|
Verslag van Myriam Vander Stichele van
literatuuronderzoek door Alexander Hooijsma over het gedrag en de
inkoopmacht van supermarkten in Nederland (17 nov. 2007)
Na de prijzenslag laat de
Nederlandse consument haar of zijn koopgedrag nog meer leiden door
lage prijzen. De huismerken van supermarkten en discounters lijken
aan te tonen dat het allemaal
nog goedkoper kan. Maar is dat wel zo?
Wie betaalt de prijs voor de goedkope producten in onze
boodschappenmandjes? In Nederland
spreken actiegroepen de NMa en
Europarlementariërs aan zich sterk te maken voor onderzoek
naar
en regelgeving voor inkoopmacht en mededinging.
Na de prijzenslag laat de
Nederlandse consument haar of zijn koopgedrag nog meer leiden door
lage prijzen. De huismerken van supermarkten en discounters lijken
aan te tonen dat het allemaal
nog goedkoper kan. Maar is dat wel zo?
Wie betaalt de prijs voor de goedkope producten in onze
boodschappenmandjes? Op 17 november 2007 protesteren [1]
groepen in de VS, Mexico, de UK
en andere Europese landen tegen de
gevolgen van de toenemende wereldwijde macht van grote
supermarktenketens als Wal-Mart (VS), Carrefour (Fr.), Tesco (UK) en
Metro (D). In Nederland
spreken actiegroepen de NMa en
Europarlementariërs aan zich sterk te maken voor onderzoek
naar
en regelgeving voor inkoopmacht en mededinging.
Uitbuiting
door supermarkten
In de hele wereld wordt de
distributiesector steeds meer gedomineerd door een klein aantal
supermarktketens. Dit gaat gepaard met uitbuiting van zowel de
werknemers als de
toeleveranciers en brengt schade toe aan mens en
milieu:
• Werknemers van supermarkten
worden uitgebuit door onder andere lage lonen, lange en late uren, slechte contracten en geen
sociale zekerheid.
• Toeleveranciers mogen slechts
leveren als ze een steeds lagere prijs kunnen aanbieden in grote hoeveelheden die qua
kwaliteit voldoen aan de voorschriften die de supermarkt zelf stelt. Dit heeft als gevolg dat de vele
werknemers en boeren verder in de productieketen - in rijke en arme landen - onder moeilijke
omstandigheden werken zonder of met geringe winstmarges, failliet gaan, of eventueel
worden overgenomen/gefuseerd. Een voorbeeld is de sterk
verlaagde prijzen van de bananen in de
Engelse supermarkten. Deze hebben geleid tot nog
slechtere arbeidsomstandigheden en kortere
contracten van arbeiders op de plantages in
Centraal-Amerika, zelfs waar
Chiquita-bananen worden gekweekt. Pogingen van arbeiders
om zich te verenigen worden gewelddadig
onderdrukt.
• Het milieu wordt schade
berokkend omdat de goedkope goederen uit het (verre) buitenland worden gehaald met schepen die op
vervuilende stookolie varen, alles in kleine hoeveelheden wordt verpakt, en
grote hypermarkten ver buiten de stad liggen waar iedereen met de auto boodschappen doet; de
productie op grote schaal leidt vaak ook tot vervuiling van het milieu en schade aan de
bio-diversiteit.
• Het straatbeeld verandert
waarbij kleine kruideniers verdwijnen uit dorpen en de grote straten van de steden: dit fenomeen wordt
'voedsel-verwoestijning' genoemd.
Situatie in Nederland
Loopt het in Nederland ook zo'n
vaart? Ook hier blijken supermarkten hele lage prijzen te kunnen afdwingen met niet alleen
negatieve gevolgen voor de toeleveranciers in Nederland en wereldwijd, maar ook voor de consument
die uiteindelijk minder keuze en kwaliteit krijgt.
