeger werden arbeiders overgehaald in de weekends te werken voor anderhalf keer zo hoog uurloon op zaterdag en dubbel uurloon op zondag.

Ten tijde van de wet zaten de USDAW (vakbond voor winkelpersoneel) en de belangrijkste detailhandelaren in overleg in de Shopping Hours Reform Council, waar ze in een “gentlemen’s agreement” vastlegden dat de weekendtoeslagen gehandhaafd zouden blijven. Volgens de USDAW is er nu weinig van overgebleven [5].

Veel supermarkten hebben manieren gezocht de kassa overbodig te maken. Asda heeft een technologie ontwikkeld om een winkelwagen in een keer te scannen met radiogolven. Tesco is vooral gericht op de soortgelijke Radio Frequency Identification (RFID) markering die heeft proefgedraaid in een paar van hun vestigingen, hetgeen plaatselijk tot veel protest heeft geleid.
.
Campagnevoerders wijzen er met nadruk op dat deactivering van de labels niet automatisch plaats vindt wanneer de klanten dewinkel verlaten met hun boodschappen. En dat betekent dat de klant via de gescande producten gevolgd kan worden door de winkel of door wie dan ook.

Safeway heeft ook gepionierd in handscanners [6]. Deze technologische veranderingen zullen uiteindelijk leiden tot banenverlies.

Volgens het Labour Research Department (onafhankelijk onderzoeksburo van vakbonden) [7]: 

– erkennen alle belangrijke supermarkten de vakbonden, behalve Marks&Spencer (dat in België en Frankrijk wel
vakbonden toelaat) en Waitrose. Waitrose wordt beheerd door beheersmaatschappij John Lewis Partnership dat zegt namens de werknemers (zijnde de eigenaren) op te treden en aan hen winstuitkeringen doet.- zijn de vakbonden bij Sainsbury’s (174.000 werknemers) en Safeway (92.000 werknemers) er alleen maar voor advies en het oplossen van persoonlijke geschillen.

– werken er bij Tesco, de grootste werkgever in GB, 221.000 mensen (2003) en wordt de vakbond voor winkelpersoneel (USDAW) daar volledig erkend. USDAW vertegenwoordigt 188.350 supermarktwerknemers, waarvan er 100.000 bij Tesco werken (USDAW-gegevens).

– is GMB de enige erkende vakbond bij ASDA (117.000 werknemers).

Velen zijn bang voor de mogelijke gevolgen voor de rechten van werknemers door de komst van Wal-Mart naar GB. Een van de manieren waarop Wal-Mart de prijzen laag kan houden, is door te bezuinigen op personeelskosten. In de USA liggen de salarissen bij Wal-Mart ver beneden het landelijk gemiddelde en moeten veel van de Wal-Martwerknemers een inkomenstoeslag aanvragen.

Wal-Mart is een geducht tegenstander van vakbonden en werkt met part-timers, tijdelijke of losse werknemers om zoveel mogelijk de arbeidswetgeving te kunnen ontduikend. Ze ontslaat werknemers nog voordat ze in een beroep mogen gaan tegen ‘overtolligheid’ en oneerlijk ontslag [8].

Tegen Wal-Mart is een proces aangespannen wegens discriminatie van vrouwelijke werknemers wat betreft salaris, promotie en scholing, en wegens hard optreden tegen hen die hierover klaagden. Het is de grootste gemeenschappelijke aanklacht op arbeidsgebied ooit in de USA ingediend: het gaat om 700.000 vrouwen die tussen 1996 en 2001 bij het bedrijf werkten.

Wal-Mart is berucht om de manier waarop de toeleveranciers worden geprest de kosten te drukken, wat onveranderlijk leidt tot minder banen, loonsverlaging en verslechtering van de arbeidsomstandigheden in de USA. Hierdoor gaan de leveranciers zoeken in vrijhandelzones, waar arbeidsbescherming ontbreekt en waar minderjarigen kunnen worden geronseld.

Wal-Mart is vaak aangeklaagd wegens gebruik van kinderarbeid in Bangladesh en Guatemala. In een recent rapport van Oxfam staat dat de andere supermarkten in GB echter geen haar beter zijn [9].

