|
Volgens onderzoek van de
Rijksuniversiteit Groningen moet bijna een op de vier Nederlanders
ruim 1 kilometer extra afleggen om in te kunnen kopen bij de
concurrent van de dichtstbijzijnde supermarktketen. Nu is Albert
Heijn gemiddeld de dichtstbijzijnde supermarkt voor 36 procent van de
Nederlandse bevolking. In de grote steden ligt dit percentage veel
hoger. "Er moet een gevarieerder aanbod aan supermarkten komen,
zodat de onderlinge concurrentie toeneemt en de prijzen kunnen
dalen," aldus de onderzoekers, "En daarvoor moeten
gemeenten geschikte beleidsinstrumenten krijgen".
Klachten over dominantie Albert
Heijn
Vorig jaar kwamen er enkele tientallen
klachten bij de Nederlandse Mededingings Auturiteit binnen over de
dominantie van Albert Heijn in een aantal steden [1]. Naar aanleiding
hiervan startte de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van T.M.
Stelder van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde een onderzoek naar
'ruimtelijke monopolie' in de verdeling van supermarkt-ketens in
Nederand [2].
Er is sprake van een 'ruimtelijke
monopolie' indien een consument te veel reiskosten moet maken of
teveel moeite moet doen om een gelijkwaardig product te krijgen bij
een verder weg gelegen concurrent. Het onderzoek ging alleen over
supermarkten met vijf kassa's of meer [3]. De kleine buurtsupers zijn
niet meegenomen omdat ze geen gelijkwaardig alternatief vormen voor
grotere supermarkten en omdat de grote supers het grootste aandeel
van de totale bestedingen voor hun rekening nemen. Er is ook
uitgegaan van afgelegde afstanden per auto.
Uitkomst onderzoek
Als
de extra afstand die de consument moet afleggen 1000 meter is, dan
bevindt ruim 23 procent van de consumenten zich in een ruimtelijk
monopolie. Vooral Albert Heijn profiteert hiervan, met ruim acht
procent; daarna komen Jumbo met vier procent en C1000 met 3,6
procent. Bij een afstand van 500 meter extra zou dat zelfs voor 45
procent van de bevolking gelden. Dat kan met name een probleem zijn
voor consumenten die lopend, per fiets of met het openbaar vervoer
hun boodschappen halen.
Voor heel Nederland is Albert Heijn
voor 36 procent van de bevolking gemiddeld de dichtstbijzijnde
supermarkt. In de grote steden ligt dit percentage veel hoger. In Den
Haag is Albert Heijn de dichtstbijzijnde supermarkt voor ruim 75
procent van de bewoners en heeft 14 procent van de bevolking geen
alternatief binnen een afstand van 1 kilometer extra. In Groningen is
dat respectievelijk 63 en 12 procent. Van de tien grote steden is het
aanbod in Nijmegen het meest gevarieerd.
Gemeentelijke beleidsinstrumenten
nodig
De enige plek waar de overheid wel
grenzen stelt aan een ruimtelijk monopolie is bij de veiling van
benzinepompen langs de snelwegen. De regel die het Rijk daarvoor
hanteert is, dat binnen een afstand van 25 kilometer in één
rijrichting niet twee pompen van hetzelfde merk mogen staan. Voor wat
betreft de supermarkten ligt het volgens Stelders voor de hand om
gemeenten de benodigde beleidsinstrumenten te verschaffen zodat ze
'ruimtelijke monopolievorming op lokaal niveau' tegen kunnen gaan.
Gemeeenten zouden de vestiging of overnames van supermarkten moeten
kunnen verbieden. Op dit moment is daarvoor echter nog geen
"wettelijk instrumentarium" voor handen.
BNDeStem [4] deed hierover navraag bij
de supermarktsector. Albert Heijn vindt dat een monopolietoetsing
niet tot de taken van gemeenten behoort, maar van de Nederlandse
Mededingingsautoriteit, NMa. Daarin wordt het bedrijf gesteund door
René Roorda, directeur van brancheorganisatie CBL, die tevens van
mening is dat gemeenten "niet objectief" naar het
winkelbeeld (kunnen) kijken. Volgens Henk van den Broek, directeur
van Dirk van den Broek, kunnen gemeenten "wel wat vaker hun
invloed aanwenden om te voorkomen dat de hele stad blauw kleurt"
door invoed uit te oefenen op de projectontwikkelaars die bepalen
welke winkels er in winkelcentra komen. Van den Broek wijst het
instrument van de 'veiling' of 'quota' af omdat dat de lokatieprijzen
opdrijft.
NMA-inzet niet effectief
'Concurrentiewaakhond' NMa - die
volgens AH en CBL bij uitstek een taak heeft - kan in de praktijk
echter weinig doen aan supermarktmonopolies. Volgens BN De Stem mag
deze instelling op landelijk niveau namelijk pas ingrijpen zodra een
supermarktconcern als AH misbruik maakt van zijn macht. Maar het
marktaandeel van AH bedraagt nu ongeveer 33 procent [5] en de NMa
beschouwt een marktaandeel van 40 procent als een 'economische
machtspositie'. Plaatselijk kan de NMa pas ingrijpen zodra AH of een
andere grootwinkelbedrijf een keten overneemt en daarmee ter plekke
een machtspositie verwerft. En alleen dan indien er geen concurrent
is op 1 kwartier autorijden afstand. De NMa kan trouwens niets doen
indien AH gewoon ergens een nieuw filiaal opent.
De discussie is geopend...
Noten:
[1] "Klachten
bij NMa over monopolie Albert Heijn," Adformatie, 23 januari
2009, "Consumenten
ergeren zich aan AH-monopolie," Volkskrant, 23 januari 2009,
"Consumenten
ergeren zich blauw aan Albert Heijn," ANP, 23 januari 2009,
en "Nederland
steeds blauwer - Supermarktheerser Albert Heijn domineert buurt,"
De Pers, 7 mei 2009.
[2] Zijn artikel heet "Ruimtelijke
monopolievorming van supermarkten in Nederland" en is op 2 april
gepubliceerd in het tijdschrift Economisch
Statistische Berichten. Zie ook: "Consument
vaak opgesloten in supermarktmonopolie," 2 april 2010.
[3] Voor het onderzoek werden 1930
supermarkten met vijf of meer kassa's onderzocht.[4] "Supermarkt
heeft vaak monopolie," BN De Stem, 3 april 2010.
[5] "Albert
Heijn vergroot marktaandeel bij supers," Z24, 8 februari
2010.
|