De voor- en nadelen van schaalvergroting – Bio-branche is big-business

(10 december 2006 – update 181103) Zo klein als de eko-landbouw nog steeds is, gaat er wereldwijd toch al 35 miljard euro in om. En biologische pioniers worden overgenomen door grote internationale jongens: ¨Meer keus voor de consument¨ of ¨Onze geloofwaardigheid is in het geding¨


Door: Michiel Bussink (Milieudefensie Magazine, september 2006)

Lekkere abrikozenjam van De Rit, rijk gevulde muesli van Akwarius, koekjes van Molenaartje. Trouwe bezoekers van de natuurvoedingswinkel stoppen ze regelmatig in hun boodschappenmandje, deze biologische producten van kleine ondernemingen. Maar wat zijn het eigenlijk voor bedrijfjes? Biologisch uiteraard, maar bedrijfjes blijken het helemaal niet meer te zijn. Ooit begonnen door bevlogen pioniers, zijn De Rit, Akwarius en Molenaartje nog slechts merken van groothandel Natudis. Dat op zijn beurt voor honderd procent in handen is van multinational Wessanen die even zo goed gangbare magnetronfrikadellen, blikjes tonijn en ‘krokante Mexican wraps’ uit een pakje verkoopt en zijn grootste omzet maakt op de Amerikaanse markt. De handel in biologische producten is big-business geworden. Gelukkig maar, want daardoor wordt de definitieve doorbraak van EKO mogelijk. Of is het precies andersom en betekent de greep van de grote bedrijven het begin van het einde van de oorspronkelijke idealen van de biologische landbouw?

Authenticiteit

Aanhangers van Rudolf Steiner beginnen in de twintiger jaren in Zeeland een  biologisch-dynamische boerderij en daarmee ook de geschiedenis van de biologische landbouw in Nederland. Maar het duurt tot eind jaren zestig, begin jaren zeventig – als de nadelen van het grootschalige gifgebruik de kranten halen – voordat er volop geëxperimenteerd wordt door landbouwers die terug naar de natuur willen. De producten van de idealistische boeren vinden hun weg via steeds meer natuurvoedingswinkels, maar hun aandeel in de voedselvoorziening blijft schamel: 0,05 procent in 1985. Langzame groei blijft het wel, er komen officiële, door de Europese Unie vastgestelde EKO-normen en de overheid wil, in ieder geval formeel, dat het bio-aandeel naar 10 procent gaat. Als ook de gewone supermarkten zich wagen aan biologische aardappels, melk en macaroni gaat de groei wat sneller. Inmiddels hebben die de helft van de EKO-markt in handen. In totaal is nu twee procent van wat er op de Nederlandse eettafels verschijnt biologisch. Weinig in percentages, maar toch goed voor zo’n half miljard aan euro’s afgelopen jaar, wereldwijd 35 miljard: er valt geld te verdienen in de EKO-hoek. En zoals dat gaat bij groeiende markten: bedrijven worden groter en worden overgenomen door nog weer grotere bedrijven.
“Er is zeker sprake van schaalvergroting”, volgens Maarten Rijninks, directeur van de NatuurWinkelOrganisatie (NWO), waarbij 72 natuurvoedingswinkels zijn aangesloten, onder de naam ‘Natuurwinkel’ of een eigen naam. Die schaalvergroting heeft volgens Rijninks nadelen, als verlies aan authenticiteit en transparantie, maar ook veel voordelen: “Consumenten krijgen meer keus.” Dat behalve de natuurvoedingswinkel ook de supermarkten biologische producten zijn gaan verkopen vindt hij heel goed. “Het betekent dat meer klanten in aanraking komen met biologisch eten.” Waardoor de drempel lager wordt om ook eens een natuurwinkel – met een veel groter assortiment biologisch – binnen te stappen. En uiteindelijk is dat dus goed voor de hele biologische landbouw. En de komst van EKO-plaza: mega-bio-supermarkten met vestigingen in Alkmaar, Bussum, Veenendaal en plannen voor een groot aantal andere steden noemt hij een prima initiatief.