GBM-vertegenwoordigers verklaarden dat Asda na de fusie (met Wal-Mart) hun positie heeft ondermijnd door hen niet uit te nodigen bij de introductie van nieuwe werknemers en door informatie over het lidmaatschap niet te verspreiden [10].

noten:
[1] citaat van Professor Tim Lang van het Centre for Food Policy (Thames Valley University) uit de documentaire “Gangmasters” (zie noot 2).
[2] Transcript van de documentaire “Gangmasters” van Panorama (BBC1, 19 juni 2000).
[3] ZieRace to the Top’ research on Labour Rights in the UK, Module 3” van RTTT.
[4] “The Big Staff Checkout” van 20 september 2003.
[5] “Supermarket Wars,” door Steve Davison in Socialist Appeal nr 74 van november 1999.
[6] “Keynote Report Supermarkets and Superstores 2001[Dit rapport is niet meer te vinden op de website van Keynote].
[7] “Unions make In-roads into No-Go areas,” persbericht van het Labour Research Department van 1 september 1999.
[8] Zie de website van Wal-Mart Watch (nu: Making Change at Wal-Mart)
[9] “Trading Away our Rights: Women working in global supply chains‘,” door
Oxfam (UK) van februari 2004); en “Praise Uncle Sam and pass the 18p an Hour,” door Greg Palast in The Observer van 20 juni 1999.
[10] Persoonlijke communicatie met GMB-onderzoeker Ida Clemo (2001).

 

7. Olie in de winkelwagenwieltjes – onbehoorlijke invloed op de regering

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – maart 2007)

De voedingsindustriëlen hebben vrienden op hoge posities, zodat hun stem duidelijker doorklinkt dan die van de mensen die eruit zijn gewerkt.

  • Sir Terry Leahy, topman bij Tesco, maakt deel uit van vier task forces (door de regering aangestelde adviesgroepen van deskundigen). Lord Sainsbury, hoewel niet meer werkzaam bij J. Sainsbury Plc, is nu minister van “Science and Innovation” en een belangrijke begunstiger van de Labour Party.
  • In de “Policy Commission for Food and Farming”, door de regering ingesteld om te beslissen over de toekomst van de landbouw, komen de belangen van de bedrijven goed naar voren. Onder Commssieleden bevinden zich: Iain Ferguson van Tate&Lyle Plc (was Unilever) en Sir Peter Davies van J. Sainsbury.
  • Archie Norman, voormalig topman bij Asda, is tegenwoordig conservatief parlementslid van Tunbridge Wells. Hij was een belangrijke adviseur van William Hague en lid van het schaduw kabinet, waar hij de bijnaam de ”Green-belt destroyer” kreeg.
  • De openhartige Lord Haskins is de meest invloedrijke voedingsindustrieel in GB. Was vroeger voorzitter van Northern Foods en Express Dairies, resp. toeleveranciers van supermarkten en de grootste voedselverwerkende bedrijven (o.a. verse melk) en hij vindt een luisterend oor bij Tony Blair. Hij maakt deel uit van diverse task forces en is ruraal coördinator voor herstel van gebieden waar mond- en klauwzeer heerst.
  • Tesco en Asda sponsorden grote ‘goodwill’-bijeenkomsten op de conferentie van de Labour Party in 2003.

3. Stimuleren van geïndustrialiseerde landbouw en wereldwijd vernietigen van kleine boerenbedrijven

(Vertaling en bewerking 4 februari 2007: Anneke Fongers)

