|
De
conferentie 'Een Fair & Green Deal Wie biedt?' van 21 januari 2010 in Tilburg ging over het
„mobiliseren van krachten voor een duurzame en solidaire economie“. Een van de werkgroepen had als titel "De (on)macht van de consument", waarvan hier het verslag. (met kleine aanpassing op 17-2)
Verslag werkgroep 9, Fair&Green
deal (21 januari 2010, Tilburg)
(voor meer informatie over deze conferentie, zie
hier).
Titel: De (on-)macht
van de consument
Sprekers: Eelco Fortuin (Goede Waar&co, Time
to Turn) en
Jeanine Schreurs (Universiteit van
Maastricht).
Inleider: Ted van Hees (OxfamÅovib)
Verslag: Rob
Bleijerveld (Supermacht.nl)
Inleiding:
Ted
van Hees: Ik zit voor Oxfam-Novib in
het platform Duurzame en Faire Economie. Deze workshop gaat over de
vraag 'Wat is de (on)macht van de consument?', gekoppeld aan wat
vanmorgen ter sprake kwam in de inleiding van David Korten en de
reacties daarop van anderen, namelijk over de verhouding
consument-overheden-bedrijven.
De eerste spreker, Eelco
Fortuin, is directeur van Club Fair Index (presentatie: aanstaande
week). Hij zal ingaan op de verhouding consumenten (resp. burgers) en
het (internationale) bedrijfsleven. De tweede spreker, Jeanine
Schreurs, is onderzoekster aan de universiteit van Maastricht. Zij
zal ingaan op de 'economie van het genoeg', op 'consuminderen'. Na de
inleidingen is er eerst de gelegenheid voor de Vlaamse gasten om aan
te vullen vanuit de Belgische context.
Spreker 1:
Eelco
Fortuin: Tijdens mijn studie
bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam in de jaren
'90 bleek dat de rol van bedrijven in maatschappelijke kwesties
onderbelicht is. Dat is pas na 2000 veranderd door de inzet van Rob
van Tulder; Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen werd een issue. In
mijn vorige werkkring, Fair Food, is in de loop van de jaren
geëxperimenteerd met het maken van duurzaamheidslijsten van
voedselproducten ('ranken'). Belangrijke vragen voor ons waren 'Wat
is handig voor de consument?', 'Hoe maak je onderscheid?' en 'Wat is
de impact, hoeveel consumenten gaan ermee aan de slag?'
De kwestie van
duurzaam produceren is ingewikkeld en zou moeten worden opgepakt door
het publieke domein (overheden en het maatschappelijk middenveld),
maar dat gebeurt niet of nauwelijks. Factoren als gebrek aan
draagvlak en politieke wil spelen een rol. Draagvlak krijg je vooral
door veel 'praktijk te genereren'. Daarom richt ik me vooral op de
rol van consumenten en bedrijven, het private domein dus. Een
voorhoede van 'donkergroene' consumenten die meer 'donkergroen' gaat
consumeren kan daarbij een grotere groep van 'lichtgroene'
consumenten 'meekrijgen'. Op de langere duur kan dat leiden tot meer
draagvlak en van daaruit tot aanpassing van publiek beleid door
(inter-)nationale overheden.
Maar 'Hoe krijgen we de consument
aan boord?': het sleutelwoord hierbij is de term 'gedragskloof'
(gedrag komt niet overeen met de wil). Zelfs indien consumenten
beschikken over voldoende informatie over de verborgen kosten die een
rol spelen bij productie en distributie en zelfs als hun houding
positief is, dan nog kan er sprake zijn van een
gedragskloof.
Diverse studies gaan er echter van uit dat de
gedragskloof is te overbruggen met als rode draad het 3C-model:
Convenience (gemak) – Collaboration (samenwerking) – Confidence
(vertrouwen).
Hoe kan de keuze voor fair en groen worden
vergemakkelijkt?
- door kennis te delen en
beschikbaar te maken;
- door samensteling van persoonlijke
keurmerken mogelijk te maken;
- door de verborgen kosten
door de hele keten heen transparant te maken:
- door de
beschikbaarheid van hulpmidddelen als barcode-scanners.
Informatiewebsites en databases.