Oneerlijke concurrentie

Kritisch over de groeiende invloed van grote bedrijven is Koos Bakker, directeur van  Odin, de biologische groenten- en fruitgroothandel, bekend van de groentenabonnementen. Hij richtte twee jaar geleden een nieuwe keten van natuurvoedingswinkels op met de naam Estafette, met inmiddels vestigingen in acht steden: “professionalisering, samenwerking, uitbreiding en opschaling van winkels is in principe goed voor de biologische landbouw. Maar ik wil het proberen te combineren met de oude idealen van de branche.” Bakker wil graag zaken blijven doen met kleine, ambachtelijke biologische producenten. “Dat doe ik liever dan iets kopen van een fabrikant die de ene dag biologische en de andere dag gangbare producten maakt. Ik wil ondernemers die kiezen voor honderd procent biologisch extra stimuleren.” Volgens Bakker is de prijsvorming van bedrijven die biologische producten er bij doen naast gangbare, niet doorzichtig: ze zijn in staat de prijs van biologische producten kunstmatig laag te houden vanwege de marges die ze halen op gangbare producten. Een vorm van oneerlijke concurrentie ten opzichte van de honderd procent biologische producenten, vindt hij. Bakker kiest er daarom voor om alleen biologisch te verkopen in de Estafette-winkels en dan bij voorkeur van honderd procent biologisch werkende producenten. Anders dan sommige NWO-winkels die ook niet-biologische producten en voedingssuplementen in de winkels hebben liggen.

Op zich heeft Bakker niks tegen grote winkels. “Maar puur op rendement van het kapitaal gedreven ondernemingen die in de eerste plaats voor de aandeelhouders produceren, dat moet je niet willen opzoeken als biologische landbouw. Kwaliteit van het product en de vergoeding van de kostprijs voor boeren en producenten delven dan het onderspit. Ik zoek naar prijsvorming waarbij een redelijke arbeidsvergoeding, financieel rendement en duurzaamheid in evenwicht zijn.” Wessanen is wel zo’n kapitaalgedreven, beursgenoteerde multinationale onderneming. Via dochter Natudis is het de grootste leverancier van natuurvoedingsproducten in de Benelux. Rijninks van de NWO vindt dat er niks mis is met Wessanen: “Ze hebben de alcoholtak van Bols afgestoten en nu is het grootste bedrijf in biologische voeding. En Albert Heijn is ook een multinational. Als die er voor kiest meer aan biologisch te doen, is dat ook fantastisch”. “Ik wijs op de keerzijden”, zegt Bakker, die overigens ook producten van Wessanen/Natudis in zijn Estafette-winkels heeft liggen: “De afgelopen jaren is biologisch doorgebroken, maar ook het aantal EKO-boeren daalt en de prijzen voor de boeren zijn nog nooit zo slecht geweest als vorig jaar. Daarin zit een discrepantie: het inkomen van de boeren staat onder druk.” Doordat de korte-termijn financiële argumenten van de grote bedrijven te veel prevaleren, meent Bakker.

Monsanto

De discussie over voor- en nadelen van schaalvergroting in de Nederlandse biobranche is niet uniek: in de groene beweging in Canada en de Verenigde Staten ontstond de afgelopen jaren onrust over de groeiende invloed van grote bedrijven op organics: snoepgigant M&M/Mars kocht biologisch zaadbedrijf Seeds of Change, Coca Cola nam een bedrijf in biologische sappen over, Pepsi op zijn beurt één in biologische snacks, en het biologische ijs van Ben & Jerry’s is tegenwoordig van Unilever. Saillant is dat in Amerika veel biologische tuinders hun zaad kopen bij het bedrijf Semini dat is overgenomen door Monsanto, de gif- en gentechgigant die als een van de grootste vijanden van de biologische landbouw wordt gezien. Dezelfde argumenten gaan over tafel. Enerzijds: het is toch vooruitgang als zelfs McDonald’s in haar vestigingen in de Noordwestelijke staten van de VS biologische fair-trade koffie schenkt. Anderzijds: het gros van wat ze doen, deugt van geen kanten en bovendien zetten ze de EKO-normen onder druk. In de VS wordt bijvoorbeeld met beschuldigende vinger gewezen naar het Texaanse bedrijf Dean Foods, de op één na grootste zuivelproducent ter wereld met aandeelhouders als Microsoft, Exxon/Mobil en Philip Morris. Na allerlei overnames levert Dean Foods 70 procent van de biologische melk in de VS: de biomelk komt van bedrijven met vijfduizend koeien die bovendien niet, zoals het ook volgens de Amerikaanse EKO-regels hoort, buiten grazen, maar op stal staan. De grootschalige invulling van biologische melk heeft tot protesten en ongerustheid onder consumenten van biologische producten geleid en tot een deuk in het imago van het biologische keurmerk.

