Home Regelgeving Corporate lobby Rapport: toeleveranciers supermarkten schenden nog steeds arbeidsrechten in Bangladesh
Rapport: toeleveranciers supermarkten schenden nog steeds arbeidsrechten in Bangladesh
maandag 23 juni 2008 20:03
De Internationale Federatie voor Mensenrechten (FIDH) bracht op 20 juni een rapport uit over een onderzoek naar de rechten van textielarbeiders in Bangladesh en naar de vorderingen op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ondanks enige vooruitgang in de arbeidssituatie worden veel rechten nog steeds met voeten getreden, door bedrijven en door de overheid. Hieronder een vertaling van het FIDH-persbericht.


(vertaling Rob Bleijerveld)

Paris, 20 juni 2008: De Internationale Federatie voor Mensenrechten (FIDH) brengt vandaag - in het kader van een samenwerkingsverband tussen de FIDH en de supermarktketen Carrefour - een rapport uit over een feitenonderzoek naar de mensenrechten in de naai-ateliers in Bangladesh. Het doel was het evalueren van de inzet van Carrefour rondom arbeidsrechtelijke kwesties in Bangladesh, en het doen van aanbevelingen aan de regering van Bangladesh en aan aldaar gevestigde multinationale ondernemingen voor de verbetering van het respect voor arbeidsrechten in de textielindustrie.

Het rapport geeft aan dat er recentelijk algemene vooruitgang is geboekt in de  arbeidsomstandigheden in de fabrieken voor textielexport in Bangladesh. In toenemende mate wordt het minimumloon uitbetaald, zijn loonkortingen als strafmaatregel zeldzaam geworden, zijn er zelfs in enkele fabrieken sociale welzijnscommittees opgericht, en is kinderarbeid uitgebannen in de export-fabrieken. Na een periode van ernstige arbeidsonrust werd er in 2006 een Tripartiet Memorandum van Overeenkomst getekend tussen ondernemers, werknemers en de regering. De partijen kwamen 10 voorwaarden overeen om de arbeidsonrust te beëindigen en om de arbeisomstandigheden te verbeteren. Deze overeenkomst leidde tot de verhoging van het minimumloon in oktober 2006, de eerste verhoging sinds 12 jaar.

Toch vinden er nog steeds grove schendingen van arbeidsrechten plaats. Het gaat daarbij om: het gebrek aan vrijheid van vereniging, het gebrek aan een loon dat voldoende is om van te leven, het ontbreken van effectieve maatregelen tegen de schending van arbeidsrechten, te lange werkdagen, en ontoereikende mogelijkheden voor zwangerschapsverlof en andere welzijnsregelingen. Daarenboven riep de regering in januari 2007 de noodtoestand uit die alle vakbondsactiviteiten verbiedt. De FIDH doet de regering verschillende aanbevelingen, zoals het met onmiddellijke ingang opheffen van de noordtoestand, het garanderen van de volledige uitvoering van alle door Bangaldesh geratificeerde internationale verdragen, het ratificeren en toepassen van de relavante ILO-conventies en de verhoging van het minimumloon om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien.

Het rapport analiseert de beperkingen van "social auditing" (direkt, plaatselijk onderzoek naar de sociale omstandigheden, RD) als enige manier om de arbeidsomstandigheden in de exportfabrieken te verbeteren. De FIDH doet multinationale ondernemingen die materiaal betrekken uit Bangladesh dan ook enige relevante aanbevelingen. Hieronder zijn het garanderen van het adekwaat opvolgen van de audits en van de op verbetering gerichte actieplannen, het zoeken naar manieren om exporteurs die de sociale afspraken nakomen te belonen, het integreren van criteria voor de sociale uitvoering in aankoopbesluiten, het openbaarmaken van lijsten met de adressen van de fabrieken, het beëindigen van contracten met importeurs die geen rekenschap afleggen voor door hen gepleegde arbeidsrechtenschendingen, en het ondersteunen van een verhoging van het minimuloon opdat dat in de eerste levensbehoeften voorziet.

Het onderzoek omvatte ook een evaluatie van het trainingsprogramma van de plaatselijke NGO Karmojibi Nari gericht op werknemers en managers bij de toeleveranciers van Carrefour. Door de trainingen kreeg Karmojibi Nari toegang tot de fabrieken, hetgeen anders onmogelijk zou zijn geweest. De trainingsbijeenkomsten waren zeer interactief en het aantal deelnemers was hoog. De FIDH stuitte ook op enkele praktische problemen in het trainingsproject, zoals het feit dat het in onvoldoende mate ingaat op (het ontbreken van) de vrijheid van vereniging. De FIDH en Karmojibi Nari kwamen overeen om samen te zoeken naar oplossingen voor de specifieke problemen die in het onderzoek worden aangekaart.


Het rapport is te vinden op: http://www.fidh.org/IMG/pdf/bg062008en.pdf
Bron: http://www.fidh.org/spip.php?article5661

AddThis Social Bookmark Button
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

 

RSS Feeds