Sinds december zijn onze prijzen tot 10 pence per pond gezakt, in een tijd waarin ze normaal gesproken stijgen. Het kan zelfs zover komen dat de industrie duizenden tonnen appels moet dumpen, terwijl het de beste appeloogst in GB sinds jaren was. De hoofdreden voor dit probleem is dat er voor ons te weinig ruimte op de schappen is gereserveerd. Goedkope import van overzee heeft de situatie er niet beter op gemaakt.
Als de grote supermarkten doorgaan de prijzen kunstmatig omlaag te drukken, zal er over tien jaar in GB geen goede fruitindustrie meer bestaan en kunnen onze boomgaarden worden omgespit,” Aldus Martin Harrell, appelteler uit Gloucestershire.“Amper bijgekomen van de mond- en klauwzeer, merk ik dat de prijs van verse melk drastisch gekelderd is tot onder mijn kostprijs. Mijn klanten worden naar de supermarkt gelokt, waar verse melk voor onaanvaardbaar lage prijzen wordt verkocht. En ik word geacht een verliesgevend bedrijf te runnen. Ik heb er alles aan gedaan efficiënter te werken en voldoe aan de hoge eisen die de welvaartsstaat en het boerenbedrijf stellen. Maar, tenzij de supermarkten me een eerlijke prijs geven, moet ik mijn bedrijf sluiten. Er moet hoognodig invulling worden gegeven aan het begrip fairtrading.” Aldus Gareth Watkins, melkveehouder.Uit: “Supermarket power threatens farmers” (Friends of the Earth, 26/1/02)

Om de klanten de grote verscheidenheid aan goedkoop voedsel te bieden die hen was beloofd, maken de supermarkten meedogenloos gebruik van hun monopoliepositie als grootste inkoper van voedsel. Zij kunnen vaststellen hoe, waar, wanneer en voor hoeveel hun voedsel wordt geproduceerd, verpakt, opgeslagen en geleverd. Dit wordt gecontroleerd in een verfijnd systeem van gedetailleerde beschrijvingen onder streng bestuurstoezicht. Daarbij heeft men liever rechtstreekse contracten met geselecteerde boeren (dan het inkopen op de traditionele concurrentiemarkten) en het gebruik van favoriete abbatoirs, verwerkings- en verpakkingsbedrijven.

Producenten zijn slechts lopende bandwerkers die door technici bedachte standaardproducten maken. Supermarkten laten onderzoekers precies uitrekenen wat wereldwijd de gemiddelde productiekosten zijn van een bepaald gewas, voeren misleidende acties bij veilingen via Internet, ze kopen alleen als de prijs tot het laagste niveau is gezakt. Boeren weten niet op welke prijs andere producenten inschrijven en dat dwingt hen hun product voor een lage prijs aan te bieden om zeker te weten dat er verkocht is. Vooral kwetsbaar zijn de producenten van bederfelijke waar. Alleen transnationale ondernemingen die voedsel verhandelen of verwerken en bedrijven met een succesvol eigen merk hebben enige invloed op de grote leveranciers.

Het “Competition Commission Report on Supermarkets” (2000) maakte melding van 30 gevallen van vermeende uitbuiting van leveranciers door supermarkten. Het betreft ondermeer het niet op tijd betalen, het op het laatste moment veranderen van specificaties (betreffende kwaliteit, kwantiteit en verpakking), en het verantwoordelijk stellen van leveranciers voor fouten van de supermarkten. De reden hiervoor is de weigering van supermarkten bindende contracten aan te gaan met de leveranciers, waardoor deze weerloos zijn tegen de uitbuiting door supermarkten.

Alle supermarkten gaven aan de Commissie toe, dat zij leveranciers hebben laten betalen voor een meer geschikte plaats van hun producten in de schappen en ook voor het voortzetten van de handelsrelatie. Deze kosten zijn soms met terugwerkende kracht in rekening gebracht. Zij gaven toe betalingen te hebben afgedwongen en zonder berichtgeving veranderingen in overeenkomsten te hebben aangebracht. Ook bekenden ze het onredelijkerwijs doorsluizen van risico’s naar de leveranciers [1].

Boeren worden gedwongen een groot bedrag te investeren om aan de behoeften van de supermarkten tegemoet te komen. Maar de supermarkten kunnen hen evengoed ineens laten vallen, daarmee hun hele bedrijf en de bedrijven van plattelandsgemeenten die ervan afhankelijk zijn, van de kaart vegend. Het is overal ter wereld hetzelfde verhaal, omdat boeren gedwongen worden met elkaar te concurreren om een kwalitatief beter product te leveren, efficiënter te produceren en voor een prijs die de supermarkt vraagt.