Kalfsvlees

Bedrijven met 5000 EKO-koeien zullen er in Nederland niet snel komen, maar de  biologische zuivel- en vlees-industrie gaan hier ook mee in de schaalvergroting: de Zuiver Zuivel fabriek in Limmen, een paar jaar geleden nog een zelfstandige biologische melkfabriek, is opgekocht door zuivelconcern Campina: de biologische  melk, yoghurt en karnemelk in natuurvoedingswinkel en De Groene Koemelk uit de supermarkt komen dus uit dezelfde fabriek. En De Groene Weg, de keten van biologische slagerijen, is in 2003 – mede op aandrang van Albert Heijn – overgenomen door Dumeco. Die is op zijn beurt opgegaan in Vion, de grootste slager van Europa. Vion levert, behalve aan de overgebleven Groene Weg slagers, het biologische vlees voor Albert Heijn en supermarkten als Plus, C1000, Coop en Dirk van den Broek. Voor Peter Landsheer uit Nijmegen was de overname door Dumeco aanleiding om uit de keten te stappen en voor zichzelf verder te gaan als biologische kwaliteitsslager. “ ‘Onze geloofwaardigheid is in het geding’, zei ik destijds en dat is uitgekomen”, vertelt Landsheer. Sinds de overname door Dumeco/Vion staan volgens hem de EKO-normen voor vlees onder druk. “Tien jaar lang heb ik uit principe geen kalfsvlees verkocht: dat is niet diervriendelijk. En geen nitriet als conserveringsmiddel.” Na de overname door Dumeco/Vion werden wel bio-kalfsvlees en het controversiële nitriet als vleesconserveringsmiddel toegestaan. Veel andere Groene Weg slagers hebben Landsheer gevolgd: van de oorspronkelijke 28 zijn er nog maar 14 als Groene Weg slager verder gegaan. Mensen blijven teruggaan naar de zelfstandige slager, vanwege de kwaliteit. Wij gaan echt kijken bij de boer: welke koe kopen we. Een supermarkt zegt gewoon: ‘doe mij er tien’. ”Blijft staan dat ook de supermarkten veel extra biologisch vlees hebben verkocht, de afgelopen twee jaar.

Bloed

Extra pikant is dat Vion sinds een jaar onder vuur ligt van Milieudefensie: het bedrijf is een cruciale schakel in de sojaketen, de kap van Amazonewoud ten behoeve van soja die de belangrijkste grondstof is in het veevoer voor de Nederlandse bio-industrie. Wringt daar niet iets: actievoeren tegen een bedrijf dat ook het door Milieudefensie gepromote biologische diervriendelijke vlees verkoopt? “Het leeuwendeel van Vion levert echt foute producten uit de bio-industrie: ze hebben grotendeels verkeerd bloed aan hun handen”, zegt Wouter van Eck, campagneleider landbouw en voedsel van Milieudefensie.
De schaalvergroting heeft voor- en nadelen voor de biologische landbouw, volgens Van Eck, “Er kan nog veel geleerd worden van de professionaliteit van de gangbare landbouw.” Te veel kleine spelers levert tijdverlies en minder efficiëntie. Maar megaconcerns die via één distributiecentrum werken, betekenen ook langere afstanden en dus extra transport. “Verder moet biologisch nog veel ruimte veroveren op de gangbare landbouw. Bedrijven die zowel biologisch als gangbaar verkopen, zullen niet de strategie hebben om hun gangbare tak telaten krimpen. Dat is een probleem.”
De groeiende invloed van grote ondernemingen op de biolandbouw kan als een succes én een mislukking van de eko-landbouw worden gezien, volgens Phil Howard. Hij is onderzoeker aan het Centre for Agro-Ecology and Sustainable Food Systems in Californië. Enerzijds neemt de oppervlakte landbouwgrond met teelt zonder landbouwgif en gentech elk jaar toe, stelde hij onlangs in de Canadese krant The Dominion. Aan de andere kant zijn sommige idealen van de bio-landbouw verdwenen: zoveel mogelijk lokaal en regionaal produceren, zo min mogelijk transport, zoveel mogelijk diversiteit in plaats van mono-culturen, eerlijke prijzen voor de boeren. Howard: “Biologische landbouw lijkt steeds meer op het wereldwijde industriële landbouwsysteem dat het oorspronkelijk wilde bestrijden.”

Marktaandelen van distributiekanalen biologische voeding
1. Supermarkten (49,1%)
2. Natuurvoedingswinkels (38,5%),
233 winkels waaronder: Natuurwinkelorganisatie (72 winkels); Estafette-winkels van Odin (8 winkels), Ekoplaza-winkels (3), zelfstandige winkels (125), biologische slagers (28 waarvan 14 aangesloten bij De Groene Weg/Vion)
3. Catering (3,5%)
4. Overige (8,9%) : boerderijverkoop, boerenmarkten (36), internet, abonnementverkoop.

59 % van de biologische boeren doet aan huisverkoop, tegen 8% van de gangbare boeren.

Daarnaast kent de EKO-landbouw abonnementensystemen en boerenmarkten, die in de gangbare landbouw niet bestaan: de bio-landbouw kent dus relatief veel directe verkoop. Maar het marktaandeel daarvan is klein.

Bron: Milieudefensie Magazine september 2006 (Weblink niet meer actief)

(verkorte weblink: https://www.supermacht.nl/?p=448)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *