Home Publicaties Publicaties Zelf bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?
Zelf bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?
Geschreven door Rob   
zaterdag 31 maart 2007 01:45

De volgende folder werd op 11 februari door het Platform Aarde Boer Consument uitgedeeld bij de vertoning in Rotterdam van de documentaires "Our daily bread" van Nikolaus Geyrhalter en "We feed the world" van Erwin Wagenhofer)

 

De documentaires gezien en wat nu?
Zelf bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?
In deze folder staan doe-het-zelftips, meer informatie en een overzicht van organisaties die aan dit onderwerp werken.

Wat kan ik zelf doen?
Als consument en burger heb je veel macht.

Enkele tips:

. Koop zo veel mogelijk seizoensgebonden producten.
. Koop zoveel mogelijk uit je eigen regio. Bij de boer of in de landwinkel of neem een groenten­abonnement. Zo is het energieverbruik het laagst, en steun je vaak kleinere boeren.
. Koop ook in de supermarkt producten uit eigen land of met het FairTrade keurmerk (zoals Max Havelaar koffie), waarvoor de boer in ontwikkelingslanden een betere prijs ontvangt.
. Mensen die het zich kunnen veroorloven, kunnen biologische producten kiezen.
. Door minder vlees te eten leg je minder beslag op natuur, landbouwgrond en zoet water (zowel hier als in ontwikkelingslanden).
. Als burger kun je je verdiepen in de oorzaken van deze problematiek (zie hierna) en daarmee de politiek confronteren. De op de achterzijde genoemnde organisaties kunnen je hierbij helpen.
. Bij verkiezingen zou je kunnen stemmen op partijen die het meest kritisch zijn over de zogenaam­de 'vrije' markt. Bekijk bijvoorbeeld de programma's van de SP en de Christen Unie eens.

Bij het huidige liberaliseringsbeleid moeten boeren in Noord en Zuid steeds meer onderling en op de wereldmarkt concurreren, waarbij de efficiëntste wint. Tevens lokken supermarkten consumen­ten binnen met (te) goedkoop voedsel tijdens de huidige supermarktoorlog. Beide ontwikkelingen zorgen voor een druk op de gehele keten tot aan de boer toe om de kosten te verlagen, en dat kan alleen via schaalvergroting en door in te leveren op dierenwelzijn en milieu.

Kleine en middelgrote (gezins)bedrijven maken zo steeds meer plaats voor enorm grote, kapitaalinten­sieve bedrijven. Bedrijven met duizenden stuks vee of honderden hectaren zijn geen uitzondering meer. Het volgende slachtoffer wordt de koe - die bij ongewijzigd beleid - van de wei in de bio­industrie zal belanden. De komende tien jaar zullen op deze manier alleen in Nederland al 20.000 boerenbedrijven het loodje leggen.

Het Europese handelsbeleid en de WTO stimuleren de vrije markt en de exportgerichte grootschali­ge landbouw. Dit komt mede door de lobby van de multinationale bedrijven in toelevering, handel en verwerking van agrarische producten. Zij willen toegang tot de goedkoopste grondstoffen, en/of lokale en nationale markten binnendringen, die eerst werden voorzien door eigen boeren. Hiervoor worden export- en inkomenssubsidies misbruikt, hoewel de overheid ons wil doen geloven dat de EU-landbouwhervormingen goed zijn voor milieu en landschap.

Kleine en middelgrote boeren profiteren overigens nauwelijks van deze subsidies: zij krijgen slechts een gedeeltelijke compensatie voor de prijsverlaging die het gevolg is van die hervormingen. Door dalende inkomens kunnen zij juist minder aandacht besteden aan platteland, natuur en milieu- en een diervriendelijke landbouw.

Maar er is een alternatief: het Europese Gemeenschappellijke Landbouwbeleid moet grondig worden herzien. De productie moet door middel van productiebeheersing afgestemd worden op de Europese consumptie, zodat er geen overschotten meer geproduceerd worden. Alle handelsverstorende ex­port- én inkomenssubsidies kunnen dan worden afgeschaft en daarmee de dumping in ontwikke­lingslanden. Bovendien is een flexibele vorm van bescherming van de eigen markt nodig waardoor een eerlijke prijs mogelijk wordt voor zowel boeren in ontwikkelingslanden als in Europa.

Alleen via die eerlijke prijs kunnen zij aan alle maatschappelijke eisen voldoen, kan de gezinsland­bouw in stand worden gehouden en kan de koe dus in de wei blijven. De vrijgekomen subsidiegel­den kunnen dan worden ingezet voor gerichte betaling aan een minderheid van boeren die zich in­zetten op het gebied van landschaps- en natuurbeheer en biologische landbouw.

Daarnaast zou de belasting op arbeid moeten verschuiven naar belasting op milieuvervuiling en mi­lieu-uitputting.

Dat zal er toe leiden dat transport duurder wordt en het gesleep met voedsel en dieren over de we­reld wordt ontmoedigd.

De exporterende bedrijven hebben vaak goede contacten met de nationale overheden, die de belan­gen van de bedrijven verdedigen binnen de WTO. Brazilië eist meer markttoegang voor haar land­bouwproducten tot de EU, terwijl de EU weer toegang wil tot Brazilië voor industriële producten en diensten. Zo vindt er een uitruil van exportbelangen van multinationals plaats, terwijl boeren, arbei­ders en het Midden- en Klein Bedrijf, die voor de nationale markt willen produceren met de voor hen rampzalige gevolgen worden geconfronteerd. Europa zou zelf haar veevoer kunnen verbouwen, maar dat is alleen lonend als de milieuonvriendelijke (vooral genetisch gemanipuleerde) soja door importtarieven geweerd kan worden. Op vergelijkbare wijze zouden we palmolie en suikerriet (als biobrandstof) uit ontwikkelingslanden van de Europese markt moeten weren, omdat ook dit ten koste gaat van voedselvoorziening en natuurgebieden aldaar.

Tomaten worden in Spanje efficiënt maar met veel pesticiden en veel waterverspilling geprodu­ceerd, hierbij wordt veelvuldig gebruik gemaakt van Afrikaanse arbeiders. Vooral door de lage ar­beidskosten zijn deze producten zelfs zonder subsidies nog goedkoper dan de producten van de Afrikaanse boer. Dus afbouw van subsidies is niet voldoende. In weerwil van WTO-regels zou het mogelijk moeten zijn dat landen hun markt beschermen en hun eigen landbouwbeleid bepalen; dit wordt wel 'voedselsoevereiniteit' genoemd.


Meer informatie is te verkrijgen via de volgende organisaties:

* Platform Ander Landbouwbeleid (PAL):
Samenwerkingsverband van boeren-, ontwikke­lings-, milieu- en consumentenorganisaties die streven naar een ander landbouwbeleid in Nederland en Euro­pa
 

* Platform Aarde Boer Consument (ABC):
Bestaat vooral uit kritische boerenorganisaties die streven naar hervorming van het huidige internationale landbouwbeleid, en wil tevens de kloof dichten tussen de boer en de consument. Het platform streeft naar een milieu- en dier­vriendelijke landbouw, het behoud van gezinsbedrijven en een vitaal platteland.

* Goede Waar & Co:
Geeft veel info over duurzame producten, vooral kleding, voeding en gentech.

* Via Campesina:
Een internationale organisatie waarbij kritische boerenbewegingen uit arme en rijke landen zijn aangesloten. Zij streven naar grondige hervorming van het wereldwijde landbouwbeleid en voedselsoevereiniteit.

*Milieudefensie:
Zet zich in voor een duurzame, levensvatbare landbouw met respect voor dieren, de natuur en het milieu en een eerlijke prijs voor de boer.

11 februari 2007
AddThis Social Bookmark Button
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

 

RSS Feeds