De hele oogst van een boer die bloemkolen verbouwde werd afgekeurd dankzij buitengewone kwaliteitsnormen. Vooraf vroeg hij de betreffende supermarkt of hij een pesticide tegen rupsen mocht gebruiken, wat hem werd geweigerd. Hij heeft toen met succes biologische ongediertebestrijding toegepast door de Encarsia wesp. Dit bracht geen schade toe aan de bloemkolen; er bleef echter af en toe een dode wesp achter, die door de klant gemakkelijk weg gewassen kon worden. Toch weigerde de betreffende supermarkt de bloemkolen [2].

Het verslag van de Commissie staat vol verklaringen van boeren en andere leveranciers over de behandeling door supermarkten. Je zult je afvragen waarom je niet eerder hebt gehoord van deze schokkende uitbuiting: de meesten zijn bang hun mond open te doen, want ze lopen het risico door de supermarkt- inkopers op de zwarte lijst geplaatst te worden. Deze inkopers worden regelmatig op een andere groep producten gezet, om te voorkomen dat er een persoonlijke band ontstaat tussen hen en de boeren.

Een van de meest schokkende vormen van uitbuiting is dat boeren vaak onder de kostprijs voor hun producten betaald worden. De zuivelindustrie in GB heeft bijvoorbeeld flinke klappen gehad van supermarkten, die de overproductie van melk in hun eigen voordeel aanwendden. De productie van 1 liter melk kost een kleine melkveehouder 18 tot 22 pence. Tot het verdwijnen van de “Milk Marketing Board” in 1994, kregen ze 24 pence per liter. Tegenwoordig krijgen ze er 19 pence voor, terwijl in de supermarkt een liter voor 72 pence wordt verkocht [3]. In sommige sectoren (landbouwgrond, schapen en koeien) wordt het verschil via subsidies door de belastingbetaler aangevuld.

In sommige sectoren (akkerbouw, schapenteelt en veeteelt) wordt het verschil bijgepast door de belastingbetaler via subsidies. Terwijl boeren in de media vaak verweten wordt subsidie-junks te zijn, is de werkelijkheid dat de prijzen op de boerderij soms zo laag zijn, dat de boeren zelfs met subsidie hun onkosten niet kunnen dekken. De supermarkten en grote verwerkingsbedrijven vergroten hun aandeel van de winstmarge door de hele productieketen te chanteren. De boeren aan het eind van de keten verkeren in de zwakste positie. Landbouwsubsidies verdwijnen in wezen rechtstreeks in de zakken van de supermarkten.

Dit zijn duidelijke voorbeelden van hoe supermarkten misbruik maken van hun monopoliepositie. Boeren en zelfs de grotere voedselfabrikanten en verwerkingsbedrijven zijn afhankelijk van een paar detailhandelaren, en dus gevoelig voor uitbuiting. De “Competition Commission” verklaarde dat dientengevolge leveranciers niet in staat waren tot innovatie en het ontwikkelen van nieuwe markten. Bovendien leefden ze voortdurend in angst aan de kant gezet te worden. Zie ook hoofdstuk “Een heel land afzetten”.

Geconfronteerd met deze schaamteloze uitbuiting schuiven zij de schuld af.
Of: “Het is door de vrije markt en we kunnen goedkoper melk importeren uit Oost-Europa of Nieuw-Zeeland” [4];
Of: “We zouden u graag goed willen betalen, maar de Wereldhandelsorganisatie WTO verbiedt het maken van prijsafspraken (dat wil zeggen een eerlijke prijs betalen)” [4];
Of: “Niet wij, maar de tussenpersonen romen de winsten af”;
Of: “De kwaliteit van de Britse melk is onvoldoende” [5].

De werkelijkheid is dat ons wereldwijd economisch systeem wel fout mag zijn, maar het zijn de supermarkten die door het lobbyen in regeringen en de WTO het systeem naar hun hand hebben gezet, met totale geringschatting voor de kleine man en vrouw.

Wat betreft het afschuiven van de schuld op tussenpersonen: er zijn zeven grote verwerkingsbedrijven in de zuivelindustrie die – zelf weliswaar niet onschuldig – ook gedupeerd zijn door de prijsdaling van melk in de supermarkten.

Boeren bevinden zich in een extreem zwakke onderhandelingspositie. Van oudsher stonden zij sterk in seizoenshandel, maar door de import en de glastuinbouw is dat voordeel verdwenen. Nu worden boeren uitgemolken door een klein aantal inkopers en grote toeleveranciers, en worden ze benadeeld door de wereldwijde overproductie.

Om in hun onderhoud te kunnen voorzien gebruiken boeren intensievere methodes om meer te produceren voor de verkoop en hebben ze hun spaargeld belegd. Dat is een begrijpelijke oplossing voor individuen, maar voor de groep als geheel leidt het uiteindelijk tot overproductie en verdere prijsdaling.

Boeren op het Europese vasteland hebben coöperaties opgericht, zo hebben ze meer te bieden en kunnen ze een betere prijs bedingen. Het is ironisch dat de “Competition Commission” de grote coöperatie van Britse melkveehouders, de Milk Marque, in 1999 heeft opgeheven, en daarmee de supermarkten toe stond hun monopoliepositie te versterken.

Op de boerderijSinds 1939 zijn het aantal boerderijen en het aantal in de landbouw werkzame personen drastisch gedaald en de verwachting is dat die lijn zich zal doorzetten [6][7]. Het inkomen van met name de kleine boeren blijven beneden het minimuminkomen [8].
Hoewel
de de voedselsector door gaat met zijn wereldwijde groei – de huidge jaaromzet is anderhalf biljoen dollar – krijgen boeren daarvan slechts een zeer klein deel. Vijftig jaar geleden kregen boeren in Europa en Noordamerika 45 tot 60% van het geld dat consumenten uitgaven aan voedsel. Nu is dat afgenomen tot 7% in GB, 3,5% in de VS en 18% in Frankrijk [9].
Het huidige patroon van consolidatie van supermarkten maakt het er niet beter op.

Om winst te maken gaan supermarkten en verwerkingsbedrijven bij voorkeur uit van zeer grote hoeveelheden gestandaardiseerde producten. Voor het verkrijgen van een perfect gave wortel van zo’n 20 cm lengte zijn bestrijdingsmiddelen, kunstmest en bio-industrie onmisbaar. Tot 40% van een perfect product kan afgekeurd worden, omdat de Britse klanten schijnbaar cosmetische perfectie eisen. Ongetwijfeld gaat een en ander ten koste van de smaak. Het is geen wonder de meeste voedselproducenten de logische keus maken voor gelijkvormig voedsel: genetische manipulatie.

De intensieve landbouw in GB heeft nog niet de omvang van die in de USA, waar controle door grote ondernemingen in de landbouw het hevigst wordt gevoeld in de voedselverwerkende en fabricage sectoren [10]. Daar is 28 miljoen hectare (70 miljoen acres) bebouwd met genetisch gemodificeerde soja, maïs, raapzaad en katoen. Met de immense druk van de supermarkten op de voedselketen ligt het voor de hand dat we hier hetzelfde beeld van ontwikkeling, verwerking en landbouw zullen zien.

Het meeste vlees wordt geproduceerd in enorme vetmesterijen, gevestigd in staten met soepele regelgeving, vaak in arme gemeenten, waar de mensen naar verwachting niet zullen protesteren tegen de stank van uitwerpselen en de vervuiling. De dieren – zo dicht mogelijk opeengepakt – worden volgestouwd met eiwitrijk voedsel (zoals botmeel) en ingespoten met hormonen en antibiotica alvorens te worden vervoerd naar enorme slachterijen waar snelheid en kwantiteit meer tellen dan hygiëne.

Wilt u er wat gemalen ruggengraat
bij, meneer? [11]

  • Zo’n 750 miljoen batterijkippen worden elk jaar in GB geproduceerd voor de consumptie. Intensief gefokte kippen groeien zo snel, dat ze hun eigen gewicht niet kunnen dragen. Volgens het Agriculture and Food Research Council heeft de
    helft van de kippen op de leeftijd van zes weken ernstige
    botafwijkingen.