Literatuuronderzoek wijst uit dat:
• In de varkensindustrie de
supermarkten de prijzen bepalen, die zijn gebaseerd op prijzen van de grote varkensboeren. Kleine
varkensboeren moeten de prijzen aanvaarden die ze van de supermarkten krijgen omdat ze
zelf weinig alternatieve verkoopspunten hebben.
• De aardappeltelers “meer
pieper profijt” vragen omdat ze nu door de lage prijs die ze van supermarkten krijgen verlies
lijden en goede voorschriften voor milieu en mens te weinig kunnen naleven.
• Op het platteland het inkomen
en de kwaliteit van het landschap achteruit gaat omdat boeren, zoals de melkboeren, te lage
prijzen krijgen. Dagelijks houden boeren er mee op: dit kan leiden tot (toename van het
aantal) grote boeren bedrijven die enkel in opdracht van supermarkten produceren. Hoewel
recentelijk enkele voedselprijzen
zijn gestegen, betekent het nog niet dat boeren een beter
inkomen krijgen want de productiekosten zoals die van veevoeder zijn ook gestegen.
• De Nederlandse
levensmiddelenindustrie publiekelijk klaagt dat haar prijzen onder
druk staan door de supermarkten of dat
haar producten worden vervangen en gekopieerd door huismerken. Er is vaak grote
ruzie om winstmarges tussen grote fabrikanten en de supermarkten. Sommige ruzies
zoals tussen Unilever of Pijnenburg en Albert Heijn worden tot bij de rechter uitgevochten.
De A-merken beweren door de lage winst te weinig te kunnen investeren in nieuwe
productontwikkeling en proberen door onder andere meer concentratie de productie steeds goedkoper te
maken. De recente aangekondigde sluiting van Nederlandse fabrieken van
Unilever passen in dit plaatje.
• De prijzen van de
verpakkingsindustrie onder druk staan. Er zijn maar enkele
supermarkten waaraan de verpakkingsproducenten
kunnen leveren, wat weer leidt tot lagere prijzen die worden betaald voor onder andere
de grondstoffen en de werknemers.
• Door de beperking van het
aantal producten in de schappen de keuze aan producten in de supermarkten in Nederland steeds
kleiner wordt. Bepaalde producten worden nog nauwelijks verkocht waardoor de productie
wordt stopgezet. Zelfs grote merken zoals Coca Cola en Unilever worden onder druk gezet
om voor lagere prijzen te leveren, of helemaal niet meer te leveren. Hierdoor wordt de
consument soms afhankelijk van de vervangende huismerken en is niet meer in staat om de
prijzen te vergelijken.
• De gevolgen van de
prijzenoorlog voor de werkgelegenheid in Nederland geschat wordt op een verlies van banen bij
supermarkten en toeleveranciers van tussen de 10.000 en 34.000.
• Het aantal kleine kruideniers
gestaag vermindert: al tussen 2000 en 2004 verminderden de verkoopspunten voor groenten en
fruit met 50% tot 1664 verkoopspunten. De kleinere zelfstandige supermarkten kunnen
moeilijk stand houden omdat ze geen huismerken hebben en minder prijsverlagingen kunnen
compenseren via hogere prijzen op andere producten.
Concentratie en inkoopmacht
Hoe kunnen supermarkten zo'n grote en
vaak negatieve invloed uitoefenen, terwijl wij als
consument
tevreden met de lage prijzen achter ons winkelkarretje lopen?
e
consument doet
meer en meer zijn boodschappen in supermarkten: In
Nederland worden bijvoorbeeld ongeveer 75% van de groenten en het
fruit in supermarkten gekocht. Supermarkten verkopen ook steeds meer
niet traditionele kruideniersproducten als bloemen, kleding en
tijdschriften. Het grootste probleem
is echter dat het aantal
supermarktenketens heel beperkt is.
Door de prijzenoorlog,
waarbij
Laurus delen van haar supermarktketen heeft moeten verkopen,
is het aantal
supermarktenketens zelfs nog meer beperkt en de
concentratie vergroot. Supermarkten
concentreren daarbij hun inkopen
via inkoopcentrales ('buying desks') waarvan er in Nederland
naar
schatting zeven zijn [2].
Door vaste contracten worden producenten afhankelijk van de
Nederlandse supermarkten. Daardoor kunnen de supermarkten
“inkoopmacht” uitoefenen en hun
prijzen en voorwaarden dicteren:
wie er niet aan wil of kan voldoen, valt buiten de boot.
Volgens
het Financieel Dagblad zou het supermarktconcern AH sinds het begin
van 2007 de
inkoopprijzen afromen met een premie van 0,4 %. [3]
In de UK is onderzocht dat supermarktketens
die 8% of meer van de
consumenten bedienen lagere prijzen kunnen afdwingen dan hun
kleinere
concurrenten.
De rol van de
mededingingsautoriteiten
Het gevolg van deze concentratie en
inkoopmacht is dat toeleveranciers vaak onder de kostprijs
leveren -
met gevolgen voor werkgelegenheid. Of ze proberen door
schaalvergroting, vooralsnog
met enige winst, aan de voorwaarden te
kunnen voldoen. Mevrouw Neelie Kroes, Europees
Commissaris belast
met de portefeuille Mededinging, verklaarde ooit dat ze het niet erg
vond als
producenten elkaar kapot concurreren, als de consument er
maar beter van werd [4].
Zo
simpel zit
de vork niet in de steel. Slechte behandeling van vooral
kleine producenten gaat ten koste van
kwaliteit, keuze en
uiteindelijk ook goede prijzen voor de consumenten omdat de hele
keten zich
wereldwijd concentreert, zoals is aangetoond in de
rapporten gepubliceerd door SOMO [5].
Kleine
producenten krijgen wereldwijd minder kansen wat weer tot
grotere armoede en
inkomensongelijkheid leidt, en uiteindelijk
wellicht ook tot meer migranten op zoek naar een beter
inkomen.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit
(NMa) gaf aan signalen te hebben gekregen van
belangrijke
concentratie in de voedselindustrie waardoor de prijzen niet meer met
elkaar
concurreren maar gelijk hoger of lager worden. De NMa gaat
dit in 2008 onderzoeken. Bij vorig
onderzoek naar inkoopmacht
(december 2004 [6])
en bij vragen vanuit verschillende hoek, zelfs van
parlementsleden,
was de Nma telkens van mening was dat er geen problemen van
inkoopmacht
waren. Nederlandse maatschappelijke organisaties dringen
er daarom op aan dat het nieuwe
onderzoek zich ook richt op
eventueel misbruik van de zwakke onderhandelingspositie van
producenten en toeleveranciers in de voedselketen door de
supermarktketens die in Nederland
actief zijn. Ook is het belangrijk
onderzoek te doen naar de manier waarop mededingingsregels
deze
positie al dan niet verzwakken en voldoende ruimte laten voor
initiatieven van duurzame
producten.[7]
In de UK hebben de
mededingingsautoriteiten al tweemaal een grootscheeps onderzoek
gedaan
naar de inkooppraktijken van de supermarkten en zijn
uiteindelijk op vele gevallen van misbruik en
afpersing gestuit. Van
Tesco zijn in de zomer van 2007 bijvoorbeeld e-mails
gevonden
waarbij leveranciers werden bedreigd: “lagere prijzen of niet meer
leveren”. Na het
eerste onderzoek probeerde de Britse overheid het
probleem op te lossen met een vrijwillige
gedragscode voor de
Engelse supermarkten. Deze aanpak mislukte omdat geen enkele
leverancier de supermarktketens durfde aan te klagen uit angst zijn
afzetmarkt te verliezen.
Sterker nog: het wordt producenten zeer
moeilijk gemaakt een tegenmacht te vormen door
onderlinge
samenwerking of door afspraken te maken om beter te kunnen
onderhandelen of
duurzame en eerlijk geproduceerde producten te
leveren. Ze kunnen door de
mededingingsautoriteiten op de vingers
worden getikt voor kartelafspraken en verboden
samenwerking! Er moet
dus wat veranderen, maar hoe?
De problemen van inkoopmacht die in
vele Europese landen in min of meerdere mate voorkomen
worden onder
andere in Frankrijk, Duitsland en Zweden op verschillende manier
aangepakt.
Omdat dit nog nergens succesvol is gebleken vragen
maatschappelijke organisaties uit
verschillende Europese landen aan
Europarlementariërs een verklaring te ondertekenen. In deze
verklaring worden de mededingingsautoriteiten in de Europese Unie,
onder leiding van mevrouw
Kroes, verzocht verder onderzoek te doen
en de benodigde regelgeving voor te stellen. Ook
Nederlandse
Europarlementariërs worden opgeroepen om de verklaring te
ondertekenen.[8]
[8]
Wat kan de consument doen?
De rol van de supermarkten bij het
bepalen wie kan produceren, uitvoeren, verkopen en voor
welke prijs
en voorwaarden wordt onderschat. Als inkoopmacht leidt tot
uitbuiting, oneerlijke
onderhandelingsverhoudingen en grote
ongelijke verdeling van de winstmarges, dan moeten na
grondig
onderzoek de nodige maatregelen worden genomen door de overheid, de
mededingingsautoriteit, en de supermarkten zelf.
Die laatsten
hebben al wat initiatieven genomen
om enkele eerlijker producten in
de schappen te brengen maar die zijn onvoldoende gebleken om
de
problemen in de hele sector aan te pakken en om relaties met boeren
en producenten uit
ontwikkelingslanden echt te verbeteren.
De
consument kan ook zijn of haar bijdrage leveren door
op een wat meer
bewuste manier te gaan winkelen: vragen naar productievoorwaarden,
duurzame producten kopen (al kosten die wat meer), ergens anders
inkopen dan in de supermarkt, informatie lezen van organisaties [9]
die productievoorwaarden in ontwikkelingslanden
onderzoeken, enz. De
vele acties tegen grote supermarkten in de VS en de UK, en de
wereldwijde acties op 17 november kunnen ons alvast
inspireren.
Noten:
[1]
http://intldayofaction.bbc.wikispaces.net/
[2]
Er wordt geschat dat in Europa slechts 110 aankoopverantwoordelijken
van supermarktketens optreden tussen 3.2 miljoen landbouwers en 160
miljoen consumenten. Zie achtergronddossier bij de media-actie
“Wanneer
gaan we eens samen iets eten?” van 14 februari, 2007.
[3]
„Fabrikanten boos over AH-premie“ Financieele Dagblad van 13
februari 2007
(http://www.fd.nl/ExportkrantArtikel.asp?Print=1&KrantArtikelId=566064&ExportF)
[4]
“I like aggressive competition including by dominant companies.
And I don’t care if it may hurt competitors, as long as it
ultimately benefits consumers.” Uitspraak in New York, september
2005, genoteerd in the International Herald Tribune, 20 december
2005.
[5]
Zie:
http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Profit_behind_your_plate_dec_2006_NL.pdf ;
http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Who_reaps_the_fruit_june_2006_NL.pdf
[6]
“Visiedocument
over inkoopmacht”, NMa (9 december 2004)
[7]
Zie brief
van 15 november 2007 van FairFood, Greenpeace, Milieudefensie en
SOMO die het onderzoek dat NMa wil doen, ondersteunen.
[8]
Zie brief aan EU Parlementsleden en Briefing
Paper voor Europarlementariërs: “De distributiesector in de
Europese Unie: wanneer is een markt geen markt?” (oktober
2007)
[9]
Zie bijvoorbeeld: http://www.somo.nl,
http://www. fairfood.org,
http://www.oxfamnovib.nl/id.html?ch=onn&id=9394
(eerlijke
winkelgids), http://www.supermacht.nl
|