Het project Club Fair Index,
waar mijn team en ik mee bezig zijn, biedt de consument de
mogelijkheid om via streepjescode en persoonlijke keurmerk een
uitgebreide database aan te spreken met 'rankings' van de onderzochte
producten en vergelijkbare andere producten. De database bevat
allerlei niveaus van informatie, en iedereen kan er zelf via Open
Source informatie aan toevoegen (over productieproces-kenmerken zoals
wel/niet gebruik van kinderarbeid, en productkenmerken als
zoetbeleving). Club Fair Index wil met hulp van consumenten en
experts ('gewogen' meningen) komen tot een evenwichtig
informatieaanbod. Verder kan men deelnemen aan fora-discussies.
Dit
systeem kan de consument veel tijd en moeite besparen, het gevoel van
machteloosheid ten opzichte van producenten en retailers doen
verminderen, en stimuleren tot gezamenlijke actie aan de vraagzijde.
Zo kunnen consumenten bijvoorbeeld druk uitoefenen op een
buurtsupermarkt om het aanbod te verduurzamen.
Het lijdt geen
twijfel dat er zo'n systeem zal komen ondanks dat er nog belangrijke
vragen open staan zoals 'Hoe krijg je dit effectief werkend?', 'Hoe
voorkom je misbruik?' en 'Wat doe je met tegenstrijdige informatie?'.
Zo'n systeem biedt consumenten dan de mogelijkheid om gezamenlijk aan
de vraagkant eisen te stellen aan bijvoorbeeld een supermarkt in de
buurt.
Voldoen aan de 3 C's
betekent niet dat 100% van de consumenten, op 100% van de
aankoopmomenten en bij 100% van de producten kiezen voor duurzaam.
Maar een kleine groep kan een grotere groep beïnvloeden of
vertegenwoordigen. Volgens de Wet van de Marginale Consument kan een
zeer kleine verschuiving in marktaandeel tot grote druk leiden bij
productmanagers om te verduurzamen (en tot draagvlak bij de politiek
om actief te sturen). Verder zijn er allerlei 'kielzog-effecten' die
een rol spelen. Uiteindelijk zal dit kunnen leiden tot een
collaboratieve, meritokratische (= demokratisch, op expertgewicht
gebaseerde) definitie van 'duurzaam', hetgeen beleidsvorming door de
overheid kan vergemakkelijken.
Publieksreacties
en -vragen aan EF:
1. Waar sluit
dit project aan bij 'co-creatie' (het betrekken door producenten van
consumenten bij de ontwikkeling van bestaande en nieuwe
producten)?
EF: Er zijn inderdaad een
aantal overeenkomsten.
2.
Bepaalde criteria die voornamelijk op duurzaamheid duiden (zoals de
CO2- uitstoot) kunnen beter worden ontwikkeld op basis van meningen
van neutrale experts, maar zeker niet door publieke co-creatie.
EF:
Dit wordt opgevangen door het gebruik van de zogenaamde
meritokratische (gewogen) besluitvorming en allerlei beproefde
methodes om misbruik tegen te gaan. Er zijn verschillende systemen om
te komen tot meritokratische (gewogen) besluitvorming. Binnen
expertgroepen geven experts elkaar een status ('rating') gebaseerd op
de score van een product (waar dan ook in de keten), en/of op de
relatie van de expert en het product in kwestie (wordt hij, zij
betaald door de onderneming in kwestie?).
3.
Het gaat hier om de macht van de consument, maar onduidelijk blijft
hoe die consument beïnvloed wordt om voor duurzaamheid te kiezen.
Deze methode laat zien hoe duurzaam iets is, maar macht van
consumenten ontstaat pas zodra meer mensen voor duurzaam gaan
kiezen.
EF: De consument stelt een
persoonlijk keurmerk samen op basis van standpunten die door van
organisaties als Greenpeace wordt aangeleverd en het vertrouwen dat
de consument daarin heeft. De scanner laat vervolgens heel
gemakkelijk en snel zien of het product al dan niet voldoet aan de
eigen criteria. De macht van de consument zit voor een deel in het
beter informeren van consumenten door marketing, maar daar gaat hier
niet zo zeer om. De inzet is om de groep van 35% 'lichtgroene'
consumenten (zie onderzoek van Motivaction.com) beter in staat te
stellen te kiezen voor duurzaam en zich te gezamenlijk te organiseren
(en niet om die andere 65% over te halen mee te doen).
4.
Wat is daarbij het verschil tussen intern geformuleerde A-label
(voorbeeld: een sector die zich zelf een label toekent op basis van
een kwaliteit of productkenmerk) en extern geauditeerde B-labels
(idem, maar dan door buitenstaanders vastgesteld)?
TH:
Dit vind ik te specialistisch voor dit publiek.
5.
Dit systeem is niet 'gemakkelijk' voor mij, want ik heb een minder
dan modaal inkomen en 4 kinderen. Zo'n scanner is mij te duur en heb
ik geen tijd om uitgebreid te gaan scannen tijdens het winkelen of om
de avond ervoor een paar uur mijn aankopen voor te bereiden op het
internet.
(beantwoording
verderop)
6. Je hebt het hier
over een systeem van 'crowd sourcing' (aanmaak van kennisdatabank
door een gebruikersgroep), maar wat zijn de noodzakelijke
randvoorwaarden (aanvaardingsmogelijkheden, kennispotentieel en
ontwikkelingsmodi van elk individu) waar je vanuit gaat?
Dit
project lijkt bedoeld voor een high end, niche publiek met heel veel
intellectuele capaciteiten, maar niet voor de meerderheid van
consumenten. In je verhaal ga je uit van kennis als hefboom voor
gedragsverandering (kennis - sensibilisatie – houding -
gedragsaanpassing). Maar het gros van de mensen bereik je alleen via
de onderbuik, daarna de gedragservaring en dan volgt pas
kennisopbouw.
Óf je kiest voor
het aanspreken van de beperkte groep van 'donkergroene' consumenten
die door de scherpte van hun consumptiegedrag verschil kunnen
uitmaken in de sociaal, economisch en ecologische effectiviteit
ervan. Óf je probeert het gros van consumenten te mainstreamen en
alle kleine inspanningen in diens gedrag massaal te verspreiden opdat
er effect ontstaat op milieu-, sociaal en economisch gebied.
TvH:
De beantwoording hiervan komt na het verhaal van Jeanine Schreurs...
Spreker
2:
Jeanine
Schreurs:
Ik doe promotieonderzoek aan de Universiteit van Maastricht naar de
gevolgen van 'down shiften' ('leven met minder geld') en hoop in
maart te promoveren [Voor dit promotieonderzoek, zie:
www.unimaas.nl/researchmagaZINE/default.asp?id=206&thema=3&template=thema.html&taal=en].
In de VS is de
'down shifting'-beweging verder ontwikkeld dan hier. Het is daar een
aantal jaar geleden begonnen met mensen die vrijwillig minder gingen
consumeren (en anders leven) door zich minder afhankelijk op te
stellen tav. de manipulaties van de consumptiemaatschappij. Dat thema
is daar opgepakt door tal van universitaire onderzoekers. Ik deed
onderzoek in Nederland.
Een belangrijke inspiratiebron voor
mij was het tijdschrift 'Genoeg' (www.genoeg.nl).
Mijn onderzoek gaat enerzijds over de
gevolgen (gedrag, consumptie, identiteit, sociale relaties, etc) voor
consumenten die al dan niet gedwongen leven van minder geld,
anderzijds naar de positieve effecten daarvan (is dus geen
beschouwing van armoede of deprivatie). Dat onderzoek naar de
positieve effecten is nieuw, want steeds is uitgegaan van 'meer is
beter' en 'minder is problematisch'. De uitkomsten zijn verrassend en
het heeft zelfs geleid tot aandacht in Nederlandse kranten.
Uit
de Green Index (VS - www.thegreenindex.com)
blijkt dat steeds meer mensen zorg hebben voor het milieu. Het gaat
zowel om een mentaliteitsverandering als om concrete vormen van
milieubewust(er) leven (minder vlees, meer OV, minder energie, etc).
Onderzoek - ook empirisch - toont aan dat mensen geen hedonistische,
egoïstische gebruikers zijn. Harde cijfers tonen ook aan dat 'down
shifting' een snel groeiende trend is in de geïndustrialiseerde
wereld. Onderzoeken (zoals dat van mij) geven aan dat ongeveer 25%
van de burgers met minder geld (en goederen) gaat leven en dan in
belangrijke mate vrijwillig (de meesten van hen hebben ook te maken
met minder inkomsten).
Tot
zover mijn inleiding. Nu een reactie op het verhaal van de eerste
spreker.
Enkele kritische kanttekeningen bij het Club Fair
Index initiatief:
- de vooronderstelling dat informatie leidt tot
gedragsverandering klopt niet (en ik sluit aan bij de kritiek uit het
publiek). Als het gaat om gedragsverandering moeten we letten op het
hele systeem rondom consumptie en interveniëren
in de vraagzijde, de regelgeving, de consumptieve infrastructuur et
cetera;
- er
wordt te gemakkelijk vanuit gegaan dat we er zijn met duurzame
consumptie. Het is belangrijk dat er meer groene en eerlijke
producten komen, maar daarmee redden we niet het milieu en lossen we
niet de problemen op die samenhangen met onze wijze van produceren en
consumeren.
- zo'n scannerproject is niet het juiste middel om
mensen te informeren of te overtuigen. Als illustratie: in
Blokkerwinkels blijkt er nauwelijks aandacht te zijn voor het
aanwezige Closed Circuit tv-systeem voor productpromotie. Verder
heeft het winkelend publiek en zeker de jonge 'high achievers' veel
te weinig tijd om zich te verdiepen in de aangeboden informatie.
-
wie garandeert dat de informatie van de bron (het web, de database)
betrouwbaar is?
Ik
voeg ook een positieve noot toe:
- Het kan wel een belangrijk
instrument zijn om de macht van consumenten te mobiliseren. De
website kan het ontmoetingspunt voor groepen consumenten die door de
macht van het getal een vuist willen maken richting overheid of
producenten om het systeem te veranderen.
- Het kan een hefboom
zijn om met de vraag van consumenten naar meer duurzame producten
veranderingen in productiesystemen (groener, eerlijker) af te dwingen
bij producenten.
Zaaldiscussie
TvH:
ik open hierbij de zaaldiscussie en hoop dat we aan het eind tot een
gemeenschappelijke slotconclusie kunnen komen om straks bij het
plenair te presenteren.
De centrale vraag uit het voorgaande
is of informatie en kennis via zo'n scanner-project (of iets
soortgelijks) kan leiden tot ander koopgedrag (en waarom wel of
niet?).
A/ De organisatie
Stoere Vrouwen (www.stoerevrouwen.nl)
is ook bezig met bouwen van een zoekmachine voor producten.
B/
Het Innovatienetwerk (
www.innovatienetwerk.org) waar ik bij betrokken ben, koos een andere benadering om de
vrijblijvendheid van consumenten te doorbreken zodat er daadwerkelijk
veranderingen in koopgedrag ontstaan. De overheid kan in dit systeem
OZW-belasting verhogen voor consumenten die onduurzame producten
kopen. Een sanctiesysteem dat de consument in feite 'eigenaar' maakt
van de voedselketen en in gaat tegen het 'free rider-effect'
(waarbij 10% van de bevolking goede initiatieven van de andere 90% om
zeep kan helpen). De consument bepaalt hoe er geproduceerd wordt,
maar betaalt ook de rekening daarvoor. Nu is het de producent die
bepaalt (marktgericht). Zie ondermeer 'Dichterbij, over
regionalisering van voedselketens en een grotere rol voor de
consument' (dec 2009). Het innovatienetwerk wordt gefinancierd door
het ministerie van LNV en een aantal bedrijven.
Vraag
uit publiek: hoe reëel is dit, want de Europese wetgeving en de
WTO-regels staan geen discriminatie door overheden toe van
productiemethoden? Antwoord:
Onze opdracht (van de overheid) is juist om vernieuwingen te bedenken
die systeemdoorbrekend zijn en strijdig met bestaand beleid. De
bestaande problemen zijn hardnekkig omdat ze door het systeem in
stand worden gehouden....
EF:
Ongeveer 5 jaar geleden nam ik deel aan een lobby van 14 organisaties
voor een importverbod of extra importheffingen op producten waarbij
gebruik is gemaakt van de ergste vormen van kinderarbeid. Maar dat
wilde de Nederlandse regering niet. In plaats van te proberen via een
proefproces bij de WTO-geschillenbeslechting nieuwe jurisprudentie te
bewerkstelligen, houdt ze zich strikt aan een nauwe uitleg van de
WTO-regels en weigert om daar de discussie over marktverstoring aan
te gaan. Steeds weer organiseert de Nederlandse overheid arena's waar
gepraat wordt over vernieuwing zonder er echt voor te gaan....
C/
Belonen van de consument helpt beter dan afstraffen. Zo is er een
petitie om van de overheid te vragen de BTW op duurzame en
biologische producten
te verlagen (www.biobtwvrij.nl).
Dit kan de vraag naar die producten stimuleren en zo de
belastingderving door de overheid weer deels teniet doen.
D/
Bij het KEMA-keur (www.kema.com/nl/kema-keur)
is er wel degelijk sprake van een succesvolle beïnvloeding van
koopgedrag door middel van informatie. Betrouwbaarheid van die kennis
is echter doorslaggevend.
E/ Waarom worden niet gewoon (in
kranten) rijtjes van producten gepubliceerd waar wat mee aan de hand
is en daarbij wordt opgeroepen die producten niet te kopen?
F/
[zie ook reactie 6] (Ik ben niet tegen het instrument van Club Fair,
maar:) Informatie leidt bij het gros van de bevolking niet tot
gedragsverandering, en niet tot doordachte aankoopkeuzes. Ook bij de
meest groene producten moet je uitgaan van een boodschap die de
consument brengt tot de vraag 'Wat heb ìk
er aan?'. Dit wordt door (ook de groene) marketeers ingevuld vanuit
de levensthema's van mensen. Het moet op een emotioneel niveau de
wens van geluk, gezondheid, welzijn, sociale status en zo aanspreken,
los van de objectieve behoeftenbevrediger of 'gedetecteerde'
behoefte. Dus de 'Wat heb ìk
er aan'-vraag wordt ook 'emotioneel' geformuleerd.
TvH:
Dit is inderdaad de kernvraag waar het nu om gaat: hoe krijgen we de
doorbraak naar het grote publiek buiten keurmerken als Max Havelaar
om die de (bewuste) consument over te halen tot het aankoop van fair
en groen?
G/
Ik vind keurmerken en scanners goed voor het mobiliseren van de
donkergroene consumentengroep als machtsblok, en daarnaast zijn
sancties (belastingverhogingen) nodig voor degenen die zich niet aan
de (faire, groene) regels houden.
H/ JS:
Een ander beproefd middel is de consumentenactie om de steeds meer
grootschalig opererende bedrijven via imago-schade onder druk te
zetten. Dat kan al met negatieve publiciteit op websites en een
kleine groep mensen die posten bij grote winkels in Europa. Met slim
actievoeren kun je zelfs gesprekken afdwingen met managers van
bedrijven. En het appelleert aan de mainstream consument, want die
wil geen T-shirt dat met kinderarbeid is geproduceerd.
I/
Als aanvulling op dat laatste: je moet ook de politiek aanpakken,
zoals de Europese Commissie. Die laat zich namelijk belobbyen door
die grote bedrijven. Recent bleek bijvoorbeeld dat tabaksgigant BAT
in staat was de voorstellen voor Europese wetgeving op gebied van
milieu, gezondheid en consumptie sterk af te laten zwakken (zie:
'Tobacco company helped shape European policy system favoring
corporate profits over public health'- www.physorg.com).
J/
Waarom slaan keurmerken als Max Havelaar beter aan in Duitsland en
Zwitserland dan hier. Welke mogelijkheden en belemmeringen spelen
daar een rol waarvan we in NL en B kunnen leren?
Reactie
hierop uit het publiek: Daar is onderzoek naar gedaan. Lees ondermeer
het boek 'Terra Reversa' en andere publicaties van P.T. Jones na over
het 4-E model (Enable – Encourage
– Engage - Exemplify).
Dat is een vervanging voor het 3C-model van Kennis – Houding -
Gedrag. Het is een geïntegreerde benadering over consumenten,
burgers, organisaties, overheden en bedrijven. Met op elk niveau een
structurele en individuele component. In het 4E-model komt tot uiting
hoe de eventueel aanwezige gedragsverandering kan worden omgezet in
daadwerkelijke aankoop en beleidsaanpassing. Er is een groot verschil
tussen consumentengedrag (het kopen van goederen en diensten) en
burgergedrag (met betrekking tot consumptie).
K/
Dat scannen kan wel de nieuwsgierigheid naar het verhaal achter
producten helpen bevredigen, omdat consumenten vaak door producenten
om de tuin worden geleid waar het informatie betreft.
Slotopmerkingen:
TvH:
Nu is het tijd voor enkele slotopmerkingen door de sprekers:
JS:
Het initiatief van Club Fair Index is waardevol en voegt iets toe
(database). Hopelijk is het een aanjager voor een daadwerkelijke
verbetering.
EF:
Bedankt. Er zijn vanmiddag veel dingen gezegd die ik zal meenemen.
Ik zou net als - denk ik - iedereen willen dat er veranderingen
tot stand komen via het publieke domein, eventueel door een
eenvoudige financiële
of emotionele prikkel via de kassabon. Ikzelf zie het echter als
uitdaging om het te organiseren zonder de overheid (mijn 'Plan B').
Club Fair Index is een van de mogelijkheden hiervoor en het kan dat
wat hier vanmiddag is gezegd integreren. Het kan consumenten een fijn
gevoel geven als het ze lukt een groen product te verkrijgen voor
dezelfde lage prijs als dat van een onduurzaam product, als ze de
winkel om de hoek zo ver kunnen krijgen om het aanbod te
verduurzamen. of als ze zich succesvol weten te verenigen in lokale
netwerken die gezamenlijk duurzaam aankopen doen.
Een
anekdote: In mijn vorige werkkring, bij Fair Food, hebben we via
ranking en acties onder andere bereikt dat Verkade stopte met gebruik
van kinderarbeid bij de productie van hun koekjes. Ze gingen zelfs
helemaal over op Max Havelaar (zie 'Verkade switches to Fairtrade
chocolate'
-
www.fairfood.org/fileadmin/upload/home/nieuwsbrief/nieuwsbrief2008/nieuwsbrief_ENG/nl_july_2008.html).
Later hoorde ik van de betrokken manager van het bedrijf dat hij de
ranking van Fair Food intern kon aangrijpen om de lage positie van
Verkade te problematiseren. Lage rankings blijken ook demotiverend
voor een deel van de medewerkers en aandeelhouders en daarvan kun je
gebruik maken...
TvH:
De 'Groene Sint'-aktie (www.groenesint.nl)
van Oxfam-Novib in samenwerking met o.a. de Stoere Vrouwen, heeft er
- met veel geld voor marketing, tv-spotjes, krantenadvertenties - toe
geleid dat een groot aantal bedrijven in de chocolade-branche
(waaronder Albert Heijn) zijn 'omgegaan' door de steeds meer
toenemende publieke druk op die bedrijven.
Verder
vieren we morgen (22 januari) het een-jarig bestaan van de 'Eerlijke
Bankwijzer' (www.eerlijkebankwijzer.nl),
ook een succesvol initiatief. De ruim 100.000 mensen die de site
bezochten, hebben het gedrag van banken al in hoge mate kunnen
verbeteren. Er wordt door die banken niet meer geïnvesteerd in
bepaalde bewapening (als clustermunitie, persoonsmijnen, nucleaire
wapens). Consumentenactie en het zoeken van goede manieren van
publiciteit kan dus heel wat opleveren qua verandering van het gedrag
van mensen.
Afsluiting:
We
moeten nu gaan afsluiten. Ik doe ik hierbij een voorstel voor de
slotstelling voor het panel van straks. Ben je het er niet mee eens
of wil je andere formulering, laat dat dan nu weten....
“De
inzet van relatief kleine groepen consumenten – ook als ze zich
lokaal en/of via internet organiseren - kan leiden tot grote
verbeteringen in de/ productieketen“
Iemand
uit het publiek: Ieder systeem heeft zijn gevoeligheden; als je
bijvoorbeeld de gevoeligheden kent van de CEO (die omzet moet maken),
dan kun je ook dingen veranderen.
|