  • Een hamburger kan vlees bevatten van tientallen of zelfs honderden verschillende dieren. Tot augustus 1997 kreeg 75% van het vee in de USA resten vlees van schapen en ander vee en soms zelfs van katten en honden (gekocht in dierenasiels) te eten. Zelfs met de nieuwe regelgeving is het in de USA toegestaan varkens-, paarden- en pluimveevlees aan het veevoer toe te voegen. Ook in pluimvee zitten soms ook resten dierenvlees…

  • In zijn schokkende best-seller, “Fast Food Nation”, laat Eric Schlosser zien hoe moeilijk het is om zeker te weten dat vlees – dat bestemd is voor fast food (of het nu voor privégebruik of voor restaurants is) – niet vervuild is in het abattoir. De vacht van de dieren wordt machinaal losgetrokken en als die machine niet goed gereinigd is, kan viezigheid en mest op het vlees vallen en zo in uw lunch belanden.

  • Schlosser legt ook uit hoe magen en ingewanden met de hand verwijderd worden. Als dat niet heel nauwkeurig gebeurt, vliegen de stukjes ingewanden in het rond. Bij sommige abattoirs wordt gemorst met de inhoud van ingewanden van een op de vijf karkassen op de productielijn. Productiebedrijven kunnen 400.000 kilo hamburgervlees per dag produceren. Er hoeft maar een van de betrokken dieren besmet te zijn met E.coli 0157:H7 (een belangrijke veroorzaker van voedselvergiftiging) om 16.000 kilo
    gemalen rundvlees te besmetten.

Massaproductie en gebruik van afvalstoffen uit de voedselindustrie, zoals maïszetmeel, suikerbietvezel en melkweipoeder mogen dan wel de kosten van de verwerkingsbedrijven laag houden, maar de kosten stijgen enorm door verpakking, transport en presentatie. Dalepak lams-grillvlees van Northern Foods kost bijvoorbeeld 8,45 Britse pond per kilo, bijna het dubbele van wat echte lamskotelet bij de plaatselijke slager kost [12]. Het schijnt dat klanten zich graag laten wijsmaken, dat zij het beste af zijn met het gemak van kant-en-klaarvoedsel en met winkelen in de supermarkt.

De Mythe van Goedkoop Voedsel

Goedkoop voedsel is een mythe. In werkelijkheid betaalt de consument drie keer: een keer in de winkel, een tweede keer door belastingen via de directe subsidies aan boeren en tenslotte indirect door belastingen over de kosten voor het opruimen van de rotzooi achtergelaten door de industriële landbouw en om de transportinfrastructuur te subsidiëren. Zo heeft de regering meer dan een miljard Britse pond uitgegeven voor installaties om nitraten en pesticiden uit het water te verwijderen [13].

De consument betaalt de prijs met een slechtere gezondheid en toenemende kans op ziekten. De afgelopen tien jaar was de jacht op goedkoop voedsel de oorzaak van elke grote voedselramp. Het voeren van gemalen dierenlijken (als goedkope bron van proteïne) aan vee dat eigenlijk herbivoor is, wordt in het algemeen gezien als oorspronkelijke oorzaak voor het ontstaan van BSE. E.coli is een bijproduct van de intensieve veehouderij. Salmonella is inherent aan kippen en hun eieren, omdat de manier waarop ze wordt verhit goedkopere pluimveeproducten oplevert. De besmettelijke Salmon Anaemia virus (ISA) breidt zich uit als dezelfde verhittingsmethode op vis wordt toegepast [14].

De kosten van BSE en mond- en klauwzeer kunnen oplopen tot gemiddeld 4 miljard Britse pond elk. Dan zijn er nog de kosten voor de National Health Service (NHS) door onze ongezonde eetgewoonten.

Verdergaande marktliberalisering via het Landbouwakkoord van de WTO betekent dat ons voedsel goedkoop kan blijven door ecologische en sociale vernietiging en door uitbuiting van dieren in armere landen, maar ook in GB. Het openen van markten in ontwikkelingslanden zal niet de arme arbeiders op de plantage, maar wel de multinationale bedrijven, ten goede komen. Zij bezitten de infrastructuur voor transport over de hele wereld, zoals internationale de graanhandelaren Cargill en ADM, die 80% van de wereldwijde graanhandel uitmaken.

Noten:

[1] Citaat uit “Summary Of Supermarkets: A report on the supply of groceries from multiple stores in the United Kingdom,” door de Competition Commission (DTI).
[2] Anonieme bron tijdens de Farmers World Network bijeenkomst van 24 november 2001.
[3] Gegevens van 28 februari 2001. Uit eigen onderzoek door auteur bij Tesco en de twee-wekelijkse boerderijprijzengids van de Small and Family Farms Alliance.
[4] “Don’t Blame the Supermarkets,” door Neil Davison in Financial Times.
[5] Policy Commission on Food and Farming industry stakeholder bijeenkomst van 23 oktober 2001.
[6] DEFRA Quick Agricultural Statistics maart 2004. [De statistieken uit 2004 zijn niet meer online beschikbaar. Recentere statistieken van het Britse DEFRA ministerie zijn hier beschikbaar].
[7] “Extent of farm crisis revealed,” door Patrick Wintour in The Guardian van 11 april 2001.
[8] “Incomes slowly recovering,” door Robert Harris in Farmers Weekly van 30 januari 2003.
[9] “Some Benefits and Drawbacks of Local Food Systems,” door Jules Pretty van 2 november 2001.
[10] “Corporate Pigs and Other Tales of Agribusiness” in Multinational Monitor van juli/augustus 2000 Vol 21. Nrs. 7&8.
[11] Waar geen referentie is gegeven, afkomstig uit: “Fast Food: Some facts and figures to make you lose your appetite,” door Clare Dwyer Hogg in The Independent (London) van 5 september 2001.
[12] “That’s the Horror of Haskins,” door George Monbiot in The Spectator van 1 september 2001.
[13] “Pesticides in Water,” Pesticide Action Network UK Briefing van 1 oktober 2000.
[14]”Paying the price for cheaper food,” door Matthew Fort in The Observer van 25 februari 2001.

2. De mantra van goedkoop voedsel: ‘€œHoog opstapelen, laag verkopen!’€

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers; laatste aanpassing 4 maart 2007)

“Hoog opstapelen, laag verkopen!” [1]

Als inleiding tot dit kritische verhaal over supermarkten moeten wij erkennen dat er een indrukwekkende en gewaagde logistieke prestatie is geleverd.

Zij hebben voor zichzelf een bevoorradingsketen opgezet om, synchroon en efficiënt, tonnen goedkoop voedsel te transporteren, waarmee elke dag de schappen worden gevuld. Daarmee maken ze een respectabele winst voor zichzelf en voor hun aandeelhouders.

Waarom goedkoop voedsel? Supermarkten beweren dat de klant dat wil en een onderzoek in 2001 van de Food Standard Agency beaamt dit. Het laat zien dat 46% van de ondervraagden de prijs als doorslaggevende factor noemden bij het kiezen van hun voedsel; 18% koos voor smaak, 17% voor kwaliteit en slechts 12% noemde gezondheid [2].

Maar supermarkten zijn niet goed voor de klant. Als bepaalde gangbare artikelen zoals brood en melk goedkoop zijn, is dit om de indruk te wekken dat alles goedkoop is en om zo klanten te trekken. Brood en melk zijn artikelen waarvan de prijs algemeen bekend is.

De klant zal merken dat de minder bekende producten in de zelfstandige buurtwinkel vaak veel goedkoper zijn. Dit geldt in het bijzonder voor verse groenten en fruit. Maar bovenal wordt voor het goedkope voedsel waar de supermarkt mee leurt een zeer hoge prijs betaald door belastingbetalers, kleine winkeliers, kleine boeren en het milieu. Ja, we hebben recht op betaalbaar, maar ook op gezond voedsel, een gezonde samenleving, gezonde buurtwinkels en een gezond platteland.

Wij pikken het niet dat de supermarkten de klant verwijten goedkoop voedsel te willen, terwijl zij de enige zijn die er profijt van hebben.


Noten:

[1] Beroemde “marktkraam”-leuze van de oprichter van Tesco, Jack Cohen.
[
2] “UK: Cheaper food No.1” van 2 oktober 2001.

2. De mantra van goedkoop voedsel: ‘€œHoog opstapelen, laag verkopen!’

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers, 2007)

“Hoog opstapelen, laag verkopen!” [1]

Als inleiding tot dit kritische verhaal over supermarkten moeten wij erkennen dat er een indrukwekkende en gewaagde logistieke prestatie is geleverd.

Zij hebben voor zichzelf een bevoorradingsketen opgezet om, synchroon en efficiënt, tonnen goedkoop voedsel te transporteren, waarmee elke dag de schappen worden gevuld. Daarmee maken ze een respectabele winst voor zichzelf en voor hun aandeelhouders.

Waarom goedkoop voedsel? Supermarkten beweren dat de klant dat wil en een onderzoek in 2001 van de Food Standard Agency beaamt dit. Het laat zien dat 46% van de ondervraagden de prijs als doorslaggevende factor noemden bij het kiezen van hun voedsel; 18% koos voor smaak, 17% voor kwaliteit en slechts 12% noemde gezondheid [2].

Maar supermarkten zijn niet goed voor de klant. Als bepaalde gangbare artikelen zoals brood en melk goedkoop zijn, is dit om de indruk te wekken dat alles goedkoop is en om zo klanten te trekken. Brood en melk zijn artikelen waarvan de prijs algemeen bekend is.

De klant zal merken dat de minder bekende producten in de zelfstandige buurtwinkel vaak veel goedkoper zijn. Dit geldt in het bijzonder voor verse groenten en fruit. Maar bovenal wordt voor het goedkope voedsel waar de supermarkt mee leurt een zeer hoge prijs betaald door belastingbetalers, kleine winkeliers, kleine boeren en het milieu. Ja, we hebben recht op betaalbaar, maar ook op gezond voedsel, een gezonde samenleving, gezonde buurtwinkels en een gezond platteland.

Wij pikken het niet dat de supermarkten de klant verwijten goedkoop voedsel te willen, terwijl zij de enige zijn die er profijt van hebben.


Noten:

[1] Beroemde “marktkraam”-leuze van de oprichter van Tesco, Jack Cohen.  <terug>
[2] “UK: Cheaper food No.1” van 2 oktober 2001.  <terug>

 

2. De mantra van goedkoop voedsel: ‘€œHoog opstapelen, laag verkopen!’

(Vertaling en bewerking: Anneke Fongers – 4 februari 2007)

“Hoog opstapelen, laag verkopen!” [1]

Als inleiding tot dit kritische verhaal over supermarkten moeten wij erkennen dat er een indrukwekkende en gewaagde logistieke prestatie is geleverd.

Zij hebben voor zichzelf een bevoorradingsketen opgezet om, synchroon en efficiënt, tonnen goedkoop voedsel te transporteren, waarmee elke dag de schappen worden gevuld. Daarmee maken ze een respectabele winst voor zichzelf en voor hun aandeelhouders.

Waarom goedkoop voedsel? Supermarkten beweren dat de klant dat wil en een onderzoek in 2001 van de Food Standard Agency beaamt dit. Het laat zien dat 46% van de ondervraagden de prijs als doorslaggevende factor noemden bij het kiezen van hun voedsel; 18% koos voor smaak, 17% voor kwaliteit en slechts 12% noemde gezondheid [2].

Maar supermarkten zijn niet goed voor de klant. Als bepaalde gangbare artikelen zoals brood en melk goedkoop zijn, is dit om de indruk te wekken dat alles goedkoop is en om zo klanten te trekken. Brood en melk zijn artikelen waarvan de prijs algemeen bekend is.

De klant zal merken dat de minder bekende producten in de zelfstandige buurtwinkel vaak veel goedkoper zijn. Dit geldt in het bijzonder voor verse groenten en fruit. Maar bovenal wordt voor het goedkope voedsel waar de supermarkt mee leurt een zeer hoge prijs betaald door belastingbetalers, kleine winkeliers, kleine boeren en het milieu. Ja, we hebben recht op betaalbaar, maar ook op gezond voedsel, een gezonde samenleving, gezonde buurtwinkels en een gezond platteland.

Wij pikken het niet dat de supermarkten de klant verwijten goedkoop voedsel te willen, terwijl zij de enige zijn die er profijt van hebben.

 

Noten:
[1] Beroemde “marktkraam”-leuze van de oprichter van Tesco, Jack Cohen.  <terug>
[2] “UK: Cheaper food No.1” van 2 oktober 2001.  <terug>